<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087</id><updated>2012-01-17T04:01:46.035-08:00</updated><category term='pictures'/><category term='Literatuur: Italiaanse fictie'/><category term='Literatuur: kinderen en jeugd'/><category term='literatuur'/><category term='Literatuur en muziek'/><category term='schrijfcursus'/><category term='non-fictie'/><category term='chicklit'/><category term='Film'/><category term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><category term='literatuur: Portugese fictie'/><category term='Literatuur: Franstalige fictie'/><category term='literatuur: Deense fictie'/><category term='film en literatuur'/><category term='film en muziek'/><category term='Literatuur: Finse fictie'/><category term='Literatuur: Nederlandstalige fictie'/><category term='maatschappij'/><category term='Literatuur uit de Balkan'/><category term='Literatuur en film'/><category term='live interviews'/><category term='Culinair'/><category term='Literatuur en eten'/><category term='Over mij'/><category term='verhalen'/><title type='text'>Writerskitchen</title><subtitle type='html'>teksten van journaliste Kathy Mathys</subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://kathymathys.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><link rel='next' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default?start-index=101&amp;max-results=100'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>534</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1753061491568587321</id><published>2012-01-17T03:59:00.000-08:00</published><updated>2012-01-17T04:01:46.044-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Chad Harbach - De kunst van het veldspel (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-e2hsrp9OE-U/TxVjHJRFs2I/AAAAAAAABJ0/jIOcqggGBUE/s1600/8360_Harbach_veldspel.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-e2hsrp9OE-U/TxVjHJRFs2I/AAAAAAAABJ0/jIOcqggGBUE/s200/8360_Harbach_veldspel.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5698569877905060706" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Episch en meeslepend&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Chad Harbach mag meteen meespelen met de groten. Het zelfvertrouwen en de klasse spatten af van zijn oer-Amerikaanse debuutroman ‘De kunst van het veldspel’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Teams willen monsters in het hart van hun binnenveld,’ schrijft Chad Harbach in ‘De kunst van het veldspel’, een campusroman waarin honkbal symbool staat voor het hele leven. Henry Skrimshander, een onwereldse tiener uit South Dakota, ziet er met zijn kleine gestalte niet uit als een beer. Hij slaat zelden homeruns, maar  is een fantastische korte stop. Aparicio Rodriguez, de fictieve schrijver van honkbalklassieker ‘De kunst van het veldspel’, omschrijft de korte stop als ‘een bron van kalmte in het centrum van de verdediging’.  Henry dweept met het boek dat hij angstvallig tegen de borst klemt wanneer hij voor het eerst over de campus van Westish, een kleine universiteit in Wisconsin, wandelt. Henry is een buitenbeentje dat niets snapt van de hordes jongens en meisjes die elkaar in codewoorden sms’en.  Het is atleet-student Mike Schwartz die Henry onder zijn vleugels neemt en zijn trainingssessies begeleidt. De boerenpummel uit South Dakota ontpopt zich al snel tot één van de grote honkbalbeloftes en bij Henry’s wedstrijden stikt het van de scouts die eruit zien als CIA-agenten. Tijdens één van de door Harbach met veel gevoel voor sier beschreven wedstrijden gaat het fout. Dat moment verandert het leven van de vijf hoofdrolspelers.     &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Net zoals de korte stop een spilfiguur is op elk honkbalveld, zo draait het in deze roman om de mensen die Henry omringen. Behalve Mike, zijn dat Henry’s kamergenoot Owen, Guert Affenlight – rector van de universiteit - en diens dochter Pella. Laatstgenoemde is de meest duistere geest van het gezelschap. Na jaren van afwezigheid rolt ze het leven van haar vader binnen. Ze is het huis van de oudere man met wie ze als late tiener huwde, ontvlucht en wil opnieuw gaan studeren. Affenlight is een voormalige docent met een voorliefde voor Herman Melville. De schrijver van ‘Moby Dick’ bracht ooit een bezoek aan Westish en zijn standbeeld op de campus kijkt uit over Lake Michigan, het meer waar Melville in zijn nadagen op voer. Affenlight, een geroutineerde hetero die evenveel succes heeft met zijn lezingen over Melville als met zijn looks, ontdekt dat hij valt voor de homoseksuele Owen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Epische zwier&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je hoeft helemaal niets te hebben met honkbal om van deze roman te houden. In de Amerikaanse literatuur zijn er wel meer romans  waarin sporttaferelen verwijzen naar het Echte Leven. Denk maar aan ‘Laagland’ van Joseph O’Neill, waarin de cricketscènes iets vertelden over het migrantenleven in het New York na 11 september 2001. Harbach legt de nadruk op de traagheid en de schoonheid van het spel, een schoonheid die de personages ook buiten het veld najagen. Dit is een roman over grote dromen en over vriendschappen en liefdes tussen mannen:  het honkbalveld biedt de ideale locatie voor de verkenning van die thema’s. Harbach weet de maniakale, haast mystieke doelgerichtheid van topsporters erg goed te vatten: ‘Hij wilde dat zijn lichaam aanvoelde als een hol vat.’ ‘De kunst van het veldspel’ is ook een prachtige vader-dochterroman en een aangrijpend verhaal over een late, alles verterende liefde.           &lt;br /&gt;Qua structuur doet dit traag vertelde, verslavende boek bijna ouderwets aan. Harbach neemt zijn tijd en zet zijn pionnen met erg veel zelfvertrouwen op het veld. Uit zijn debuut spreekt een gevoel voor epische grandeur die heel veel moois belooft voor de toekomst van deze schrijver. Wie graag in een roman ‘woont’, zal dit boek aan het hart drukken. Je leert de personages goed kennen – van de kleur van hun bedsprei tot hun innerlijke roerselen. Harbach neemt zijn personages serieus, verkent ze met veel gevoel voor empathie. Zijn debuut doet denken aan ‘Vrijheid’ van de hedendaagse, onironische Franzen, hoewel Harbachs roman iets lichtvoetiger is. ‘De kunst van het veldspel’ herinnert ook aan Richard Russo, al zit die dan weer dichter in de buurt van het sentiment.  Op stilistisch vlak dienen zich adjectieven aan als ‘naadloos’ en ‘ongedwongen’, al blijf je wel haken aan prachtbeelden als dit:  ‘een worp waar je je wasgoed aan kon drogen, van begin tot eind op ooghoogte en met slechts een afwijking van één stap’. ‘De kunst van het veldspel’ staat vol verwijzingen naar andere boeken, niet zo verwonderlijk met literatuurstudenten en –docenten als personages. De passages uit Shakespeare, Melville, Whitman  doen heel natuurlijk aan en laten zien dat Harbach niet lukraak met citaten goochelt. Dit is een schrijver die erg goed weet waarmee hij bezig is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Chad Harbach – De kunst van het veldspel – vertaald door Joris Vermeulen – De Bezige Bij – Amsterdam – 528 blz. – Oorspronkelijke titel: The Art of Fielding.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-1753061491568587321?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1753061491568587321'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1753061491568587321'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2012/01/chad-harbach-de-kunst-van-het-veldspel.html' title='Chad Harbach - De kunst van het veldspel (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-e2hsrp9OE-U/TxVjHJRFs2I/AAAAAAAABJ0/jIOcqggGBUE/s72-c/8360_Harbach_veldspel.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7107550282074409346</id><published>2012-01-12T06:01:00.000-08:00</published><updated>2012-01-12T06:06:04.106-08:00</updated><title type='text'>T.C.Boyle - Na de barbarij (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-r9h9WmlkJvo/Tw7oXlaJMBI/AAAAAAAABJo/9W1jUsjbPuc/s1600/boyle.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-r9h9WmlkJvo/Tw7oXlaJMBI/AAAAAAAABJo/9W1jUsjbPuc/s200/boyle.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5696746070546657298" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Groene boodschap&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De planeet moet gered, ook door fictieschrijvers. Hoe schrijf je een eco-verhaal zonder te preken? T.C.Boyle doet een heel degelijke poging.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het scheelde niet veel of Alma Boyd Takesue uit ‘Na de barbarij’ was nooit geboren. Haar grootmoeder overleefde ternauwernood een schipbreuk en spoelde aan op een verlaten stuk van de Channel Islands, in Californië. Met veel zin voor epische dramatiek beschrijft T.C. Boyle haar angst voor haaien, haar tot bloedens toe gebarsten lippen. Kleindochter Alma is een biologe die de Channel Islands wil beschermen tegen uitheemse indringers, met name ratten en wilde zwijnen. Ze hanteert een rationeel kompas in het leven en walgt van de sentimentele hysterie van radicale milieuactivisten die het woord ‘rattengenocide’ in de mond nemen.      &lt;br /&gt;Haar nemesis is Dave LaJoy, een milieuactivist met geld. Wanneer hij niet op nachtelijke sabotagemissie is, verkoopt hij peperdure geluidssystemen aan gefortuneerde klanten. Hij houdt van regen want dan krijgen zijn dreadlocks ‘meer body’ ; zwervers vindt hij lamballen omdat ze de aandacht afleiden van echte slachtoffers – ratten dus.        &lt;br /&gt;Geen van beide personages is bepaald sympathiek, al verzeilt Boyle met LaJoy af en toe in de karikaturale zone. De extremist-met-tunnelvisie is een personage met Dickensiaanse dimensies, een slechterik van wie je weet dat hij uiteindelijk zijn verdiende loon krijgt. Toch is ‘Na de barbarij’ meeslepend en, tot op drie vierden, geloofwaardig. Daarna neemt de plot wendingen die te dramatisch zijn naar moderne Europese smaak.       &lt;br /&gt;Romans met een boodschap – in dit geval een groene  – zijn dikwijls te pamfletair. Gelukkig is geen van de personages een heilige, wat helpt tegen prekerigheid. Vooral Alma heeft een fascinerende geest. Haar identiteit valt bijna volledig samen met haar werk en Boyle weet goed over te brengen hoe dat komt. De schrijver wisselt de Alma- en LaJoy-hoofdstukken af en meestal zit je dicht op de oververhitte hoofden van dit duo. Af en toe zoemt de camera uit voor wat je haast een biologieles zou kunnen noemen. Deze interludes waarin een erudiete alwetende verteller het estafettestokje overneemt, doen 19de-eeuws aan en misstaan niet in deze roman met Dickensiaanse trekjes. Toch gaat Boyle wel eens te ver met zijn wetenschappelijke analyses. Vooral aan het eind staan de plotwendingen duidelijk in functie van het ethische debat. Zo koppelt Boyle de zwangerschap van een personage aan de vraag naar de overbevolking van de aarde. ‘Na de barbarij’ is een roman over territoriumdrift, zowel bij dieren als mensen. De personages lopen elkaar voor de voeten, botsen tegen elkaar aan in kleine kantoren of ongeluchte kajuiten. De sfeer is gejaagd, koortsig.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Minder CO2&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Stilistisch is Boyle een man van het zwierige gebaar. Hij schrijft lange, barokke zinnen, geen beeld is hem te plastisch. Over Alma’s grootmoeder schrijft hij dat ‘de dorst (…) in haar klappert als bamboe in een woestijnwind’ ; over het kapsel van een journaliste klinkt het ‘ (ze had) touwachtig, roodgeverfd haar dat als drijfvuil in haar gezicht slaat’. Qua opbouw had dit boek wel wat variatie kunnen gebruiken. Boyle schrijft lange hoofdstukken die mooi traag op gang komen om vervolgens telkens te eindigen met een dramatische gebeurtenis.        &lt;br /&gt;Ondanks al deze kanttekeningen is ‘Na de barbarij’ boeiend en spannend van begin tot eind en dat ligt vooral aan Alma. Ook de historische hoofdstukken over de Channel Islands – het mooiste speelt in een gezin van schapenkwekers – zijn beeldend geschreven. Boyle heeft gevoel voor humor, wat niet enkel blijkt uit ‘Na de barbarij’ maar ook uit ‘The Siskiyou, July 1989’, een kortverhaal dat de man schreef voor een anthologie met ecologisch getinte vertellingen. Alle opbrengsten van ‘I’m With the Bears’ gaan naar 350.org, een organisatie die werkt aan de vermindering van de CO2-uitstoot. Lydia Millets ‘Zoogoing’ voert een vrijgezel op die ’s nachts zoodieren bevrijdt. De boodschap ligt er niet vingerdik op en Millets metafoor – de vrijgezel als losgeslagen, wild dier – werkt goed. Van Helen Simpson is er een knap dystopisch verhaal in dagboekvorm, van Toby Litt een vertelling over een krankzinnig regeringsinitiatief. Om de CO2-uitstoot te verminderen speelt Londen de Blitz van 1940 na. Energiezuinigheid verzekerd. Ook David Mitchell brengt een intrigerend verhaal over bejaarden die verplicht een gifpil moeten slikken om de wereld ‘te ontlasten’. Niet alle bijdragen zijn even sterk, jammer genoeg. Margaret Atwood preekt en de bijdragen van Paolo Bacigalupi en Wu Ming 1 begeesteren niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;T.C.Boyle – Na de barbarij – vertaald door Gerda Baardman, Tjadine Stheeman en Onno Voorhoeve - Anthos – 381 blz. – Oorspronkelijke titel: When the Killing’s Done.&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Mark Martin (red.) – I’m With the Bears – Short Stories From a Damaged Planet – Verso – 196 blz.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7107550282074409346?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7107550282074409346'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7107550282074409346'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2012/01/groene-boodschap-de-planeet-moet-gered.html' title='T.C.Boyle - Na de barbarij (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-r9h9WmlkJvo/Tw7oXlaJMBI/AAAAAAAABJo/9W1jUsjbPuc/s72-c/boyle.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7129274463089013604</id><published>2012-01-12T05:56:00.000-08:00</published><updated>2012-01-12T06:06:44.399-08:00</updated><title type='text'>Jeffrey Eugenides interview (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-JTt02Nhzyp4/Tw7npdHT2JI/AAAAAAAABJc/dicYdM2O3mk/s1600/jeffrey-eugenides.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-JTt02Nhzyp4/Tw7npdHT2JI/AAAAAAAABJc/dicYdM2O3mk/s200/jeffrey-eugenides.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5696745278046197906" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;‘Ik neem de liefde ernstig’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de 19de-eeuwse romans  van George Eliot en Jane Austen draaide alles om de zoektocht naar een geschikte partij. Hoe zit dat bij moderne personages? Dat is één van de vragen die Jeffrey Eugenides zich stelt in ‘Huwelijk’. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Is het verlegenheid, behoedzaamheid of is hij afgeleid omdat er nog iets geregeld moet worden voor zijn terugreis de volgende dag? Wat er ook van zij, de Jeffrey Eugenides die bij ons aan tafel schuift, is kort van stof en heeft iets onwennigs.          In 2003 was er ‘Middlesex’, de met de Pulitzer Prize bekroonde tweede roman van de schrijver van ‘De zelfmoord van de meisjes’. Daarna volgden acht jaar van stilte, tot enkele maanden geleden ‘Huwelijk’ verscheen. Madeleine Hanna, de heldin van ‘Huwelijk’ is een literatuurstudente aan Brown die veel meer houdt van Victoriaanse schrijvers dan van de deconstructivisten die in 1982 in de mode zijn. Madeleine verdiept zich in Derrida en Barthes die de romantische liefde afdeden als een verzinsel. ’Mijn boeken beginnen met een persoon die een probleem heeft. Madeleine wordt verliefd op hetzelfde moment dat ze de Franse theoretici leest die de romantische liefde deconstrueren,’vertelt Eugenides. Net als in de romans van Jane Austen heeft de heldin meer dan één aanbidder. Ze begint een relatie met de manisch-depressieve Leonard, een briljante biologiestudent. Haar andere aanbidder is Mitchell, die zich verdiept in religieuze vragen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wou u het genre van de roman waarin alles draait rond een geslaagd huwelijk nieuw leven inblazen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik wist wel dat het niet langer mogelijk is om op dezelfde manier te schrijven als Jane Austen. Dat wou ik ook niet. Ik vroeg me af welke facetten van ‘de huwelijksplot’ nog golden in onze tijd en welke niet. Een bemiddelde partij strikken speelt in veel huwelijken nog steeds een rol. Denk maar aan de New Yorkse vrouwen die een rijke bankier aan de haak willen slaan. Ik ontdekte dat romans als ‘Trots en vooroordeel’ en de tv-adaptaties van die romans een grote rol spelen in ons hoofd. Doordat we die verhalen zo goed kennen, koesteren we grote verwachtingen omtrent de romantische liefde. Daarover gaat dit boek, over de manier waarop wat we lezen onze levens beïnvloedt. Dat is ook de reden waarom het verhaal zich afspeelt onder studenten. Voor velen zijn de studentenjaren ‘leesjaren’. Als mens ben je nog ongevormd. Je ontdekt jezelf en vaak leer je ‘de sleutelromans’ kennen die je je de rest van je leven herinnert. Je ontdekt hoe wonderbaarlijk literatuur kan zijn, hoe gevaarlijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De drie studenten in de roman zijn heel bevlogen. Ze studeren niet enkel om een diploma te halen. Haalde u inspiratie uit de tijd dat u aan Brown studeerde?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Net als Madeleine, Mitchell en Leonard maakten mijn vrienden en ik ons geen zorgen om onze cijfers. Dat was enkel belangrijk als je dokter wou worden. Onze studies waren van levensbelang voor ons. We wilden echt iets te weten komen over de wereld. Toen ik aan Brown zat, kwam de semiotiek net overgewaaid vanuit Europa. Sommige professoren vonden het niets, anderen ‘bekeerden’ zich al snel. Ik herinner me het klimaat nog erg goed, de manier waarop mensen ‘overliepen’ naar de semiotiek, de moeilijke terminologie begonnen te gebruiken, ook al begrepen ze er wellicht weinig van. Net als Madeleine merkte ik dat velen Derrida lazen en net als zij was ik heel nieuwsgierig. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het begin van de roman beschrijft u Madeleines boekenkast. Heeft u dezelfde smaak als haar?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niet echt, zij houdt meer van 19de-eeuwse romans dan ik. Ik was als student helemaal in de ban van het modernisme, James Joyce vooral. Ik was dan ook veel meer klaar voor semiotiek dan Madeleine. Negentiende-eeuwse romans zeiden me niet zoveel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En toch haalt u het gedachtegoed van het deconstructivisme gedeeltelijk onderuit. De roman is eigenlijk een deconstructie van de deconstructie van de liefde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja, dat klopt, of een reconstructie van de liefde. Ik neem de liefde heel ernstig in dit boek. Ik weet nog goed hoe belangrijk het is, hoe wereldschokkend, om voor het eerst verliefd te zijn, net als voor de drie personages in het boek. Ik neem Madeleine heel serieus. Wanneer ik een personage schep, denk ik aan iedereen die ik ooit heb ontmoet en die een beetje op mijn personage lijkt. Ik haal overal snippers vandaan om een personage te creëren. Ik stop ook in elk personage veel van mijn gedachten en gevoelens. Ik dacht helemaal niet aan 19de-eeuwse heldinnen, toen ik Madeleine verzon, veeleer aan de liefjes die ik had op de universiteit. Haar specifieke omstandigheden zijn fictief. Ik wist al snel dat ze een manisch-depressieve vriend had, iemand die zowel slim als getormenteerd is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is bekend dat u niet graag praat over de autobiografische details in uw werk. Waarom niet?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vind vragen over het autobiografische gehalte van een boek weinig zinvol. Je schrijft namelijk romans omdat je net weg wil van je kleine leven. Natuurlijk gebruik je elementen uit je leven, maar de plot zelf is in mijn geval altijd verzonnen. Enkel sommige details komen voort uit mijn leven. Zo had ik ooit een liefje die beter tenniste dan ik maar toch verloor ze steeds van mij omdat ze nerveus was. Dat detail gebruikte ik voor Madeleine.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De seksscènes in het boek zijn heel overtuigend omdat ze veel onthullen over de personages. Voelde u schaamte tijdens het schrijven ervan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb het altijd gênant gevonden om seksscènes te doen. Ook voor ‘Middlesex’ was dat een probleem. Voor dit boek moest ik echt voorbij mijn schaamtegrens. Ik focus me altijd op wat er in de geest van de personages gebeurt tijdens de seks. Ik vind seks namelijk net zozeer een cerebrale als een fysieke activiteit. Als je je als schrijver focust op de bewegingen van lichamen, krijg je al snel pornografie. Zoem je in op gevoelens en gedachten, dan krijg je een interessantere scène. In dit boek zit veel slechte seks, wat allicht makkelijker is om te beschrijven dan fijne seks.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mitchell trekt na zijn opleiding op spirituele queeste naar India. Bent u religieus?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn opvoeding was niet religieus. Ik had een heel religieuze fase toen ik een prille twintiger was. Pas toen ik ging studeren en Milton en Shakespeare las, begon ik me te verdiepen in religie. Ik gebruikte mijn herinneringen aan die tijd voor Mitchell. Net als hem ging ik naar India, was ik een vrijwilliger voor Moeder Theresa. Ik las veel over religie, bezocht  kerken. Mitchell was een moeilijk personage. Ik wou hem niet belachelijk maken of voorstellen als een fundamentalist. Hij is zowel gepassioneerd als sceptisch, hij heeft twijfels. Het was een moeilijke balans. Met een personage als Mitchell is het risico op een karikatuur groot. Deze dagen schrijven maar weinig romanciers over spirituele vragen, dat was vroeger wel anders. Ik vind die verschuiving vreemd want vragen over zingeving en religie zijn van alle tijden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De gebeurtenissen in ‘Huwelijk’ zijn minder excentriek dan die in uw eerste twee romans. Was dat een bewuste keuze?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De eerste twee romans hadden inderdaad een meer buitengewone plot. Ik weet niet echt hoe dat komt. Nadat ik een roman af heb, vloeit het volgende boek daar automatisch uit voort. Elk boek leert me iets. Elke keer wil ik iets nieuws uitproberen. Tijdens ‘Middlesex’ leerde ik veel over personages. Vervolgens wou ik een roman schrijven waarin de personages centraal staan, niet het experiment of de taal. Ik wou diep in hun geest graven, hun gevoelens en gedachten van moment tot moment beschrijven. ‘Huwelijk’ is echt een boek van personages. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een van de universiteitsscènes gaat het over de vraag hoe een auteur nog origineel uit de hoek kan komen, gezien er al zoveel is geschreven. Is dat een vraag die u bezighoudt?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die vraag heeft te maken met een debat dat ik al jaren voer in mijn hoofd: komen boeken voort uit andere boeken of komen ze voort uit het echte leven? Ik denk dat ik tussen de twee in zit. Oudere romans hebben mijn werk beïnvloed, maar boeken gaan ook over het echte leven. Als je wil schrijven, moet je veel romans gelezen hebben. Toch is dat niet voldoende. Je roman zal nooit origineel zijn, tenzij je er elementen uit je eigen leven in stopt, een ervaring waarover nog niet eerder werd geschreven. Semiotici zeggen dat we moeten ophouden met vragen te stellen als ‘Waarover gaat het boek?’. Volgens hen gaat elk boek over andere boeken. Mijn verhalen gaan zowel over  literatuur als over het echte leven. Neem nu bijvoorbeeld ‘Middlesex’. Dat werk bevat al het DNA van ‘De Roman’. In het begin van dat boek gebruik ik een epische verteltechniek en geleidelijk aan ga ik over naar de traditie van het psychologisch realisme. ‘Middlesex’ heeft postmoderne elementen, net als ‘De zelfmoord van de meisjes’. In dat laatste boek gebruik ik een wij-verteller, wat ongebruikelijk is. Toch is het boek verhalend. Je kan het gewoon lezen als een droevig suburb verhaal.Ik hou zelf van romans die je meenemen, die je opzuigen. Ik heb helemaal niets tegen een goede plot. Velen zeggen overigens dat ‘Huwelijk’ mijn meest traditionele of verhalende boek is. Dat kan kloppen, hoewel sommige fragmenten tot het meest experimentele behoren wat ik ooit schreef, met name de stukken over Leonards manische episodes. Een geest die oververhit geraakt en uit elkaar valt, is moeilijk te beschrijven. Als je het bewustzijn van een dergelijk personage grondig wil verkennen, zal je altijd een beroep moeten doen op bepaalde experimentele verteltechnieken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U doet meestal een hele tijd over een boek. Ik kan me voorstellen dat een mens verandert in acht jaar. Stelt u oorspronkelijke ideeën dan bij?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aanvankelijk werkte ik aan een andere roman , die ik uiteindelijk weggooide. Dat boek had wel dezelfde personages. Ik haalde ze eruit en kende ze dus al goed, toen ik aan ‘Huwelijk’ begon. Eenmaal ik vertrokken ben, is het voor mij makkelijk om vast te houden aan mijn oorspronkelijke plan. Ik schrijf wel vaker dingen die ik niet afmaak of die vastlopen. Daarom duurt het schrijfproces bij mij zo lang. Ik vind niet dat ik om de twee jaar een boek moet uitbrengen, omdat dit zo hoort. &lt;br /&gt;In ‘Huwelijk’ staan veel verwijzingen naar ‘vergeten’ titels, zoals de werken van Roland Barthes, de kleppers van Mrs Gaskell. Hoopt u dat lezers ze zullen oppikken?&lt;br /&gt;Mrs Gaskell heb ik zelf niet eens gelezen. Barthes is mijn favoriete semioticus. Zijn ‘De taal der verliefden’ is echt de moeite, het leest als een dagboek. Grappig genoeg verkoopt het erg goed momenteel in de V.S. dankzij ‘Huwelijk’ .’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Heeft u al plannen voor de komende jaren?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik denk niet dat het zo lang zal duren voor ik weer iets publiceer want ik ben zo goed als klaar met een collectie van kortverhalen. Het wordt een selectie uit alle verhalen die ik schreef van mijn jeugd tot nu.&lt;br /&gt;Jeffrey Eugenides – Huwelijk – Prometheus – 400 blz. – 29.95 €.&lt;br /&gt;Bio:&lt;br /&gt;Jeffrey Eugenides (°1960) werd geboren in Detroit in een Iers-Grieks gezin. Net als Madeleine Hanna in ‘Huwelijk’  ging hij naar Brown University. Zijn eerste roman, ‘De zelfmoord van de meisjes’,  werd verfilmd door Sofia Coppola. Eugenides won The Pulitzer Prize voor ‘Middlesex’, een roman met epische allures over thema’s als nature en nurture, gender en de vervulling van de Amerikaanse droom. ‘Middlesex’ speelt gedeeltelijk in Berlijn, waar Eugenides enkele jaren woonde. Tegenwoordig doceert Eugenides creatief schrijven aan de universiteit van Princeton. Hij is ook de redacteur van ‘My Mistress’s Sparrow is Dead’, een bundel met liefdesverhalen. Momenteel legt Eugenides de laatste hand aan een eigen verhalenbundel. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7129274463089013604?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7129274463089013604'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7129274463089013604'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2012/01/ik-neem-de-liefde-ernstig-in-de-19de.html' title='Jeffrey Eugenides interview (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-JTt02Nhzyp4/Tw7npdHT2JI/AAAAAAAABJc/dicYdM2O3mk/s72-c/jeffrey-eugenides.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-268693097378785851</id><published>2011-12-22T00:32:00.000-08:00</published><updated>2011-12-22T00:38:31.588-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Culinair'/><title type='text'>Interview Peter De Clercq (Bouillon!)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-hZp8oUWIfiU/TvLsdWJvW5I/AAAAAAAABJQ/Nv4t2G20ydU/s1600/de%2Bclercq.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 150px; height: 196px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-hZp8oUWIfiU/TvLsdWJvW5I/AAAAAAAABJQ/Nv4t2G20ydU/s200/de%2Bclercq.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5688869268229151634" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Winterbarbecues zijn spannend&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Oost-Vlaamse kok Peter De Clercq is bezeten van vuur. In zijn restaurant Elckerlijc ontdek je dat barbecuen en grillen ook met verrassende ingrediënten kan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tekst: Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kookboeken, tv-programma’s en een eigen restaurant: Peter De Clercq is een drukbezet man. In 2003 werd hij wereldkampioen barbecue, een titel die hem geen windeieren legde. Zelfs vanuit China komen ze hem vragen om advies: ‘Shangai TV was hier vorige zomer met een delegatie. In China begint men nu ook te barbecuen, maar ze hebben er nog geen kookprogramma’s. Dus waarschijnlijk kom ik binnenkort op Shangai TV.’          &lt;br /&gt;Woorden van lof in de New York Times, buitenlandse werkcontacten: De Clercq rekt zijn wereld op. Nochtans begon het ooit allemaal heel klein. De kok kreeg de eetmicrobe al snel te pakken, nadat hij de basisschool had afgerond. Toen hielp hij tijdens weekends en vakanties bij familieleden die een slagerij hadden in Knokke. De zaak organiseerde ook barbecues en zo is De Clercqs liefde voor vuur en vlammen ontstaan. Aan de voedingsschool Ter Groene Poorte in Brugge volgde hij een opleiding tot slager, daarna tot kok.        &lt;br /&gt;‘Ik leerde mijn vrouw kennen, toen ik zeventien was. Ja, ik was er vroeg bij,’ lacht De Clercq. ‘De familie van mijn vrouw runde een slachthuis, dus ook zij kreeg die passie voor eten mee als kind . Toen we vier jaar verkering hadden, riep haar vader me bij zich. Dat was hier in het restaurant, het vroege ouderlijke huis van mijn vrouw. Ik herinner me nog dat haar vader een groot stuk rosbief stond te roosteren op de open haard. “Ook al zo bezeten door vuur?“ vroeg ik. Mijn toekomstige schoonvader stelde die dag voor om niet langer op locatie te barbecuen, maar in het ouderlijke huis.’  &lt;br /&gt;Het barbecueteam zette een keuken neer in de dubbele garage, bouwde een open haard en zo ging het barbecueverhaal van start. Tijdens de jaren 1990 was het restaurant enkel in het weekend open en kon je er scampi en côte à l’os op de grill krijgen. ‘Na een tijdje openden we drie dagen per week, dan vier en zo ging het steeds een stapje verder. Ook in de begindagen heette de zaak al Elckerlijc. Mijn vrouw heeft die naam bedacht. Ze had op school ‘Reynaert de Vos’ en ‘Elckerlijc’ gelezen. Het idee dat het restaurant voor iedereen - voor elke mens - zou openstaan vonden we mooi.’ Tot 1996 was Elckerlijc een familiezaak. Daarna kochten De Clercq en zijn vrouw het restaurant over, al blijft bijvoorbeeld De Clercqs schoonbroer werken aan de bar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Memorabele broccoli&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor zijn eerste memorabele eetervaring moeten we ruim dertig jaar terug. De Clercqs ouders baatten een café uit en het gezin had de gewoonte om op sluitingsavond  te gaan eten in Oud Sluis, dat toen nog uitgebaat werd door de vader van Sergio Herman: ‘We aten altijd steak stroganoff, van die dikke chateaubriands. Daar heb ik toen, ruim 30 jaar geleden, voor het eerst broccoli gegeten. Dat vond ik bijzonder.’           &lt;br /&gt;De Clercq leerde al experimenterend, er zijn nu eenmaal geen barbecuescholen. ‘Ik heb me ontwikkeld door elke dag te oefenen. Veel van wat je uitprobeert mislukt maar door toeval ontdek je ook veel moois. Gooi je grove vuurkruiden in de vlammen of een wijnrank, dan krijg je prachtige aroma’s. Vroeger gooiden mensen enkel Provençaalse kruiden op de barbecue maar er zijn zoveel andere mogelijkheden. Olijfpitten, die ik de eerste keer onnadenkend in het vuur smeet, geven een bijzondere smaakaccent. Nu ben ik aan het experimenteren met schelpen van amandelnoten en kersenpitten of ik bereid een côte à l’os boven Jack Daniels-houtschilfers. Vroeger kreeg ik veel sceptische reacties op die vuurkruiden. Nu is dat veranderd, klanten merken dat een saus niet altijd een must is. We doen sowieso nooit veel saus op het bord, zeker niet bij de algemene kaart. Bij de filet pur of de cote à l’os serveren we de saus altijd apart. De tweede keer bestellen mensen geen saus meer want ze ontdekken dat er veel smaak in het vlees zelf zit.’      &lt;br /&gt;De Clercq pent sinds 1999 al zijn kruidenmengsels en ideeën neer. ‘Toen ik “Eigentijds barbecuen” uitbracht, waren er nog geen boeken over dat onderwerp in het Nederlands. Daarna begon alles te lopen als een trein. In 2001 trok een Belgisch team van barbecuers, onder leiding van De Clercq, naar Zuid-Afrika om er deel te nemen aan het wereldkampioenschap. ‘We bakten er toen niets van maar leerden veel bij. Iedereen kan deelnemen aan een WK. Ik heb een ander team gevormd en met vijf man hebben we een jaar lang getraind. In 2003, in Jamaïca, kreeg iedereen dezelfde opdracht. We moesten een red snapper, een stuk kip, varkensvlees, rundvlees, ribben en een dessert bereiden. Timing is belangrijk. Dien je je stuk kip één minuut te laat in, dan diskwalificeert de jury het team. De cuisson is natuurlijk ook elementair. Verder kijkt de jury naar kruiding en originaliteit.’&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;Koolrabi op het vuur&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor De Clercq is het duidelijk: je kan zowat alles op de barbecue leggen. De tijd van de gegrilde worsten is voor hem al heel lang voorbij. Naast het restaurant liggen een prachtige moestuin, een kruidentuin en een boomgaard. Terwijl we naar de groentetuin wandelen, heeft De Clercq het over zijn prioriteiten. Een Michelinster hoort daar niet bij. Gemoedelijkheid en een familiale sfeer zijn belangrijker voor hem: ‘De kinderen van onze eerste klanten komen nu zelf eten met hun kroost. Ik vind die gezellige, ongedwongen sfeer van Elckerlijc erg belangrijk.’      &lt;br /&gt;De barbecuechef werkt graag met verrassende producten, koolrabi, bijvoorbeeld, of witte kool en spitskool. Het zijn groenten die je niet meteen zou verwachten op een barbecuetoestel: ‘Nochtans kan je er prachtige dingen mee doen. De koolrabi leggen we in houtskool. Ze wordt zwart aan de buitenkant, wanneer je ze grilt. De schil haal je eraf en binnenin vind je een groente met een heel intense smaak. Mensen kunnen dat ook thuis doen, maar niemand denkt eraan om een kool een uur lang op de barbecue te gooien.’ In de moestuin staan biologisch gekweekte groenten: koolrabi, bieten, rammenas. ‘In het restaurant serveren we wat de tuin schaft. Als er ‘EF’ op de kaart staat, weten de klanten dat het product van onze Elckerlijc Farm afkomstig is.’    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Clercq is steeds bereid tot innovatie. Rustig afwachten is niet aan hem besteed: ‘Als ik naar het buitenland reis, hou ik mijn ogen goed open. In New York kwam ik in een restaurant waar ze enkel varkensvlees serveerden. Het zat er bomvol, en dat terwijl ik nog geen varkenskotelet aan de man kon brengen. Toen bleek dat het restaurant zijn eigen varkens kweekte, heb ik dat idee overgenomen. Een boer uit Nevele kweekt nu brasvarkens voor ons, een oud ras. Ze worden gevoerd met rijstepap, aardappelschillen, erwtpeulen en olijfolie. Hun vlees is vaster en heeft een Zuiderse toets. Mijn kippen laat ik dan weer kweken bij een teler in Boehoute.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Barbecue in elk seizoen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op het restaurantterras staan twee barbecues voor workshops en kooklessen. De Clercq deelt zijn kennis graag met anderen. Hij is niet te beroerd om toe te geven dat er in zijn eerste kookboeken technieken staan die hij niet langer zou gebruiken: ‘Een product 24 uur laten marineren, dat zou ik niet meer doen. Ik sta open voor verbeteringen. Misschien trek ik ooit, net als Ainsley Harriott, de wereld rond om alle barbecuetechnieken te leren kennen. Portugal, Thaïland, Argentinië en Zuid-Afrika hebben prachtige vuurtradities.’         &lt;br /&gt;Dat zijn dromen voor later. Voorlopig heeft hij de handen vol op het thuisfront:   &lt;br /&gt;‘ Doordat we seizoensgebonden koken vormt elke nieuwe week een uitdaging voor mij. We hebben een jong, geïnspireerd team. Mensen blijven graag voor lange tijd bij ons aan de slag. Mijn oudste dochter, die haar opleiding in Kokzijde volgt, draait al goed mee in zaak. Mijn tweede is zestien en wil patisserie studeren. Mijn zoon van zes, tenslotte, is nu al geobsedeerd door barbecue. Hij staat altijd op de eerste rij als ik iets demonstreer.’       Heeft De Clercq nog tips voor de thuiskok? ‘De kwaliteit van het product en van het materiaal is erg belangrijk. Veel barbecue-attributen zijn niet duurzaam. Een gratis tang bij een barbecueset is na zes maanden versleten. Veilige en gezond koken vind ik belangrijk en daarom ontwikkelde ik mijn eigen barbecuelijn. Verder moet je het voedsel insmeren met een degelijke grillolie en kan je, in plaats van houtskool, kokosbriketten gebruiken. Ze blijven vijf uur lang branden. Ik raad thuiskoks ook aan om dingen op voorhand te bereiden. Maak een Qbag met groenten, mosselen, witte wijn en kruiden. Leg die op de grill en door het venstertje zie je wanneer de mosselschelpen opengaan. Voor het dessert kan je een ananas injecteren met een muntmarinade. Leg hem op de grill en een uur later heb je een prachtresultaat. Verder wil ik ook benadrukken dat barbecuen niet enkel leuk is in de warme maanden, integendeel. Ik hou erg veel van winterbarbecues.’&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-268693097378785851?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/268693097378785851'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/268693097378785851'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/12/interview-peter-de-clercq-bouillon.html' title='Interview Peter De Clercq (Bouillon!)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-hZp8oUWIfiU/TvLsdWJvW5I/AAAAAAAABJQ/Nv4t2G20ydU/s72-c/de%2Bclercq.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-8009103875077501088</id><published>2011-12-16T06:20:00.000-08:00</published><updated>2011-12-16T06:24:22.828-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Jeanette Winterson interview (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-YXyFccim82k/TutUfFrsf_I/AAAAAAAABJE/DX6aFISQhOM/s1600/Jeanette%2BWinterson.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 167px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-YXyFccim82k/TutUfFrsf_I/AAAAAAAABJE/DX6aFISQhOM/s200/Jeanette%2BWinterson.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5686731847563509746" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Einde van een zoektocht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jeanette Winterson gaat in ‘Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn’ op zoek naar haar beide moeders. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze straalt en er zit licht in haar ogen. Jeanette Winterson laat thee aanrukken, nestelt zich in de sofa en praat vol energie en bevlogenheid over haar moeders – de biologische en de adoptiemoeder – en over haar schrijverschap. Ze komt meteen en zonder enige gêne tot de kern: ‘Dit boek kwam er nadat ik op het nippertje aan de dood ontsnapte. Dat ik overleefde, maakte dit boek mogelijk en omgekeerd maakten al mijn eerdere boeken het mogelijk dat ik nog leef. Ik zie mezelf als een creature of books: ik maak boeken en boeken maken mij.’ &lt;br /&gt;In februari 2008 zat Winterson zo diep dat ze probeerde om een einde aan haar leven te maken. Gelukkig zette ze haar plan niet door en ging ze schrijven over haar kinderjaren in een Noord-Engels adoptiegezin dat lid was van de Pinkstergemeente. Mevrouw Winterson, een afstandelijke vrouw die een revolver bewaarde in de stofdoekenla, vertelde aan Jeanette dat haar echte moeder dood was. Winterson begon dit boek te schrijven voor zichzelf:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ik heb een regel, die ik al mijn hele leven aanhoud: verkoop een boek niet voor het af is. Pas aan het einde wist ik dat ik het kon publiceren. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets schreef dat nooit verscheen. Mijn mislukte aanzetten gooi ik weg. Ik geloof niet in het archief.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Is dit een autobiografie?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik noem het een ‘experiment met ervaringen’. Dat zit dichter tegen de waarheid aan. Het boek beslaat niet mijn volledige leven, er zijn 25 ontbrekende jaren. Door het geen autobiografie te noemen kon ik een vrijere vorm gebruiken, ik hoefde geen rechte lijn te volgen. Waarom moeten we een begin, een midden en een einde hebben? Dat is toch nergens voor nodig? In veel autobiografieën staat een opeenstapeling van gebeurtenissen. Ik wou enkel het relevante brengen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U verzet zich tegen de verwachtingen van het literaire establishment dat van vrouwen huiselijke, intieme verhaaltjes verwacht en van mannen grootschalige romans vol politiek en filosofie. Toch hebben al uw romans een autobiografische grondlaag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk hebben ze dat autobiografische aspect, net als boeken van mannelijke auteurs. Alleen kijken critici er anders tegen aan wanneer vrouwen vanuit het autobiografische schrijven. Als mannen zichzelf onthullen in hun werk is dat moedig en teder. Doet een vrouw dit, dan is het een bekentenis, kleinschalig gewriemel. Critici zijn zich vaak niet eens bewust van die seksistische vooroordelen.  Had Martin Amis 25 jaar weggelaten, dan zou dat bestempeld worden als ‘een moedige zet’. Als ik het doe, ben ik irritant. Ik heb erg mooie kritieken gekregen voor Waarom gelukkig zijn en toch ergert het me dat critici het vormelijke experiment dat ik aanga, negeren. Van vrouwen nemen ze zoiets minder serieus.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waarom noemt u uw adoptiemoeder mevrouw Winterson?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zie haar als een personage, net zoals de andere spelers in het verhaal. Was ze mijn moeder? Ja en nee. Ze was nooit  zeker van de rol die ze speelde. In normale ouder-kindrelaties stelt het kind de ouder niet in vraag. Ik deed dat wel. Ik voelde een afstand, een kilte. Als kind zag ik haar als een gigantische reus. Nu besef ik hoe klein ze was, hoe onzeker. We woonden in een piepklein huis, waar we dicht op elkaar leefden. Er was geen ruimte, al wisten we dat dit een tijdelijk ongemak was. De Apocalyps was nakend en zou ons deel laten uitmaken van een ontzagwekkend landschap. Ik leefde binnen een context die erg fragiel en veranderlijk was. Dat heeft mijn beeld van wat een thuis is enorm beïnvloed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Had u iets gemeen met mevrouw Winterson?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nee, we hadden geen gemeenschappelijke interesses. Dat is natuurlijk vaker het geval tussen ouders en kinderen. Als tiener ging ik het huis uit en ik ben niet teruggekeerd. Soms gaan oudere kinderen hun ouders in een ander daglicht zien. Dat is bij ons niet gebeurd. Mijn moeder is gestorven toen ik 29 was. Ik was er op dat moment niet klaar voor om me met haar te verzoenen.  Met mijn vader heb ik wel tijd gehad aan het einde van zijn leven en dat was mooi. Heb ik er spijt van dat ik mijn adoptiemoeder nooit heb teruggezien? Ik vind het niet zinvol om die vraag te stellen. Je kan maar beter geen spijt hebben over de dingen die je toch niet kan veranderen. Mensen zitten te vaak te dubben over dingen die fout liepen maar waar ze geen controle over hebben. Tijdverlies, vind ik. Jung zei ooit dat menselijk leed onvermijdbaar is. De vraag is of je op een eerlijke of oneerlijke manier lijdt. Ik kan ervan meespreken, want ik ben de confrontatie met mijn leed ook jarenlang uit de weg gegaan. Al mijn boeken gaan in wezen over de zoektocht naar mijn echte moeder, al besefte ik dat pas onlangs. Zelfs de romantische verhalen die ik schreef, gaan in wezen over moeder en kind. Ik vind het verbijsterend dat ik nu pas doorheb waar ik mee bezig was al die tijd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De straffen die u kreeg waren zwaar: uren in het kolenhok of een nacht op de stoep in de kou. Dit lijken haast locaties uit gruwelijke sprookjes. Welke rol spelen de plekken van vroeger in uw werk?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb veel geschreven over donkere, ruwe landschappen en dat verbind ik met mijn jeugd, toen ik hele dagen rondzwierf in de Pennines, de ruige bergketen die door Noord-Engeland loopt. De dorpen en steden in het Noorden hadden nog iets negentiende-eeuws, toen ik een kind was. Ik heb altijd gehouden van sprookjes en vond het hoopgevend om te lezen hoe het hoofdpersonage het opnam tegen de leugenachtige heks of de boze stiefmoeder. Ik heb het geluk dat ik er altijd in geslaagd ben om mijn leven in mythische dimensies te zien. Dankzij de verhalen die ik las, wist ik dat ontsnapping mogelijk was. Als ik dat niet had geweten, zou ik niet gehaald hebben. Ik kan geen boek van Stephen King lezen omdat ik letterlijk misselijk word van verhalen waarin iemand op onherroepelijke wijze vast zit. Ik vind dat het meest beangstigende wat er is. In mijn hoofd ben ik er altijd in geslaagd om te reizen naar plekken waar ik vrij kan zijn en dat heeft me gered.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Ondanks al haar tekortkomingen oefende mevrouw Winterson wel een artistieke invloed uit. De slagzinnen die in uw romans opduiken, gaan terug op de aforismen die zij op de keukenkasten plakte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze heeft uiteraard sporen nagelaten in mijn leven. Ze las mij verhalen voor, vooral Bijbelverhalen. We woonden in een huis dat vol zat met woorden, al waren er maar zes boeken. Overal waar je keek, zag je spreuken. Mijn moeder was niet dom. Ze had iets theatraals wanneer ze voorlas. Weet je, ik vind het niet erg dat ik in een context opgroeide die ongezellig was. Die weerstand, die ruwheid heeft me geholpen. Ik vind weerstand erg productief en veel mensen zouden gebaat zijn met wat meer weerstand in het leven. Ik steiger dan ook wanneer ik in recensies lees dat mijn adoptieouders me mishandelden. Ze stopten me in het kolenhok, lieten me ’s nachts buiten slapen, mijn moeder had een revolver bij zich. Toch zie ik dat niet als mishandeling. Het voelde niet als dusdanig. Ik had een ontsnappingsroute in mijn hoofd. Op sommige nachten zat ik uren buiten naar de sterren te kijken, ik vond dat niet erg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Heeft u ook als schrijver weerstand nodig?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ieder mens heeft weerstand nodig omdat hij een probleemoplossend wezen is. Hoe minder uitdagingen, hoe vervelender het leven wordt. Neem je die weerstand weg, dan wordt een mens depressief. Ik geloof niet dat je gek of doodongelukkig moet zijn om je creatief te uiten. Dat is een hoop nonsens.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Heeft dit boek iets veranderd aan de manier waarop u mevrouw Winterson ziet?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zeker en ik hoop dat het boek dit laat zien. Ze was een monster en toch heb je sympathie voor haar. Het boek is geen wraakoefening, ik geef haar een stem. Ik laat zien dat ze bepaalde verlangens had en vind het jammer dat ze die niet kon verwezenlijken. Vrouwen zoals zij die tijdens de Tweede Oorlog een job hadden en tijdens de jaren 1950 naar de haard vlogen, zagen af. Het is geen toeval dat valium in 1962 werd uitgevonden, na een decennium van pure ellende. In 1968 kregen vrouwen dan de pil als bonus. Ziedaar de geboorte van de ‘chemische vrouw’! Wat vrouwen echt nodig hadden, was een leven buitenshuis. Dat gebrek aan keuzes speelde mevrouw Winterson parten. Toch denk ik dat ze stiekem wel een uitweg had. Alleen zag ze die niet. Ik was haar uitweg. Het mirakel waar ze zat op te wachten, bevond zich vlak naast haar. Ook dat is een gegeven uit sprookjes: je dient de vuile lamp schoon te wrijven voor je haar magisch potentieel ziet. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat dacht u toen u ontdekte dat mevrouw Winterson een jongen verwachtte in plaats van een meisje?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat was een van de krankzinnigste momenten van de hele zoektocht naar mijn wortels. Daar had je mevrouw Winterson met al haar jongenskleren en toen kwam ik. Ze kleedde me als een jongen. Volgens mij vond ze het vreselijk dat ik een meisje was. Gelukkig heb ik nooit moeite gehad met mijn lichaam, ik ben altijd blij geweest met mijn fysiek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe verliep de zoektocht naar uw biologische moeder?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik wilde het verhaal van mijn oorsprong kennen, het raadsel oplossen. Mevrouw Winterson had altijd gezegd dat mijn biologische moeder dood was, wat niet klopte. Het duurde meer dan een jaar om haar te vinden. Soms gebeurde er wekenlang niets, dan was er een doorbraak. Toen ik merkte dat mijn biologische moeder nog leefde, was dat een enorme verrassing. Zij heeft herinneringen aan mij, ik niet aan haar. Ze vertelde me dat ze elke dag aan me gedacht heeft en ik geloof dat. Voor haar was het een grote opluchting dat ik iets met mijn leven heb gedaan. Ik wil geen deel uitmaken van haar familieleven, ik kan het niet. Ik vind mezelf daarom niet kil of onnatuurlijk. We hebben elk onze eigen levens. Ik zie haar soms, al bezorgde ze me geen kant-en-klare familie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het gegeven van de zoektocht speelt in al uw romans een prominente rol. Nu uw eigen zoektocht erop zit, is het denkbaar dat dit artistieke gevolgen zal hebben, niet?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat weet ik echt niet. De laatste zin van het boek is ‘Ik weet niet wat er hierna gebeurt’ en dat meen ik ook. Het boek is af sinds maart en nu is het december en ik voel me nog steeds zo. Ik heb geen idee wat ik nu zal schrijven.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Bent u even alleen als uw personages?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn personages zijn inderdaad op zichzelf op een heel fundamentele manier. Erfelijke factoren, de druk van de voorouders kunnen een mens verkrampen. Daar heb ik geen last van. Ik voel me vrij, misschien wel te vrij van alles wat ruikt naar een familieleven. Ik weet dat ik het familieleven niet begrijp, echt niet. De meeste mensen weten hoe ze moeten reageren op familiesituaties, het gaat vanzelf. Bij mij is dat niet zo. Ik moet af en toe de knop manueel aanzetten. Ik ‘lees’ situaties niet altijd juist, maar ik besef het wel. Ik heb twee metekinderen met wie ik een excentrieke band heb. Ik heb ze altijd als volwaardige individuen behandeld, niet als kinderen. Ze begrijpen goed dat ik anders ben dan hun moeder.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Jeanette Winterson – Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? – vertaald door Maarten Polman - Contact – 286 blz. – Oorspronkelijke titel: Why Be Happy When You Could Be Normal?&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-8009103875077501088?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8009103875077501088'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8009103875077501088'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/12/jeanette-winterson-interview-de.html' title='Jeanette Winterson interview (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-YXyFccim82k/TutUfFrsf_I/AAAAAAAABJE/DX6aFISQhOM/s72-c/Jeanette%2BWinterson.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-6148047961742291206</id><published>2011-12-08T06:51:00.000-08:00</published><updated>2011-12-08T06:52:55.741-08:00</updated><title type='text'>Julia Blackburn 'Smalle paden'  (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-XQNt3g4YYLQ/TuDPPZjMCMI/AAAAAAAABI4/o2cy3xB1kzM/s1600/371.JPG"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 132px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-XQNt3g4YYLQ/TuDPPZjMCMI/AAAAAAAABI4/o2cy3xB1kzM/s200/371.JPG" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5683770593205029058" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de eerste bladzijde van deze eigenzinnige (auto)biografie heeft Julia Blackburn het over de Baai van Lerici, ‘waar Shelleys lichaam ooit zo terloops aanspoelde op het bleke strand’. Het is één van de weinige literaire verwijzingen in dit boek dat iets weg heeft van een reisverhaal, een sprokkelschrift, een meditatieoefening, zonder dat het ooit zweverig wordt of sentimenteel-nostalgisch. Toen Blackburn en haar partner ‘fissi’ werden – vaste bewoners – begon de schrijfster zich te verdiepen in het landschap, de grond, de dieren en planten, de levens van de dorpelingen. Dit is geen gestoffeerd non-fictieboek met voetnoten. De meeste citaten komen uit de monden van kleine mensen. Blackburn schrijft over de vleermuizen die een nest maken in een gat in de muur, over de bloemen die bloeien in de voorzomer, over de in krantenpapier gewikkelde rode ui die een bewoner haar schenkt, wanneer hij op bezoek komt. Haar stijl is helder, simpel, precies. Hoewel een groot deel van het boek niet over Blackburn gaat maar over oude Italianen, is dit een hoogst persoonlijk werkstuk. Je voelt op elke bladzijde Blackburns betrokkenheid, ook wanneer ze het heeft over de gedragingen van een insect. ‘Smalle paden’ is een boek over tijd en landschap, over het ritme van trage levens. Onthaastingsboeken zijn veelal simplistisch of sloganesk. Blackburns proza is uitnodigend op een ongedwongen manier. Ze doet geen aanbevelingen, geeft geen tips. Als biografe weet ze haar camera net dicht genoeg te brengen, zonder dat ze een voyeur wordt. In sommige fragmenten ben je als lezer getuige van de werking van Blackburns associatieve, speelse geest. Tijdens het interview bekende Blackburn dat ze graag een autobiografie zou schrijven aan de hand van de objecten die haar dierbaar zijn. Het project zou haar ongetwijfeld liggen en we kunnen enkel hopen dat haar uitgever niet tegensputtert. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(Kathy Mathys)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-6148047961742291206?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6148047961742291206'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6148047961742291206'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/12/julia-blackburn-smalle-paden-de.html' title='Julia Blackburn &apos;Smalle paden&apos;  (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-XQNt3g4YYLQ/TuDPPZjMCMI/AAAAAAAABI4/o2cy3xB1kzM/s72-c/371.JPG' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-6400953391720669406</id><published>2011-12-08T06:46:00.000-08:00</published><updated>2011-12-08T06:50:59.215-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Julia Blackburn interview 'Smalle paden' (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-gCc8TA00fY8/TuDOxtxdkTI/AAAAAAAABIs/hvXUPtSFUIw/s1600/paths.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 97px; height: 155px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-gCc8TA00fY8/TuDOxtxdkTI/AAAAAAAABIs/hvXUPtSFUIw/s200/paths.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5683770083237531954" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Bleke kikker in de regenton&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met haar eigenzinnige semi-autobiografische boeken slaat Julia Blackburn verrassende wegen in. ‘Smalle paden’ is een verhaal over stille levens, tweede kansen en oeroude landschappen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In 1995 kreeg Julia Blackburn een ansichtkaart met een schilderij van een oud, vervallen huisje. Afzender Herman, met wie Julia tussen haar 18de en 23e een relatie had, schreef dat hij een bouwval had gekocht in de bergen van Ligurië. Toen Blackburn in 1999 langsging in de inmiddels opgeknapte bergwoning beviel het huis haar meteen. De twee pikten de draad weer op ‘waar we hem hadden afgebroken, alsof we nooit uit elkaar waren geweest,’ schrijft Blackburn in ‘Smalle paden – Tochten in en rond een Italiaans bergdorp’, haar tiende boek.       &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Blackburn is zowel verlegen als geanimeerd. Ze heeft levendige ogen en handen en praat met veel liefde over het bergdorp dat de inspiratie vormt voor haar jongste non-fictieboek. Wanneer ik opmerk dat ‘Smalle paden’ geen pleidooi is om met zijn allen te verkassen naar de Provence en er een wijngaard te beginnen, lacht ze: ‘Nee, zo een boek is het, hoop ik, niet. Het is een klein project en toch krijg ik, dankzij de nominatie voor de Costa Biography Award, meer aandacht dan ik had verwacht. Daar ben ik erg dankbaar om. Volgens mij is ‘Smalle paden’ een boek over landschap en over leven en dood.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Woelige jeugdjaren&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Julia Blackburns vorige boek ‘Wij drieën’ was een autobiografie over haar moeilijke kinder- en jeugdjaren. Haar vader, dichter Thomas Blackburn, sloeg haar moeder, de kunstenares Rosalie de Meric. Na de echtscheiding bleef Blackburn bij haar moeder, die extreem jaloers was op haar puberende dochter. Vlak voor de dood van haar moeder, verzoende Blackburn zich met haar:  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ik ben veel veranderd sinds ze er niet meer is. Tot aan haar dood schreef ik over mensen in moeilijkheden. Door hun situatie te onderzoeken, probeerde ik iets over mijn eigen verdriet te weten te komen. Ik was heel erg aangetrokken tot personen die zich onbegrepen voelden. Daarom schreef ik over Billie Holiday, over Napoleons laatste jaren, over Goya. Nu voel ik niet langer de noodzaak om dat te doen. Ik kan nu ‘knutselen’ aan kleine projecten die me boeien.’&lt;br /&gt;    &lt;br /&gt;Blackburn en haar Nederlandse echtgenoot wonen het grootste deel van de tijd in Italië. Tijdens haar eerste vijf Italiaanse jaren leerde Blackburn de taal en zocht ze voorzichtig toenadering tot de bewoners van het niet nader genoemde dorp. In 2004 kreeg Herman keelkanker en keerde het paar voor acht maanden terug naar Nederland.        &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ik schreef drie notitieboeken vol tijdens die maanden. In moeilijke tijden helpt het me. Toen ik niets te zeggen had, maakte ik tekeningen van kruiken of honden. Of ik schreef bladzijden vol met de woorden ‘Het is zoals het is’. Die aanvaarding was aartsmoeilijk. Toen we terugkeerden naar het dorp, was het welkom hartverwarmend. De mensen zagen ons niet zozeer als buitenstaanders maar als lotgenoten met de nodige problemen. Toen zei Adriana, een van de dorpsvrouwen: “Kom bij mij en dan gaan we praten over vroeger.” Zo is het idee voor dit boek ontstaan.’    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het begin en aan het slot van ‘Smalle paden’ staat Blackburns eigen leven centraal. Ze schrijft over haar wandelingen langs smalle bergpaden, over de gesprekken met Herman, over de bleke kikker in de waterton. In het middendeel staan de verhalen van de dorpsbewoners. Toen die doorhadden dat het paar erin slaagde om te overwinteren in het dichtgesneeuwde bergdorp, hoorden de ‘bezoekers’ erbij:&lt;br /&gt;          ‘Door de dorpsbewoners op te zoeken, besefte ik hoezeer ze wilden praten. Adriana, aan wie het boek is opgedragen, vertelde me dat ze na de dood van haar man en zoon wel moest schrijven. Anders had ze het niet gehaald. Ik vind het fascinerend hoeveel ik met haar gemeen heb. Onze manier van denken is gelijkend, de manier waarop we met crisissen omgaan, hoezeer onze achtergrond ook verschilt. Zij is een strikte katholiek, ik ben niet religieus. Adriana gaat naar de kerk, zogezegd om te praten met God, maar eigenlijk praat ze met haar dode echtgenoot, iets wat ik ook zou doen. Haar idee van een leven na de dood, is niet dat ze God zal ontmoeten maar dat ze verenigd wordt met haar man. Ook dat spreekt me aan.’        &lt;br /&gt;Blackburn is een onorthodoxe biografe die geen enkele poging onderneemt tot een objectief relaas. Ze komt erg dicht bij haar onderwerp en vereenzelvigt zich haast altijd met de persoon over wie ze schrijft:           &lt;br /&gt;‘Wanneer ik biografieën schrijf, lees ik de brieven en dagboeken van de persoon in kwestie. Ik reis naar de plaatsen waar hij of zij kwam. Er komt steeds een moment waarop de persoon over wie ik schrijf me zo nabij is dat ik hem lijk te kennen. Dat gaat vanzelf.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ongecontroleerd denken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Lange wandelingen doen iets doet met je hoofd,’vertelt Blackburn. ‘Niets ontspant me zo als een lange wandeling, ik ben nogal een nerveus type. Je geraakt in een ritme waardoor je anders gaat denken, op een geconcentreerde, vrije manier. Het is een meditatie voor mij en ik hou ervan om achterom te kijken, naar het pad dat ik heb afgelegd. De uitputting is een primitief, weldadig gevoel. Veel schrijvers houden van wandelen omdat het iets losmaakt in het hoofd, een proces dat uitblijft wanneer je in een kamertje achter je computer zit. Voor dit boek was er een fascinerende wisselwerking tussen het landschap, de wandelingen en het schrijfproces. Ik heb altijd notitieboeken en dagboeken bijgehouden en ik vind het een grote uitdaging om landschappen en dieren in woorden weer te geven. Hoe omschrijf ik een kikker zonder me te bezondigen aan antropomorfisme? Hoe raak ik de kern van het kikker-achtige?’      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Blackburn neemt flarden uit haar dag- en notitieboeken op in de tekst en het valt op hoe anders die zijn dan de dagboekfragmenten uit ‘Wij drieën’, waarin ze haar angsten en pijn in woorden vastlegde:           &lt;br /&gt;‘Mijn oude dagboeken gaan enkel over hoe ik me voelde, wat ik dacht. Ik vind het helemaal niet fijn om die te herlezen. Ze gaan over hoe ik worstelde. Toen ik een twintiger was, deed ik een belangrijke ontdekking: als je over de natuur schrijft, kalmeert het schrijfproces je. En belangrijker nog: het is heerlijk om die dingen terug te lezen, je wordt er niet depressief van. Ik vind het veel boeiender om mezelf terug te lezen op die manier. Het is een bijzondere vorm van autobiografie, die voor mij heel betekenisvol is.’         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Blackburn heeft er altijd van gehouden om met eenvoudige mensen te praten. Toen ze in Amsterdam woonde, hield ze dagelijks een praatje met haar buurvrouw, een prostituee, die haar tips gaf om het huis schoon te maken.          &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Toen ik in Suffolk ging wonen, dertig jaar geleden, was ik erg arm. We woonden in een onverwarmde boerderij, hadden geen elektriciteit. Mijn idee van een zondags uitje was om op de fiets te stappen en onderweg praatjes te maken met oude mannen. Ik praat het liefst met onintellectuele mensen. Ik denk dat ik er talent voor heb om hen bijzondere verhalen te laten vertellen. Ik lees boeken maar ben geen academicus. Ooit had ik het plan om een boek te schrijven met als titel ‘The Myth of Genesis’. Het zou mijn eerste publicatie worden. Ik herinner me dat ik een zin schreef die begon met de woorden “De Westerse beschaving heeft altijd…”. Ik pauzeerde en vroeg me af: en nu? Ik had geen idee. Ik heb geen academisch overzicht, dat ligt me helemaal niet.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kleine koninkrijken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De geïsoleerde gemeenschap die Blackburn beschrijft is niet compleet uniek. Wat het dorp bijzonder maakt, is dat er pas in 1973 een aangelegde weg kwam. Mensen die in hoger gelegen dorpen woonden, legden in de jaren 1970 zelf wegen aan. Tot die tijd verplaatste iedereen zich te voet. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘ Ik vond dat fascinerend omdat ik meer wou weten over die verdwenen manier van leven. Adriana hoorde tot 1963 toe aan de ‘padrone’. Ze was een horige die de helft van de opbrengsten moest afstaan aan de meester. De inwoners van het dorp, vooral zeventigers en tachtigers, blikken terug op een leven dat heel anders was. Ze bezochten elkaar enkel als ze dichtbij elkaar woonden. Iemand die aan de andere kant van de vallei woonde, bevond zich bij wijze van spreken in het buitenland. Italië is niet verenigd. Wanneer mensen zeggen dat ze een buitenlands recept eten, kan dat net zo goed een bereiding uit Piëmonte zijn. Het grappige is dat ik die kleine locale verschillen begin op te merken. Zo is er een dorpje vlakbij met opvallend mooie, zwartharige vrouwen. Blijkbaar was er ooit veel heksenvervolging en de vrouwen hebben iets fels. De dorpen zijn als kleine koninkrijken.          &lt;br /&gt;De verhalen die ik optekende gaan vaak over de Tweede Wereldoorlog, die in Italië een burgeroorlog was, net als in Spanje. Je had anarchisten, partizanen en Italiaanse fascisten. Zelfs binnen een klein dorpje had je verschillende facties. De wonden van die oorlog zijn nooit genezen, mensen praten er niet openlijk over, al is de behoefte er wel.’      &lt;br /&gt;In het laatste deel van het boek maakt Blackburn een vijfdaagse voettocht in het hooggebergte en gaat ze op zoek naar sporen van het verleden in het landschap. Ze is, naar eigen zeggen, niet nostalgisch maar vindt het gruwelijk dat de mens de natuur de rug heeft toegekeerd.  &lt;br /&gt;‘Dat de natuur zware klappen krijgt, breekt mijn hart. Vroeger had je hier honderden padden, vertelden de bewoners me, nu is het een mirakel als we er een zien. Wat er gebeurd is op een plek, de dingen waarvan een landschap getuige was, fascineren me. Landschappen zijn zoveel ouder dan ons. Ik heb ook iets met oude huizen en ruïnes. Thomas Hardy schreef over de uitgesleten, stenen deurdorpel: ‘Here the dead feet walked in’. Ik hou van dat idee.     &lt;br /&gt;Van eenzaamheid heb ik geen last, al ben ik nooit echt alleen. Ik weet niet hoe ik me zou voelen, indien Herman er niet meer was. Het zou anders zijn. We praten er soms over wat de een zal doen als de ander sterft. Sinds Herman kanker had, is dat een deel van onze gesprekken geworden. Op de lange termijn is die ziekte niet enkel gruwelijk geweest, het was een oefening in sterfelijkheid. Ik kan dat natuurlijk enkel zeggen omdat Herman het haalde en omdat hij zich nu, zoveel jaar later, goed voelt. Het zou vreselijk zijn geweest mocht hij dan gestorven zijn. We hadden elkaar namelijk pas teruggevonden.’ &lt;br /&gt;       &lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Julia Blackburn – Smalle paden – Tochten in en rond een Italiaans bergdorp – vertaald door Saskia van der Lingen – De Bezige Bij – 301 blz. – oorspronkelijke titel: Thin Paths – Journeys In and Around an Italian Mountain Village.&lt;br /&gt;Op 4 januari 2012 wordt bekendgemaakt wie de Costa Biography Award wint.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-6400953391720669406?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6400953391720669406'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6400953391720669406'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/12/julia-blackburn-interview-smalle-paden.html' title='Julia Blackburn interview &apos;Smalle paden&apos; (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-gCc8TA00fY8/TuDOxtxdkTI/AAAAAAAABIs/hvXUPtSFUIw/s72-c/paths.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-182914973549827257</id><published>2011-12-02T01:42:00.000-08:00</published><updated>2011-12-02T01:44:19.472-08:00</updated><title type='text'>Catherine Hall - Het bewijs van liefde (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-tsYqIxFqDGs/Ttid68q1KNI/AAAAAAAABIg/8z-hMw9IPTo/s1600/hall.png"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 125px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-tsYqIxFqDGs/Ttid68q1KNI/AAAAAAAABIg/8z-hMw9IPTo/s200/hall.png" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5681464565971626194" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Catherine Hall – Het bewijs van liefde&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De streekroman is niet enkel in de Lage Landen aan een bescheiden revival toe. Ook in Engeland verlokken de ritmes van het plattelandsleven heel wat auteurs tot schrijven. Halls tweede roman speelt in Noord-Engeland, de Lake District, tijdens de jaren 1970. Spencer Little, een promovendus aan Cambridge, werkt tijdens de zomermaanden als boerenknecht bij een zwijgzaam echtpaar, waarvan de man de schaarse centen verbrast. De wiskundige, die zijn lichaam enkel als ‘vervoermiddel van zijn geest’ ziet, kweekt spieren, krijgt een getaande huid. De bergbewoners houden de vreemdeling scherp in de gaten en speculeren over zijn achtergrond. In ‘Het bewijs van liefde’ beieren de klokken nog en hebben oude mannen ‘diepe voren’ in hun gezicht. Halls beschrijvingen van landschap en atmosfeer beklijven meer dan de archetypische personages. Hall weet sterke beelden op te roepen – gebleekte karkassen van dode schappen, het sluimerende vuur op de hoogvlakten – maar de plot is niet verrassend genoeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(Kathy Mathys)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-182914973549827257?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/182914973549827257'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/182914973549827257'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/12/catherine-hall-het-bewijs-van-liefde-de.html' title='Catherine Hall - Het bewijs van liefde (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-tsYqIxFqDGs/Ttid68q1KNI/AAAAAAAABIg/8z-hMw9IPTo/s72-c/hall.png' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-6885789054476995132</id><published>2011-12-02T01:40:00.000-08:00</published><updated>2011-12-02T01:42:02.762-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Rose Tremain -  De onafwendbare dag (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-4vUVEOuZ7eE/TtidYqVVtQI/AAAAAAAABIU/2DkQFFNLC2s/s1600/tremain.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 100px; height: 161px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-4vUVEOuZ7eE/TtidYqVVtQI/AAAAAAAABIU/2DkQFFNLC2s/s200/tremain.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5681463976934094082" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Rose Tremain – De onafwendbare dag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De letterlijke vertaling van ‘Trespass’, de nieuwste Rose Tremain, is ‘inbreuk’. De titel verwijst niet enkel naar de rijke Engelsen die boerderijen opkopen in de Franse Cevennen, maar ook naar de relaties tussen de personages. Er is sprake van incest in één van de verhaallijnen, in een andere drijft de komst van een familielid twee geliefden uit elkaar. In vergelijking met ‘De weg naar huis’, bekroond met de Orange Prize in 2008, is dit een donker en grimmig boek. Tremain heeft het landschap helemaal in de vingers. Met grote bevlogenheid schrijft ze over de innige band die de oorspronkelijke inwoners van de Cevennen hebben met hun grond. Je merkt dat Tremain zich vaak laat inspireren door beelden en foto’s.  Met veel gevoel voor atmosfeer blaast ze de verstilde taferelen leven in.  Met de Engelse personages zit het minder goed. Enkele van hen zijn zo karikaturaal dat het je weinig kan schelen of ze al dan niet in handen worden genomen door de Franse huiseigenaren. In sommige passages verdenk je Tremain zelfs van zwarte komedie, al volgen er verderop doodernstige scènes die dat vermoeden ontkrachten. Het is ook jammer dat alles in dienst staat van de plot, vooral in de tweede helft van de roman lijden de personages daar onder. (Kathy Mathys)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Vertaald door Eugène Dabekaussen en Tilly Maters – De Geus – 315 blz. – 19.90 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-6885789054476995132?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6885789054476995132'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6885789054476995132'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/12/rose-tremain-de-onafwendbare-dag-de.html' title='Rose Tremain -  De onafwendbare dag (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-4vUVEOuZ7eE/TtidYqVVtQI/AAAAAAAABIU/2DkQFFNLC2s/s72-c/tremain.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-8288144929825686458</id><published>2011-11-25T02:49:00.000-08:00</published><updated>2011-11-25T02:52:06.393-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Don DeLillo - The Angel Esmeralda (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-32275TEkDos/Ts9zS8edOgI/AAAAAAAABII/mmI9z6lHbY4/s1600/angel.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 139px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-32275TEkDos/Ts9zS8edOgI/AAAAAAAABII/mmI9z6lHbY4/s200/angel.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5678884424446196226" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Engelen kijken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Don DeLillo’s eerste kortverhalenbundel bevat werk van de voorbije 32 jaar en biedt een mooi beeld van de stijl en de obsessies van de grote Amerikaanse auteur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Amerikaanse criticus John Lehman beschreef het kortverhaal als ‘een schijnwerper die op een mensenmassa is gericht’. We zien een deel van het geheel, wat er links en rechts van het licht gebeurt, weten we niet. Het verleden en de toekomst van de personages zijn meestal onbekend of onderbelicht, zo ook in ‘The Angel Esmeralda – Nine Stories’, de eerste verhalenbundel van Don DeLillo. De schrijver van romans als ‘Onderwereld’, ‘Libra’ en ‘Vallende man’ schrijft al jaren kortverhalen. Alleen werden die nooit eerder gebundeld. Met deze negen verhalen, waarvan het eerste uit 1979 en het laatste uit 2011, mikt DeLillo niet op volledigheid, wel op representatie. Wie DeLillo niet kent, krijgt met deze bundel een indruk van de stilistische weg die de schrijver aflegde en van zijn thema’s.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vervreemding&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat de gestrande cruisetoeristen uit ‘Creation’, een verhaal uit 1979, en de compulsieve bioscoopbezoeker uit het recente ‘The Starveling’ met elkaar gemeen hebben is hun gevoel van vervreemding en isolement. De personages zijn op een heel fundamentele manier alleen en als er sprake is van een relatie, dan is het einde nakend. In enkele verhalen is er sprake van een ontmoeting, waarvan je aanvoelt dat die geen van de betrokkenen heil zal brengen. In ‘Baader-Meinhof’, een verhaal uit 2002, is een vrouw gefascineerd door schilderijen van de lijken van terroristen Andreas Baader en Ulrike Meinhof. DeLillo vergelijkt haar dagelijkse museumbezoek met de rituelen in een rouwkapel. De daden van de terroristen waren slecht, volgens de vrouw, maar ‘niet blind en leeg’. In het New York van na 11 september 2011 ontmoet de vrouw een man die zijn werk kwijt is. Net als de vrouw is hij ontzet: ‘I shave, I smile. My life is living hell.’ Dit verhaal, één van de toppers uit de collectie, vertoont overlappingen met ‘Vallende man’, DeLillo’s 9/11-roman, maar ook met de magistrale museumscène uit ‘Point Omega’. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toeschouwers&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In alle verhalen zijn de hoofdpersonages toeschouwers, geen deelnemers. Toekijken is misschien wel dé ultieme DeLillo-activiteit. Het is geen toeval dat bespieders, bioscoopgangers, museumbezoekers en getuigen van een mirakel de hoofdpersonages vormen. De wereld die we door hun ogen zien is er één vol lawaai en ruis, het is een chaotische plek. Zowel in de steden met hun vele, immer muterende betekenislagen als op stille plekken is dit het geval. Zo merkt een personage uit ‘Creation’ op dat het vredevolle vakantieparadijs waar hij belandt, ‘een modern product’ is. De wereld is bewerkt, geproduceerd, zoals DeLillo ook liet zien in ‘Witte ruis’. Vooral van op grote afstand is er schoonheid, zoals in ‘Human Moments in World War III’, een futuristisch verhaal over twee ruimtevaarders die de wereld observeren en de schoonheid van dag en nacht bewonderen. Het leven van de bemanningsleden is tot in de puntjes gecontroleerd, tot hun ademhaling toe. Enkel het beeld van de aarde is een troost.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Graffiti&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;DeLillo’s protagonisten lijden aan de wereld en hebben meestal een filosofisch temperament. Weinigen storten zich in het gewoel. Zuster Edgar uit het titelverhaal vormt hierop een uitzondering. Samen met haar pragmatische collega probeert ze de aan drugs verslaafde en verarmde graffitikinderen uit de South Bronx te helpen. Zuster Edgar gelooft dat de straatterreur een antidotum is voor haar eigen zelfdestructieve neigingen. Wanneer een kind sterft, menen buurtbewoners dat ze ‘verschijnt’ op een gigantische Minute Maid-reclame. ‘The Angel Esmeralda’ is een prachtvertelling over eenzamen die op zoek zijn naar verheffing. Het is niet het enige verhaal waarin de personages een hang hebben naar het transcendentale. De door filosofische kwesties geplaagde verteller uit ‘Midnight in Dostoevsky’ vertelt over een excentrieke hoogleraar: ‘We wilden in hem geloven’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Grieks fiasco&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘The Ivory Acrobat’ zit een vrouw in Athene in angst te wachten op de naschokken van een aardbeving. DeLillo registreert haar particuliere lijdensweg en trekt het verhaal open, wanneer de vrouw de straat opgaat, waar iedereen hetzelfde roept, na de beving. ‘Hammer and Sickle’, net als ‘The Runner’ één van de minder sterke in deze bundel, is een hedendaagse vertelling over desintegrerende markten en het Griekse economische fiasco. De vroegste verhalen hebben een zwierige stijl, staan vol lange zinnen. Dat dit geleidelijk aan verandert, valt op in deze chronologisch geordende bundel. De ‘Point Omega’-stijl is veel meer uitgebeend. DeLillo’s dialogen tussen vreemden zijn erg goed en, ondanks de eenzaamheid, vaak grappig. ‘The Angel Esmeralda’ is een collectie die uitnodigt tot herlezing. De taal betovert, de personages intrigeren, de filosofische vragen zijn zo talrijk dat je bij een tweede lectuur waarlijk iets nieuw beleeft. Hopelijk blijft het niet bij deze ene bundel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Don DeLillo – The Angel Esmeralda Nine Stories – Scribner – 213 blz. – 21.99 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-8288144929825686458?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8288144929825686458'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8288144929825686458'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/11/don-delillo-angel-esmeralda-de.html' title='Don DeLillo - The Angel Esmeralda (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-32275TEkDos/Ts9zS8edOgI/AAAAAAAABII/mmI9z6lHbY4/s72-c/angel.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3702078748760445789</id><published>2011-11-25T02:45:00.000-08:00</published><updated>2011-11-25T02:49:12.013-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='non-fictie'/><title type='text'>Jeanette Winterson - Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-d9zZZvTaXFQ/Ts9yly-jVGI/AAAAAAAABH8/P5_4LZSp5v4/s1600/9789025437169-j-winterson-waarom-gelukkig-zijn-als-je-ook-normaal-kunt-zijn-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 129px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-d9zZZvTaXFQ/Ts9yly-jVGI/AAAAAAAABH8/P5_4LZSp5v4/s200/9789025437169-j-winterson-waarom-gelukkig-zijn-als-je-ook-normaal-kunt-zijn-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5678883648802346082" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Kind zoekt moeder&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een kwarteeuw lang schreef Jeanette Winterson over personages die op zoek zijn naar liefde en iets wat lijkt op een thuis. In haar autobiografie onderneemt ze een speurtocht naar de moeder die haar afstond voor adoptie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ik denk dat ze wel van me hield, een minuut, een seconde, zo lang als nodig is om te onthouden, zo lang als nodig is om te vergeten. We hadden achtentwintig dagen samen en toen was ik weg.’ Billie Crusoe, het hoofdpersonage uit Wintersons ‘De stenen goden’, heeft het over haar biologische moeder die haar afstond voor adoptie. Winterson schreef ‘De stenen goden’, toen ze net haar eigen adoptiepapieren in handen kreeg. Het was een moeilijke periode, die volgde op een nog veel donkerder moment: ‘In februari 2008 probeerde ik  een eind aan mijn leven te maken. Mijn kat was bij me in de garage. Dat wist ik niet toen ik de deuren afdichtte en de motor aanzette. Mijn kat krabde mijn gezicht, krabde mijn gezicht, krabde mijn gezicht.’ In ‘Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?’ vertelt Winterson hoezeer ze van het leven houdt, het volle, gretige leven wel te verstaan. Wanneer het in 2007 fout loopt met haar vriendin zakt Winterson weg in duisternis en waanzin. Gelukkig neemt Sylvia Whitman van de beroemde Parijse boekhandel Shakespeare and Company haar onder haar hoede. Winterson krabbelt overeind en ze vindt de liefde bij psychoanalytica en schrijfster Susie Orbach. Dan is het tijd om haar moeder op te sporen, een zoektocht die ze in haar fictie al talloze malen heeft ondernomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rauwer&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Alice Munro zei ooit over haar werk dat het ‘waar is qua emoties, niet qua feiten’, een observatie die ook geldt voor Wintersons oeuvre. Haar personages wonen aan de oevers van de zeventiende-eeuwse Thames of maken deel uit van Napoleons leger. Het zijn ontdekkingsreizigers, avonturiers met een hyperromantische natuur. Wat ze gemeen hebben, is hun verlangen naar liefde, een verlangen dat zelden helemaal wordt vervuld. ‘Op het lichaam geschreven’ is één van de meest indringende, koortsige romans over een onmogelijke liefde. Winterson stelt dan ook terecht in haar autobiografie dat ze meer over verlies heeft geschreven dan over de liefde zelf. Niet verwonderlijk: haar hele leven staat in het teken van verlies. &lt;br /&gt;       &lt;br /&gt;‘Sinaasappels zijn niet de enige vruchten’, Wintersons semi-autobiografische debuutroman, vertoont veel overlappingen met ‘Waarom gelukkig zijn’, al is Wintersons autobiografie rauwer en pijnlijker. Haar adoptieouders waren lid van de Pinkstergemeente en Winterson groeide op in een arbeidersgezin waar de keukenlades beplakt waren met bijbelspreuken. ‘De duivel heeft ons naar het verkeerde wiegje geleid,’kreeg ze van haar moeder voortdurend te horen, na een verwaarloosbare ondeugendheid. Winterson verborg paperbacks onder haar matras – enkel de bijbel en stichtelijke non-fictie was toegestaan. Toen haar moeder D.H.Lawrence vanonder het bed haalde, verbrandde ze het hele boekennest. Winterson noemt zich een ‘vechter op de blote vuist’. Urenlang zat ze als kind op de dorpel of in het kolenhok als straf. Ze kweekte een strijdlust waar ze als kunstenaar zou uit putten. Meer nog, Winterson lijkt die weerstand nodig te hebben als schrijfster. Als ze te makkelijk door het leven walst, dan valt dat af te lezen aan haar boeken. Die zijn minder goed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nuance&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘Sinaasappels’ was het moederpersonage de spilfiguur van een zwarte komedie die deed lachen en huilen. Deze autobiografie toont zowel de groteske moeder als de lijdende vrouw die haar eigen lichaam verafschuwde, die gruwde van het benepen arbeidershuisje waar ze haar laatste adem zou uitblazen. Bij verschijning van haar debuut was Winterson 25 en leek haar moeder een gigant. Nu schrijft ze: ‘Pas later, veel later, te laat, begreep ik hoe klein ze in haar eigen ogen was.’ Winterson wijt het aan haar kinderjaren dat ze moeite heeft om zich te laten beminnen, dat ze niet kan samenwonen met een geliefde. Toch zou ze haar leven niet willen omruilen. Ze beseft heel goed dat de gruwel een uitstekende artistieke voedingsbodem was.      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rauwe, pijnlijke ego-documenten kunnen aangrijpend en meeslepend zijn, zonder dat ze literaire kwaliteiten hebben. Winterson schreef haar autobiografie tijdens haar zoektocht naar haar moeder. Toch is dit geen boek van losse flarden en is het materiaal wel degelijk bewerkt. Het eerste deel van het boek gaat over Wintersons eerste zestien jaar, toen ze thuis woonde ; het laatste deel over de periode 2007 en 2008. Winterson legt verbanden tussen leven en werk in een stijl die even zinderend is als in haar romans. Ze citeert de auteurs die haar door de moeilijkste episodes sleepten. Wie er nog aan twijfelt of boeken levens kunnen redden, dient deze ontroerende autobiografie te lezen: ‘Elk boek was een boodschap in een fles. Maak open.’ De titel is een citaat van haar adoptiemoeder. Ze sprak de woorden uit toen Winterson aankondigde dat ze verliefd was op een meisje.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Jeanette Winterson – Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? – vertaald door Maarten Polman – Contact – 286 blz. – oorspronkelijke titel: Why Be Happy When You Could Be Normal?&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3702078748760445789?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3702078748760445789'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3702078748760445789'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/11/jeanette-winterson-waarom-gelukkig-zijn.html' title='Jeanette Winterson - Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-d9zZZvTaXFQ/Ts9yly-jVGI/AAAAAAAABH8/P5_4LZSp5v4/s72-c/9789025437169-j-winterson-waarom-gelukkig-zijn-als-je-ook-normaal-kunt-zijn-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-6637248669873802999</id><published>2011-11-14T02:18:00.000-08:00</published><updated>2011-11-14T02:21:19.674-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Elizabeth Haynes - Into the Darkest Corner (Het medisch weekblad)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-DZIj0WYQkek/TsDrkQpWU8I/AAAAAAAABHw/s0SOd4_tNTk/s1600/haynes.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-DZIj0WYQkek/TsDrkQpWU8I/AAAAAAAABHw/s0SOd4_tNTk/s200/haynes.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5674794538663039938" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Aanslag op lichaam en geest&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Elizabeth Haynes schreef de eerste versie van haar debuutroman in november 2008. Ze nam deel aan NaNoWriMo (National Novel Writing Month) en vertrok vanuit de volgende premisse: stel dat er je iets gruwelijks overkomt en geen van je vrienden of familieleden gelooft je. Ze denken dat je aan waanvoorstellingen lijdt, dat je de pedalen aan het verliezen bent. Het ontbreekt Catherine, protagoniste van ‘Into the Darkest Corner’, aan een groep mensen die, wat er ook gebeurt, haar kant kiest. De Noord-Engelse heeft wel een schare vriendinnen, die net als zij moeite hebben om de juiste man te vinden. Toch geloven zij Catherine niet op haar woord. Wanneer Catherine laat doorschemeren dat haar vriendje Lee gewelddadige trekken heeft, fronsen de dames de wenkbrauwen. Immers, Lee is een gebeeldhouwde schoonheid, één en al gesofisticeerde charme. Of niet?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Haynes combineert in haar strak gecomponeerde en meeslepende debuut een aantal onderwerpen: vrouwenmishandeling, obsessieve-compulsieve stoornissen (OCS) en de mores en gedragingen van vrouwelijke singles. Eén van de verhaallijnen speelt in 2003, toen Catherine een praatgrage single was die vaak uitging, net iets te veel dronk en geregeld een one night stand had. Haynes beschrijft de sfeer van het uitgaansleven met veel gevoel voor juiste details. Het wilde dansen op foute techno, de pijnlijke confrontatie met de toiletspiegel, het  wachten in de kou op een taxi in een te schaarse outfit, ze zet het treffend neer. Wanneer Catherine Lee ontmoet, is ze haar leventje als single beu. Ze is weinig hoopvol wat relaties betreft, maar wel gevoelig voor mannen die haar hun onverdeelde aandacht schenken. Lee lijkt een droomman: hij wil haar en niemand anders. Hij is een uitstekende kok, een verrassende minnaar. Catherine sluit de ogen voor zijn donkere kanten: waarom wil Lee niets onthullen over zijn job die hem op de vreemdste uren laat verdwijnen, soms dagen aan een stuk? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De tweede verhaallijn speelt zeven jaar later. Catherine is van Noord-Engeland naar Londen verhuisd. Ze is een wrak, heeft een ernstige vorm van OCS: ze checkt dwangmatig de sloten van haar flat, durft op even data niet te gaan winkelen, lijdt aan paniekaanvallen en heeft gruwelijke nachtmerries. Haar nieuwe bovenbuurman is een psycholoog die zich op een voorzichtige, onopdringerige manier over haar ontfermt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In korte, springerige hoodstukken wisselt Haynes deze twee verhaallijnen met elkaar af. Het verhaal is spannend en meeslepend, subtiel ook. De plot is geen monster dat alles platwalst. In Haynes’ woorden schuilt kwaadheid om het lot van vrouwen als Catherine, vrouwen die zonder angst, zonder preutsheid hun seksueel pad uitstippelen. Er is ook kwaadheid om het gerechtssysteem dat ervoor zorgt dat geweldenaars veel te snel weer vrijkomen, zodat ze nieuwe slachtoffers kunnen maken. &lt;br /&gt;‘Into the Darkest Corner’ is een beklemmend boek door het geweld, dat niet gratuit is en nergens sensationeel aandoet. Ook het eindeloos checken van deuren en ramen heeft iets verstikkends. Haynes laat Catherine professionele hulp zoeken en dat brengt ons in een dokterskabinet. De scènes over OCS en posttraumatische stressstoornis zijn informatief maar overschaduwen nergens het verhaal. &lt;br /&gt;Valt er niets aan te merken op dit debuut? De dialogen zijn niet altijd even sterk en de persoonlijkheden van de vriendinnen blijven te vlak. Toch is dit een knap thrillerdebuut dat je niet meteen vergeet na de lectuur van de laatste bladzijde.&lt;br /&gt;Elizabeth Haynes leeft in Zuid-Engeland, Kent, waar ze werkt aan haar tweede roman. Ze werkt voor de politie als data-analyst.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Elizabeth Haynes – Into the Darkest Corner – Myriad Editions&lt;br /&gt;Elizabeth Haynes – Waarheen je ook vlucht - Cargo&lt;br /&gt;Elizabeth Haynes – Comme ton ombre – Presses de la cite&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-6637248669873802999?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6637248669873802999'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6637248669873802999'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/11/elizabeth-haynes-into-darkest-corner.html' title='Elizabeth Haynes - Into the Darkest Corner (Het medisch weekblad)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-DZIj0WYQkek/TsDrkQpWU8I/AAAAAAAABHw/s0SOd4_tNTk/s72-c/haynes.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7857670857366192341</id><published>2011-11-14T02:13:00.000-08:00</published><updated>2011-11-14T02:17:36.512-08:00</updated><title type='text'>Vlaamse en Nederlandse literatuur: De verschillen (Boek)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-IBi9LIfMvZw/TsDqs44GmqI/AAAAAAAABHk/AuT6a9UCzIw/s1600/boek.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 124px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-IBi9LIfMvZw/TsDqs44GmqI/AAAAAAAABHk/AuT6a9UCzIw/s200/boek.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5674793587389668002" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Zoek de verschillen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vlaanderen en Nederland groeien steeds meer uit elkaar, hoor je dikwijls. Geldt dat ook voor de boekenwereld? En wat zijn de verschillen tussen de Vlaamse en de Nederlandse literatuur? Een verkenning.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tekst: Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als kind waren de verschillen levensgroot. Legde ik mijn Vlaamse leesboeken opzij voor de Nederlandse, dan ging een nieuwe wereld voor me open. In de verhalen van Guus Kuijer en Anke de Vries reisden kinderen naar de Veluwe en hun ouders gebruikten woorden als ‘sjongejonge’. Spannend en exotisch vond ik dat als Gentse. Nu ik in Breda woon en getrouwd ben met een Nederlander die opgroeide in de Veluwe, heeft Nederland zijn exotische glans grotendeels verloren. &lt;br /&gt;‘De Nederlandse literatuur is toch anders dan de Vlaamse,’ zeggen de leden van de Bredase schrijfgroep die ik begeleid wel eens, ‘beeldender, barokker.’ Is dat zo? Als voormalig jurylid van de Gouden Uil in Vlaanderen en huidig jurylid van de Ako Literatuurprijs kreeg ik de voorbije jaren de kans om na te denken over die verschillen. Zijn die er wel en zo ja, waarin schuilen die dan?   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een recent interview (10/9/2011) in het Vlaamse opinieblad Knack beweerde Jeroen Brouwers het volgende: ‘Uiteraard is er een groot verschil tussen de Vlaamse en Nederlandse literatuur. Ik ben de uitzondering die op de hoogte is van beide. Vraag eens aan een Vlaming wie Kluun is of Nicolaas Matsier, of wat De Gids is en wie Willem Bilderdijk en Potgieter waren? Of stel een Hollander de vraag wat Van Nu en Straks was, of wie Maurits Sabbe.’     &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het zijn enkelingen die beweren dat de verschillen tussen de Vlaamse en de Nederlandse letteren zo minimaal zijn, dat je er maar beter geen aandacht kan aan besteden. Dat er verschillen zijn, lijkt ook mij vanzelfsprekend. Bedenk eens hoe anders de Engelse en de Amerikaanse literatuur zijn. Het landschap, het politieke en sociale klimaat, de geschiedenis en de taal zijn er zo verschillend dat geen mens eraan denkt om de twee op één hoopje te gooien. Natuurlijk is het moeilijk om te spreken over DE Amerikaanse literatuur alsof het een mooi afgerond geheel is. Het gevaar op veralgemening loert ook om de hoek wanneer je het hebt over de Vlaamse en de Nederlandse literatuur. Beide zijn veelkoppige wezens die zich niet in enkele lijnen laten typeren. Maar goed, laten we het toch proberen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Loeders van moeders en zuipende nonkels&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onlangs kreeg de uitgever van Jeroen Meus – de Vlaamse Jamie Oliver, zeg maar – ervan langs in de Volkskrant omdat hij het kookboek van de Vlaming  ‘onvertaald’ in Nederland op de markt bracht. Geen Nederlander die zou snappen wat een ‘busseltje’ peterselie was. Samen met vele andere Vlamingen ergerde ik me aan de betuttelende toon van de recensent en vroeg ik me af of het water echt zo diep was dat we elkaars taal niet eens begrijpen? Er zijn Vlaamse auteurs die hun taal cultiveren. Zij hebben het over zuipende ‘nonkels’ en laten hun personages ‘toile cirée’ op de salontafel leggen. Dimitri Verhulst is een mooi voorbeeld én hij is geliefd in Nederland. Ik vermoed dat de zuiptoestanden en marginale lotgevallen die Verhulst beschreef in ‘De helaasheid der dingen’ de meeste Nederlanders even exotisch in de oren klinken als de Veluwe-avonturen mij destijds. De taal hoeft dus geen kloof te vormen, al hoor je de meeste Vlaamse auteurs , Kristien Hemmerechts bijvoorbeeld, wel zeggen dat ze qua taalgebruik rekening houden met hun Nederlandse lezers. De  Vlamingen zorgen ervoor dat hun publiek boven de Moerdijk hun taal perfect begrijpt. Een occasionele ‘ge’ vinden Nederlanders dan weer best charmant.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Erfgenamen van Boon en Claus&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;Hoe zit het met de verschillen in stijl, sfeer en toon? De Vlaamse literatuur is barokker en surrealistischer dan de Nederlandse, die veeleer cerebraal en afstandelijk is. Dat hoor je keer op keer bij letterkundigen. Dat de Vlaamse letteren beeldender en zinnelijker zijn, zou te maken hebben met de blijvende invloed van grootheden als Louis Paul Boon en Hugo Claus op de jongere generatie. Sommige specialisten halen er ook de Franse literatuur bij die vroeger invloedrijk was in Vlaanderen en die bijdroeg  tot een klimaat van vormelijk experiment.       &lt;br /&gt;Zijn die verschillen nog steeds zo uitgesproken? Dat vraag ik me af, grasduinend door de boekenstapels, en ik kan het gevoel dat ik me op glad ijs begeef niet van me afschudden. Ja, Vlaanderen heeft Tom Lanoye met zijn zwierige, barokke verhalen, Saskia de Coster die vooral op zinsniveau weet te bekoren dankzij haar spannende, beeldende stijl of Elvis Peeters bij wie de lyriek een gruwelijk kantje krijgt. En Nederland?  Auteurs als Tommy Wieringa en Marente de Moor zou ik nooit als cerebraal of afstandelijk beschrijven. Toch is er iets van aan, vind ik, bij de huidige generatie. Vooral dat surreële vind je in de Nederlandse literatuur minder terug. Vlaamse auteurs als Bart Koubaa, Joost Vandecasteele en Peter Terrin schrijven verhalen die niet meteen binnen het alomtegenwoordige genre van het psychologisch realisme vallen. Ze scheppen toekomstvisioenen, nare parallelle werelden die angstwekkend goed op de onze lijken maar net iets anders zijn. Vooral Koubaa en Vandecasteele schrijven erg beeldend. Hun buitenlandse tegenhangers zijn schrijvers als de Engelse J.G. Ballard. In Nederland doet Thomas Van Aalten iets gelijkaardigs, al is zijn stijl nuchterder. Natuurlijk heeft Vlaanderen ook schrijvers als Patricia De Martelaere of Yves Petry, van wie alle romans een cerebrale component bevatten, maar de beeldend-lyrische traditie – ik denk ook aan Anne Provoost, Marita de Sterck – is toch dichter bevolkt. De dominante religies in beide regio’s spelen natuurlijk ook een rol. Het lijkt me geen toeval dat katholiek Vlaanderen een barokkere literatuur heeft dan protestants Nederland. Soms krijg ik boeken in handen van auteurs met calvinistische wortels die zo dor en streng zijn dat ik er nauwelijks doorheen kom. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Engagement&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vroeger stond de Vlaamse literatuur bekend om haar geëngageerde karakter, maar die tijden zijn voorbij. Het is ver zoeken naar romanschrijvers die zich uitlaten over kwesties als migratie of moslimterrorisme, al zijn er uitzonderingen. Tom Naegels heeft van het hele migratievraagstuk zelfs zijn kernthema gemaakt, maar Naegels is dan ook een journalist-romancier die de actualiteit in krantencolumns becommentarieert. In Nederland zijn er deze dagen meer schrijvers die het land en de wereld waarin ze leven in vraag stellen of onder de loep nemen in hun fictie, al vormen ook zij een minderheid: Arnon Grunberg, Robert Anker, Robert Vuijsje en Christine Otten, bijvoorbeeld.  &lt;br /&gt;In Vlaanderen is het aantal allochtone auteurs dat wist door te breken beperkter dan in Nederland. Rachida Lamrabets  ‘Vrouwland’  is enkel in letterenkringen bekend en verder is het pover, wat sommigen aan een gebrek aan talent wijten, anderen aan de ontoegankelijkheid van het literaire systeem. Het Brusselse internationaal literatuurhuis Passa porta doet haar best om daar verandering in te brengen. Het organiseert workshops voor beginnende allochtone auteurs.  &lt;br /&gt;Het is erg moeilijk om iets zinvols te zeggen over thematische verschillen binnen het bestek van een paragraaf. Oorlogsromans gaan in Vlaanderen meestal over de collaboratie, in Nederland over het verzet. Katholieke en protestantse thema’s, de ontsnapping aan een streng religieus milieu waren vroeger belangrijkere onderwerpen dan nu, al speelt dit gegeven nog, vooral in Nederland. Verder heb ik de indruk dat er veel inhoudelijke overlappingen zijn. Het individuele lief en leed van de mens is zowel in Vlaanderen als Nederland dé thematiek van het moment. Intieme verhalen hebben de bovenhand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Familiewortels en frappuccino’s &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn specialiteit is de Angelsaksische literatuur, een gigantisch veld dat zowel experimentele obscuriteiten als zeemzoete familiegeschiedenissen omvat. Die laatste categorie neemt toe in omvang, nu amateurs schrijfcursussen volgen en daarna een boekje schrijven. Ik heb de indruk dat schrijvers in Nederland steeds meer op dat Angelsaksische spoor zitten. Het aantal familiegeschiedenissen dat jaarlijks van de persen rolt, is niet bij te houden. Soms gaat het om schrijvers die benieuwd zijn naar hun buitenlandse – veelal Surinaamse, Turkse – wortels, soms om Nederlanders die het ambachtelijke leven van een verre voorouder in de schijnwerpers willen zetten. In Vlaanderen verschijnen dit soort boeken nauwelijks, of misschien moet ik zeggen nog nauwelijks.  Er is nog een ander ‘genre’ dat ik tijdens het jurylezen vaker tegenkom dan me lief is. Ik noem het zelf ‘frappuccinoboeken’. Verhaaltjes zijn dat over hippe jongens en meisjes – reclamemakers, uitgevers, copywriters – die met hun laptops rondhangen in al even hippe koffiebars en – ach – nu en dan een bluts oplopen in de liefde. Matthijs Kleyn is er zo een, Maurice Seleky ook. Wat ze schrijven is lectuur die gepresenteerd wordt als literatuur. Uitgevers sloven zich uit om pseudotalenten als James Worthy aan de man te brengen. In Nederland, wel te verstaan, in Vlaanderen ligt niemand wakker van deze nieuwkomers. Het aandeel van de boeken met een hoog lectuurgehalte is binnen de Vlaamse literatuur kleiner dan in Nederland. Vrouwenboeken over kanker, echtscheiding, incest – een markt die in Engeland en de V.S. bloeit en ook in Nederland belangrijker wordt – zijn er in Vlaanderen haast niet. Betekent dit dat de Vlaamse literatuur beter is? Nee, enkel dat de markt kleiner is en er dus minder verschijnt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Marktverschillen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe staat het trouwens met die marktverschillen? ‘Kleine broer Vlaanderen’ lijkt de laatste jaren de ene na de andere prijswinnaar af te leveren in Nederland. Erwin Mortier en David Van Reybrouck wonnen de jongste edities van de Ako Literatuurprijs, Yves Petry en Bernard Dewulf kaapten de voorbije twee jaar de Libris Literatuur Prijs weg. Daardoor ontstaat de indruk dat de Vlaamse literatuur ontzettend populair is in Nederland, wat niet klopt. Een handvol auteurs – lees: de prijswinnaars -  doen het goed, de meerderheid is onbekend. Dat geldt trouwens ook voor de verkoop van Nederlanders als Paulien Cornelisse en Jan Siebelink die  nauwelijks over de toonbank gaan in Vlaanderen. Vlaamse fictieschrijvers die in eigen land uitgegeven worden, kunnen het vergeten. Wie wil meespelen, moet op zoek naar een Nederlandse uitgever, zo blijkt. Yves Petry, Annelies Verbeke, Ivo Victoria: allemaal hebben ze een Nederlandse uitgever. In Vlaanderen zijn er enkele fictie-uitgeverijen maar om het met de woorden van Ilja Leonard Pfeijffer te zeggen: ‘Daar publiceren alleen huisvrouwen en gepensioneerde priesters.’ (5/6/2011 – NRC Boeken) Zo scherp zou ik het niet willen stellen. Bij de Gentse uitgeverij Vrijdag verscheen bijvoorbeeld het in Nederland volslagen onbekende  ‘Puinvrouw in Berlijn’ van Hilde Keteleer, een debuut met internationale allures. Toch bevat Pfeijffers hyperbool een kern van waarheid. Vlaamse uitgeverijen zijn dan wel weer goed in non-fictie en die verkoopt trouwens beter dan fictie in Vlaanderen. Het gaat dan vooral om kookboeken van lokale sterren als Piet Huysentruyt, een schrijver die in Nederland helemaal niet aan de bak komt. Kijk je naar de verkoopcijfers van fictie in Vlaanderen, dan merk je dat Vlamingen en internationale schrijvers scoren, Nederlanders niet. In Nederland doet fictie het beter dan non-fictie en dan zien we hetzelfde fenomeen als in Vlaanderen: auteurs van eigen bodem en internationale toppers scoren. Dat zijn de feiten die blijken uit rapporten en statistieken. Toch schiet me meteen een uitzondering te binnen: Herman Koch, die wel verkoopt in Vlaanderen. Maar laten we wel wezen, ‘Het diner’ is een boek dat in wezen weinig verschilt van de romans die internationale successchrijvers als Blake Morrison en Jonathan Coe publiceren: vlot verteld proza met psychologische diepgang en spanning.         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verschijnen er ook in Vlaanderen boeken waarin aandacht is voor plot, meeslependheid? Het is een vraag die ik wel eens krijg van mensen die vooral Engelstalige boeken lezen. Helaas, zeg ik dan, het is nog steeds wachten op een Vlaams equivalent van Ian McEwan of Margaret Atwood. Het lijkt wel alsof Vlaamse auteurs bang zijn van een stevige plot. Misschien denken ze dat enkel thrillers een verhaallijn nodig hebben. In Nederland verschijnen ook veel plotloze boeken, al is er een kentering waarneembaar. Een schrijver als Peter Buwalda spiegelt zich aan Amerikaanse verhalenvertellers en ‘Bonita Avenue’ bewijst dat dit fascinerende literatuur kan opleveren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Stel me de vraag naar de verschillen over tien jaar en misschien klinkt dan een heel ander antwoord. Zou het kunnen dat de groeiende invloed van workshops en schrijfopleidingen de nationale verschillen afzwakt? Is de streekroman, een genre dat vandaag de dag redelijk goed boert, over tien jaar gemarginaliseerd? Worden stijlverschillen minder uitgesproken in een literair klimaat dat steeds meer gefocust is op Angelsaksische modellen? Ik ben alvast benieuwd.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7857670857366192341?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7857670857366192341'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7857670857366192341'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/11/vlaamse-en-nederlandse-literatuur-de.html' title='Vlaamse en Nederlandse literatuur: De verschillen (Boek)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-IBi9LIfMvZw/TsDqs44GmqI/AAAAAAAABHk/AuT6a9UCzIw/s72-c/boek.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-2399299203984001798</id><published>2011-11-13T06:15:00.000-08:00</published><updated>2011-11-13T06:20:50.876-08:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='literatuur'/><title type='text'>Apps over boeken (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-w0suQBQqZQA/Tr_SLlUydKI/AAAAAAAABHY/hVIaAWo_eUM/s1600/Apple_iPad_3.png"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 122px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-w0suQBQqZQA/Tr_SLlUydKI/AAAAAAAABHY/hVIaAWo_eUM/s200/Apple_iPad_3.png" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5674485151949812898" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Het nieuwe lezen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De iPad laat je onder de lakens zonder zaklamp lezen. Maar je kan zoveel meer met het apparaat: luisteren, kijken, tekenen, verslepen. Wat heeft de App Store te bieden aan lezers?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor vele gebruikers lijkt het alsof de iPad er al jaren is. ‘Wat zouden we aanvangen zonder?,’ klinkt het uit de monden van adepten. Laten we niet vergeten dat de eerste iPad in april 2010 op de markt kwam, nog geen twee jaar geleden dus. Dat er nog niet veel Apps voor boekenlezers zijn, is dan ook niet verwonderlijk. Veruit de meeste Apps zijn eigenlijk niet meer dan digitale bibliotheken. Toch beginnen uitgevers steeds meer na te denken over de specifieke mogelijkheden voor iPad. Een overzicht van de leukste Apps voor boekenmensen:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ouderwets lezen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Classics2Go&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Engelstalige digitale versies van klassiekers als ‘Pride and Prejudice’, ‘De Ilias’ en ‘Siddharta’. Je hebt meer van dit soort digitale bibliotheken die ideaal zijn voor de besluiteloze reiziger die niet met overvolle koffers wil zeulen en toch keuze wil uit meer dan één boek.&lt;br /&gt;Prijs: gratis&lt;br /&gt;Look: beetje ouderwets, bruingele bladzijden, past wel bij de oudere titels.&lt;br /&gt;Gebruik: Sommige lezers willen niet herinnerd worden aan papieren boeken, anderen willen de leeservaring op papier juist zoveel mogelijk benaderen. Hier klik je een boek aan op een ouderwets rekje. Je draait de bladzijden om, net als in een papieren boek. Heel makkelijk te gebruiken, al ontbreekt de digitale bladwijzer. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;British Library Historical Collection&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: een digitale bibliotheek vol historische schatten. Het gaat niet enkel om fictie, ook om non-fictie over bijvoorbeeld geschiedenis en geologie.&lt;br /&gt;Prijs: gratis&lt;br /&gt;Look: sober en smaakvol. Het gaat om ingescande historische documenten. De bladzijden zijn ‘vergeeld’.&lt;br /&gt;Gebruik: Klik je een titel aan, dan krijg je een samenvatting van het boek. Bevalt het je, dan kan je het volledige manuscript lezen. Je kan de titels aan je persoonlijke boekenrek toevoegen. Verder zijn er geen extra mogelijkheden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Arnon Grunberg (Nijgh en van Ditmar)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: een App met bibliografie, nieuws en blogberichten van Grunberg&lt;br /&gt;Prijs: gratis&lt;br /&gt;Look: weinig spraakmakend. Bevat een foto van de schrijver, de cover van ‘Huid en haar’.&lt;br /&gt;Gebruik: heel gebruiksvriendelijk, al voegt deze App niets toe aan de officiële Grunberg-website.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik Jan Cremer (Bezige Bij)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Een ingescande versie van het oorspronkelijke, uitgetikte manuscript, inclusief correcties. Ook de kladjes en schetsen voor het coverontwerp kan je bekijken en de details over de reclamecampagne voor het boek (‘luchtreklame d.m.v. strooibiljetten en helikopters afdalingen’  is één van de methodes).&lt;br /&gt;Prijs: 0.79 €&lt;br /&gt;Look: Een verzameling van kladjes, kattebelletjes, getypte documenten. Als geheel is het wat warrig.&lt;br /&gt;Gebruik: Interessante historische info voor de bibliofiele lezer. Er staat te weinig uitleg bij de ingescande historische documenten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;VertragingsApp (Nijgh en van ditmar)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Eén van de leukste lees-Apps in het Nederlands. Je koopt een verhaal of romanfragment dat je kan lezen tijdens het wachten op een vertraagde trein of bus. Kies je voor ‘drie minuten leestijd’, dan krijg je bijvoorbeeld een gedicht van Leo Vroman of een fragment uit ‘Buurvrouw’ van Vrouwkje Tuinman ; ben je langer vertraagd dan zou je kunnen kiezen voor een verhaal van Thomas Rosenboom. Vind je het fragment leuk, dan kan je met een klik het volledige boek aanschaffen.&lt;br /&gt;Prijs: 2.99 €&lt;br /&gt;Look: No nonsense. Een klok waarop je de minuten kan aangeven, afbeeldingen van de covers van de boeken. De teksten hebben een achtergrond in gebroken wit.&lt;br /&gt;Gebruik: Makkelijker kan haast niet. Je kan het lettertype groter maken, een groot pluspunt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met beeld en/of geluid&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Remco Campert (Bezige Bij)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Een digitale versie van Camperts dichtbundel ‘Nieuwe herinneringen’&lt;br /&gt;Prijs: gratis/ één gedicht kan je gratis beluisteren, individuele gedichten schaf je aan voor 0.79 €&lt;br /&gt;Look: geen franjes, een foto van Campert is het enige gebruikte beeld.&lt;br /&gt;Gebruik: Je kan de gedichten zowel lezen als beluisteren. Campert leest voort. Je kan een gedicht ook mailen aan een ander.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zafón YA (Signatuur)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: De App bevat ‘De nevelprins’ en ‘Het middernachtspaleis’,  boeken die de auteur schreef voor zijn doorbraak, het gaat om young adult-romans. Tijdens het lezen, hoor je muziek die Záfon componeerde. &lt;br /&gt;Prijs: Gratis. Je kan de eerste twee hoofdstukken van de boeken gratis downloaden. Voor bijkomende hoofdstukken betaal je 0.79 €. Een volledig boek kost 4.99 €. &lt;br /&gt;Look: Afbeeldingen die net zo goed de cover van een ouderwets mysterieverhaal zouden kunnen sieren: inktpot, gebarsten brilletje, antiek horloge.&lt;br /&gt;Gebruik: Sommige lezers zullen door de opgelegde soundtrack makkelijker in het verhaal komen, anderen zullen het te afleidend vinden. Een bladwijzer, de mogelijkheid om de grootte van het lettertype aan te passen en om met andere lezers via Twitter of Facebook van gedachten te wisselen maken deze App geslaagd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ivo Victoria (Anthos)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: ‘Gelukkig zijn we machteloos’, de nieuwe roman van Ivo Victoria, heeft een iPad-versie met als extra’s een videodagboek (Victoria heeft het over werktitels, worstelingen met plot en ritme), een door Victoria voorgelezen versie en de extra novelle ‘K’.&lt;br /&gt;Prijs: 12.99 € Wie het papieren boek of het e-book koopt, kan de App gratis downloaden.&lt;br /&gt;Look: Eén van de knapste Nederlandstalige Apps. De kleuren en afbeeldingen, het letterype: alles is even smaakvol.&lt;br /&gt;Gebruik: Deze App bevat een handleiding maar die is overbodig, alles is helder. Geen bladwijzer, het lettertype kan niet aangepast worden, maar het boek is duidelijk leesbaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;eBooks eregalerij (Stichting Bibliotheek.nl en DBNL)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: 25 oudere klassiekers uit de Nederlandstalige literatuur. Er zijn ronkende titels als ‘Max Havelaar’ bij, maar ook minder bekend werken van Virginie Loveling of Conrad Busken Huet. Behalve de boeken zelf, is er achtergrondinfo over leven en werk van de auteur, over het onthaal bij critici en over de literaire erfenis van de auteur.&lt;br /&gt;Prijs: gratis&lt;br /&gt;Look: helder, smaakvol. Bij elk boek staat een link naar relevant YouTube-materiaal.&lt;br /&gt;Gebruik: Een heel overzichtelijk en makkelijk te gebruiken App met digitaal leeslint. Je kan snel naar één bepaald hoofdstuk of gedicht dankzij de inhoudstafel. De digitale boeken imiteren niet de papieren leeservaring. Je kan het lettertype jammer genoeg niet vergroten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Electric Literature&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Electric Literature wil de nieuwe media gebruiken om het kortverhaal onder de aandacht te brengen. Het magazine verschijnt vier keer per jaar. Elke aflevering bevat vijf kortverhalen. Toppers die eerder een bijdrage leverden zijn Michael Cunningham, Lydia Davis en Don Delillo.&lt;br /&gt;Prijs: Gratis. Je krijgt één magazine om uit te proberen. Een nummer kost 3.99 € per stuk.&lt;br /&gt;Look: Eén van de mooiste Apps voor wie van lezen houdt. Sommige verhalen zijn vergezeld van prachtige illustraties en animatiefilms. Je kan de tekst lezen en/of beluisteren/bekijken. Niet bij elk verhaal staan afbeeldingen. Rick Moody’s ‘Some Contemporary Characters’ bestaat enkel uit Tweets. Dit magazine maakt optimaal gebruik van de mogelijkheden van iPad.&lt;br /&gt;Gebruik: Dit is een App die je laat lezen, luisteren en kijken. Alles wijst zichzelf uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;McSweeney’s&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: McSweeney’s is de uitgeverij van schrijver Dave Eggers. Je vindt dezelfde informatie als op de website (winkel, nieuws, aankondiging van titels). Het leuke aan deze App is ‘Small Chair’, waarop je integrale kortverhalen kan lezen, filmpjes kan bekijken uit The Believer en Wolphin, de magazines die McSweeney’s uitgeeft.&lt;br /&gt;Prijs: de App is gratis. Voor een abonnement van 6 maanden op ‘Small Chair’ betaal je 2.99 $.&lt;br /&gt;Look: Dezelfde vormgeving als op de website. Vooral het materiaal uit ‘Small Chair’ is betoverend mooi.&lt;br /&gt;Gebruik: Kijken en lezen, heel helder, wijst zichzelf uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Literair Thriller magazine (Ambo Anthos)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: een magazine over de boeken die Ambo Anthos publiceert, bestaat ook in boekvorm. De App bevat als extra filmpjes (trailers en auteursinterviews).&lt;br /&gt;Prijs: gratis&lt;br /&gt;Look: ziet er net zo uit als de papieren versie. De extra filmpjes zijn flashy.&lt;br /&gt;Gebruik: De trailers en de flitsende auteursinterviews voegen iets toe aan de papieren tekst. Heel gebruiksvriendelijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lezen en praten daarover&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Goodreads&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Goodreads is één van de grootste sites voor lezers die graag gedachten uitwisselen over boeken. ‘Mensen helpen bij het vinden van boeken en mensen hun liefde voor boeken laten delen’: zo omschrijft Goodreads haar missie. De App bevat zoeklijsten per genre, je kan je eigen boekenplank bijhouden, kritieken schrijven en met andere lezers chatten over boeken. Van fictie, tot boeken over sport, paranormale activiteiten en manga’s.&lt;br /&gt;Prijs: gratis&lt;br /&gt;Look: De App ziet er minder mooi uit dan de corresponderende website.&lt;br /&gt;Gebruik: Gebruiksvriendelijk. Je kan makkelijk je eigen recensie plaatsen. De website bevat wel meer randinformatie, zoals boekquizzen, auteursquotes en trivia.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor kinderen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Slik de slang (Hatch Search Talent)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Het is niet zo vreemd dat de iPad uitermate interessant is voor wie prentenboeken maakt. Boeken voor de kleinsten zijn dikwijls interactief en daar spelen heel wat iPad-titels op in. Dit verhaal van Hugo Arends gaat over een slang die zoveel eet dat ze de volgende dag veel langer is dan voordien.&lt;br /&gt;Prijs: 2.39 €.&lt;br /&gt;Look: Eenvoudige tekeningen in felle kleuren, aantrekkelijk voor peuters en kleuters.&lt;br /&gt;Gebruik: Het kind luistert, kijkt, draait de bladzijden om. Het kan ook zelf meewerken aan het verhaal door het eten naar de buik van de slang te slepen en door de slang toe te dekken voor het slapengaan. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zusje (Gottmer)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: strip van Gerrit de Jager over een klein meisje dat hulp nodig heeft. Voor kleuters en volwassenen die heimwee hebben naar etch a sketch&lt;br /&gt;Prijs: gratis&lt;br /&gt;Look: zwart-wit, guitige tekeningen&lt;br /&gt;Gebruik: De lezer luistert, kijkt en tekent mee door de vinger over het scherm te bewegen. Erg leuk en levendig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;The Fantastic Flying Books of Mr.Morris Lessmore&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Prachtige App gemaakt door voormalig medewerker van Pixar en schrijver William Joyce. Het verhaal gaat over een man die houdt van lezen en door een Wizard of Oz-achtige storm in een kamer vol boeken belandt. &lt;br /&gt;Prijs: 3.60 €&lt;br /&gt;Look: Dit is een verhaal voor jong en oud met een nostalgische look. De animatie is even knap als die van de beste Pixar-film. &lt;br /&gt;Gebruik: Je bladert door dit interactieve boek. Door met je vinger over het scherm te bewegen laat je de wind oprukken, open je deuren. Laat zich herbekijken. Prachtig!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor schrijvers&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Manuscript for iPad&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat: Dit is een App voor wie zelf een boek wil schrijven. Je maakt eerst een ‘pitch’, dan een synopsis en je legt een ‘bakje’ met digitale indexkaarten aan.&lt;br /&gt;Prijs: 5.49 €&lt;br /&gt;Look: Sober en zakelijk&lt;br /&gt;Gebruik: Makkelijk in gebruik. De link naar een thesaurus en Google is handig voor opzoekwerk, al zweren de meeste schrijvers bij een werkkamer zonder internetverbinding.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-2399299203984001798?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2399299203984001798'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2399299203984001798'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/11/apps-over-boeken-de-standaard.html' title='Apps over boeken (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-w0suQBQqZQA/Tr_SLlUydKI/AAAAAAAABHY/hVIaAWo_eUM/s72-c/Apple_iPad_3.png' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-5748468794712223196</id><published>2011-10-30T07:11:00.000-07:00</published><updated>2011-10-30T07:14:40.647-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Nederlandstalige fictie'/><title type='text'>Gerritsen - Entius - Van Aalten - Hustvedt (Reflector)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-E2cM3Wlo66s/Tq1bsqlI_YI/AAAAAAAABHI/kkMx5xB9vw0/s1600/book-9789044516432-superduif-17295035.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 183px; height: 160px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-E2cM3Wlo66s/Tq1bsqlI_YI/AAAAAAAABHI/kkMx5xB9vw0/s200/book-9789044516432-superduif-17295035.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5669288328831761794" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Esther Gerritsen – Superduif – De Geus&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bonnie zit in het laatste jaar van de basisschool. Elke ochtend staat ze op met de vreselijke gedachte dat ze graag dood wil. Haar ouders zijn liefdevol maar ze begrijpen niet goed wat er omgaat in Bonnie’s hoofd. Bonnie’s enige vriend is Manuel, met wie ze een vreemde, bijna hardhandige band heeft. Alles verandert wanneer Ine uit Amsterdam in de klas komt. Zij vindt Bonnie leuk en de twee worden vrienden, ook al begrijpt ook Ine Bonnie niet helemaal. Bonnie wil verandering, een doorbreking van het saaie patroon waar haar ouders blijkbaar niet onder lijden. Tegelijkertijd kan ze niet goed tegen radicale koerswissels. Op een dag zweeft ze over het tuinhekje en nog later blijkt ze zich te kunnen transformeren tot een duif. Tijdens die korte periodes van transformatie redt Bonnie mensen in nood.  &lt;br /&gt;Gerritsen schreef in haar eerdere romans en in toneelstukken over menselijke gekte. Nu beschrijft ze de psychose vanuit het hoofd van een puber. Ze doet dit op een overtuigende manier die soms beklemmend en angstaanjagend is, dan weer teder en met humor. Bonnie praat als een jonge tiener en dus schrijft Gerritsen korte, eenvoudige zinnen die niet meteen opvallen qua stijl. Het resultaat is toonvast. De details over Bonnie’s leefwereld zijn karig maar goed gekozen ; de plot stevent af op een dramatische, pijnlijke ontknoping. Niet zo sterk als ‘De kleine miezerige god’ is dit toch een knappe roman over een meisje dat anders is dan de anderen, iets wat haar ouders liever binnenskamers houden. Dit boek haalde de shortlist van de Libris Literatuurprijs. (KM)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Yolanda Entius – Het kabinet van de familie Staal – Cossee&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Yolanda Entius is een actrice die in 2006 de Selexyz Debuutprijs won (‘Rakelings’) en die met het ‘Kabinet van de familie Staal’ haar vierde roman uitbrengt. Mees, Do en Ilse zijn de dochters van Kobe en Muis, een koppel dat hoge financiële verwachtingen heeft die ze in hun jonge jaren niet kunnen waarmaken. Kobe voert psychische terreur op het thuisfront, waar iedereen schudt en beeft voor de man. Zijn geweld is niet fysiek maar zijn machtsspel is wel zenuwslopend, gekmakend. Mees, die getuigt over haar leven als kind in dit boek, vertelt dat ze thuis nauwelijks durfde adem te halen. Entius’ roman zit vol treffende details over het leven van de beschadigde zussen. Dat het boek toch niet al te zwaar is, is te danken aan Entius’ gevoel voor humor. (KM)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Thomas Van Aalten – De schuldigen – Nieuw Amsterdam Uitgevers&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Altijd was een van ons boos en jaloers,’vertelt Orson Löwestein, zoon van een topbankier en een aan luxe verslaafde moeder. In deze korte roman slaagt Van Aalten erin om een lange geschiedenis te vertellen die teruggaat tot de vroege jaren 1980 en eindigt in het heden. De ontsporing van de Löwesteins: zo zou je ‘De schuldigen’ kunnen omschrijven. Alleen doet dat tekort aan dit on-Nederlandse, filmische boek dat schatplichtig is aan het werk van auteur J.G. Ballard maar ook aan de films van David Lynch en David Cronenberg. Van Aalten, die crossmediale journalistiek doceert, is gefascineerd door onze relatie met machines, nieuwe media, cyberterrorisme. Hij reconstrueert de levens van zijn personages aan de hand van hun sms-verkeer, gps-gegevens en Twitterupdates. Toch is dit geen ontoegankelijke, versnipperde roman en is er wel degelijk sprake van een plot. Het meest tot de verbeelding sprekende personage is dat van de moeder. We vinden haar op cruiseschepen, bij plastische chirurgen op Dubai en in detoxklinieken. ‘De schuldigen’  is fascinerend, stemt tot nadenken. (KM)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Siri Hustvedt - De zomer zonder mannen – De Bezige Bij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mia Fredricksen krijgt na dertig jaar huwelijk te horen dat haar man ‘een pauze’ wil inlassen. Hij heeft een affaire met een veel jongere collega, een bevallige Française waarvan Mia de naam niet over de lippen krijgt. Mia belandt voor even in de psychiatrie en verkast dan naar haar geboortestadje in Minnesota, waar haar moeder woont. Ze maakt kennis met de kranige vriendinnen van haar moeder, geeft poëzieworkshops aan venijnige dertienjarigen en krijgt mysterieuze dreigberichten. ‘De zomer zonder mannen’ zou je bijna een komedie kunnen noemen, maar dan wel één op maat van Hustvedt. Opnieuw weet de schrijfster van ‘Het verdriet van een Amerikaan’  emotie en intellectuele prikkeling prachtig met elkaar te verzoenen. Hier en daar lonkt deze roman over boekenclubs en arts &amp; crafts naar de chicklit. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-5748468794712223196?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5748468794712223196'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5748468794712223196'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/gerritsen-entius-van-aalten-hustvedt.html' title='Gerritsen - Entius - Van Aalten - Hustvedt (Reflector)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-E2cM3Wlo66s/Tq1bsqlI_YI/AAAAAAAABHI/kkMx5xB9vw0/s72-c/book-9789044516432-superduif-17295035.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-4617899818607129480</id><published>2011-10-24T06:46:00.000-07:00</published><updated>2011-10-24T06:48:33.607-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Lillian Nayder - The Other Dickens A Life of Catherine Hogarth (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-3f69tqe8-4s/TqVspuEnDEI/AAAAAAAABG8/6UgyIZS5xh4/s1600/dickens.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-3f69tqe8-4s/TqVspuEnDEI/AAAAAAAABG8/6UgyIZS5xh4/s200/dickens.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5667055170113440834" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Geen passieve pop&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Charles Dickens sprak zijn vrouw Catherine aan als ‘my own dearest darling Pig’, een bijnaam die een wrange bijsmaak krijgt als je bedenkt hoe het gelopen is tussen de twee. In de laatste maanden voor hun scheiding liet Dickens zich in spottende termen uit over zijn echtgenote, die een pak zwaarder was dan in het begin van hun huwelijk. ‘Mevrouw Dickens vrat zich bijna dood,’ klonk het in een brief aan Wilkie Collins over een restaurantbezoek. Het is een feit dat Catherine Dickens – de meisjesnaam van de Schotse is Hogarth – graag at. Ze was een geliefde gastvrouw bij Dickens’ etentjes en schreef een fascinerend kookboek. Toch waren het vooral de twaalf zwangerschappen – waarvan twee eindigden in een miskraam - binnen zestien jaar huwelijk die haar lieten uitdeinen. Het beeld van Catherine Dickens als de kloeke, passieve matrone, dat tot voor kort in zowat alle Dickens-biografieën naar voor kwam, wordt bijgesteld in ‘The Other Dickens’ van de Amerikaanse literatuurprofessor Lillian Nayder. Jammer genoeg vernietigde Dickens alle brieven die Catherine hem schreef. Gelukkig was niet al haar correspondentie hetzelfde lot beschoren. Uit haar bewaarde brieven en uit de ego-documenten van vrienden en bekenden blijkt dat Catherine Dickens niet de krankzinnige, ongeliefde moeder was die Dickens van haar wou maken na de scheiding. Ze was minder flamboyant en energiek dan Dickens, maar haar gastvrijheid, betrokkenheid en oprechtheid werden door velen gewaardeerd. Dickens, een gepassioneerde wandelaar, klaagde in zijn brieven dat zijn dikbuikige vrouw zo traag stapte. Het lijkt soms wel alsof hij haar de schuld geeft van de vele zwangerschappen.           &lt;br /&gt;Nayder vertelt meer dan het particuliere verhaal van Catherine Dickens. Aan de hand van haar leven krijgt de lezer boeiende informatie mee over, onder andere, negentiende-eeuwse vrouwenartsen – ze overlegden met de echtgenoot en niet rechtstreeks met de te behandelen vrouw – en over de echtscheidingswetgeving. Catherine schreef talloze brieven uit naam van haarzelf en Dickens. Al die correspondentie is opgenomen in de banden met verzamelde Charles Dickens-brieven, terwijl Catherine de auteur is. Deze sterk wetenschappelijk onderbouwde biografie is academischer van toon en daardoor minder levendig dan Claire Tomalins werk. Toch is ze een absolute must voor wie meer wil weten over de Dickens-clan en over vrouwenlevens in de negentiende eeuw in het algemeen. (Kathy Mathys)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Lillian Nayder – The Other Dickens – A Life of Catherine Hogarth – Cornell University Press – 359 blz. – 30.99 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-4617899818607129480?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4617899818607129480'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4617899818607129480'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/lillian-nayder-other-dickens-life-of.html' title='Lillian Nayder - The Other Dickens A Life of Catherine Hogarth (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-3f69tqe8-4s/TqVspuEnDEI/AAAAAAAABG8/6UgyIZS5xh4/s72-c/dickens.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3293819360106175399</id><published>2011-10-24T06:40:00.000-07:00</published><updated>2011-10-24T06:43:13.940-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Claire Tomalin - Charles Dickens A Life (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-d66PYDDdZuM/TqVrYs0nPdI/AAAAAAAABGw/LQaxiIweDMU/s1600/tomalin-dickens-2011.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-d66PYDDdZuM/TqVrYs0nPdI/AAAAAAAABGw/LQaxiIweDMU/s200/tomalin-dickens-2011.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5667053778208505298" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Onnavolgbare duizendpoot&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In 2012 is het 200 jaar geleden dat Charles Dickens werd geboren. Ter ere van die verjaardag verschijnen tientallen titels, waarvan de biografie van Claire Tomalin een feestelijk hoogtepunt vormt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie Charles Dickens enkel kent van de literatuurlessen op school denkt aan ‘David Copperfield’ of ‘Oliver Twist’, aan een negentiende-eeuws Londen met smerige straten, zwakke verlichting, hardnekkige smog en zielige weeskinderen. Het is een beeld dat klopt, al is het veel te eenzijdig voor een man als Dickens, een man die, zo blijkt uit Claire Tomalins biografie, tientallen passies en talenten had. Dickens was een dandy die zich flamboyant kleedde, hij hield van sterke drank en sigaren, was een amateur-hypnotiseur en een amateur-acteur. Hij goochelde voor zijn kinderen,  gaf memorabele feesten, hield ervan om de tientallen huizen waar hij heeft gewoond in te richten. Hij schreef massa’s brieven en artikels, reisde ontzettend veel en onderhield meer familieleden en bekenden dan hem lief was. Dat zijn de mooie kanten. Tomalin laat ook een man zien die zijn vrouw slechte behandelde, toen hij haar verliet. Hij nam de kinderen mee en verbood hen hun moeder op te zoeken. Hij hield graag de touwtjes in handen. Hij was de schrijver, de observator. Toen hij ontdekte dat een jongedame met wie hij flirtte een dagboek bijhield, behandelde hij haar kil en hatelijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Minnares&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tomalin is natuurlijk niet de eerste Dickens-biografe. Toen hij nog leefde, gaf Dickens de opdracht aan zijn beste vriend John Forster om een biografie te schrijven. Forster adoreerde Dickens en toch is zijn werk geen complete lofzang. Na Dickens’ dood in 1870 verschenen er honderden boeken over de schrijver. Recente bekende biografieën zijn die van Peter Ackroyd – waarvan in 2012 een herziene editie verschijnt -  en Michael Slater. Tomalins biografie verschilt van die van Ackroyd in de betekenis die ze toekent aan Nelly Ternan, de actrice die familievader Dickens leerde kennen in de jaren 1850. Volgens Tomalin had Dickens een relatie met de vrouw en hadden de twee een zoon, die snel overleed. Ackroyd achtte het in zijn biografie ‘haast onvoorstelbaar’ dat Dickens en Ternan een fysieke relatie hadden. Tomalins argumenten zijn bijzonder overtuigend, al is er geen onweerlegbaar bewijsmateriaal. Tomalin schreef er twintig jaar geleden al een boek over, het fascinerende  ‘The Invisible Woman – The Story of Nelly Ternan and Charles Dickens’. Dat er sprake was van een baby werd na Dickens’ dood bevestigd door twee van zijn kinderen, Katey en Henry. Dickens liet Ternan een royale erfenis en in zijn brieven en dagboeken – niet alles bleef bewaard – wemelt het van de verwijzingen naar ‘N’. De breuk met zijn echtgenote Catherine in 1858 vormde een keerpunt in Dickens’ leven. Vriendschappen bekoelden, andere hielden stand. Er kwam een einde aan de lange familievakanties, de amateurtoneelstukken waar het hele gezin bij betrokken was. Tomalin heeft het over 1858 als het jaar ‘waarin je je ogen wil afwenden van wat er gebeurde’. Volgens Katey Dickens, later een verdienstelijke kunstenares, was haar vader tijdens dat jaar een razende, die iedereen het leven onmogelijk maakte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Schoensmeer&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dickens praatte tijdens zijn volwassen leven weinig over zijn demonen, behalve dan met Forster, aan wie hij vertelde over de gruwelen die hij als kleine jongen doorstond in een fabriek voor schoensmeer. John Dickens, de vader van de schrijver, was een man die boven zijn stand leefde. Hij had een dure smaak en werkte zich in de schulden, kwam zelfs in de gevangenis terecht. Die episode vormde voor Dickens een absoluut dieptepunt. Hij zal de indrukken die hij als kindarbeider opdeed gebruiken in romans als ‘David Copperfield’ en ‘Little Dorrit’. Tomalin benadrukt hoe bijzonder het was dat de kleine Dickens heel goed besefte dat hij voor grotere dingen was voorbestemd. Toen zijn ouders zijn scholing totaal verwaarloosden, was de jongen verbijsterd. Hij wist wat hij waard was. Overigens had Dickens een complexe band met zijn ouders, die hem om geld bleven vragen, tot John Dickens als zestiger een baan kreeg bij de krantenredactie van All the Year Round, de krant die Dickens was gestart. Dickens’ moeder bracht hem een liefde voor boeken bij en ze las hem voor uit achttiende-eeuwse meesterwerken.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Rusteloos&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat je als lezer vooral verbijstert tijdens het lezen van deze biografie is hoe druk en rusteloos Dickens was. Hij was geen romanticus die gedijde in afzondering. Hij maakte honderden trips en grote reizen – naar Amerika, Frankrijk, Italië – en was zelden langer dan enkele dagen op dezelfde plek. Geen wonder dat Catherine Dickens in de meeste boeken over haar man als sloom en passief beschreven wordt (zie inzet voor de recentelijk verschenen biografie van Catherine Dickens). Dickens was een wervelwind die liever reisde met zijn mannelijke vrienden. Hij was dol op Frankrijk en benijdde Franse grootheden die mochten schrijven wat ze wilden. De moraliserende krachten in Victoriaans Engeland stonden Dickens tegen. Tomalin laat heel goed zien dat Dickens een complexe band had met Londen. Hij schreef erover in ‘Bleak House’, een roman als een spiegel van de negentiende-eeuwse hoofdstad, een plek vol mistoestanden en armoede. Het bleef voor Dickens niet bij woorden. Het siert hem dat hij een huis voor prostituees oprichtte, in de hoop hun leven een nieuwe wending te geven. Dickens weerde priesters die de meisjes de les kwamen spellen. Hij zag heel goed in dat de prostituees geen schuld hadden aan hun lot. Armoede en de onverstoorbaarheid van de rijke elite vormden de kern van het probleem. Jenny Hartley schreef een boeiende geschiedenis over dit facet van Dickens’ leven: ‘Charles Dickens and the House of Fallen Women’. Net als veel Victorianen hield Dickens er een dubbele moraal op na. In zijn brieven aan bevriende mannelijke vrijgezellen maakte hij grappen over de aanlokkelijke bordelen in de kuststad waar hij op vakantie ging. Hij hoopt dat ze een lokkertje vormden voor zijn vrienden. Of Dickens zelf ooit een prostituee bezocht, is onbekend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Popster&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dickens noemde zichzelf als jonge schrijver ‘the inimitable’(de onnavolgbare, km), een bijnaam die hij helemaal wist waar te maken. Hij was getuige van zijn eigen succes en tijdens zijn twee Amerika-tournees was er zelfs sprake van ware Beatles-toestanden. Vrouwen wilden een stukje van zijn jas, een lok van zijn haar. Vooral in de laatste tien jaar van zijn leven las Dickens voor uit eigen werk, iets waar hij enorm van genoot. Na een voordracht had hij een razendsnelle polsslag, net als de duizenden fans die kwamen luisteren. Alle Dickens-romans verschenen in afleveringen die eindigden met een spannende cliffhanger, zodat de verkoop verzekerd was. Het is opvallend dat veel titels die nu als mindere werken bekend staan – te sentimenteel, te melodramatisch – de grootste bestsellers waren destijds. Dickens’ vrienden waren schrijvers en kunstenaars. Met William Thackeray was hij jarenlang bevriend, tot de twee ruzie kregen, en ook Wilkie Collins was een van zijn beste vrienden. Katey Dickens trouwde met een zoon van Collins. Dickens staat bekend als Londen-chroniqueur, al spelen een aantal van zijn beste boeken – ‘Great Expectations’, bijvoorbeeld – in Kent, waar hij als jongetje woonde. Hij was verliefd op het landschap en ging er vaak op vakantie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tand des tijds&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tomalin schreef eerder prachtbiografieën van Jane Austen en Thomas Hardy. Haar Dickens-biografie is chronologisch qua opzet, al beperkt Tomalin zich niet tot een selectie van de belangrijke feiten. In sommige passages komt de tekst dankzij sprekende details helemaal tot leven, als een scène uit een roman. Meeslepend maar niet vulgariserend, zo schrijft Tomalin. Ze laat de vele gezichten van Dickens zien en roept tientallen getuigen naar voor, kinderen, vrienden, collega’s. Brieven en memoires vormen een belangrijke bron van informatie en wanneer Tomalin speculeert, geeft ze dat altijd duidelijk aan. Voor wie de romans van Dickens niet kent, vormt dit boek een mooie introductie. Tomalin zoekt naar verbanden tussen de biografie van de schrijver en de inhoud van zijn boeken. Ze weegt de werken ook als een criticus en is nietsontziend in haar oordeel. De laatste hoofdstukken van ‘Nicholas Nickleby’ vindt ze haast onleesbaar. Nancy, de prostituee met het gouden hart uit ‘Oliver Twist’, loopt te krijsen als een B-actrice, volgens Tomalin. Dickens was overigens heel slecht in vrouwelijke personages, iets waarover al eerder is geschreven. Zijn vrouwen zijn vage engelen, kakelende dametjes of afstandelijke ijskoninginnen. Tomalin is wel lyrisch over Dickens’ satirische portret van de financiële sector, dat nog helemaal van deze tijd is, en over zijn scherpe analyse van de advocatenwereld. Volgens de biografe is ‘Great Expectations’ hét meesterwerk van Dickens, een roman waarin de combinatie van dromen, visioenen, angsten en grote verlangens niets dan betovering oplevert.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Claire Tomalin – Charles Dickens A Life – Viking – 527 blz. – 27.99 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3293819360106175399?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3293819360106175399'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3293819360106175399'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/claire-tomalin-charles-dickens-life-de.html' title='Claire Tomalin - Charles Dickens A Life (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-d66PYDDdZuM/TqVrYs0nPdI/AAAAAAAABGw/LQaxiIweDMU/s72-c/tomalin-dickens-2011.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-978551416571578452</id><published>2011-10-17T08:03:00.000-07:00</published><updated>2011-10-17T08:05:54.292-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Julian Barnes - The Sense of an Ending (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-cLaQ8hgxA28/TpxESJMdwWI/AAAAAAAABGk/p-InsdDJRGY/s1600/The-Sense-of-an-Ending.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-cLaQ8hgxA28/TpxESJMdwWI/AAAAAAAABGk/p-InsdDJRGY/s200/The-Sense-of-an-Ending.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5664477509821776226" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Grillen van De Tijd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zelden heeft de jury van de Man Booker Prize voor zo een makkelijke eindronde gestaan. Julian Barnes’ ‘Alsof het voorbij is’ steekt met kop en schouders boven de vijf andere genomineerden uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Joseph O’Neill vertelde me ooit dat het zijn grootste droom is om een ultrakorte roman te publiceren: beknopt, diep, resonerend. Volgens hem slagen enkel genieën daarin. Julian Barnes is zo een genie. De voorbije jaren publiceerde hij met ‘Niets te vrezen’, ‘Polsslag’ en ‘De citroentafel’ prachtige boeken over ouderdom, nakend einde en verlies. Nu komt daar een vierde titel bij, ‘Alsof het voorbij is’. De roman – sommigen noemen het zelfs een ‘novelle’- telt 160 bladzijden, al duurt het een poos om de tekst tot je te nemen, te laten bezinken.       &lt;br /&gt;‘Ouderdom brengt geen rust,’aldus Barnes in 2008 in een interview met De Standaard. In zijn nieuwste roman ontkracht hij de mythes over ‘de oude dag’. Sereniteit, vreedzaamheid, innerlijke rust: voor Tony Webster zijn het verzinsels. Websters hele leven is een bleke versie van de Sturm und Drang uit de romans die hij als jongeman las. Webster heeft enkele relaties, trouwt, krijgt een dochter, stemt zonder tegenspartelen in met een echtscheiding, heeft een stabiele, monotone loopbaan. Het is een leven in grijstinten, een bestaan zonder toppen of dalen. Tenminste, zo denkt Webster erover bij begin van de roman, wanneer hij terugblikt. Hij voelt zich nauwelijks nostalgisch om zijn jeugdjaren, is geen sentimenteel type. Toch is hij niet de onverstoorbare man waarvoor hij graag wil doorgaan. Hij verbaast zich over de manier waarop zijn leven is gelopen. Als jongeman verwachtte hij dat, na zijn schooltijd, het leven echt zou beginnen, dat er sprake zou zijn van een versnelling. Hij wist toen niet dat het al lang bezig was en dat De Tijd vreemde dingen uithaalt met een mensenleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Raadsel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jongeren verbeelden zich wel eens hoe het voelt om oud te zijn. Meer tijd, een simpeler ritme, minder tumult, denken ze. Wat ze volgens Webster niet beseffen, is dat je alle tijd hebt om terug te blikken en dat is wat Webster doet. Hij denkt terug aan Adrian Finn, een minzame, onwereldse schoolvriend die zijn klasgenoten op intellectueel vlak ver achter zich liet, zonder er snoeverig over te doen. Finn en Webster zien elkaar steeds minder tijdens hun studietijd en wanneer Finn een relatie krijgt met Websters ex Veronica is er al helemaal geen sprake meer van contact. Finn pleegt zelfmoord, kort na aanvang van zijn relatie met Veronica. Jaren later, wanneer Webster over de zestig is, krijgt hij een kleine erfenis van Veronica’s moeder. Waarom liet ze hem 500 pond? Wat is er jaren geleden precies gebeurd?          &lt;br /&gt;Het eerste deel van dit boek gaat over Websters jonge jaren, zijn moeizame relaties met vrouwen. Hij was jong in de jaren 1960, maar in Websters Londen begonnen de wilde jaren pas na 1970. Deel twee leest haast als een detective, al zou het zonde zijn om er doorheen te razen. Wil je het raadsel toch snel ontsluieren, lees dan vooral terug want ‘Alsof het voorbij is’ staat vol prachtige zinnen die je hardop wil voorlezen aan de passagiers naast je op de trein. Barnes’ essayistische talent is bekend en ook dit boek staat vol wijsheden die naadloos in de tekst zijn opgenomen. Webster denkt na terwijl hij schrijft, terwijl hij zijn onthutsende biecht aflegt. Hij zoekt naar oplossingen, wil greep krijgen op de dingen. Zijn onthullingen over tijd en herinnering doen dan ook niet gekunsteld aan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Grote vragen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Put het leven ons uit zodat we ons uiteindelijk kunnen verzoenen met de dood? Is een mensenleven meer dan de som van de gebeurtenissen? Laat tijd  de dingen verstarren tot vastgeroeste anekdotes of haalt hij er juist de scherpe kantjes van af? Het zijn de grote vragen die Barnes bezighouden, steeds opnieuw. Barnes slaagt erin om een onaangename man te laten terugblikken, zonder te oordelen of de lezer in een bepaalde richting te duwen. Op stilistisch vlak is dit een parel: geen woord te veel, uiterst precies. Er is wel ruimte voor Barnesiaanse ironie maar de grondtoon is serieus en vooral verontrustend, schokkend zelfs. Barnes staat voor de vierde keer op de shortlist van de Man Booker Prize, hij won nooit eerder. Zijn boek is de enige genomineerde titel waarin leesplezier en spanning samengaan met diepgang. Zelden was het zo duidelijk wie er moet winnen volgende week dinsdag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Julian Barnes – Alsof het voorbij is – vertaald door Ronald Vlek – Atlas – Amsterdam – 160 blz. – 19.95 € - oorspronkelijke titel: The Sense of an Ending.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-978551416571578452?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/978551416571578452'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/978551416571578452'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/julian-barnes-sense-of-ending-de.html' title='Julian Barnes - The Sense of an Ending (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-cLaQ8hgxA28/TpxESJMdwWI/AAAAAAAABGk/p-InsdDJRGY/s72-c/The-Sense-of-an-Ending.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-8511769256267545633</id><published>2011-10-17T08:00:00.000-07:00</published><updated>2011-10-17T08:02:44.594-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Booker Prize 2011 (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-VUcYeU0zbB4/TpxDhY2fQHI/AAAAAAAABGY/1N3OirBv6NA/s1600/Jamrachs-Menagerie.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-VUcYeU0zbB4/TpxDhY2fQHI/AAAAAAAABGY/1N3OirBv6NA/s200/Jamrachs-Menagerie.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5664476672210976882" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Leesplezier boven alles&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De jury van de Man Booker Prize koos dit jaar bijna uitsluitend voor boeken die vlot leesbaar zijn en een meeslepende plot hebben. Het resultaat valt tegen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geen jury zonder tegenwind of scherpe kritiek. Zo is het altijd al geweest, bij ons en ook elders in de wereld. Zelden was de opschudding en verontwaardiging van critici zo groot als dit jaar, toen de vijfkoppige jury van de Man Booker Prize haar keuze bekendmaakte. Te commercieel, zo klonk het, enkel aandacht voor plot. Ik was geïntrigeerd voor ik aan de zes begon. Als jurylid van de Ako Literatuurprijs erger ik me wel eens aan al die matige romans zonder ideeën, maar ook zonder plot. Natuurlijk zijn er prachtige boeken waarin nauwelijks iets gebeurt. Toch is er niets mis met een goed ontwikkeld verhaal, met name wanneer dit gecombineerd wordt met ideeën en thema’s die tot de verbeelding spreken.            &lt;br /&gt;‘We willen dat mensen de shortlist-boeken kopen om te lezen, niet om ze te bewonderen,’zei juryvoorzitter Stella Rimington, thrillerauteur en voormalig hoofd van MI5. Een flauw argument, lijkt me, als je bedenkt dat er vorig jaar erg leesbare romans als ‘Kamer’ van Emma Donoghue en ‘Het lange lied’ van Andrea Levy op de shortlist stonden. Een ‘moeilijk’ boek als ‘De Finklerkwestie’ is er dit jaar niet bij, al is Barnes’ korte roman beslist geen pageturner. Zijn ‘Alsof het voorbij is’ is het buitenbeentje op de lijst. Het is het enige boek waarin een spannende verhaallijn gecombineerd wordt met belangwekkende thema’s en ideeën die je ’s nachts wakker houden.&lt;br /&gt;   &lt;br /&gt;Schipbreukelingen en huurmoordenaars&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Boekhandelaren zijn niet rouwig om deze commerciëlere lijst. De shortlisttitels verkochten dubbel zo veel als vorig jaar. Het grootste financiële succes is ‘Snowdrops’, een thriller van de Engelse debutant A.D. Miller. De titel verwijst naar de lijken die in Rusland tijdens de winter onder de sneeuw liggen en pas tijdens de eerste dooi gevonden worden. Nick is een Londense advocaat die valt voor Masha, een in korte rokken en witte laarzen getooide Russische schone. Het verhaal speelt in een land waar volgens voormalig Moskou-correspondent Miller zelfs de stewardessen omgekocht kunnen worden om het rookalarm uit te zetten. In ‘Snowdrops’ vloeit de wodka rijkelijk, kleden alle vrouwen zich als hoeren en hangen de straten vol gigantische Rolex-advertenties. De plot draait om fraude en misdaad op de veranderende huizenmarkt. Miller weet de eindeloze Moskou-winters heel precies te beschrijven en de psychologie van Nick, wiens morele codes vervagen, is geloofwaardig. Toch valt ‘Snowdrops’ te licht uit voor een Booker shortlist.       &lt;br /&gt;De Canadese Patrick deWitt schreef met ‘The Sisters Brothers’ een western die speelt in het Oregon en Californië van de jaren 1850. De broers Charlie en Eli Sisters zijn huurmoordenaars die meer gemeen hebben met de excentriekelingen uit de films van Ethan en Joel Coen dan met John Wayne. De korte hoofdstukken van deze road novel vormen kleine verhalen op zich. De broers ontmoeten vreemde snuiters, maken salons onveilig en discussiëren over de zin en onzin van tandpasta. Volgens stoere Charlie ziet Eli er met zijn schuimmond hondsdol uit. De toon van deze minimalistische roman – verwacht geen lyrische landschapsbeschrijvingen – gaat van absurd tot sentimenteel. Aardig, dit boekje, maar je bent het zo weer vergeten.     &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een van de betere titels op de shortlist is ‘Jamrach’s menagerie’ van de Engelse Carol Birch, voor wie dit de achtste roman is. Ook dit is bovenal een avonturenverhaal maar Birch is een erg goede verteller. Haar roman is wervelend, kleurrijk, spannend. Birch schrijft over het Victoriaanse Londen van slangenbezweerders, leeuwentemmers en walvisjagers. Jaffy Brown is nog een kind, wanneer hij meereist met een walvisschip dat een secundair reisdoel heeft: de vangst van een gigantische draak. Het zintuiglijke proza – je ruikt de stank op het schip – trekt je helemaal het verhaal in. Het tweede deel van deze schipbreukroman is donkerder, meer beklijvend. Mocht Barnes het toch niet halen, dan hoop ik dat Birch de prijs krijgt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Engagement&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De jury koos dit jaar eveneens voor twee geëngageerde, meer politieke romans en ook die zitten verpakt in een vlot jasje. ‘Half Blood Blues’ van Esi Edugyan is de zwakkere van de twee. De Canadese schrijfster vertelt hoe het zwarte Duitsers verging in Nazi-Duitsland. Aan de hand van de lotgevallen van een jazzband die van Berlijn naar Parijs verkast, brengt ze een onbekend stukje geschiedenis. De plot is voorspelbaar en zit vol clichés over mannenvriendschappen, wedijver om vrouwen. De dialogen zijn af en toe banaal en langdradig, de ontknoping zie je van ver aankomen. Edugyan is een onhandige verteller die de historische details niet altijd op een even subtiele manier brengt.   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Stephen Kelman, net als Miller een debutant, is een voormalig maatschappelijk werker die de achterstandswijk waar ‘Pigeon English’ speelt goed kent. Harrison Opoku komt uit Ghana en hij kijkt met verwonderde ogen naar Londen, zijn nieuwe woonplek. De smaak van Haribo-snoep, de wasserette om de hoek, de rituelen van de lokale bende die de buurt terroriseert: Harrison ratelt erover in een sappig taaltje dat jammer genoeg minder overtuigt in vertaling. Wanneer er een zwarte jongen wordt vermoord, werpen Harrison en zijn vrienden zich op als officieuze detectives. Kelmans debuut is prijzenswaardig omdat het op narratief vlak gewaagder is dan de avonturenverhalen op de shortlist. Je glijdt niet ongeschonden door zijn boek heen. Toch is ‘Pigeon English’  geen echte topper: het speurwerk boeit niet en Kelman is soms te expliciet in zijn gebruik van symbolen.   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Heeft de jury de zes beste genomineerd? Nee. Alan Hollinghurst, Sebastian Barry, Ali Smith en Tessa Hadley schreven romans die veel beter zijn. Hebben de massaal kopende lezers dan ongelijk? Natuurlijk niet en het leesplezier is hen van harte gegund. Alleen hoop je dat een literaire prijs meer doet dan de ‘leuke’ boeken onder de aandacht brengen. Bovendien heeft Groot-Brittannië een andere grote prijs voor vlot leesbare fictie, de Costa Award. Toch nog een lichtpunt: vier van de zes boeken zijn verschenen bij kleine, onafhankelijke uitgeverijen, voor wie de nominatie in deze moeilijke tijden een echte opsteker vormt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;Esi Edugyan – Half Blood Blues – Serpent’s Tail – 343 blz. – 14.99 €.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;A.D. Miller – Snowdrops – Atlantic Books – 273 blz. – 10.99 €.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Carol Birch – Jamrach’s menagerie – Canongate – 348 blz. – 9.99 €.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Stephen Kelman – Pigeon English – De Bezige Bij – 287 blz. – 18.90 €.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Patrick deWitt – The Sisters Brothers – Granta – 328 blz. – 15.99 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-8511769256267545633?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8511769256267545633'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8511769256267545633'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/booker-prize-2011-de-standaard.html' title='Booker Prize 2011 (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-VUcYeU0zbB4/TpxDhY2fQHI/AAAAAAAABGY/1N3OirBv6NA/s72-c/Jamrachs-Menagerie.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3535684951143047216</id><published>2011-10-15T06:37:00.000-07:00</published><updated>2011-10-15T06:40:11.491-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Jeffrey Eugenides - Huwelijk (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-4uth-uwmM3E/TpmNLViVPdI/AAAAAAAABGM/gpTEqD-v9gE/s1600/huwelijk.png"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 97px; height: 150px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-4uth-uwmM3E/TpmNLViVPdI/AAAAAAAABGM/gpTEqD-v9gE/s200/huwelijk.png" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5663713232294329810" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Liefdesdriehoek&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Acht jaar na de verschijning van ‘Middlesex’ zijn de verwachtingen voor Jeffrey Eugenides’ nieuwste  hooggespannen. ‘Huwelijk’ is een liefdesroman die de lezer niet helemaal voldaan achterlaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eerst waren er de vijf zussen Lisbon uit ‘De zelfmoord van de meisjes’, Eugenides’ dromerige debuut. Na hun dood blijven de Lisbons rondspoken in de hoofden van de dorpsjongens die hen vol schroom aanbidden. Met zijn eerste roman bracht Eugenides een prachtige mengvorm van tedere humor en herfstige melancholie. Ook in bestseller en Pulitzer Prize-winnaar ‘Middlesex’ liet Eugenides zien met hoeveel wijsheid en zelfvertrouwen hij in de harten van zijn jonge personages kijkt. Callie’s voorouders zijn Grieken die hun geluk komen beproeven in de Verenigde Staten. Net als Eugenides is zij een Grieks-Amerikaanse, verder gaan de gelijkenissen tussen schrijver en personage niet. Callie groeit op als een meisje, tot tijdens haar puberteit blijkt dat ze de hormonale en biologische kenmerken van een jongen heeft. Het prachtige hoofdpersonage van ‘Middlesex’ is vernoemd naar Calliope, de Griekse godin voor epische poëzie. Geen toeval, want het is vooral de lyrische vertelstem van deze vuistdikke roman die overweldigt en ontroert. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Boekenkast&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Huwelijk’ speelt in de vroege jaren 1980, wanneer androgynie ‘in’ was, zoals de schrijver opmerkt. Eugenides introduceert zijn hoofdpersonage aan de hand van haar boekenkast. Madeleine Hanna heeft een zwak voor negentiende-eeuwse kleppers: Jane Austen, George Eliot, Henry James en Elizabeth Gaskell zijn de favoriete schrijvers van deze universiteitsstudente, die net klaar is met haar proefschrift over ‘de huwelijksplot’.  In de boeken van Austen en co draaide alles om het vinden van een geschikte huwelijkspartner. Is de klassieke roman in verval, nu mannen en vrouwen kunnen scheiden en huwelijksvoorwaarden regelen? Is de gelijkheid van de seksen slecht voor de romankunst? Dat zijn de vragen die Madeleine zich stelt. Ze is daarmee een buitenbeentje op de universiteit van Brown, waar iedereen de mond vol heeft van Derrida en deconstructie. In 1982 – Eugenides laat ‘Tainted Love’ en Annie Lennox door de jukebox klinken – zijn de Victorianen wel heel erg passé.             &lt;br /&gt;Madeleine heeft jukbeenderen als Katherine Hepburn en ze draagt het liefst Jackie Kennedy-achtige outfits die wijzen op haar bevoorrechte afkomst. Wanneer Madeleines vriendje Leonard met de  moeder van zijn vriendin praat heeft hij het gevoel op audiëntie te zijn bij de Engelse koningin. Leonards achtergrond is minder glansrijk: een geesteszieke moeder en een vader die een onsuccesvol antiquariaat runt ; beide ouders drinken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Campusroman&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Huwelijk’ is een moderne versie van de negentiende-eeuwse roman, inclusief een klassieke liefdesdriehoek. Behalve Leonard dingt ook Mitchell, Madeleines’ beste vriend, om de gunsten van de heldin. Samen met Madeleine stelt Eugenides zich de vraag hoe het zit het met man-vrouwverhoudingen in het postfeministische tijdperk.        &lt;br /&gt;Het eerste deel van dit boek is een campusroman waarin Eugenides negentiende-eeuwse klassieke auteurs laat botsen met de semiotici die begin 1980 hip waren aan Amerikaanse campussen. Eugenides’ beschrijvingen van ‘heroïnebleke’ studenten die met Roland Barthes dwepen zijn erg grappig. Madeleine voelt geen affiniteit met haar professoren die de dood van de auteur verkondigen in hun colleges. Madeleines’ liefde voor boeken en lezen is prachtig beschreven en je krijgt meteen zin om zelf weer een Mevrouw Gaskell uit de kast te halen.    &lt;br /&gt;De rest van de roman toont hoe het Madeleine, Leonard en Mitchell na de studietijd vergaat. Mitchell trekt naar Europa en India en krijgt een diepgaande belangstelling voor Christelijke mystici. In dit boek-over-boeken weet Eugenides Mitchells zoektocht en worsteling overtuigend te beschrijven. Toch blijf je er als lezer van op een beschaafde afstand naar kijken, je wordt op geen enkel moment vervoerd. Dat gaat ook op voor de lotgevallen van Leonard, hoe tragisch en dramatisch die ook zijn. Wel knap is de manier waarop Eugenides de vrij conventionele Madeleine leven inblaast. Over haar hartzeer klinkt het: ‘  ’s Nachts schudde een onzichtbare hand haar om de paar uur wakker. Verdriet was fysiologisch, een stoornis in het bloed’. Jammer dat niet alle passages dezelfde intensiteit hebben. De huwelijkscrisis van Madeleines’ zus bijvoorbeeld is in al zijn voorspelbaarheid te weinig opwindend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Net niet&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is de afstandelijke, alwetende verteller die ervoor zorgt dat de lezer niet diep genoeg in de hoofden van de personages geraakt. Verder zijn niet alle gebeurtenissen even scherp verbeeld. Leonard is manisch-depressief en die ziekte heeft een gigantische impact op zijn leven met Madeleine. Eugenides’ beschrijvingen van manie en doodsdrift kunnen niet tippen aan passages over geestesziekte in de werken van bijvoorbeeld Jenny Diski, Adam Haslett of David Foster Wallace. ‘Huwelijk’ zit vol humor. In de passages over de snobistische Hanna’s en over de absurditeit van het postkoloniale academische discours laat Eugenides zich van een meer komische kant kennen, al waren zijn vorige romans zeker niet humorloos. Veel meer dan ‘Middlesex’ en ‘De zelfmoord van de meisjes’ is dit een ideeënroman. Van baanbrekend genetisch onderzoek – Leonard is wetenschapper – tot de merites van oosterse religies: Eugenides scheert erlangs, maar hij diept niet uit. De campushoofdstukken zijn het meest sprankelend en geestig. De uitzwerm van de drie is net niet beklijvend genoeg om van een Grote Amerikaanse Roman te kunnen spreken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Jeffrey Eugenides – The Marriage Plot – Farrar, Straus and Giroux – 406 blz.&lt;br /&gt;‘Huwelijk’ verschijnt op 26 oktober bij Prometheus.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3535684951143047216?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3535684951143047216'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3535684951143047216'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/jeffrey-eugenides-huwelijk-de-standaard.html' title='Jeffrey Eugenides - Huwelijk (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-4uth-uwmM3E/TpmNLViVPdI/AAAAAAAABGM/gpTEqD-v9gE/s72-c/huwelijk.png' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1360513058766485363</id><published>2011-10-07T01:37:00.000-07:00</published><updated>2011-10-07T01:42:01.200-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>A.S.Byatt - Ragnarok (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-AzGW9ynzkbk/To663itSqnI/AAAAAAAABGA/Mo4oBF5wnnU/s1600/Ragnarok-the-End-of-the-Gods.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-AzGW9ynzkbk/To663itSqnI/AAAAAAAABGA/Mo4oBF5wnnU/s200/Ragnarok-the-End-of-the-Gods.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5660667245023636082" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Gerommel in het godenrijk&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;A.S.Byatt voelt zich helemaal thuis tussen de slangachtigen en wolfsmensen die de Noorse mythen bevolken. Haar Ragnarok is een stilistische parel vol autobiografische verwijzingen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen uitgeverij Canongate aan A.S.Byatt vroeg of ze wou meewerken aan hun serie van herwerkte mythen, wist de Engelse schrijfster meteen welk verhaal zij zou hertellen. Ragnarok, de Noorse mythe over het einde der tijden, was voor haar niet zomaar een verhaal. Byatts moeder las de Noorse mythen voor en de lotgevallen van Loki en Odin maken dan ook deel uit van Byatts schrijvers-DNA. Heel wat auteurs die meewerkten aan Mythen – Ali Smith en Margaret Atwood, bijvoorbeeld - kozen voor een moderne aanpak. Ze vertaalden de eeuwenoude mythen naar onze tijden, herkneedden de hoofdrolspelers tot personages met een psychologische diepgang, met herkenbare neuroses. Byatt doet dat niet, ze koos voor wat ze zelf ‘raw myth’ noemt. Toch bevat haar Ragnarok een modern aandoende finale. De Apocalyps die ze beschrijft, doet denken aan de ecologische doemscenario’s die sommige wetenschappers voorspellen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Spiegel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Byatt worstelde met de aanpak en besloot om de mythe te herschrijven voor het kind dat ze ooit was. De driejarige die op de eerste pagina verschijnt, een klein meisje met haar ‘als door de zon beschenen rook (mijn vertaling)’, is Byatt zelf. Tijdens de Tweede Wereldoorlog trok Byatt met haar moeder van Sheffield naar het platteland om er de oorlog uit te zitten. Het decor is er groen en weelderig, de pastoor vertelt er zeemzoete verhalen over kindje Jezus. De kleine Byatt gelooft niet in God en ze vindt de Jezus-verhalen veel minder fascinerend dan Asgard and the Gods dat haar moeder haar in handen duwt.          &lt;br /&gt;Mythen kunnen bij hedendaagse lezers een gevoel van overbodigheid oproepen. De verklaringen voor rampen en noodlottigheden die erin worden aangereikt, zijn ingehaald door wetenschappelijke theorieën. Maar voor Byatt was het woelige, donkere universum van de Noorse goden een spiegel voor de wereld die ze kende, een wereld waarin ze altijd een gasmasker bij zich droeg en waarin gevechtsvliegtuigen de slapers lieten daveren in hun bed. Net als de Noorse goden kende ze het gevoel dat het einde er zat aan te komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Glibberige Loki&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Byatt vertelt in Ragnarok hoe ze wist dat ze wou gaan schrijven. Urenlang zat ze als kind te staren naar de tekeningen in haar boek en ze merkte dat je in een steenmassa verschillende figuren kon zien. Dat wakkerde haar verbeelding aan.        &lt;br /&gt;De mythe zelf is bekend en Byatt bestudeerde de talrijke eerdere versies die ze in een epiloog toelicht. De goden, waarvan Odin de beroemdste is, doodden de reus Ymir en ze maakten meren van zijn zweet, bomen van zijn krullen en wolken van zijn hersenen. Ze bouwden Asgard, de thuis van de goden. Het kleine meisje voelt sympathie voor Loki, Odins bloedbroeder, die bekend staat als een speelse onruststoker. Hij was glibberig en onvoorspelbaar, kon van gedaante verwisselen: van melkmeisje tot forel of vlieg. Wanneer Loki door middel van een list de geliefde god Baldur de dood injaagt, nadert het einde van het godentijdperk. Alle levende wezens op aarde hadden namelijk aan Baldurs moeder beloofd dat ze haar zoon geen kwaad zouden berokkenen. Dit verbroken verbond is een eerste teken van naderend onheil.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kikkervisjes vangen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Loki zou je kunnen zien als een moderne wetenschapper. Hij  gedijt in een klimaat van experiment en durf. Byatt vindt hem roekeloos en sluw. ‘Hij hield ervan wanneer dingen woester, wilder, meer ongrijpbaar werden (mijn vertaling),’ schrijft ze. Hij is het die de wereld een duwtje richting de afgrond geeft. Byatts einde der tijden begint met bittere winden en mislukte oogsten. Er is geen troost in Ragnarok, waarin de laatste overblijvers elkaar opeten. Het is bekend dat Byatt een enorme liefde heeft voor de natuur - het kind dat kikkervisjes ving tijdens de oorlog is vast nog in haar aanwezig. Ragnarok is dan ook een project waar heel veel bezieling en betrokkenheid uit spreekt.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Byatt schrijft in een lyrische, heldere stijl vol alliteraties. Je zou dit verhaal eigenlijk moeten horen, zo mooi klinkt het. Van de vleermuizen die ‘als geplooid leder (mijn vertaling)’ in de grotten hingen tot de overpeinzingen van het kind dat zich afvraagt hoe iets ontstaat uit het niets: alles is even zinderend beschreven. Toch één punt van kritiek: Byatt is zo erudiet dat ze soms de neiging heeft om te doceren. Ze neemt de lezer te veel bij de hand, vooral aan het slot. Verder niets dan lof voor deze mengvorm van autobiografie en mythologie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;A.S.Byatt – Ragnarok – The End of the Gods – Canongate – 177 blz. – 12,99 €.&lt;br /&gt;De vertaling verschijnt op 10 november bij De Bezige Bij.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-1360513058766485363?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1360513058766485363'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1360513058766485363'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/gerommel-in-het-godenrijk.html' title='A.S.Byatt - Ragnarok (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-AzGW9ynzkbk/To663itSqnI/AAAAAAAABGA/Mo4oBF5wnnU/s72-c/Ragnarok-the-End-of-the-Gods.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7302245746710625227</id><published>2011-10-02T01:20:00.000-07:00</published><updated>2011-10-02T01:23:45.152-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Erin Morgenstern - Het nachtcircus (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-QR2tZ0sluZM/TogfgOVH37I/AAAAAAAABF4/nzjmN3-91cI/s1600/nachtcircus.JPG"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 99px; height: 160px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-QR2tZ0sluZM/TogfgOVH37I/AAAAAAAABF4/nzjmN3-91cI/s200/nachtcircus.JPG" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5658807570253995954" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Tovenaarskinderen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uitgevers hopen dat ‘Het nachtcircus’ van Erin Morgenstern evenveel brokken zal maken als de boeken van Harry Potter. Het zal wel niet zo een vaart lopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Iets aan het circus doet iets ontwaken in hun ziel,’ schrijft Erin Morgenstern over de bezoekers van het nachtcircus, de plek waar haar debuut zich afspeelt. Jammer dat de lezer nooit dezelfde begeestering voelt, hoezeer de schrijfster zich ook uitput om filmisch te schrijven. Of misschien is dat wel net het probleem van dit sterk gehypete debuut dat in 23 landen gepubliceerd wordt: het heeft te veel van een matige Hollywoodprent. Felle kleuren, zwierige camerabewegingen en suikerzoete personages zorgen ervoor dat ‘Het nachtcircus’ nooit echt donker, laat staan magisch, wordt.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twee tovenaars, aartsrivalen, leiden elk een pupil op. Celia, dochter van Prospero, kan voorwerpen laten bewegen, verdwijnen en van kleur laten veranderen. Marco, telg van de altijd in grijs pak geklede Alexander, kan het geheugen van anderen manipuleren en hij laat mensen rondlopen in hun droomlandschap. Celia en Marco weten niet dat de tovenaars een weddenschap afsloten. Ze zullen deelnemen aan een spel waaruit moet blijken wie de beste tovenaar-leerling is. Jarenlang weten Marco en Celia niet wie hun tegenstander zal zijn en de regels en omstandigheden van het spel zijn schimmig. De lezer beseft snel dat de twee het tegen elkaar zullen opnemen en dat ze voor elkaar zullen vallen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twilight&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Celia, die als kind last heeft van driftbuien, werkt er hard aan om zichzelf in de hand te houden en ze verzet zich dan ook tegen de warme gloed in haar lijf, wanneer ze in Marco’s buurt is. Waar hebben we dat nog gehoord? Twilight, natuurlijk. Het is geen toeval dat Celia’s favoriete deel van het circus – een aaneenschakeling van tenten met verschillende thema’s – de ijstuin is. Het verhaal begint nochtans veelbelovend met Prospero die sneetjes maakt in Celia’s vinger – het meisje moet ook levende materie leren herstellen. Duister, intrigerend, denk je dan, en je hoopt op meer spanning en mysterie. Helaas, Morgenstern is geen geboren verteller en haar extreem afstandelijke proza krijgt de lezer nooit in zijn greep. Zowel qua verhaallijnen als qua details en sfeer is ‘Het nachtcircus’ minder goed dan je zou verwachten van de vermeende opvolger van ‘Harry Potter’. Het verhaal speelt in de late 19de en vroege 20ste eeuw maar Morgenstern blijft zo aan de vlakte in haar beschrijvingen dat je geen verschil merkt tussen de New Yorkse, Parijse of Praagse scènes. Enkel de middernachtelijke diners, georganiseerd door de oprichter van het circus, springen er uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bestsellerkoorts&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sinds ‘Harry Potter’ en de romans van Stieg Larsson zit de uitgeverswereld verlegen om een grote bestseller. Velen hopen dan ook dat Morgenstern de kassa’s zal laten rinkelen. ‘Het nachtcircus’ heeft te weinig om het lijf om het eerste deel van een reeks te worden. Al weet je natuurlijk nooit. Mocht het boek toch succesvol zijn, dan staat er vast een volgende generatie tovenaarskinderen klaar. De eerste aanzet van dit boek ontstond tijdens de jaarlijkse National Novel Writing Month, waaraan Morgenstern een aantal keer deelnam. Naar eigen zeggen was ze haar roman-in-wording zo beu dat ze de personages maar naar het circus stuurde. Het is jammer dat Celia en Marco zo etherisch en suf zijn. Je gelooft nooit in hun lijden en hun dilemma’s laten je koud.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;Erin Morgenstern – Het nachtcircus – De Bezige Bij – vertaald door Dennis Keesmaat – 425 blz. – Oorspronkelijke titel: The Night Circus.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7302245746710625227?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7302245746710625227'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7302245746710625227'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/erin-morgenstern-het-nachtcircus-de.html' title='Erin Morgenstern - Het nachtcircus (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-QR2tZ0sluZM/TogfgOVH37I/AAAAAAAABF4/nzjmN3-91cI/s72-c/nachtcircus.JPG' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7728313090139339817</id><published>2011-10-01T01:55:00.000-07:00</published><updated>2011-10-01T02:00:18.458-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Tom McCarthy interview (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-Ly314K4rhrk/TobWeAsyF1I/AAAAAAAABFw/sr6g51igImg/s1600/tom-mccarthy1.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 120px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-Ly314K4rhrk/TobWeAsyF1I/AAAAAAAABFw/sr6g51igImg/s200/tom-mccarthy1.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5658445792909858642" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Schrijver met antennes&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Graftombes, motten met excentrieke vleugelpatronen en oorlogspiloten: Tom McCarthy spint een fascinerend web van woorden, associaties en beelden in zijn roman ‘C’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de deurbel staat D.Bodner, waardoor ik letterlijk Tom McCarthy’s roman ‘C’ binnentuimel. Bodner is de naam van de stomme tuinman op het landgoed waar Serge Carrefax, het hoofdpersonage, opgroeit. McCarthy laat het interview plaatsvinden in de huiskamer van een bevriend kunstenaar: ‘Ik gebruik veel namen van mensen uit mijn omgeving. Ik heb Daniels naam altijd mooi gevonden, die combinatie van de ‘d’ en de ‘n’. Erg ongebruikelijk.’       &lt;br /&gt;De eerste hoofdstukken van ‘C’ doen met hun lyrische historische details denken aan ‘Het boek van de kinderen’ van A.S. Byatt, een roman over dezelfde periode, de vroege twintigste eeuw. Serge wordt geboren in een onconventioneel gezin. Zijn vader ontwikkelt machines waarmee hij doofstommen leert praten, zijn moeder weeft prachtige stoffen en hyperintelligente zus Sophie zet dode katten op, bestudeert insecten en zwerft ’s nachts rond in de tuinen van het landgoed. Na haar vroege dood glijdt Serge weg in een melancholische toestand die hem naar de verste uithoeken van de wereld voert. Hij wordt gevechtspiloot tijdens de Eerste Wereldoorlog en na 1918 trekt hij naar Egypte, waar hij voor het ministerie van Communicatie werkt. In Caïro leert hij een groep archeologen kennen, die hem meenemen tijdens hun opgravingen. Naarmate het boek vordert, merk je dat ‘C’ geen traditionele roman is. Voor de Engelse McCarthy staan linguïstische en filosofische vraagstukken centraal in een boek dat de verpakking heeft van een avonturenverhaal maar dat veel dieper graaft:     &lt;br /&gt;‘Voor mij is  ‘C’ een realistische roman. Hij gaat over een wereld die mogelijk is. Ik zie de traditie van het zogenaamde  psychologisch realisme als een constructie, een conventie, die net zozeer aan afspraken gebonden is als eender welke andere literaire traditie. Wanneer William S. Burroughs het over zijn techniek van cut-ups heeft, lijkt dat voor velen hermetisch en experimenteel. Nochtans is zijn manier van schrijven in zekere zin realistischer. Wanneer je op straat loopt, hoor je ook een flard van een zin, getoeter van auto’s, een politiesirene. Die zogenaamde heldere orde van het psychologisch realisme vind ik artificieel. Het klinkt misschien vreemd maar Jane Austens werk is minder realistisch dan dat van James Joyce.’ &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mutaties&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;McCarthy ziet ‘C’ als een web van klanken, woorden, mutaties: ‘Ik maak woordkettingen: cyste, insect, incest. De betekenis van het boek zit voor een groot deel in die linguïstische mutaties. Noem het een evolutionaire kanker of code. Freud schreef over de ‘wolfman’, Sergei Pankejeff , een casus die erg belangrijk was voor  ‘C’. Pankejeff verloor  eveneens een zus en Freud probeerde zijn psyche te doorgronden door zijn taal te ontleden. Pankejeff  sprak een mix van Duits, Engels en Russisch. Die woorden, gevormd op breuklijnen, vormden de basis voor Serges psyche. Ik vind die taalmutaties en de beelden die ze oproepen mooi, voor mij is het pure poëzie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Serge is geen personage van vlees en bloed. Hoopt u dat lezers hem op een andere manier benaderen dan ze gewend zijn?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de meeste psychologische romans heb je mooi afgelijnde personages met een zekere diepgang, dat is de humanistische aanpak. Ik hou van de modernistische traditie waarin er een interactie is tussen een open personage en de omringende wereld. Geschiedenis, technologie en politiek hebben een grote impact op het bewustzijn van Serge.  In ‘C’ blaas ik de personages leven in door middel van taal en technologie. Serges vader dwingt de dove kinderen letterlijk om te gaan praten, hij gebruikt daar zelf ontworpen apparaten bij.  Voor mij is Serge de twintigste eeuw, een tijd vol trauma’s.  Serge lijdt, hij vecht in de Eerste Wereldoorlog, kampt met melancholie. In het begin van ‘C’ wordt de twintigste eeuw geboren, aan het eind ontploft hij. Zijn naam is niet toevallig ‘Serge’, wat een woord is voor een gevlochten materiaal. Mijn personage is  opgetrokken uit verschillende materialen. Zijn naam verwijst ook naar ‘electric surge’ (elektrische golf, km) . &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De gebeurtenissen in ‘C ‘ doen denken aan onze tijd en toch speelt de roman in de vroege twintigste eeuw. Wat vindt u zo fascinerend aan dat tijdperk?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het begin van ‘C’ lijkt  bijna op ‘David Copperfield’. Toch verzet ik me ertegen als mensen het een historische roman noemen. Het is een roman over imperialisme en nieuwe media. Het mag dan wel spelen in de twintigste eeuw, dit is een boek over nu. Het is geen toeval dat de roman eindigt in het woelige Midden-Oosten. Omdat ik wou schrijven over technologie leek het  tijdperk waarin de radio opkwam geschikt. Toen ik onderzoek deed naar historische details viel het me op dat de eerste debatten over internet sterk leken op de manier waarop men toen sprak over radio. Vragen als “Zal de communicatie één op één plaatsvinden of  kiezen we voor communicatie tussen individu en groep?” en “Welke rol zal de staat krijgen in de regulering van die media?” waren toen ook aan de orde. Een andere reden waarom ‘C’ in de vroege twintigste eeuw speelt, is dat het modernisme toen haar gloriejaren kende. Mijn verhaal eindigt in 1922, het jaar waarin James Joyces  ‘Ulysses’ en T.S. Eliots ‘The Wasteland’ verschenen. Ik zie ‘The Wasteland’ als een radiogedicht met stemmen die opduiken, dan weer verdwijnen op de achtergrond.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Toch lijken de modernisten niet de enige schrijvers die u bewondert. Er staan ook veel verwijzingen in naar Ovidius.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zeker en ook naar de 19de-eeuwse literatuur. Ik ben dol op Dickens, al denk ik niet dat ik hem lees zoals de meesten hem lezen. Iedereen heeft het altijd maar over de kleurrijke Dickens-personages, maar kijk eens naar de eerste twee bladzijden van ‘Grote verwachtingen’. Je merkt dat het een roman is over ‘namen geven’, over afbrokkelende taal, identiteit en schrijven. Ik ben geneigd om te zeggen dat er nooit zoiets was als psychologisch schrijven. Ik denk dat er vooral sprake is van psychologisch lezen. Wanneer ik een sectie schrijf, heb ik altijd vier of vijf bronnen binnen handbereik. Voor de Egyptische hoofdstukken waren dat onder andere de dagboeken van E.M.Forster, Flauberts teksten over Egypte en Egyptische kranten uit die periode. Het laatste deel gaat over archeologie. De personages zitten letterlijk in een tombe. Ik hoop dat lezers te werk gaan als archeologen. Je hebt verschillende betekenislagen die over elkaar heen liggen en die je kan loskrabben. Ik voeg er wel aan toe: je kan dat doen, maar het moet niet. Als iemand beweert dat ‘C‘ het verhaal is van tragische kinderen naar wie de ouders niet genoeg hebben omgekeken, klopt dat ook. Toch zit er veel meer in. ‘C’ kreeg heel extreme reacties in Engeland. Sommigen hielden ervan, anderen vonden het vreselijk. Ontgoochelde lezers zijn meestal te zeer gehecht aan de psychologische manier van lezen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘C ‘ lijkt me in wezen een roman over moeizame communicatie, één van de grote thema’s van de Westerse literatuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor mij is dat hét thema. In de eerste scène van Aischylos’ ‘Oresteia’ zien we een lichtmachine die signalen – een soort morsecode - uitzendt. Op het eiland Argos krijgen ze via dat signaal het bericht dat Troje gevallen is. Het lijkt wel een fragment over het prehistorische Griekse internet. Lang voor de grootschalige ontwikkeling van technologie begon de literatuur met de reis van een signaal door de ruimte. Literatuur gaat altijd over communicatie, transmissie en receptie. Wanneer je  ‘Finnegans wake’ leest, is het net alsof je zit te draaien aan de zenderknop van een radio, waarbij je steeds andere stemmen hoort. Ik zie schrijvers als wezens met antennes. Ze ontvangen signalen, geluiden en lawaai. Wanneer Serge in zijn kamer naar de radio luistert, maakt hij ook aantekeningen. De ideale schrijver filtert de tekst uit het lawaai dat er overal is. Eigenlijk gingen schrijvers altijd al zo te werk. Kijk maar naar Shakespeare die sampelde uit de teksten van Ovidius, Petrarca en Lucretius. Hij is een prachtig voorbeeld van een schrijver met antennes.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voelt u zich een buitenbeentje in de Engelse literaire scène waar psychologisch en historisch realisme de meest toonaangevende genres zijn?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn eerste roman ‘Dat wat overblijft’ werd in eerste instantie niet uitgegeven door de traditionele Engelse uitgeverijen. Ik voel me meer verbonden met kunstenaars dan met romanschrijvers in Londen. De meeste kunstenaars hebben Beckett en Faulkner gelezen, Engelse uitgevers niet. In Amerika is het anders. Daar is er met schrijvers als Thomas Pynchon en David Foster Wallace altijd meer aandacht geweest voor het experiment. ‘Dat wat overblijft’ heeft wel een mooie recensie gekregen van Zadie Smith, waardoor het boek nu bekend is in Engeland.     &lt;br /&gt;De naamloze held van dat verhaal overleeft een niet nader beschreven ongeval en hij krijgt een gigantische schadevergoeding. Hij lijdt aan geheugenverlies en niets lijkt hem nog echt. Je kan het vergelijken met wat Warhol zei, nadat hij werd neergeschoten: ‘Ik heb het gevoel dat ik tv aan het kijken ben.’ Het personage moet opnieuw leren lopen, bewegen en hij heeft de indruk dat hij het leven simuleert. Hij begint gebeurtenissen  na te spelen die hem authentiek lijken. Geleidelijk aan worden zijn ensceneringen gewelddadiger. Als in ‘C’ identiteit gevormd wordt door technologie en netwerken, dan gaat het in ‘Dat wat overblijft’ vooral over trauma.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U schreef een literatuurgeschiedenis over Kuifje, ‘Tintin and the Secret of Literature’. ‘C ‘heeft af en toe wat weg van een Kuifje-strip.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik schreef dat boekje terwijl ik aan  ‘C’ werkte. Er zijn heel veel overlappingen. Beide gaan over familiegeheimen, Egyptische graven. Kuifje gaat vaak naar tombes en hij heeft meestal een radio bij zich. Hergés familie kende een fascinerend geheim. De vader en oom van Hergé waren onwettige kinderen van een meid die op een kasteel woonde. Er zijn zelfs onbevestigde geruchten dat ze de kinderen van de koning waren. Ik vind het mooi om te zien hoe Hergé die vermoedens verwerkte in zijn boeken. Kuifje is een codebreker, hij lost veel taalpuzzels op en ik  zie ‘C’ en mijn literatuurgeschiedenis dan ook als een geheel. ‘C’ staat vol met verwijzingen naar Kuifje. Ik vind Hergé één van de genieën van de twintigste eeuw. Op narratief vlak is hij minstens zo briljant als Balzac. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Tom McCarthy – C – vertaald door Auke Leistra - De Bezige Bij – 444 blz. – 22,50 € - Oorspronkelijke titel: C.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bio:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat Tom McCarthy (° 1969) schrijver wou worden, wist hij al toen zijn moeder, een classicus, hem de verhalen van Macbeth en Odysseus vertelde: ‘Ze deed dat om te beletten dat mijn zus, broer en ik ruzie zouden maken in de auto. Vervolgens draaide ik thuis een blad in de typemachine en schreef “Macbeth”door Tom McCarthy.’ McCarthy groeide op in Londen, woonde in Praag en Amsterdam en werd kunstenaar. ‘C’, dat een plaats kreeg op de shortlist van de Man Booker Prize 2010, komt voort uit een kunstproject rond Jean Cocteaus film ‘L’Orphée’. Film, kunst en met name de modernistische literatuur zijn belangrijke inspiratiebronnen voor McCarthy, wiens boeken als experimenteel worden bestempeld, een etiket waartegen de schrijver zich verzet. McCarthy schrijft voor the New York Times en voor Artforum. ‘C’ is zijn derde roman. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7728313090139339817?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7728313090139339817'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7728313090139339817'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/10/tom-mccarthy-interview-de-standaard.html' title='Tom McCarthy interview (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-Ly314K4rhrk/TobWeAsyF1I/AAAAAAAABFw/sr6g51igImg/s72-c/tom-mccarthy1.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-2277238333588256848</id><published>2011-09-26T01:46:00.000-07:00</published><updated>2011-09-26T01:48:32.050-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Irvine Welsh - Misdaad (Vrij Nederland)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-ihWX3ZKRF_8/ToA8ViE7-CI/AAAAAAAABFo/l5W6pLp5hvQ/s1600/crime.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 134px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-ihWX3ZKRF_8/ToA8ViE7-CI/AAAAAAAABFo/l5W6pLp5hvQ/s200/crime.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5656587472599775266" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;Door Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ray Lennox – gehavende hand, scheve neus, overmatige lichaamsbeharing – trekt met zijn aanstaande naar Miami om er te onthaasten. De politieman kan de gruwelijke pedofilie- en moordzaak die hem bijna velde niet loslaten. Terwijl zijn verloofde, een poppetje met valse nagels en een coup soleil, de bruidsbladen scant, schuimt Lennox de bars af. Hij ontfermt zich over een tienjarige die in handen viel van een pedofielennetwerk. Welsh, bekend om zijn verhalen over druguitspattingen, WC-potten en extreem gezuip, gaat de serieuze tour op in ‘Misdaad’. Het ontbreekt niet aan zintuiglijk beschreven urinoirs. Toch is de toon niet langer cynisch maar boos. Het begint goed met venijnige beschrijvingen van Miami Beach en strakke flashbacks over het politieonderzoek in Edinburgh. De plot begint halverwege te kabbelen en is bij momenten potsierlijk. Het is ook moeilijk om mee te leven met Welsh’ personages, die nauwelijks diepgang hebben. ‘Misdaad’ is beter dan het vreselijke ‘De bedgeheimen van de topkoks’, maar er zijn teveel ongesnoeide tirades en klunzige metaforen. Een zweetdruppel rolt ‘zo traag als het scheermes van een psychopaat een snee aanbrengt’.  Het te sterk gesuikerde slot ergert.&lt;br /&gt;Arbeiderspers, 366 p., 19.95 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-2277238333588256848?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2277238333588256848'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2277238333588256848'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/09/irvine-welsh-misdaad-vrij-nederland.html' title='Irvine Welsh - Misdaad (Vrij Nederland)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-ihWX3ZKRF_8/ToA8ViE7-CI/AAAAAAAABFo/l5W6pLp5hvQ/s72-c/crime.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1639602568184613581</id><published>2011-09-23T04:33:00.000-07:00</published><updated>2011-09-23T04:35:52.735-07:00</updated><title type='text'>Ali Smith - Als niet dan zou (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-oOC__802RDI/TnxvDhmy5DI/AAAAAAAABFg/V-3BNwPKjuI/s1600/9789045800684-a-smith-als-niet-dan-zou-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 129px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-oOC__802RDI/TnxvDhmy5DI/AAAAAAAABFg/V-3BNwPKjuI/s200/9789045800684-a-smith-als-niet-dan-zou-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5655517338421879858" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Te gast bij de tafelschuimer&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Smith doet het weer: in ‘Als niet dan zou’ tovert ze met taal, laat ze ons lachen om honderd-en-één woordgrappen en doet ze ons nadenken over wat het betekent om mens te zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waarom zou je van A naar B gaan in een rechte lijn als het ook anders kan? In een cirkel bijvoorbeeld of op een pad dat de vorm heeft van een neergegooid springtouw. Zijsprongen, dwaalwegen en frivole terzijdes vormen al lang het favoriete speelterrein van de Schotse schrijfster Ali Smith die met ‘Als niet dan zou’ een variant brengt op ‘De toevallige’, haar roman die op de shortlist van de Booker Prize stond. In beide verstoort een vreemde het rimpelloze bestaan van een gezin. Smith geeft niet om originele intriges. Meer nog, haast al haar werk gaat terug op bestaande films, theaterstukken of mythen. Smith heeft een voorkeur voor simpele, licht excentrieke gegevens die zich in allerlei vormen laten kneden. In ‘Als niet dan zou’ sluit Miles Garth zich tijdens een etentje op in de logeerkamer van zijn gastheer en –vrouw. Hij weigert het vertrek te verlaten en omdat de 18de-eeuwse deuren zo exclusief zijn, ziet gastvrouw, Geneviève Lee, zich genoodzaakt te wachten tot de man uit vrije wil naar buiten komt. ‘The Man Who Came to Dinner’ was een Broadway-komedie uit 1939 waarin een gast weigerde te vertrekken. Het stuk werd ook verfilmd met Bette Davis. Het is geen toeval dat Smith inspiratie vond in Hollywoods gouden jaren. Haar roman is bevolkt door liefhebbers van stille film-icoon Louise Brooks en van Fred Astaire-musicals. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wonen in tijden van recessie&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Als niet dan zou’ bestaat uit vier delen, voor elk woord uit de titel één deel. In ‘Als’ krijgt Anna, die Miles ooit ontmoette toen ze als tiener een groepsreis maakte door Europa, de dwingende vraag van Geneviève om ‘OOH (Onze Ongewenste Huisgenoot)’ naar buiten te lokken. Anna is huiverig want Geneviève is een snob en de werkloze Anna vindt Miles’ oplossing in tijden van economische recessie best slim. De vragen waar Anna mee worstelt zijn behoorlijk zwaar en filosofisch. Ze vraagt zich af ‘wat het voor haarzelf betekende, er zijn.’ Smith heeft er een handje naar om zelfs de moeilijkste kwesties met een vederlichte toets te behandelen, zonder dat haar speelse proza oppervlakkig wordt of een flauwe gimmick. Eigenlijk doen de personages niet veel meer dan rondwandelen, aankloppen bij Miles en herinneringen ophalen. Anna herinnert zich de groepsreis, toen Miles ervoor zorgde dat zij, het onaangepaste punkmeisje, zich minder eenzaam voelde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Limericks en rijmen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘Niet’ kruipt Smith in het hoofd van Mark, een zestigjarige homo die het gruwelijk vindt dat de stem die hem behekst afkomstig is van zijn lang overleden moeder, Faye, en niet van zijn geliefde, die vijf jaar geleden stierf. Faye praat in rijmen en op goeie dagen zelfs in jambische pentameters. Mark bracht Miles mee naar het diner en in het midden van de roman schuiven we aan bij Genevièves jaarlijkse ‘alternatieve etentje’, waarop ze gasten uitnodigt buiten haar kring van Greenwich-snobs, homo’s bijvoorbeeld of zwarten, zoals de familie Bayoude. Julian Barnes verblijdde zijn lezers onlangs in ‘Polsslag’ met verhalen over tafelconversatie en Smith kan zich meten met Barnes, al is haar toon minder mild. Smiths disgenoten rijmen en schudden limericks uit de mouw. Let wel, dat doen enkel de alternatievelingen, die duidelijk op meer sympathie van de auteur kunnen rekenen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meridiaan&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Dan’ is een wat losstaand hoofdstuk over een oude vrouw die aan bed gekluisterd is en van wie we pas in deel vier, ‘Zou’, te weten komen wat ze te maken heeft met Miles. In ‘Zou’ ontmoeten we Brooke Bayoude, een tienjarig zwart meisje dat spijbelt, al is ze geweldig slim en citeert ze uit ‘Hamlet’. Dit meisje doet denken aan Astrid uit ‘De toevallige’.       Smith lost het Miles-mysterie niet op of toch niet helemaal. Dat past in een roman over verhalen vertellen, een roman die eindigt met het beeld van een lezend personage. In Smiths wereld is geen verhaal ooit afgerond, al zal dat sommige lezers wel frustreren. ‘Als niet dan zou’ is een roman over tijd – personages lopen niet toevallig heen en weer over de meridiaan van Greenwich – en over herinneren. Smiths personages vragen zich af wat er van het verleden overblijft in het ‘nu’.  Ze dragen ook echo’s van bekende personages in zich, Anna wordt Anna K genoemd, naar Kafka. Het is een roman over taal en over de wereld van nu. Internet, Facebook, metroreclames en licht ridicule krantenrubrieken: Smiths moraal zit verpakt in de vorm van komedie. De stijl is wervelend, zinderend ; dit boek smeekt om herlezing. Alleen jammer dat het laatste deel minder sterk is dan de eerste drie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Ali Smith – Als niet dan zou – Mouria – vertaald door Irving Pardoen en Meindert Burger – 270 blz. – oorspronkelijke titel: There but for the.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-1639602568184613581?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1639602568184613581'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1639602568184613581'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/09/ali-smith-als-niet-dan-zou-de-standaard.html' title='Ali Smith - Als niet dan zou (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-oOC__802RDI/TnxvDhmy5DI/AAAAAAAABFg/V-3BNwPKjuI/s72-c/9789045800684-a-smith-als-niet-dan-zou-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1307867794209333656</id><published>2011-09-20T01:05:00.000-07:00</published><updated>2011-09-20T01:07:58.184-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Michael Ondaatje - The Cat's Table (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-50QOsI79SBU/TnhJ0VBAyLI/AAAAAAAABFY/5FoEoGw-xgk/s1600/cat.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 100px; height: 160px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-50QOsI79SBU/TnhJ0VBAyLI/AAAAAAAABFY/5FoEoGw-xgk/s200/cat.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5654350495507073202" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Groot worden op zee&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De nieuwe roman van Michael Ondaatje neemt de lezer mee op een bedwelmende oceaanreis tijdens de jaren 1950.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De elfjarige Michael die in Sri Lanka aan boord gaat van de Oronsay, een gigant die 21 dagen later Engeland zal bereiken, heeft nog nooit onder een deken geslapen. De smaken en texturen van de Europese scheepskost zijn hem onbekend en hij verbaast zich over het gebrek aan geuren op het schip dat maniakaal geschrobd wordt. ‘The Cat’s Table’, de nieuwe roman van Michael Ondaatje, is geen autobiografie, al maakte de schrijver dezelfde reis als zijn protagonist en gebruikt hij de kleuren en locaties die in zijn herinnering gegrift staan.        &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Beelden uit Preston Sturges’ filmklassieker ‘The Lady Eve’ (1941), waarin een vader en dochter de rijke passagiers van statige oceaanschepen op slinkse wijze bestelen, doemden op bij de lectuur van ‘The Cat’s Table’, al is Ondaatjes palet veel exotischer en is zijn passagiersbestand excentrieker. We mogen dan ook aanschuiven aan ‘de kattentafel’, de minst chique plek in de dineerhal, ver weg van de tafel van de kapitein. Het is daar dat Michaels fascinatie ontstaat voor wat zich afspeelt in de marge van het beeld. Aan de tafels van machtigen en rijken verloopt alles volgens vaste patronen en dat kan niet gezegd worden van de kattentafel. Een botanicus die in de buik van het schip een tuin met planten en kruiden onderhoudt, een verslindster van detectives die duiven in de zakken van haar jas verbergt, een pianist die te veel wereldreizen en amoureus verdriet heeft doorstaan, een ontmantelaar van schepen en een leraar Engels met een koffer vol oude Penguins: het is een betoverend gezelschap voor Michael maar ook voor de lezer die zich laat verleiden door deze vertelling die lichtvoetig begint, zacht deinend als de golven die het schip doorkruist, en melancholischer, meer gelaagd wordt in de tweede helft van het boek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Overgangsrite&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Michael en zijn vrienden Ramadhin en Cassius stonden in Sri Lanka onder toezicht van hun ouders of in het geval van Michael van leraren en tantes. In Engeland wacht zijn moeder op hem. Op het schip zijn ze vrij van ouderlijk gezag en de eigenzinnige volwassenen aan hun tafel moedigen hen aan om zoveel mogelijk indrukken op te doen. Zo wordt de reis een overgangsrite van de kindertijd naar de volwassenheid. De drie staan ’s ochtends voor dag en dauw op en bespioneren een Australische tijdens haar zwem- en rolschaatssessies ; ze glippen de machinekamer binnen ; verschalken zich in eerste klasse waar ze de gesprekken van de rijken afluisteren en ’s nachts zijn ze getuige van de avondwandeling van de zwaar bewaakte gevangene die meereist op het schip. Soms vangen ze woorden op die hen verontrusten maar die schudden ze van zich af, alsof het waterdruppels zijn. Het is pas als volwassene dat Michael, inmiddels een succesvol schrijver, terugblikt en de gebeurtenissen van toen in de weegschaal kan leggen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zinderende details&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De verteller van ‘The Cat’s Table’ is een oudere man en in zijn woorden zit dan ook veel wijsheid en droefenis waar het kind Michael vrij van was. Over het lot van Ramadhin, Michaels nicht Emily en de duivendame vernemen we meer in de tweede helft van dit boek, wanneer blijkt dat er achter de speelse betovering en het zilte spel van de golven meer schuilging dan Michael toen vermoedde. Niet dat ‘The Cat’s Table’ het echt moet hebben van een sterke plot. Ondaatje werkt naar een ontknoping toe maar de kracht van dit boek zit hem veel meer in de precieze verwoording, de perfect gekozen details en de knappe toonvastheid. Oudere Michael vertelt en toch klinkt in zijn verhaal de begeestering, het ongeduld en de verdwijnende onschuld van de elfjarige door. Ondaatje is romanschrijver én dichter, wat je merkt aan de glasheldere, gecondenseerde stijl die nergens opdringerig is. Michael proeft of het oceaanzout anders smaakt dan dat van de Middellandse Zee, hij dwaalt door salons die ’s ochtends nog rokerig zijn van de avond ervoor en weet niet of zijn eerste seksuele gevoelens vreugdevol zijn of verdrietig. In de passages over herinnering en de rusteloosheid van de banneling doet dit boek denken aan ‘Out of Egypt‘, de memoires van André Aciman die van Egypte naar Amerika trok. Belgische filmmaker Luc Dardenne krijgt een vermelding: de volwassen Michael woont een workshop van hem bij en leert er dat je geen mens ooit ten gronde kent. Dat geldt ook voor de personages van dit boek, die nooit helemaal uit hun donkere hoek aan de kattentafel tevoorschijn komen. Net als de reis zelf is dit boek heerlijk traag, dromerig en, af en toe, een tikkeltje komisch.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Michael Ondaatje – The Cat’s Table – Jonathan Cape London – 286 blz.&lt;br /&gt;‘De kattentafel’ verschijnt in oktober bij Prometheus.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-1307867794209333656?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1307867794209333656'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1307867794209333656'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/09/michael-ondaatje-cats-table-de.html' title='Michael Ondaatje - The Cat&apos;s Table (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-50QOsI79SBU/TnhJ0VBAyLI/AAAAAAAABFY/5FoEoGw-xgk/s72-c/cat.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3981082677655902283</id><published>2011-09-16T08:55:00.000-07:00</published><updated>2011-09-16T08:59:31.688-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Jennifer Egan interview (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-fcxJhALbv5M/TnNyMNvUadI/AAAAAAAABFQ/wDN12R5ABqw/s1600/jennifer_egan.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 136px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-fcxJhALbv5M/TnNyMNvUadI/AAAAAAAABFQ/wDN12R5ABqw/s200/jennifer_egan.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5652987511452232146" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Een hartverscheurende powerpoint&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met ‘Bezoek van de knokploeg’ schreef Jennifer Egan één van de best en meest memorabele boeken van het voorbije jaar. De Standaard der Letteren had een gesprek met de schrijfster in Brooklyn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twee dagen na orkaan Irene, wandel ik door de zonovergoten straten van Fort Greene, de Brooklynse buurt waar Jennifer Egan woont. De voetpaden langs de in stilte gehulde brownstones liggen nog vol afgewaaide takken. Toch zijn de New Yorkers al uitgepraat over de storm, die al bij al meeviel. We hebben afgesproken in Olea, Egans favoriete restaurant voor een gesprek over ‘Bezoek van de knokploeg’, waarvoor de schrijfster dit jaar de Pulitzer Prize kreeg. Egans roots liggen in de Midwest maar ze woont al ruim een kwarteeuw in New York, de stad die in drie van haar vier romans een prominente rol speelt. Dat de 49-jarige schrijfster lang moest wachten op een internationale doorbraak stoort haar niet: ‘Ik ben blij met dit succes, dat aankwam als een echte schok. Ik had niet verwacht dat ik net voor ‘Bezoek van de knokploeg’ zoveel aandacht zou krijgen. Ik vind het een vrij moeilijk boek en zelfs in de V.S. is het een hit. Verbazingwekkend is dat.’&lt;br /&gt;    &lt;br /&gt;‘Bezoek van de knokploeg’  is net zo min een klassieke roman als een kortverhalenbundel. In elk hoofdstuk staat een ander personage centraal en personages uit eerdere hoofdstukken krijgen een bijrol in een volgend. De meest prominente personages zijn muziekproducent Bennie en zijn assistente Sasha. Egan geeft hen vorm aan de hand van flitsen uit hun levens en uit de levens van wie hen omringt:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Vier hoofdstukken schreef ik jaren geleden al. Het waren kleine eilanden, waarvan ik toen nog niet wist dat ze met elkaar verbonden waren. Ik vond het boeiend om te verspringen, niet bij hetzelfde personage te blijven hangen. In het begin had ik het plan om steeds verder terug te gaan in de tijd maar dat werkte niet. Toen ik mijn eerste versie herlas, was ik erg ontgoocheld want er kwam geen ‘ontploffing’ aan het eind. Het verhaal doofde uit en ik overwoog om het project  op te geven. Gelukkig besefte ik dat de structuur die ik me had opgelegd te strak was en toen heb ik mijn plan omgegooid. Uiteindelijk is achterwaarts vertellen even traditioneel als een voorwaartse chronologie. Daarom heb ik het hele idee van een strakke chronologie losgelaten en dat was een grote bevrijding. Ik legde mezelf drie regels op: elk hoofdstuk moest over iemand anders gaan, moest heel anders aanvoelen dan de rest en moest los op zichzelf gelezen kunnen worden, als een kortverhaal.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het ultieme avontuur&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Bezoek van de knokploeg’ laat grote omslagmomenten in mensenlevens zien - ziekte, echtscheiding, een fatale professionele fout – al is niet elk deel even dramatisch. In genadeloze flashforwards gunt Egan ons een inkijk in de toekomst van haar spelers en die ziet er niet voor iedereen even glorieus uit. In sommige hoofdstukken spat er een tomeloze energie van de pagina’s af, andere zijn meer ingetogen of juist onderkoeld ironisch. Wat ze gemeen hebben is hun meeslependheid. Ook al heb je nog geen zin om een personage te verlaten, toch palmt Egan je telkens weer in met een nieuwe verhaallijn. Het is geen toeval dat de muziekindustrie een grote rol speelt. Egan vond inspiratie bij Marcel Proust voor haar roman over muziek en tijd:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Muziek helpt ons vaak om terug te keren naar een bepaald tijdperk in ons leven. Een oude liedje kan ons meenemen naar vroeger als een tijdmachine. Proust leerde ik kennen bij mijn leesgroep. We deden zes jaar over ‘A la recherche du temps perdu’, ook een roman waarin muziek en tijd met elkaar verbonden zijn. Ik luister niet meer naar muziek dan de gemiddelde luisteraar. Toen ik schreef, hielp muziek mij om de bruuske sprongen in tijd en stijl tussen de hoofdstukken te maken. Dankzij de muziek kon ik schakelen.          &lt;br /&gt;Voor elke roman die ik schrijf verdiep ik me in een onderwerp of een bepaald milieu. Daarna laat ik het los. Ik ben opdrachten als journalist gaan doen omdat ik informatie nodig had voor mijn romans. Voor ‘Kijk naar mij’, mijn tweede roman die over een model gaat, stortte ik me op de modewereld. Toen ik de kans kreeg om voor de New York Times Magazine iets te doen, greep ik die met beide handen. Mijn eerste stuk ging over jonge modellen in New York. Grappig genoeg komt er in ‘Kijk naar mij’ een vrouw voor die zich voordoet als journaliste. Ik heb de modewereld acht maanden lang maniakaal gevolgd. Ik was vooral geïnteresseerd in de vraag  wat voor impact iemands uiterlijk heeft op zijn identiteit en de modewereld leek me de ideale setting. Het model, Charlotte, krijgt letterlijk een nieuw gezicht na een zwaar ongeval.  Op zich vind ik de modewereld niet interessant. Ik kies de milieus in mijn boeken altijd uit, nadat ik de vragen die ik wil verkennen scherp voor ogen heb. Het klopt dat die milieus een toegang vormen, een excuus bijna voor de diepere thema’s die ik wil onderzoeken. Toch heb ik altijd bij het begin van een nieuw schrijfproject meteen voor ogen waar het verhaal zich zal afspelen. Dat is erg belangrijk voor mij. Ik wil geen academische romans schrijven.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In hoeverre vormen de vier romans een geheel?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vind dat ze vooral op een dieper niveau verbonden zijn met elkaar. Qua milieu en stijl zijn ze telkens heel verschillend, niet qua thematiek. Ik zie mijn eerste drie als een trilogie over technologie en beeldcultuur. Dat zijn trouwens thema’s die ook nog in ‘Bezoek van de knokploeg’ zitten, vooral die aandacht voor technologie. Wat mijn boeken verder gemeen hebben, is dat ze niet autobiografisch zijn. Ik haat het om over mezelf te schrijven. Natuurlijk zit ik op een of andere manier in mijn werk, dat moet wel. Ik denk dat schrijvers spelletjes spelen met zichzelf. In het spel dat ik speel, moet ik erin kunnen geloven dat wat ik schrijf niets met mij te maken heeft. Ik ervaar schrijven als een proces waarin je dingen ontdekt, het is het ultieme avontuur. Alles wat dichtbij blijft, vind ik bij voorbaat saai. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Behalve muziek speelt technologie een grote rol in het boek. Bent u kritisch of gefascineerd?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Beide. Ik probeer altijd te schrijven over iets wat gek lijkt en toch niet onwaarschijnlijk. In ‘Kijk naar mij’, een boek uit 2001, ging het om de website PersonalSpace. Inmiddels is gebleken dat dat geen vergezocht idee was. Meestal loop ik zes maanden op de feiten vooruit, net iets weinig. Vijf jaar zou indrukwekkender zijn. Het laatste hoofdstuk van ‘Bezoek van de knokploeg’ ervaren veel lezers als dystopisch, wat ik vreemd vind. De humor ontgaat hen blijkbaar. Weet je dat ik over baby’s en hun Starfish (toestel waarmee baby’s kunnen chatten en liedjes downloaden, km) schreef voor de iphone uitkwam? Wat ik voor ogen had, was iets als de iphone. Trouwens, ik geloof dat er binnenkort een iphone voor kinderen op de markt komt, dus zo futuristisch is dat laatste hoofdstuk inmiddels al niet meer. Alles wat ik schrijf over technologie heeft een speelse kant. Ik zie de gevaren maar ben net zo gefascineerd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verandert technologie de manier waarop we verhalen vertellen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor mij is dat proces al begonnen want de roman bevat een hoofdstuk in de vorm van een  powerpointpresentatie. Dat is een koud format en was uiterst geschikt voor een lief, haast sentimenteel verhaaltje dat ik anders nooit zou schrijven. De powerpoint gaf tegengewicht aan dat zoete aspect. Ik denk niet dat de roman zal verdwijnen want het is een elastische vorm. Binnen dat genre kan je erg veel experimenteren. Kijk maar naar ‘Don Quichote’ en ‘Tristram Shandy’, dat zijn heel inventieve romans qua vorm.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Bezoek van de knokploeg’ zit vol plot en actie maar het is ook een ideeënroman. In hoeverre zijn het uw ideeën?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In mijn boeken hebben de personages meestal andere meningen dan ik. Ik ga op zoek naar alternatieven voor mijn standpunt. Bovendien is mijn standpunt over veel zaken niet onwrikbaar. In ‘Kijk naar mij’ vroeg ik me af of onze beeldcultuur en de massamedia de menselijke identiteit hebben veranderd. Toen ik begon te schrijven, ging ik ervan uit dat mijn antwoord op die vraag ‘ja’ zou zijn, tot ik me realiseerde dat ik er anders over dacht. Ik laat Charlotte zeggen – en daar ben ik wel zelf aan het woord – dat er een diep, intiem aspect is van onszelf dat we nooit zullen onthullen. Didactische fictie is saai, ik val in slaap bij fictieschrijvers die preken. Als de schrijver van een roman helemaal zeker klinkt, als zijn standpunt vastligt en hij geen heroverwegingen wil maken, krijg je een vervelend boek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vrouwen schrijven te vaak over huiselijke thema’s, hoor je vaak. U werk bewijst het tegendeel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben niet geïnteresseerd in huiselijkheid, tenminste niet als schrijfster. Waarschijnlijk zit het huiselijke te dicht op mijn huid. Ik weet dat er vaak wordt gezegd van vrouwen dat ze huiselijke boeken schrijven, maar mannen in Amerika doen dat tegenwoordig ook. Bij Jonathan Franzen gaat het allemaal om gezinnen.  ‘The Road’ van Cormac McCarthy is een roman over de kinderzorg. Let op, ik vind het een geweldig boek. Ik hoop dat die ontwikkeling zal leiden tot een doorbreking van het cliché dat enkel vrouwen over gezinnen schrijven. Trouwens, zelf zogenaamd huiselijke romans kunnen over politiek en macht gaan. Kijk maar naar Jane Austens werk. Daarom werd ik ook zo kwaad toen V.S. Naipaul zich denigrerend over haar uitliet onlangs. Ik vraag me af of hij haar wel gelezen heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Biografie:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jennifer Egan (° 1962) woonde tot haar zevende in Chicago. Na de echtscheiding van haar ouders verhuisde ze met haar moeder naar Californië, waar ze vertrok toen ze achttien was: ‘Die verhuis op mijn zevende is erg belangrijk geweest want ik voelde toen dat een nieuwe plek andere texturen, kleuren, een ander licht met zich meebracht. Ik reisde nog veel naar Chicago waar mijn vader bleef wonen en telkens ik landde op het vliegveld, voelde ik dat ik in een andere wereld terechtkwam. Ik schrijf romans die sterk van elkaar verschillen omdat ik zo gevoelig ben voor die atmosfeerveranderingen.’ Egan schreef de romans ‘Het onzichtbare circus’, ‘Kijk naar mij’ en ‘De burcht’. Voor ‘Bezoek van de knokploeg’ kreeg ze de Pulitzer Prize voor fictie. De schrijfster woont met haar man en zonen in Fort Greene, Brooklyn. (KM)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 19 november is Jennifer Egan te gast op Crossing Border Antwerpen. Info en tickets: www.crossingborder.be&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*****&lt;br /&gt;Jennifer Egan – Bezoek van de knokploeg – Arbeiderspers – Oorspronkelijke titel: A Visit from the Goon Squad.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3981082677655902283?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3981082677655902283'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3981082677655902283'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/09/jennifer-egan-interview-de-standaard.html' title='Jennifer Egan interview (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-fcxJhALbv5M/TnNyMNvUadI/AAAAAAAABFQ/wDN12R5ABqw/s72-c/jennifer_egan.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3449655503964814591</id><published>2011-09-13T00:49:00.000-07:00</published><updated>2011-09-13T00:51:30.108-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Amy Waldman - The Submission (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-Jdopv8bPji0/Tm8LdqxmJhI/AAAAAAAABFI/eQGkS9-zKo0/s1600/submission.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 150px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-Jdopv8bPji0/Tm8LdqxmJhI/AAAAAAAABFI/eQGkS9-zKo0/s200/submission.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5651748661699683858" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Een monument voor de doden&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Amy Waldmans complexe en meeslepende debuutroman ‘The Submission’ wint een moslim een anonieme competitie. Zijn ontwerp voor een gedenkteken op Ground Zero zet de natie op haar kop.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mohammed Khan, de architect in kwestie, is een seculiere moslim, zoon van een Indiase ingenieur en een kunstenares, die al zijn hele leven in de Verenigde Staten woont. Khans liefde voor zijn land is nauw verbonden met het Amerikaanse credo dat je verwezenlijkingen belangrijker zijn dan je afkomst of religie. Zijn ambitieuze aard is heel Amerikaans en ze maakt Khan het leven moeilijk, wanneer zijn ontwerp als winnaar uit de anonieme competitie komt. De juryleden slagen er niet in om de naam van de winnaar binnenskamers te houden en al gauw gaan de poppen aan het dansen. Waldman voert- onvermijdelijk haast – rechtse tv-presentatoren op die schreeuwen dat Khans ontwerp een eerste stap is in een verregaande islamisering van de V.S. ; woedende nabestaanden die de naam van de architect niet naast die van hun geliefden willen zien en gematigde moslimgroepen die vrezen dat Khans onbuigzaamheid het leven ook voor hen zal verzuren.    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waldmans roman speelt in 2003, tijdens een periode waarin het puin is geruimd, al zijn de emoties nog rauw. Vooral de nabestaanden leggen zich niet zomaar neer bij de uitkomst van de competitie en ze eisen het woord op een hoorzitting, die Waldman bewaart voor de finale van haar roman. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Islamitische tuinen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In handen van een ongenuanceerde auteur had dit een simplistische roman opgeleverd met een nee-kamp en een ja-kamp. Waldman maakt het zich niet gemakkelijk, wat je al meteen merkt aan haar hoofdpersonage. Khan is geen knuffelbare held en zijn terughoudendheid om uitleg te geven bij het ontwerp van zijn tuin, stuit zelfs een journaliste van de linkse New Yorker tegen de borst. Khans tuinontwerp roept bij specialisten herinneringen op aan Islamitische tuinen. Wil hij de nabestaanden bespotten? Khan ontwijkt niet enkel de pers maar ook de diverse groeperingen die hem willen inzetten bij hun propagandaoorlogen. Hij voelt zich niet verantwoordelijk om de angsten te sussen van een natie die zich laat meeslepen door hysterische emoties.      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De lelieblanke, rijke Claire, een weduwe wier man stierf in de torens, is de enige nabestaande die in de jury zit en wanneer Khan als winnaar uit de bus komt, zetten haar lotgenoten Claire zwaar onder druk. Met het personage van Claire laat Waldman, een voormalige New York Times-journaliste, zien dat ze als romancier meer dan veelbelovend is. De grilligheid van Claires emoties en het monstergrote verdriet van Claires zoon William zijn knap en onsentimenteel verbeeld. De andere weduwe in dit boek, Asma, komt uit Bangladesh en haar overleden echtgenoot was een illegale schoonmaker in de torens. Ze vraagt zich af hoe het mogelijk is dat haar man en de terroristen zich in hetzelfde paradijs bevinden. Asma spreekt zich uit op de hoorzitting en wordt voor velen de held van de dag. Toch is ook zij geen smetteloze heilige.         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de hoofdstukken over de nabestaanden laat Waldman erg goed zien hoe sterk de klassenverschillen zijn tussen de slachtoffers. Een rijke dame die tien dollar neertelt voor een halve pompelmoes in Manhattans Upper West Side heeft niets gemeen met een arme onderhoudsman uit een rommelig stukje Brooklyn. Waldman is sterk in sociale observaties en ze schuwt daarbij de humor niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lastige vragen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe herdenken we de doden? Is een verontrustend monument gepast omdat 11 september een donkere dag was of leveren we beter iets op maat van Amerikanen die van braaf impressionisme houden? En hoe zit het met die andere doden, de duizenden Irakese slachtoffers? Verdienen zij niet ook een gedenkteken? Kunnen we een kunstenaar om een verantwoording bij zijn werk vragen, enkel en alleen omdat hij moslim is? Het zijn maar enkele van de vele vragen die Waldman haar personages laat opwerpen in een roman vol discussies tussen advocaten, journalisten en betrokkenen van het drama. Waldman weet de intuïties, vermoedens en gedachten van haar spelers haarscherp weer te geven. Doordat dit een roman is met een uitgebreide cast, dringen we – met uitzondering van Claire – niet echt door tot in de emotionele kern van de personages. Dit is dan ook een roman over het politieke Amerika, kort na 9/11, en Waldman weet het klimaat waarin onderbuikgevoelens overheersten, cynische tabloids en conservatieve nieuwsankers zegevierden en waarin New Yorkers zich aangetast zagen in hun onwankelbaarheid heel goed te vatten. Het pleit voor deze schrijfster dat ze zoveel uiteenlopende standpunten en opinies niet zozeer aanvaardbaar maar wel begrijpelijk weet te maken. ‘The Submission’ is spannend en beklijvend. Het is ook een van de eerste Amerikaanse romans die niet enkel het verdriet om de doden toont, maar die de complexiteit van het Amerika van na de aanslagen in beeld weet te brengen. Waldman schreef haar boek nog voor de controverse rond de bouw van een moskee op Ground Zero in 2010 losbarstte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Amy Waldman – The Submission – Farrar, Straus and Giroux – 320 blz.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3449655503964814591?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3449655503964814591'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3449655503964814591'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/09/amy-waldman-submission-de-standaard.html' title='Amy Waldman - The Submission (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-Jdopv8bPji0/Tm8LdqxmJhI/AAAAAAAABFI/eQGkS9-zKo0/s72-c/submission.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3499971111464054343</id><published>2011-09-13T00:47:00.000-07:00</published><updated>2011-09-13T00:49:41.964-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Granta Ten Years Later (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-ssBNDQgj64Q/Tm8LA0QtuDI/AAAAAAAABFA/ddMZcsho3g8/s1600/Granta-116-Ten-Years-Later-G.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-ssBNDQgj64Q/Tm8LA0QtuDI/AAAAAAAABFA/ddMZcsho3g8/s200/Granta-116-Ten-Years-Later-G.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5651748166029916210" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Niet mijn oorlog&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het literaire magazine Granta staat stil bij de wereld sinds 11 september 2001 in een reeks uiteenlopende verhalen en reportages.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vooral Amerikaanse auteurs brachten de onmiddellijke nasleep van 9/11 in beeld: het as, het puin en het verdriet van de nabestaanden. Jonathan Safran Foer, Jay McInerney en Don Delillo, om er enkele te noemen, bleven dicht bij Ground Zero en leverden verhalen af die vooral overtuigden door hun emotionele impact. Van sociale of politieke duiding was in die 9/11-romans geen sprake. Misschien was het nog te vroeg. Of lenen verhalen zich daar minder toe dan non-fictie? Amy Waldmans ‘Submission’ bewijst het tegendeel, maar haar roman verschijnt dan ook een decennium later.   &lt;br /&gt;Onder de titel ‘Ten Years Later’ bracht het Engelse kwartaalmagazine Granta een nummer uit over de wereld na 9/11. Bekijk je de fictiebijdragen in dit nummer, dan merk je dat Ground Zero veld ruimt voor Afghanistan, Pakistan, Irak. De auteurs, fotografen, essayisten en journalisten die een bijdrage leverden, komen uit alle hoeken van de wereld en velen van hen maakten de oorlogen na 9/11 mee als deelnemer of getuige.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Veteranen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lawrence Joseph blijft in het gedicht ‘So Where Are We?’ het dichtst bij de aanslagen zelf met beschrijving van vallende lichamen en buurtwoningen die onder een dikke laag grijs stof zitten. Zijn stadsgenote Nicole Krauss schrijft niet over New York maar over Parijs. ‘Stones and Artichokes’ is een kortverhaal dat lonkt naar poëzie, met zijn witregels en gecondenseerde, verstilde gedachten. Een bezoek aan de begraafplaats van Samuel Beckett, de doodsobsessie van haar driejarige zoon en het verhaal van een Holocaust-overlever die voor het eerst een artisjok eet, komen samen in dit verhaal dat niet rechtstreeks te maken heeft met 9/11, al duiken de thema’s van oorlog, pijn, ontworteling en dood in meerdere bijdragen op.          &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twee veteranen uit het Amerikaanse leger dan. Phil Klay schreef eerder een autobiografisch essay ‘Death and Memory’ voor de New York Times en in Granta staat zijn eerste kortverhaal ‘Redeployment’, waarin een groep soldaten terugkeert naar de V.S., nadat ze in Irak de grootste gruwelen doorstonden. Hun confrontatie met de redelijkheid en absurditeit van een vliegtuig met airco is gekmakend voor de soldaten die, ondanks een douche, het oorlogsvuil nog niet konden wegspoelen.             &lt;br /&gt;Elliott Woods, een veteraan die later journalist werd, trok door de V.S. en praatte met ex-soldaten en met jonkies die nu klaar staan om te vertrekken. Toen de torens vielen, waren de laatstgenoemden  pas negen jaar oud, maar de oorlogen zijn voor hen even vanzelfsprekend als het internet, aldus Woods in ‘ Veterans of a Foreign War’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bin Ladens generaal&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Irak, Afghanistan: wiens oorlogen zijn dit eigenlijk? Het is een vraag die meerdere personages en vertellers in de verhalen zich stellen. Elliott Woods verbaast zich over de Sioux die absoluut het leger in willen. Wie de oorlogen voert en waarom weten ze nauwelijks, maar ze verkiezen een leven in het leger boven de  alcohol en drugs op het reservaat.       &lt;br /&gt;Ahmed Errachidi, die jarenlang ten onrechte in Guantánamo zat, is al helemaal een buitenstander. In ‘A Handful of Walnuts’ beschrijft deze Londense chef-kok hoe hij op familiebezoek was in Marokko, toen hij beelden zag van Afghaans leed. Hij reisde af naar Afghanistan om te helpen. Onwaarschijnlijk? Niet als je weet dat Errachidi aan een ernstige bipolaire stoornis lijdt, die hem de meest uitzinnige dingen laat doen. Tijdens een van zijn manische periodes beweerde hij bin Ladens generaal te zijn, wat hem bombardeerde tot een van de zwaarste terroristen in Guantánamo.   &lt;br /&gt;Ook in ‘Punnu’s Jihad’, het verhaal van Nadeem Aslam, wordt het personage tegen wil en dank meegesleurd in een oorlog die niet de zijne is. De Pakistaanse wees Punnu reist naar Afghanistan om gewonden te helpen maar wordt gedwongen om de wapens op te nemen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Arabische revoluties&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Oorlogen kosten geld en in combinatie met een recessie zou dat doffe ellende kunnen opleveren. Toch schreef Kathryn Kuitenbrouwer een komisch verhaal over de economische crisis in Toronto. In ‘Laikas I’ zwerven duizenden honden, achtergelaten door verarmde eigenaren, door de straten van de stad. Een meisje ontfermt zich over een troep honden in een surrealistische en grappige  vertelling. ‘Ten Years Later’ brengt ook enkele verhalen over de Arabische revoluties van 2011, zoals ‘A Tale of Two Martyrs’ van Tahar Ben Jelloun en de fotoreportage ‘Flee’ waarin Nadia Shira Cohen beelden laat zien van migranten die Libië ontvluchten en naar Tunesië trekken.    &lt;br /&gt;Niet alle bijdragen zijn allemaal even overtuigend. De stukken vormen geen samenhangend of overzichtelijk geheel. Versnippering en desoriëntatie is er des te meer in deze boeiende bundel die de complexiteit van onze wereld alle eer aandoet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Granta Ten Years Later – 256 blz. – 15.99 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3499971111464054343?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3499971111464054343'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3499971111464054343'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/09/granta-ten-years-later-de-standaard.html' title='Granta Ten Years Later (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-ssBNDQgj64Q/Tm8LA0QtuDI/AAAAAAAABFA/ddMZcsho3g8/s72-c/Granta-116-Ten-Years-Later-G.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-6153053406039615433</id><published>2011-09-13T00:42:00.000-07:00</published><updated>2011-09-13T00:47:35.635-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Sebastian Barry  - In het beloofde land (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-LfPyfzBXQ0E/Tm8Ke8twmvI/AAAAAAAABE4/oOBRG_Ng8ng/s1600/9789021440231-sebastian-barry-in-het-beloofde-land-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 131px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-LfPyfzBXQ0E/Tm8Ke8twmvI/AAAAAAAABE4/oOBRG_Ng8ng/s200/9789021440231-sebastian-barry-in-het-beloofde-land-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5651747584183671538" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Laatste daad&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘In het beloofde land’ is Sebastian Barry’s  derde roman over de fictionele familie Dunne. Het is een glanzende parel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de eerste bladzijde van ‘In het beloofde land’ vraagt Lilly Dunne, 89 en treurend om de dood van haar 19-jarige kleinzoon Bill, zich af hoe een oud, brekend hart klinkt. Misschien, zo denkt ze, is er niet veel meer te horen dan stilte. Haar verdriet om Bills zelfmoord is ‘als een soort roest, een slijm rond het hart’, schrijft Barry. Bill vocht in Koeweit en was eigenlijk al een halfdode voor hij een einde maakte aan zijn leven: toen zijn vrouw hem verliet, begon Bills trage sterven.    &lt;br /&gt;Wie het werk van Sebastian Barry kent, weet dat Lilly Dunne een zus is van Annie uit Barry’s vorige roman ‘Annie Dunne’ en van Willie uit ‘Een lange, lange weg’.  Lilly schrijft over Annie dat ze ‘zo’n scherpe tong (had) dat je er een baard mee kon scheren’. Wanneer Lilly haar verhaal te boek stelt, is Annie al lang dood en de zussen hebben elkaar sinds hun jeugd nooit meer gezien. Enkele zeldzame en gekoesterde brieven van Annie: meer heeft Lilly niet. Ze weet zelfs niet waar haar geliefde vader begraven ligt. Annie’s leven was stil en weinig spectaculair. Ze trouwde nooit – haar door polio vervormde lijf hield mannen op afstand – en ze woonde in bij een genereuze nicht die een verlaten boerderij runde. Lilly’s leven is woeliger, dramatischer en voltrekt zich niet enkel op Ierse bodem. De 89-jarige woont in de Verenigde Staten, in de Hamptons, waar ze zicht heeft op de zee met haar nevels ‘als wezens met lange ledematen’. Lilly heeft besloten om haar levensverhaal neer te schrijven en daarna uit het leven te stappen. Nu iedereen dood is, hoeft het voor haar niet meer. De religieus opgevoede Lilly ziet haar toekomstige zelfmoord niet als een zonde: ze is toch al dood, vindt ze.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Schrijvende vrouwen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sebastian Barry liet de stokoude Roseanne haar levensverhaal neerschrijven in ‘De geheime schrift’, zijn bekendste roman, en laat Lilly hetzelfde doen, ook al houdt ze naar eigen zeggen niet van schrijven. Barry schrijft over Ierse vrouwen die het gevoel hebben dat ze hun leven niet helemaal in handen hebben. Roseanne verdween, door toedoen van enkele bemoeizuchtige mannen, in een psychiatrische instelling.  Lilly’s leven neemt ook noodlottige wendingen door toedoen van enkele mannen die niet  zijn wat ze lijken. Door te schrijven, krijgen vrouwen als Roseanne en Lilly eindelijk de regie van hun leven in handen. Hun laatste daad is er één die zich door niemand laat verstoren. Toch is het ophalen van herinnering geen strak, gecontroleerd proces. ‘Er bestaat geen immuniteit tegen herinneringen, geen enkele inenting helpt,’ schrijft Lilly wier herinneringen als een koortsige stroom door haar lijf schieten.          &lt;br /&gt;Lilly maakt gruwelijke dingen mee, nadat haar verloofde Tadg, lid van de Black and Tans, vogelvrij wordt verklaard. Ze vlucht met hem naar de V.S., het beloofde land waar de geschiedenis de inwoners niet zo neerdrukt als in Ierland. Meer nog, je kan er opnieuw beginnen, al blijven Lilly en Tadg achtervolgd door Europese spoken.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Oorlogen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lilly ziet hoe de mannen uit haar leven verdwijnen, sommige door oorlogen, andere omdat ze een geheim met zich meedragen. Lillys’s oerliefde voor haar broer Willie, die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog, is overdraagbaar op Tadg en op latere geliefden als Joe en kleinzoon Bill. In tegenstelling tot Annie, die verteerd wordt door bitterheid om haar lot, is Lilly, ondanks alle verlies, dankbaar. Lilly heeft het onschatbare talent om de kleine overwinningen in haar leven te koesteren, een perfecte hollandaise-saus die ze maakt voor haar genereuze werkgeefster, het uitzicht vanuit haar kleine kamer op een gouden zee.         &lt;br /&gt;‘Werk is smeerolie voor de ziel,’volgens Lilly, alweer een Ierse, anonieme vrouw die  Barry uit de vergetelheid haalt. Barry’s  oeuvre is inmiddels een geschiedenis van een vergeten Ierland geworden. Hoewel er voortdurend sprake is van oorlogen, de dreiging van geweld, zijn er nauwelijks politieke details. Lilly houdt het bij de uitspraak dat er in beide kampen ‘kwaad en wreedheden waren’.            &lt;br /&gt;Barry’s stijl is lyrischer dan ooit: het zonlicht is ‘als een oud bronzen schild’. Soms klink Lilly’s taal zelfs wat formeel, wanneer ze het heeft over de klank die ‘verdwenen is uit de fluit des levens’. De flashbacks alterneren met heel mooie, ontroerende scènes waarin Lilly haar laatste tochtjes maakt, naar de bevriende apotheker, naar de kust. Omdat Lilly, ondanks zoveel verlies, in staat is tot dankbaarheid is dit een minder somber boek dan ‘Annie Dunne’.      &lt;br /&gt;Deze roman staat terecht op de Longlist van Man Booker Prize. Alleen jammer dat Barry de vraag of Lilly’s vader een monster was even aanhaalt en dan opzijschuift. Misschien is dat voer voor een volgende roman.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Sebastian Barry – In het beloofde land – vertaald door Johannes Jonkers - Querido – 272 blz. Oorspronkelijke titel: On Canaan’s Side.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-6153053406039615433?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6153053406039615433'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6153053406039615433'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/09/sebastian-barry-in-het-beloofde-land-de.html' title='Sebastian Barry  - In het beloofde land (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-LfPyfzBXQ0E/Tm8Ke8twmvI/AAAAAAAABE4/oOBRG_Ng8ng/s72-c/9789021440231-sebastian-barry-in-het-beloofde-land-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-6837440471807093783</id><published>2011-08-24T11:23:00.000-07:00</published><updated>2011-08-24T11:26:39.707-07:00</updated><title type='text'>Aravind Adiga - De laatste man in de toren (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-txsadpbGnbg/TlVCLA-vUmI/AAAAAAAABEw/XRN1uSq6ehY/s1600/adiga.png"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-txsadpbGnbg/TlVCLA-vUmI/AAAAAAAABEw/XRN1uSq6ehY/s200/adiga.png" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5644490464987927138" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Moreel ambigu&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sinds zijn Booker Prize-winnaar ‘ De witte tijger’ weten we dat het India van Aravind Adiga er een is waar hebzucht en corruptie welig tieren. Indiase grootsteden barsten uit hun voegen en lijken een eeuwige bouwput. In ‘ De laatste man in de toren’ richt Adiga zich op Mumbai en meerbepaald op de wijk Vakola, waar oude flatgebouwen plaats maken voor luxueuze appartementscomplexen. De komische, spotzieke verteller uit ‘De witte tijger’ ruimt hier veld voor een alwetende verteller die zelfs de kleur van de koelkaststickers van de Vikram Corporatie-bewoners kent. De focus is Dickensiaans: bedienden en machthebbers wisselen elkaar af in korte hoofdstukken. Adiga brengt de levens van de boekhouders en onderwijzers uit de toren op een ironische, afstandelijke manier in beeld. Geen van hen is moreel superieur: ze doorspitten het vuilnis van de buur, bespieden elkaar en dromen van geld en meer luxe. Masterji, de voormalige leraar die als enige weigert om zijn flat te verkopen, is geen absolute heilige. Zijn drijfveren zijn niet helemaal zuiver en hij lijkt meer op de projectontwikkelaar dan je aanvankelijk vermoedt. Die morele ambiguïteit maakt de roman interessant, al slaagt Adiga er niet in om zijn personages uit te diepen en tot leven te laten komen. De 25-tal personages uit deze roman zijn niet allemaal even boeiend en Adiga heeft wel erg veel pagina’s nodig om hun gekibbel en geruzie te verbeelden. De plot is minder verrassend dan in ‘De witte tijger’ en vooral het midden van dit boek is te langdradig. Adiga liet al eerder zien dat hij de grove borstel niet schuwt en dat leverde in ‘De witte tijger’ veel komedie op. Hier is de sociale satire minder pittig en te voorspelbaar. Deze roman is het meest geslaagd als wervelend portret van Mumbai, waar ‘ een wolk van elektrisch licht de gebouwen als wierook omhulde’. Met de vinnigheid en wendbaarheid van een autoriksja beweegt Adiga zich door de stad die hij in knappe details weet te vatten. (Kathy Mathys)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Aravind Adiga – De laatste man in de toren – vertaald door Arjaan van Nimwegen – Bezige Bij – Amsterdam – 488 blz. – Oorspronkelijke titel: Last Man in Tower.&lt;br /&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-6837440471807093783?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6837440471807093783'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6837440471807093783'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/08/aravind-adiga-de-laatste-man-in-de.html' title='Aravind Adiga - De laatste man in de toren (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-txsadpbGnbg/TlVCLA-vUmI/AAAAAAAABEw/XRN1uSq6ehY/s72-c/adiga.png' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7541317196601480255</id><published>2011-08-05T02:01:00.000-07:00</published><updated>2011-08-05T02:11:14.967-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>David Almond interview (Leesgoed)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-thsZtFjqgiY/Tjuzn1hMezI/AAAAAAAABEo/Wmc_yE9edtY/s1600/s-DAVID-ALMOND-large.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 146px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-thsZtFjqgiY/Tjuzn1hMezI/AAAAAAAABEo/Wmc_yE9edtY/s200/s-DAVID-ALMOND-large.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5637296855546886962" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Een verhaal als een nest&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dertien jaar na verschijning van David Almonds ‘De schaduw van Skellig’ verschijnt een prequel op het verhaal, waarin de eigenzinnige Nina vrij spel krijgt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘De schaduw van Skellig’ was een klein mirakel. Het was een sober, poëtisch, aangrijpend en diepzinnig verhaal over de vriendschap die Michael en buurmeisje Nina sluiten met Skellig, een vogel- en engelachtig mensenwezen. Hoewel Michael het verhaal van Skellig vertelde, drukte Nina, die thuislessen krijgt van haar moeder, dol is op vogels en op tekenen, haar stempel op de roman.  Prequel ‘Mijn naam is Nina’ zou je kunnen omschrijven als Nina’s notitieboek. Hoe voelde Nina zich voor ze Michael leerde kennen en wat ging er in haar om? Dat zijn de vragen die David Almond zich stelde. In Antwerpen praat hij vol liefde over zijn favoriete personage.&lt;br /&gt;Schreef u deze prequel op eigen initiatief of onder druk?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sinds ‘De schaduw van Skellig’ uitkwam, kreeg ik steeds weer de vraag of ik een sequel wou schrijven. Vooral kinderen waren er happig op. Ik heb altijd geweigerd omdat bepaalde elementen uit  ‘Skellig’ een mysterie moeten blijven. Toen mijn Amerikaanse uitgever een verjaardagseditie van ‘Skellig’ wou uitbrengen, tien jaar na verschijning, kreeg ik de vraag om iets extra te verzinnen voor achterin. Ik schreef toen een deel van Nina’s notitieboek. Ik kreeg meteen een stroom aan ideeën en gedachten. Het leek wel alsof Nina tegen me zei: ‘Komaan, het werd tijd dat je aan mijn verhaal begon.’ Het was een heerlijk boek om te schrijven, het ging erg natuurlijk. Toen ik haar toon, de manier waarop ze zou schrijven, had gevonden, gebeurde de rest vanzelf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ging dat zo makkelijk omdat Nina de tien voorafgaande jaren door uw hoofd was blijven spoken?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inderdaad. Nina is het beste personage dat ik ooit schreef, ze is mijn favoriet. Er zijn theater- en operabewerkingen van ‘Skellig’ geweest, een film, een radiohoorspel. Bij elke bewerking leerde ik iets bij over Mina, dankzij de knappe invulling die actrices aan haar gaven. Bij de film was ik niet erg betrokken. De plannen voor een filmadaptatie kwamen er al heel snel, maar het duurde lang voor het project van de grond kwam. In het begin gaf ik tips aan de regisseur en werkte ik mee aan het script, maar het duurde me allemaal te lang. Als romanauteur schrijf je een boek en wanneer het af is, stap je over naar het volgende. Bij film is dat een eindeloos proces en na een tijd verveelde het me. Ik heb wel het uiteindelijke scenario gezien en vond het erg goed. Ook de acteurs waren uitstekend gekozen. Ik was blij met de film.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nina lijkt in ‘Skellig’ zelfzekerder dan in ‘Mijn naam is Nina’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja, dat vind ik ook. In het begin van ‘Skellig’  heeft ze een lange weg afgelegd en het is die weg die ik beschrijf in ‘Mijn naam is Nina’. Ze is ze heel erg op zoek naar zichzelf. Ze doet dat door de school te verlaten, te experimenteren met woorden, de wereld te ontdekken. Ze heeft weinig contact met anderen, vindt relaties met mensen niet altijd even makkelijk. Wanneer ze, in het begin van ‘Skellig’  Michael aanspreekt en zegt ‘Mijn naam is Mina’, dan is dat een grote overwinning voor haar. Ze weet op dat moment wie ze is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het boek heeft geen traditionele structuur of duidelijke plot. Was het meteen duidelijk hoe u dit boek moest aanpakken?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja, voor mij was het vanzelfsprekend dat Mina geen rechtlijnig verhaal zou schrijven omdat haar geest niet zo werkt. Toen ik dat besefte, zag ik dat als een enorme mogelijkheid. Ik laat haar zeggen dat verhalen geen rechte lijnen hoeven te zijn. Een verhaal kan zijn als een boom, als een nest. Ik vond dat bevrijdend, het was heerlijk om te experimenteren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het boek bevat opvallend veel terzijdes over het schrijfproces. Komen Nina’s ideeën over schrijven overeen met die van u?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er zijn heel veel overeenkomsten. Vooral het speelse van het schrijfproces is iets wat we allebei belangrijk vinden. Je hoort meestal enkel hoe lastig en moeilijk schrijven is. Toch is dat slechts een deel van het verhaal. Ik ben erg geïnteresseerd in de manier waarop kinderen leren schrijven. Volgens mij is de aanpak van leraren en begeleiders vaak verkeerd. Ze geven kinderen de indruk dat schrijven ontzettend moeilijk is en dat je je wel heel hard moet inspannen om er iets van te maken. Ik vind, net als Mina, dat je net zo goed iets mag schrijven dat nergens op slaat. Nonsens, iets rommeligs. Experimenteren, dingen uitproberen buiten de geijkte patronen, dat vind ik belangrijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat doet denken aan de aanpak die docenten creatief schrijven hanteren. Ze maken de opdrachten klein en toegankelijk, zodat de schrijver het proces minder intimiderend vindt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inderdaad, ik geef creatief schrijven aan volwassenen en kinderen. Daarbij maak ik gebruik van Nina’s schrijfopdrachten, die in de roman staan. Zo luidt een van haar opdrachten: ‘Schrijf een bladzijde vol volslagen onzin. Daar komen mooie nieuwe woorden van. Daar komen ook heel verstandige resultaten uit voort.’ Wanneer ik langsga bij scholen, praat ik met leraren over de schrijfoefeningen die ze geven. Velen vinden het niet makkelijk. Sommigen gebruiken Nina’s opdrachten en vinden dat erg bevrijdend, zowel voor henzelf als voor de leerlingen. Ik geniet erg van de schrijfworkshops die ik aan kinderen geef, ze staan open voor het experiment. Jammer genoeg zorgt ons onderwijssysteem ervoor dat kinderen zich geremd gaan voelen, eens ze wat ouder worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In hoeverre is de lerares in ‘Mijn naam is Nina’, die haar leerlingen opdraagt een schrijfplan te maken waar ze niet mogen van afwijken, representatief voor de aanpak in het Engelse onderwijs?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begrijp me niet verkeerd: ik vind het geweldig wat de meeste onderwijzers doen. Het is een job die zwaar onderschat wordt en je moet erg inventief zijn om creatief te blijven binnen het curriculum. Jammer genoeg geven veel leraren schrijfopdrachten die ze zelf niet hebben uitgeprobeerd, dat is een van de grote problemen. Ik geef dus graag workshops waarbij leraren zelf de opdrachten voor hun leerlingen uitvoeren. Ze beseffen dan dat veel ‘traditionele oefeningen’ niet uitvoerbaar zijn. Soms tonen leraren me oefeningen waarvan ik weet dat ik ze niet zou kunnen maken. Hoe kan je dan in godsnaam verwachten dat kinderen er iets van bakken? Ik vertel leraren dat ik voor mijn eigen romans niet alles tot in de kleinste details plan en dat is een eyeopener voor hen.   &lt;br /&gt;Mijn boek is dus niet zozeer een aanklacht tegen leraren maar tegen het onderwijssysteem. Toen ‘Skellig’ uitkwam, in 1998, was het onderwijssysteem erg gericht op tests, op resultaten. Creativiteit en exploreren was haast onmogelijk binnen het toenmalige curriculum. Er waren veel leraren die daar problemen mee hadden, maar ze voelden de druk van het programma. Ik sta erg sceptisch tegenover de mensen die de leerprogramma’s samenstellen. Wanneer ik die programma’s doorneem, krijg ik de indruk dat de makers ervan helemaal niet snappen hoe de geesten van kinderen werken.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;U gaf jarenlang les. Aan welk publiek?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ooit was ik zelf onderwijzer, eerst in de basisschool, dan gaf ik les aan volwassenen en uiteindelijk aan kinderen met leerproblemen. Die laatste groep was erg interessant. Kinderen die moeite hebben met schrijven, zijn een beetje als schrijvers. Telkens ze iets proberen te schrijven, weten ze niet goed hoe ze het moeten aanpakken. Ik begreep hun problemen met taal erg goed want als schrijver loop je er ook tegenaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lichtvoetig filosofisch&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Mijn naam is Nina’ is één van de meest filosofische boeken die David Almond al schreef. Nina stelt zich vragen over hemel en aarde, over de ziel. Deze ideeën zitten ook in eerder werk van de schrijver, maar geen van Almonds personages filosofeert op speelsere wijze dan Nina. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Almond:&lt;br /&gt;Ik hou van de lichtvoetige, haast ritmische manier, waarop Nina omgaat met die vragen. Wie ouder wordt, denkt wel eens dat het geen zin heeft om die vragen te stellen omdat er toch geen sluitend antwoord is, maar voor kinderen zijn die onderwerpen prangend. Is er een God? Wat gebeurt er met mensen die doodgaan? Dat soort vragen stellen ze zich voortdurend. Toch zijn de vragen in het boek niet enkel Nina’s vragen. Ik stel ze mezelf ook. Het is belangrijk om als schrijver nauw betrokken te zijn bij je project. De angsten, verlangens en vragen van het personage zijn in het ideale geval afkomstig uit je eigen hart.           &lt;br /&gt;Ik vond het wonderlijk om de lege pagina’s in het boek te ‘schrijven’. Nadat ik het boek afhad las ik over John Cage die 4 en een halve minuut van stilte schreef en ik zag parallellen met Nina’s blanke bladzijden en met mijn gedachten over schrijven en componeren. Die ideeën kon ik kwijt in ‘Mijn naam is Nina’ zonder een intellectueel, ontoegankelijk boek te schrijven. In zekere vormt dit boek een synthese van mijn gedachten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ziet u uw oeuvre als één groot geheel?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Absoluut, uit elk boek vloeit op heel natuurlijke wijze het volgende voort en elk boek is beïnvloed door boeken die ik eerder schreef. Zo draagt ‘Mijn naam is Nina’ de sporen van ‘Skellig’ maar ook van ‘De vuurvreter’ en ‘De wildernis’. Wat alle boeken met elkaar verbindt, is de rol die het landschap erin speelt. Ik zie de setting als een echt personage. Bijna alle plekken die ik beschrijf, ken ik heel intiem omdat ik er geleefd heb. Ik vind het belangrijk dat verhalen een realistische locatie hebben, een tunnel die echt door Newcastle loopt, bijvoorbeeld. Dat realistische element is de grondlaag voor mijn verhalen, die magie bevatten zonder helemaal los te komen van de wereld die we kennen. Dat Skellig vleugels heeft, is voor mij even natuurlijk als het feit dat vogels vleugels hebben. We wonen in een wereld die werkelijk magisch is, vind ik. Je hoeft er als schrijver eigenlijk weinig aan toe te voegen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In hoeverre hebben die magische elementen iets te maken met uw Noord-Engelse afkomst&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is ongetwijfeld een verband tussen de twee en dat merk je vooral in de taal die ik gebruik. De verhalen over de eilanden en stranden in dat heel aparte gebied bij Newcastle waar ik woon, schemeren door in mijn werk. Het duurde even voor ik accepteerde dat ik over die plek kon schrijven. In het begin verzette ik mij ertegen. Het Noorden van Engeland leek me toen minder interessant dan Londen. Toen ik na een lange periode van weigerachtigheid mijn blik weer op het Noorden richtte, merkte ik dat het een plaats vol juwelen is. Die zijn heel waardevol voor een schrijver. Hetzelfde geldt voor religie. Ik groeide op in een katholiek gezin en als jonge schrijver weerde ik alles wat rook naar religie uit mijn werk, tot ik inzag dat het me sterker maakte als schrijver om juist die dingen toe te laten. Ik liet de rituelen toe, de taal, de donkere tegenpolen van God en de engelen. Toen ik Marquez las, besefte ik dat zijn werk allicht niet exotisch of bevreemdend is voor zijn familie, terwijl het voor buitenlandse lezers sprookjesachtig is. Ik leerde in te zien dat mijn verhalen dezelfde uitwerking hebben op niet-Noorderlingen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voelt u zich als Noorderling een buitenstaander?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja. Vroeger vond ik dat een probleem, nu denk ik dat het beter is om aan de zijlijn te staan. Het houdt je scherp. Ik kom uit een eenvoudig gezien, arbeidersklasse met bescheiden aspiraties om hogerop te komen. Ik heb weinig affiniteit met de Engelse elite, de jongens die naar Eaton en Oxford gingen en al eeuwenlang ons land besturen. Wij, Noorderlingen, kijken met een meewarige blik naar het Zuiden. Ik schrijf over eenvoudige mensen, velen van hen hebben het niet breed en hebben geen ingewikkelde opleiding gevolgd. Toch zijn hun levens het meer dan waard om beschreven te worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Romans als ‘Slangenkuil’ en ‘Duister’ zijn donkerder dan uw vroege werk. Heeft u een verklaring voor die evolutie?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tussen de publicatiedatum van ‘Skellig’ en ‘Duister’ gebeurden er gruwelijke dingen als 9/11 en de oorlog in Irak. De retoriek van George Bush, wanneer hij over die oorlog sprak, de manier waarop wreedheid deel ging uitmaken van het politieke discours, de beelden van onthoofdingen op het internet beïnvloedden ‘Duister’. ‘Slangenkuil’ kwam ook voort uit dat politieke klimaat. Toen wij als kind oorlogje speelden, deden we de Engelsen en de Duitsers na. Nu spelen kinderen ‘Irakoorlog’. Natrass, een van de personages in ‘Slangenkuil’ stelt dat mensen houden van geweld en ik vrees dat hij voor een deel gelijk heeft. Ik speurde opwinding over de oorlogen in Irak en Afghanistan en dat vond ik schokkend. Uit die gevoelens en gedachten is ‘Slangenkuil’ gegroeid. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Houdt u er bij donkere scènes rekening mee dat sommige lezers nog jong zijn?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen ik ‘Slangenkuil’ schreef, een roman waarin sprake is van gruwelijke video’s op het internet, hield ik me in. Had ik het voor volwassenen geschreven, dan was ik verder gegaan. Niet zozeer in het verbeelden van geweld maar in de uitwerking van de filosofische vragen. Waarom roepen de gruweltaferelen uit ‘American Psycho’ bewondering op bij mensen? Begrijp me niet verkeerd: ik vind Bret Easton Ellis een goede schrijver. Toch vraag ik me af of het wel zo bewonderenswaardig is dat je de meest extreme gruwelen kan verzinnen.         &lt;br /&gt;De vraag of iets geschikt is voor kinderen houdt me zeker niet voortdurend bezig. Ik zorg er meestal voor dat er zowel licht als duisternis in mijn verhalen zit, omdat dat heel logisch is volgens mij. Je hebt geen engelen zonder duivels.  ‘Duister’ is in dat opzicht een uitzondering, het is mijn meest pessimistische boek want het komt niet goed met het hoofdpersonage, Stephen Rose. Ik zie Nina als de tegenpool van Rose. Ze is betoverd door de wereld en die betovering slaat, hoop ik, over op de lezer.             &lt;br /&gt;Mijn romans worden zowel gelezen door volwassenen en kinderen, dat is altijd zo geweest. Mijn volgende boek verschijnt zowel in een editie voor kinderen als voor volwassenen. Hij gaat over een jongen die schrijfproblemen heeft en die leert schrijven in de loop van het verhaal. In die zin sluit het boek aan bij ‘Mijn naam is Nina’. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;David Almond – Mijn naam is Nina – Querido – 239 blz.&lt;br /&gt;David Almond – De schaduw van Skellig – Querido – 156 blz.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over de film (aparte kader):&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Annabel Jankel brengt met ‘Skellig’ een van de sterkste kinderfilms van het jaar uit. De verfilming van David Almonds bekroonde debuut, zit vol beelden van wriemelende pissebedden, spinnen en krakende deuren. Het is allemaal net iets enger dan in Almonds debuutroman en op de dramatische momenten klinkt er al even dramatische muziek. Toch is dit een prachtverfilming, heel on-Hollywoodiaans. Jankel bleef voor het grootste deel trouw aan het boek, al zijn er hier en daar accentverschuivingen. Michaels schoolvrienden krijgen een grotere rol, terwijl Nina’s moeder nauwelijks in beeld komt. Jankel en haar team nemen de tijd om het verhaal te vertellen en ze hebben veel aandacht voor de vragen waar Michael mee zit. Zal zijn pasgeboren zusje weer beter worden? Zullen zijn ouders nog wel tijd voor Michael vinden? Het Noord-Engelse landschap in grijs-groene tinten komt helemaal tot leven in deze film met uitstekende cast. Tim Roth is subliem als Skellig - het mysterie van dit gevleugelde wezen blijft intact. Ook Kelly Macdonals is heel overtuigend als Michaels moeder. Het enige minpunt: de scène waarin Nina en Michael met Skellig uitvliegen, is pure Harry Potter en is eigenlijk overbodig. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7541317196601480255?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7541317196601480255'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7541317196601480255'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/08/david-almond-interview-leesgoed.html' title='David Almond interview (Leesgoed)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-thsZtFjqgiY/Tjuzn1hMezI/AAAAAAAABEo/Wmc_yE9edtY/s72-c/s-DAVID-ALMOND-large.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-457220408934680785</id><published>2011-08-05T01:58:00.000-07:00</published><updated>2011-08-05T02:01:17.437-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Willy Vlautin – De ruwe weg (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-Ov75VEoKcKU/TjuxUg-2tZI/AAAAAAAABEg/lz7XIGo4LSQ/s1600/9789038894300-w-vlautin-de-ruwe-weg-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-Ov75VEoKcKU/TjuxUg-2tZI/AAAAAAAABEg/lz7XIGo4LSQ/s200/9789038894300-w-vlautin-de-ruwe-weg-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5637294324593374610" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Charley Thompson is een vijftienjarige jongen die met zijn vader van Spokane naar Portland verhuist. Charley’s moeder is al jaren buiten beeld. Zijn vader is slordig, onberekenbaar, al houdt hij van zijn zoon. Charley dient zijn eigen boontjes te doppen en omdat hij niet elke dag de Safeway kan bestelen, neemt hij een baantje aan bij Del, een louche figuur die paarden laat racen. Eén van zijn paarden is Pete,  in wie Charley een vriend vindt. Wanneer Del het beest wil laten afmaken omdat het te oud is, slaat Charley op de vlucht met Pete. ‘De ruwe weg’ speelt in het Noord-Westen van de V.S., in groezelige diners, woonwagenparken en motels met nicotinekleurig behangpapier. Vlautin schrijft in de ik-persoon en Charley doet zijn verhaal op nuchtere toon, in korte, onrustige zinnen die passen bij zijn leeftijd en die zijn jachtige bestaan onderstrepen. Charley reist door een landschap van verroeste pick-uptrucks en saliestruiken en probeert te overleven op koude blikken chili, weggegooide burgers uit fastfoodketens. De hoofdpersonages in dit rauwe verhaal zijn al even afgeleefd als de arme paarden die voor hen rennen. Toch is de uitzichtloosheid niet compleet en zit er in sommige dialogen veel humor.&lt;br /&gt;(Kathy Mathys)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Nijgh &amp; Van Ditmar – vertaald door Rob van Erkelens – 271 blz. – 19.95 €.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-457220408934680785?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/457220408934680785'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/457220408934680785'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/08/willy-vlautin-de-ruwe-weg-de-standaard.html' title='Willy Vlautin – De ruwe weg (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-Ov75VEoKcKU/TjuxUg-2tZI/AAAAAAAABEg/lz7XIGo4LSQ/s72-c/9789038894300-w-vlautin-de-ruwe-weg-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1355392824753174316</id><published>2011-08-05T01:55:00.000-07:00</published><updated>2011-08-05T01:58:52.468-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Irvine Welsh - Misdaad (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-4EYR3Ujiq7I/TjuwwZfqOzI/AAAAAAAABEY/wVwparZctPc/s1600/misdaad.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-4EYR3Ujiq7I/TjuwwZfqOzI/AAAAAAAABEY/wVwparZctPc/s200/misdaad.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5637293704108194610" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Witte Bestelbus&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De nieuwe roman van Irvine Welsh is niet het meesterwerk dat Britse media ervan willen maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Misdaad’ speelt zich af op twee fronten, die fel tegen elkaar afsteken. Tijdens de nerveuze flashbacks in de jij-vorm bevinden we ons op vertrouwd Welsh-terrein: in Edinburgh, waar ‘je alleen praatte als je gedronken had’. Het grootste deel van dit verhaal ontrolt zich in Miami en in de nabije Everglades, waar glibberige paaldanseressen en vraatzuchtige alligators schering en inslag zijn. Tenminste, als je er Ray Lennox’ levensstijl op nahoudt. Deze Schotse politieagent – zedendelinquentie is zijn specialiteit – trekt met zijn aanstaande bruid, Trudi, naar Miami om er het huwelijk voor te bereiden. Lennox hangt liever in bars rond dan dat hij bladert door bruidsbladen. Hij is een ex-drugsverslaafde en notoir lid van Narcotics Anonymous. Hij drinkt enkel nog af en toe een glaasje, tot hij ruzie krijgt met Trudi, er alleen op uit trekt en hervalt in witgepoederde zonden. De zaak waar Lennox voor vertrek aan werkte – de lustmoord op een meisje – laat hem niet los en hij ziet overal witte bestelbusjes met potentiële moordenaars. Tijdens zijn drugescapade in Miami kruist Lennox het pad van een verslaafde moeder wier dochter belaagd wordt door een georganiseerde pedofielenbende. Deze keer wil hij geen steken laten vallen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ernstig&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Welsh, bekend van gitzwarte drug- en drankepistels als ‘Trainspotting’, schrijft  in een opvallend ernstig register. De spot en het cynisme die vroeger van elke regel afdropen, ruimden veld voor sérieux en, tijdens de finale, sentiment. De flashbacks in jij-vorm zijn heel meeslepend geschreven en hier verkent Welsh donkere thema’s. Zo vraagt Lennox zich af welke verschillen er zijn tussen pedofielen en zijn macho-collega’s die zich tijdens een reis van het corps vergrijpen aan Thaïse kindhoertjes. Geweld en machtsmisbruik in politiecorpsen, onterechte promoties: het zijn onderwerpen die even aan bod komen in Welsh’ eerste misdaadroman.    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Miami-stukken, goed voor twee derde van het boek, zijn erg ongelijk van kwaliteit. Welsh weet de sfeer van de plek te vatten, maar de passages in de Everglades, waarin Ray het belaagde tienermeisje weghaalt uit de klauwen van de slechteriken, duren te lang en sprankelen niet genoeg. Welsh harkt ook teveel voorspelbare onderwerpen bij elkaar: de oppervlakkigheid van Amerikaanse media, Schots voetbal, de films van Guy Ritchie. Aan het einde van de rit komt Lennox tot de conclusie dat Amerika meer te bieden heeft dan grote auto’s en vreemde sporten. Geeuw.   Trudi met haar coup soleil en valse nagels lijkt in de eerste helft een barbiepop en het is dan ook erg moeilijk om mee te leven wanneer het paar zich herenigt. Welsh is nooit goed geweest in personages, wat minder erg was toen de toon van zijn romans spottender was. Het slot van ‘Misdaad’ is  ondraaglijk zoet. Op stilistisch vlak blijft Welsh de koning van de plastische beeldspraak: ‘ Hij voelt hoe zijn hersenen slinken en uitzetten onder zijn schedeldak en met hun rafelranden langs ruw, niet-meegevend bot schuren’. Jammer genoeg lezen we ook nogal wat beginnersbombast  als ‘Doodsangst maakte zich van hem meester.’         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een bobbelige, wisselvallige rit, dus, die eerste misdaadroman van Welsh. De mix van WC-pot-humor met dodelijk ernst is niet helemaal geslaagd, de humor is matig en de personages zijn te schetsmatig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;Irvine Welsh – Misdaad – Arbeiderspers – 366 blz. – 19.95 €. – Oorspronkelijke titel: Crime.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-1355392824753174316?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1355392824753174316'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1355392824753174316'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/08/irvine-welsh-misdaad-de-standaard.html' title='Irvine Welsh - Misdaad (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-4EYR3Ujiq7I/TjuwwZfqOzI/AAAAAAAABEY/wVwparZctPc/s72-c/misdaad.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1472357675403135743</id><published>2011-08-05T01:48:00.000-07:00</published><updated>2011-08-05T01:52:59.284-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Nina Sankovitch - Een boek per dag (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-JPzKGwrl_xw/TjuvXaX7hLI/AAAAAAAABEQ/8mu8Y4FSN3Q/s1600/een_boek_per_dag_nina_sankovitch.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 150px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-JPzKGwrl_xw/TjuvXaX7hLI/AAAAAAAABEQ/8mu8Y4FSN3Q/s200/een_boek_per_dag_nina_sankovitch.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5637292175335851186" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Overleefkunst&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Hoeveel boeken lees je eigenlijk per jaar?’ Het is een vraag die ik geregeld krijg en het antwoord maakt altijd indruk bij de toehoorder. Toch is mijn leesdieet minder kloek dan dat van Nina Sankovitch, die een jaar lang elke dag een boek las. Na de vroege dood van haar zus heeft ze nood aan bezinning en troost. In ‘Een boek per dag – Een jaar vol inspiratie’ (Artemis &amp; co – 222 blz. – 18.95 €) brengt ze verslag uit van het jaar waarin ze zitvlees kweekte en waarin de was zich torenhoog opstapelde.           &lt;br /&gt;Sankovitch’ debuut is een typisch voorbeeld van een onthaastingsmemoire. U weet wel: non-fictieverhalen van mensen die een volkstuin aanleggen of koken uit oma’s oude receptenboekje. Hun schrijvers hebben de mond vol van mindfulness en de magie van aarde aan de vingers. Ondanks die insteek zijn er tal van passages die me raakten en niet in het minst die over de zieke zus, die zelfs op haar sterfbed verhalen van Alice Munro las. 2008 was mijn ziekenhuisjaar en al was mijn prognose minder bar, toch herken ik veel in wat Sankovitch schrijft. Zo hebben zieken geen nood aan ‘lichte lectuur’. Nee, liever geen chicklit-achtige, plastieken wereld waarin niemand doodgaat. Julian Barnes, Siri Hustvedt: dat waren de auteurs die me met hun confronterende verhalen troost boden en moed.  Drie jaar na de dood van haar zus is Sankovitch nog zo kapot en droevig dat ze zich oplegt om wijsheid te zoeken in boeken. Ze  gebruikt de romans en memoires die ze leest als handleidingen in overleefkunst. Ze herkent zich in de vrouw die haar broer verliest uit Per Pettersons ‘Heimwee naar Siberië’ ; Sankovitch’ zus komt weer tot leven in tal van de personages die ze tijdens haar leesjaar ontmoet ; Haruki Murakami’s memoire leert haar hoe ze prioriteiten moet stellen, haar focus behouden. Niet elk van de 365 boeken komt aan bod, al schreef Sankovitch wel een recensie over elk gelezen exemplaar (zie www.readallday.org).         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Er is geen fregat als een boek / om ons landen ver weg te brengen,’ citeert Sankovitch Emily Dickinson. Toch gaat ze steeds meer lezen om terug te keren naar het leven. Als kind las Sankovitch om te ontsnappen en weg te dromen, nu zijn boeken ‘een uitweg, niet uit maar naar het leven’. Het citaat  komt van de Engelse schrijver Cyril Connolly en Sankovitch omhelst het als een wijze levensles. Over stijl en esthetiek rept Sankovitch met geen woord. Haar boeken zijn als reddingsboeien, de personages zijn haar even vertrouwd als vrienden en geliefden.      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zelf had ik veel meer geluk dan de zus, maar ik weet, net als Sankovitch, dat ik niet naar een verstrooiend damesblad zal grijpen, mocht het ooit weer donker worden.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-1472357675403135743?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1472357675403135743'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1472357675403135743'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/08/nina-sankovitch-een-boek-per-dag-de.html' title='Nina Sankovitch - Een boek per dag (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-JPzKGwrl_xw/TjuvXaX7hLI/AAAAAAAABEQ/8mu8Y4FSN3Q/s72-c/een_boek_per_dag_nina_sankovitch.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-6818678280134840122</id><published>2011-07-28T02:02:00.000-07:00</published><updated>2011-07-28T02:05:37.426-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Helen Walsh en Hannah Pittard (Het medisch weekblad)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-WM0oVkXJgz0/TjEmQK4thLI/AAAAAAAABEI/W6q5yCCFDeg/s1600/T9780857860057.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 138px; height: 98px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-WM0oVkXJgz0/TjEmQK4thLI/AAAAAAAABEI/W6q5yCCFDeg/s200/T9780857860057.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5634326668059182258" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Slapeloze nachten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de romans van Helen Walsh en Hannah Pittard liggen de hoofdpersonages wakker ’s nachts. De oorzaken van hun slapeloosheid zijn verschillend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen de Engelse schrijfster Helen Walsh beviel van een zoon, hield de krijsende baby haar nachtenlang wakker. Walsh’ prille ervaringen als moeder vormen de basis voor haar derde roman, ‘Go To Sleep’, die speelt in een multiculturele wijk in Liverpool. Het is een plek die Rachel Massey altijd nauw aan het hart heeft gelegen, ook al hangen er onfrisse types rond. Rachels vader nam het meisje als tiener mee naar het jaarlijkse carnaval, een kleurrijk gebeuren, waar ze de zwarte Ruben leerde kennen. Rachel en Ruben beginnen iets samen en het is meteen duidelijk dat Rachel grotere verwachtingen heeft dan de onvoorspelbare Ruben. Jaren later zien de twee elkaar terug, gaan ze naar bed en laten ze elkaar verder ongemoeid. Het hoofdstuk lijkt voorgoed afgesloten, tot Rachel ontdekt dat ze zwanger is. Ze besluit om het kindje alleen op te voeden. De roman opent vlak voor de bevalling. Rachel geniet van het zwangerschapsverlof, ze nipt aan latte’s en twijfelt tussen een Jackie Collins en hooggestemde literatuur.         &lt;br /&gt;Rachel werkt voor een instelling die probleemjongeren en spijbelaars op het rechte pad tracht te houden, geen toeval in een roman die gaat over verantwoordelijkheid van ouderen voor jongeren, kinderen. Op kantoor heeft de goed georganiseerde Rachel de touwtjes stevig in handen. Het loopt anders na de bevalling. Met heel veel gevoel voor fysieke en beklemmende details beschrijft Walsh de eerste dagen na de geboorte van Joe. Rachel is uitgeput ondat haar kind weigert te slapen. Heeft hij honger? Hij bijt nijdig in haar tepel en het voeren van de baby blijkt een probleem. Rachel krijgt woeste verwijten van andere moeders, die boos zijn omdat de krijsende Joe hen uit hun slaap houdt. &lt;br /&gt;          Eenmaal thuis, in haar karaktervol appartement-met-uitzicht, staat Rachel er alleen voor. In het begin is ze opgelucht dat ze de ongeduldige blikken van verpleegsters niet meer hoeft te trotseren. Het lachen vergaat haar wanneer ze geen seconde rust vindt. Dagen en nachten zonder slaap, zonder een echte maaltijd, nachtelijke escapades naar Tesco omdat er plots geen luiers meer zijn, het aanhoudende geschreeuw van Joe: Rachel gruwt van het moederschap, vreest dat ze een verkeerde keuze heeft gemaakt en verliest geleidelijk aan haar zinnen.      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Walsh schrijft zintuiglijk proza, wat goed past bij haar personage, een levensgenieter, een passionele vrouw. De geur van de Mersey, de rivier die een belangrijke rol speelt in het boek, de kleuren van het park waar ze met Joe naartoe trekt: deze elementen maken van ‘Go To Sleep’ een meeslepende roman. Sommige dialogen hebben iets drammerigs en de uiteindelijke afwikkeling van het verhaal gaat erg snel. Toch is dit een roman die je laat nadenken over wat het betekent om te zorgen voor een ander. Walsh slaat donkere paden in, wanneer ze de blauwe plekken beschrijft op Joe’s lichaam. Is Rachel verantwoordelijk? Jammer dat niet alle personages in het boek even genuanceerd zijn. De ouders van Rachel, die een grote rol spelen, blijven schimmig. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;In ‘The Fates Will Find Their Way’ van debutante Hannah Pittard liggen de mannen van een Amerikaans provinciestadje wakker. Ze kennen elkaar al hun hele leven, vielen op dezelfde meisjes en haalden dezelfde kwajongensstreken uit. Op een dag – ze waren toen nog tieners – verdween de stille, mooie Nora Lindell. Officieel werd het meisje nooit teruggevonden en in het stadje komt de verzinselmachine op gang. Is ze vermoord? Vond ze het geluk in een staat ver weg? Belandde ze in Mumbai? Pittard schreef een droefgeestige roman in de wij-vorm, een vertelstem die opvalt omdat ze zo zeldzaam is. De jongens zijn als een koor dat commentaar geeft op het leven in het stadje. Dit doet denken aan ‘The Virgin Suicides’ van Jeffrey Eugenides, een roman waar dit debuut veel mee gemeen heeft. Pittard vertelt het verhaal van een stad aan de hand van een grote cast en in het begin hou je de spelers niet uit elkaar. Eigenlijk geeft dat nauwelijks in dit boek dat minder over specifieke individuen gaat, meer over types.  Wanneer ze volwassen zijn, zien de mannen elkaar nog steeds op de zwembadfeestjes die de gemeenschap al jaren organiseert. Ze hebben vrouwen, kinderen en toch denken ze nog terug aan Nora Lindell, een meisje dat symbool staat voor de gemiste kansen in hun levens. Ze vertellen haar verhaal aan elkaar, enkel hun versie maakt hen gelukkig, in de rauwe werkelijkheid hebben ze geen zin. Dit debuut is knap gecomponeerd, moet het vooral hebben van sfeer en flitsende, sterke details. Pittard is een mooie belofte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hannah Pittard – The Fates Will Find Their Way –Ecco &lt;br /&gt;Helen Walsh – Go To Sleep - Canongate&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-6818678280134840122?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6818678280134840122'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/6818678280134840122'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/helen-walsh-en-hannah-pittard-het.html' title='Helen Walsh en Hannah Pittard (Het medisch weekblad)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-WM0oVkXJgz0/TjEmQK4thLI/AAAAAAAABEI/W6q5yCCFDeg/s72-c/T9780857860057.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-933546965470905117</id><published>2011-07-28T01:59:00.000-07:00</published><updated>2011-07-28T02:02:24.600-07:00</updated><title type='text'>Douglas Coupland - Generatie A (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-UFnVB5WZLe8/TjEle0BJOLI/AAAAAAAABEA/f6DHuzcUCjQ/s1600/generatiea1.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 128px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-UFnVB5WZLe8/TjEle0BJOLI/AAAAAAAABEA/f6DHuzcUCjQ/s200/generatiea1.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5634325820106946738" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Douglas Coupland – Generatie A&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de nieuwste roman van de Canadese Douglas Coupland zijn de bijen uitgestorven, voor de Christelijke fundamentalisten het ultieme bewijs dat God de aarde enkel voor de mens heeft geschapen. Op Sotheby’s bieden de allerrijksten op de laatste honing en verse groenten en fruit zijn enkel nog verkrijgbaar op de zwarte markt. Wanneer in zes verschillende landen zes mensen een bijensteek krijgen, schiet het verhaal uit de startblokken. ‘Generatie A’  heeft, vooral in deel een, iets van een rampenfilm . De zes moeten een maand in een neutraliteitskamer verblijven, er zijn medische tests. De plot is op zich weinig boeiend en sowieso is Coupland nooit een groot verteller geweest. Hij is de man van de geestige oneliners en de scherpe observaties. Hier laat hij zijn tandenpoetsende personages opmerken dat dit ‘niet zomaar een tube is, het is een “handige doseertube”’. Het gonst van de merknamen en tv-seriereferenties in ‘Generatie A’, wat een veel minder geslaagd boek is dan het beste wat de man schreef. De personages zijn inwisselbaar, praten allemaal op dezelfde toon (als stand up comedians) en hun lot raakt je koude kleren niet. Couplands  kritiek op de menselijke vernielzucht, op onze afhankelijkheid van medicijnen is weinig verrassend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(Kathy Mathys)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meulenhoff – vertaald door Peter Abelsen en Robert Neugarten – 318 blz. - 19.95 €.&lt;br /&gt;*&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-933546965470905117?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/933546965470905117'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/933546965470905117'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/douglas-coupland-generatie-de-standaard.html' title='Douglas Coupland - Generatie A (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-UFnVB5WZLe8/TjEle0BJOLI/AAAAAAAABEA/f6DHuzcUCjQ/s72-c/generatiea1.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7367691496759882094</id><published>2011-07-22T02:33:00.000-07:00</published><updated>2011-07-22T02:37:34.658-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Lydia Davis interview (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-GloexGx-zP4/TilE0Ni2A_I/AAAAAAAABD4/bUn0uPCFDH4/s1600/lydia-davis-is-not-indignant-3956475-40.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 133px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-GloexGx-zP4/TilE0Ni2A_I/AAAAAAAABD4/bUn0uPCFDH4/s200/lydia-davis-is-not-indignant-3956475-40.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5632108472783209458" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Kort korter kortst&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Amerika is ze de koningin van de ‘short short’, het korte kortverhaal, en krijgt ze lofbetuigingen van Jonathan Franzen, Dave Eggers en Joyce Carol Oates. Maak kennis met Lydia Davis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vriendelijk, beleefd en gereserveerd: dat was mijn indruk van Lydia Davis na ons gesprek van een uur. Ik kan me voorstellen dat, wanneer je langer met haar praat, ze ontdooit en je plots verrast met een erg grappige, onderkoelde opmerking, met de vreemde kronkels van haar geest. Grappig, bevreemdend en nog veel meer: de verhalen van Davis zijn unieke parels voor wie niet bang is van een leesavontuur. In Amerika is Lydia Davis, sinds haar nominatie voor de National Book Award in 2007, hip. Haar ‘short shorts’ zijn gebundeld in ‘The Collected Stories of Lydia Davis’, waarvan het eerste deel nu uit is in het Nederlands. ‘Bezoek aan haar man en andere verhalen’ bevat de eerste twee bundels van de schrijfster, ‘Uitsplitsen’ en ‘Bijna geen geheugen’. Sommige van deze verhalen zijn meer dan 40 jaar oud, maar Davis is niet het soort auteur, die zich schaamt om jeugdig werk: ‘Toen ik dat boek samenstelde, maakte ik heel zorgvuldige keuzes en ik ben nog steeds blij met wat ik toen schreef, al zijn er enkele verhalen die ik nu anders zou aanpakken. Ik hou er niet van als schrijvers die ik bewonder denigrerend doen over hun eerste werk.’     &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Davis schrijft geen kortverhalen zoals Alice Munro of Raymond Carver. Haar personages hebben meestal geen naam, hun uiterlijk is onbeschreven, de plot is minimaal en er zijn nauwelijks dialogen. Davis duikt in de geest van een naamloze en schrijft de woelige gedachten neer van een man of vrouw die zich in een crisis bevindt. ‘Verhaal’ of ‘Een paar dingen mis met mij’  zijn lange innerlijke monologen van vrouwen met een stukgelopen relatie die analyseren wat er fout ging. Soms levert dat grappige observaties op, zoals in ‘Een paar dingen mis met mij’, waarin de vrouw zich afvraagt of haar ex zich ergerde aan ‘mensen die dingen op systeemkaarten schrijven, diëten op kleine systeemkaarten en synopsissen voor plots op grote systeemkaarten’. Het is niet zozeer dat Davis een hekel heeft aan het traditionele kortverhaal, ze vindt het onnatuurlijk:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Een verhaal van Anton Tsjechov of Katherine Mansfield kan erg krachtig zijn. Toch kan ik me storen aan de ‘zei ze’ en ‘zei hij’ in dialogen, dat is zo artificieel. Soms vind ik het al onnatuurlijk als het personage een naam krijgt. Vooral bij minder goede schrijvers, pakt dat slecht uit: “Mary Jones verliet op een ochtend het huis. Het was een regenachtige dag. ‘Verdorie,’ zei ze, ‘ik ben mijn paraplu vergeten.’”. Ik vind een naamloze verteller die meteen vanaf de eerste zin hardop denkt de meest natuurlijke vorm die er bestaat. Je gaat meteen naar de kern, zonder gebruik te maken van alle narratieve trucjes en conventies. Je zou het neurologisch realisme kunnen noemen. Je beschrijft de kronkels van de menselijke geest waarbij gedachten verspringen en door elkaar lopen.Mijn allereerste verhalen waren traditioneler. Ik heb enkele jaren op die meer klassieke manier geschreven, tot ik er op uitgekeken was. Dat was mijn stageperiode: ik leerde alles over literaire en narratieve technieken. Het was nuttig maar het ging me vervelen.’    &lt;br /&gt;Ondanks de woelige gedachtestromen in Davis’ verhalen, is haar proza allesbehalve rommelig, maar juist lucide, geordend. Sommige van haar verhalen zijn meditaties, andere kan je als filosofische raadsels of woordspellen omschrijven. &lt;br /&gt;‘Mijn antecedenten zijn Kafka, met zijn parabels en paradoxen, Beckett, met zijn korte teksten als  ‘Ill Seen, Ill Said’ en de Oostenrijkse Peter Altenberg, die in de jaren 1920 verhalen over zijn eigen leven schreef van twee pagina’s. Isaac Babel is ook een voorganger. Die schreef verhalen die tussen het traditionele kortverhaal zitten en wat we in de V.S.  de ‘short short’ noemen. In de V.S. wordt die term gebruikt voor verhalen van drie of vier pagina’s, ik gebruik het voor verhalen van een pagina of een paragraaf.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Brieven van Flaubert&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Davis is niet enkel bekend als schrijfster, ze is ook vertaalster van het werk van Flaubert en Proust, schrijvers die ze door en door kent. Soms gebruikt Davis materiaal uit de vertalingen in haar proza. ‘Toen ik ‘Madame Bovary’ vertaalde, las ik ondertussen Flauberts brieven en daarin vond ik erg leuke verhalen. Ik heb die uit de brieven gehaald en ze gebruikt als basis voor ‘Stories from Flaubert’. Ik gebruik zijn woorden, zijn anekdotes en herschik ze. Ik werk wel vaker met bestaande teksten. ‘Kafka cooks Dinner’ is ook een goed voorbeeld. Bijna alle woorden in dat verhaal zijn afkomstig van Kafka. Ze komen uit zijn brieven aan Malena. Toch beïnvloedt Kafka me meer in de manier waarop hij denkt, dan op gebied van taal en stijl. Ik herken zijn houding tegenover de wereld bij mezelf, zijn humor, zijn hopeloosheid, frustratie en medeleven.'&lt;br /&gt;       &lt;br /&gt;Davis gebruikt ook privéteksten die haar intrigeren als grondstof voor haar vertellingen. Het verhaal ‘We Miss You’ is gebaseerd op de brieven die klasgenootjes ooit stuurden aan Davis’ zieke broer. Het verhaal is een analyse van de brieven op gebied van stijl en grammatica. Onder de afstandelijke, bijna forensische ontleding schuilen emoties voor de aandachtige lezer. Het is een typisch Davis-verhaal, schijnbaar koud: ‘Ik weet hoe moeilijk het is om emotie over te brengen. Als je schrijft  “Ze was overstuur”, dan werkt dat niet. Ik heb geleerd hoe het anders kan. Al mijn verhalen vertrekken vanuit emotie: verdriet om een relatie die ten einde loopt, een ruzie, sympathie voor een vlieg. Soms een kleine emotie, soms een grote. Als je je enkel interesseert voor vormelijk experiment, dan krijg je een curiositeit. In elk verhaal moet emotie zitten, menselijkheid. Ik gruwel van extreem formele experimenten. Iemand die van vijfhonderd boeken de eerste lijn op pagina 35 neemt en er een verhaal van maakt, vind ik bijvoorbeeld erg saai.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vliegen en muizen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Davis praat niet makkelijk over haar thema’s en obsessies. Er zijn veel verhalen over kapotte relaties, over muizen, kolibri’s en vliegen, over de spanning tussen de woeste natuur en het starre academische universiteitsleven. Ze heeft er geen verklaring voor: ‘De meeste verhalen weerspiegelen mijn visie op de wereld. De dingen waarover ik nadenk, die me raken, zitten in de verhalen. Als ik naar een vlieg kijk en de vlieg interesseert me, dan neem ik ze op in mijn verhaal. Wat mijn aandacht trekt, kan in een verhaal terechtkomen. Gedragingen van mensen, maar net zo goed van dieren. Ik weet nooit wat er zal gebeuren, ik plan niet. Ik ga zelden om 9 uur ’s ochtends naar mijn werkkamer voor een schrijfsessie van 6 uur. Enkel toen ik mijn roman schreef, deed ik dat omdat die een andere concentratie vergde. Ik schrijf meestal voor een uur, hooguit twee achter elkaar. Ik heb heel veel half afgewerkte verhalen. Sommige begon ik vijf jaar geleden al. Ik ben ze niet vergeten. Ik hou ervan om zo te werken, chaotisch en versnipperd. Het gevoel dat alles af is, zou me verontrusten. De angst voor het witte blad, misschien.’          &lt;br /&gt;‘De huisplannen’ en ‘St.Martin’ spelen in een erg tot de verbeelding sprekend Zuid-Frankrijk. Het zijn overgangsverhalen met een schijnbaar traditionele spanningsboog, vol mysterie en donkere tinten. Ze doen wat denken aan het oude werk van Paul Auster met wie Davis van 1974 tot 1978 getrouwd was: ‘Die verhalen gaan over een periode toen ik op een huis paste in Z-Frankrijk. St.Martin was de naam van het huis en ik schreef dat verhaal aan de hand van oude dagboeken  die ik toen bijhield. Daarom staan er zoveel specifieke details in. Voor ‘De huisplannen’ vertrok ik vanuit de  ruïnes in dat landschap, die erg tot mijn verbeelding spraken.’      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Davis heeft notitie- en dagboeken vol snippers en fragmenten waarop ze kan terugvallen. Soms vindt ze, bladerend, één regel die zo sterk is dat hij een verhaal op zich kan vormen. Vooral Davis’ recente bundels bevatten eenregelige verhalen: ‘De titels van die eenregelige verhalen zijn heel belangrijk. Sommige van die verhalen zijn komisch, andere lijken op een wiskundig raadsel. De een vindt ze erg grappig, de ander snapt niet waarom er zoveel drukte rond gemaakt wordt. De korte en extreem korte genres zijn in de V.S. erg in trek, vooral aan universiteiten waar creatief schrijven wordt gedoceerd. Er verschijnen anthologieën, zoals ‘Hint Fiction: An Anthology of Stories in 25 Words or Fewer’. Eigenlijk is het een genre dat mooi aansluit bij deze tijd. Iedereen heeft het druk en we kunnen ons enkel nog concentreren op teksten van enkele alinea’s.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bio:&lt;br /&gt;Lydia Davis (°1947) is de dochter van een auteur en een literair criticus. Ze schreef zes bundels met verhalen, waarvan sommige niet langer zijn dan een regel. Haar verhalen vertonen verwantschap met poëzie, filosofie en het essay. Plot en traditionele personages interesseren Davis niet. In 2007 was ze finalist voor de National Book Award. Davis schreef één roman, ‘The End of the Story: A Novel’. Davis werkt als vertaalster van onder andere Flaubert, Blanchot en Foucault. Tijdens de jaren 1970 was ze getrouwd met Paul Auster met wie ze een zoon heeft, Daniel. Ze heeft nog een zoon uit haar tweede huwelijk. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Recensie:&lt;br /&gt;‘Bezoek aan haar man en andere verhalen’ bevat het vroege werk van Lydia Davis. Eenzaamheid, onvermogen tot communicatie, ouderdom en ruzie tussen partners: dat zijn de thema’s die steeds terugkomen. Davis’ aanpak is uniek en vooral wanneer je veel verhalen na elkaar leest, word je helemaal meegezogen in het Davis-universum. Het is een wereld vol neurotische denkers, twijfelaars, eenzamen. Toch is het er niet deprimerend en dat merk je al aan de titels van de verhalen die vaak komisch zijn. In ‘De carnivoors - en tegens van mijn man’ wordt een relatie geanalyseerd aan de hand van de kook- en eetgewoonten van een koppel. Davis schrijft heel precies, elk woord staat op de juiste plaats. Ze benoemt de gevoelens van haar personages nooit rechtstreeks. Onder hun handelingen en gedachten schuilen de emoties. Sommige verhalen zijn niet langer dan een paragraaf. Sommige zijn raadsels, sommige poëzie. Davis laat zien dat experimenteel proza - een genre dat bij ons zo goed als dood is - niet steriel hoeft te zijn. Als de beoefenaar een speelse geest heeft en een grote verbeeldingskracht levert het iets wonderlijks op. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7367691496759882094?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7367691496759882094'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7367691496759882094'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/lydia-davis-interview-de-standaard.html' title='Lydia Davis interview (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-GloexGx-zP4/TilE0Ni2A_I/AAAAAAAABD4/bUn0uPCFDH4/s72-c/lydia-davis-is-not-indignant-3956475-40.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-5778964625577067543</id><published>2011-07-19T08:04:00.000-07:00</published><updated>2011-07-19T08:06:54.709-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>James Frey - Het laatste testament van de bijbel (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-dvV2wN1hxjo/TiWdhUZQ3DI/AAAAAAAABDw/7rvT_BGcQx0/s1600/frey.png"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 128px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-dvV2wN1hxjo/TiWdhUZQ3DI/AAAAAAAABDw/7rvT_BGcQx0/s200/frey.png" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5631080104832588850" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Messias zonder charisma&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;James Frey hoopt op controverse met zijn Messias-verhaal. In Europa zal ‘Het laatste testament van de bijbel’ boek weinig furore maken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;James Frey maakte naam met zijn knappe autobiografische afkickroman ‘In duizend stukjes’. Toen bleek dat de schrijver zijn drugsverhalen flink had aangedikt, kreeg hij een berisping van Oprah Winfrey en haalde hij zich heel wat lezerswoede op de hals. Met zijn nieuwste gaat Frey opnieuw voor de controverse, al zal het stof vooral in de V.S. opwaaien. Wij kijken al lang niet meer op van alternatieve Messias-verhalen. Philip Pullmans ‘De goede man Jezus en de schurk Christus’ is een recent en intrigerend voorbeeld van zo een modern bijbelverhaal.      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Frey laat in het midden of Ben Zion uit ‘Het laatste testament van de bijbel’ de nieuwe Messias is. Ben overleeft een gruwelijk werkongeval, dat Frey in bloederige details beschrijft, iets waar hij goed in is, zoals we weten uit ‘In duizend stukjes’. De dokters noemen zijn herstel een mirakel, al maken ze zich zorgen om zijn epilepsieaanvallen. De kranten dopen Ben tot de ‘Wonder Man’, Wedergeboren Christenen scharen zich aan zijn ziekenbed, evenals een rabbijn die in Ben de langverwachte Messias ziet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verouderde bijbel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens zijn epileptische aanvallen praat Ben met God. Uit die gesprekken leert Ben dat er geen eeuwig leven is en dat we de woorden uit de bijbel niet letterlijk dienen te nemen. Immers, het is een verouderd boek, ‘de wereld is inmiddels veranderd.’ De mens heeft zijn ondergang enkel aan zichzelf te danken, aldus Ben, die met zijn boodschap vrienden en vijanden maakt.   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verrassende inzichten komen er niet en wanneer Ben pro-abortus blijkt, haal je als lezer verveeld de schouders op. Ben predikt een boodschap van liefde en die klinkt zo: ‘Liefde is niet meer dan voor elkaar zorgen, elkaar neuken, elkaar laten leven zoals we willen leven.’ De herboren predikant richt een hippie-achtige commune op en hij stort zich op elke man en vrouw van het gezelschap.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Monotoon&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Frey  laat de daklozen, dronkaards en paaldanseressen die Ben ontmoeten het verhaal doen. Zijn vertellers zijn randfiguren, een van hen omschrijft het als volgt:  ‘(Ik) leefde als een klotenrat, bietste om eten, at klotenafval.’ Haast iedereen praat in de korte, jachtige zinnen die ook Freys afkickverhaal sieren. Enkel de arts, met haar stroom aan medische termen, en de rechercheur klinken anders. Bens getuigen zijn geen boeiende personages. De predikant uit het Zuiden is een wandelend cliché en de priester die lijdt onder de pedofilieschandalen laat de lezer onverschillig. Enkele hoofdstukken, vooral aan het begin van de roman, springen eruit door hun sprankelende verteller, de rest is één monotone brij.             &lt;br /&gt;‘Het laatste testament van de bijbel’ is niet de provocerende ideeënroman geworden die Frey voor ogen had. Het is evenmin een spannend verhaal, al doet Frey pogingen om de plot in verrassende richtingen te sturen. De wazige Ben klinkt als een derderangspredikant met ongewassen kleren. Een voorbeeld: ‘Ik kan overal vrij zijn, net zo goed als iemand overal gevangen kan zijn.’ Het slot van deze roman is sentimenteel. Nee, dan liever de opgeklopte leugens uit Freys debuut. Toen schreef de man een uitgebeend, opgejaagd proza dat je helemaal opslokte. Dit Messias-verhaal laat je niet een keer uit je stoel opveren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;James Frey – Het laatste testament van de bijbel – Prometheus – 320 blz. – 19.95 €. Oorspronkelijke titel: The Final Testament of the Holy Bible.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-5778964625577067543?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5778964625577067543'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5778964625577067543'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/james-frey-het-laatste-testament-van-de.html' title='James Frey - Het laatste testament van de bijbel (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-dvV2wN1hxjo/TiWdhUZQ3DI/AAAAAAAABDw/7rvT_BGcQx0/s72-c/frey.png' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-2398051667403723398</id><published>2011-07-12T01:40:00.000-07:00</published><updated>2011-07-12T01:44:34.166-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Richard Russo interview (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-XkBNwmkbmMM/ThwJQiLKRjI/AAAAAAAABDo/KfxFJH2uybw/s1600/rr.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 134px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-XkBNwmkbmMM/ThwJQiLKRjI/AAAAAAAABDo/KfxFJH2uybw/s200/rr.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5628383813962450482" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Stad vol geesten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niemand schrijft beter over kleinsteedse drama’s, Amerikaanse snackbars en biljarthallen. Wie deze zomer helemaal wil wegduiken in een boek vindt in Richard Russo een prachtige verhalenverteller.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Literaire auteurs staan zelden met een brede glimlach op foto’s, mannen al helemaal niet. Dat laten ze over aan schrijvers van chicklit en zelfhulpboeken. Richard Russo, de Amerikaanse schrijver van ‘Empire Falls’ en ‘Brug der zuchten’, lacht zijn tanden wel bloot op de foto’s die zijn boeken sieren. Tijdens het interview vult zijn luide lach de kamer tot in de verste hoeken. Fans laten zich graag bekoren door Russo’s innemende personages, zijn superbe dialogen – Russo is grandioos in ‘toogpraat’- en epische verhaalstructuren. Russo schrijft over het vergeten, kleinsteedse Amerika dat na de Tweede Wereldoorlog verarmde. Lokale winkels en fabrieken sloten de deuren in Gloversville, waar de schrijver opgroeide, cinema’s verdwenen, de hoofdstraat stond vol spookpanden.   &lt;br /&gt;‘Schadevolle jaren’, Russo’s tweede die nu uit is in het Nederlands, is een van zijn meest autobiografische. Ned Hall groeit op in Mohawk, een vergeten gat met ruige cafés en bordelen. De looierijen sluiten hun deuren en het is moeilijk om er werk te vinden in de late jaren 1950 en 1960, wanneer de roman zich afspeelt. Neds vader, Sam, is een losgeslagen man, een gokker en drinker die Neds moeder verliet na de oorlog.         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Net als op Sam Hall had de oorlog een enorme impact op mijn vader. Hij wou enkel nog gokken, vissen en drinken. Ik omschrijf Hall als ‘een man waarop een waarschuwingsetiket geplakt moet worden’, dat gold ook voor mijn vader. ‘Schadevolle jaren’ is een vader-zoonboek dat ik schreef toen mijn vader longkanker kreeg. Het boek is een gesprek tussen mijn vader en ik, een liefdesbrief, vol verlangen en verlies. Toen ik geen kind meer was en met mijn vader een pint kon pakken, begreep ik hem wat beter. Toch heb ik weinig echt met hem gepraat. Hij heeft nooit geweten dat ik schrijver ben geworden.’&lt;br /&gt;          &lt;br /&gt;Neds moeder, Jenny, is een bange vrouw die heel veeleisend is voor haar omgeving. Ze lijdt aan depressies en komt in een instelling terecht. Het is in die periode dat Ned optrekt met zijn vader. Jenny kan de werkelijkheid moeilijk onder ogen zien. Tegen de volwassen Ned herhaalt ze steeds weer hoezeer moeder en zoon elkaar begrijpen en kennen, terwijl het tegendeel waar is. Ik herken iets van Jenny in wat Russo vertelt over zijn moeder, een vrouw die tijdens haar laatste weken haar levensverhaal ‘herschreef’:          &lt;br /&gt;‘Mijn romans ontstaan wanneer ik mij op een emotioneel kruispunt in het leven bevind. Voor ik  ‘Het inzicht van Griffin’ schreef, bijvoorbeeld, bevond ik me in een lastige situatie. Ik had het gevoel dat ik simultaan in twee tegenovergestelde richtingen diende te kijken. Ik keek naar het verleden en naar de toekomst en dat maakte me duizelig en verward. Ik keek terug want mijn moeder lag op sterven. Ze leed aan een ernstige hartkwaal. Ze woonde in hetzelfde stadje als ik, dus ik deed haar boodschappen, kluste voor haar. Toen ze zieker werd, verhuisde ze naar een verpleegtehuis en was ik dagelijks bij haar. Ik heb gemerkt dat mensen voor wie het einde nadert er behoefte aan hebben om een narratieve lijn in hun leven aan te brengen. Ze willen losse herinneringen herschikken, ze zijn op zoek naar samenhang. Mijn moeder was aan het einde niet meer geïnteresseerd in het heden, ze praatte voortdurend over het verleden. Ze had het over haar leven als kind, over haar vroege huwelijksjaren, mijn geboorte en de breuk met mijn vader. Ik merkte dat ze niet enkel herinneringen wou ophalen, ze wou onze versies met elkaar vergelijken en ze wou dat ik akkoord ging met haar versie. Ik vond het erg aangrijpend hoe ze zichzelf een verhaal vertelde. Ik keek zelf ook veel terug, tijdens die ochtendlijke bezoeken aan mijn moeder. Bij mijn thuiskomst ‘s middags wachtte me iets heel anders, namelijk de voorbereidingen van het huwelijk van mijn twee dochters. De toekomst, dus. Ik praatte met mijn dochters over de huizen waar ze zouden leven, de jobs die ze zouden hebben. Vreemd genoeg leefde ik toen nauwelijks in het heden en dat was een vreemde ervaring. Ik had echt het gevoel dat de grond onder mijn voeten in elkaar zakte. Geen wonder dus dat in ‘Het inzicht van Griffin’ een scène zit waarin het hoofdpersonage het evenwicht verliest, wanneer hij in zee staat en de as van zijn vader wil uitstrooien. Het is een roman over twee huwelijken maar ook over  de dood van twee ouders. Verleden en toekomst, dus.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Roekeloos&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer Russo ‘Schadevolle jaren’ publiceerde, was hij nog geen fulltime schrijver. Hij doceerde aan de universiteit en had gemengde gevoelens bij zijn job.       &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Toen ik bezig was met ‘Straight Man’, mijn vierde roman, wou ik mijn job als docent opgeven, al twijfelde ik. Ik had twee jonge dochters, een vrouw. Zou ik wel voldoende verdienen? Mijn familie valt uiteen in twee extreem tegengestelde groepen: de ene is vreselijk voorzichtig en neemt geen risico’s, de andere is roekeloos.  Ik ben me altijd bewust geweest van die twee krachten. Vreemd genoeg liep het leven van de voorzichtigen minder goed. Mijn moeder was zeer spaarzaam, een kind van de depressie. Telkens ik voorzichtig was, pakte dat niet goed uit. Ik ben dan ook blij met de beslissing die ik toen heb genomen. Na mijn ontslag voelde ik me euforisch. ‘Straight Man’ is een academische satire, een erg ironisch boek. Geen enkele universiteit zal me nu nog willen, dacht ik, toen het af was.’           &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Russo praat over zijn personages alsof het echte mensen zijn. ‘God, I love that woman’,’klinkt het over een vrouw uit ‘Het inzicht van Griffin’. ‘Ik doe meestal vijf tot zes jaar over een roman en ja, ik hoop dat de personages met wie ik zoveel tijd doorbreng mijn vrienden worden. Ik ben tegen sentiment en nostalgie. Mijn versie van kleinsteeds Amerika is niet nostalgisch. Toch ben ik ook een schrijver die zo dicht mogelijk in de buurt komt van het sentiment. Ik ben geen afstandelijke schrijver en al zit er ironie in mijn boeken, ik ben al evenmin door en door ironisch. Ik vind het een goed teken als ik de lezer kan laten huilen van het lachen of van ontroering. Lezers mogen gerust op een heel emotionele manier reageren op wat ik schrijf. De personages zijn mijn vrienden en als ze ook de vrienden worden van de lezers, dan maakt mij dat heel gelukkig.’&lt;br /&gt;     &lt;br /&gt;Hoewel het boek minder goede kritieken kreeg dan Pulitzer Prize-winnaar ‘Empire Falls’ vindt Russo dat in ‘Brug der zuchten’ al zijn thema’s samenkomen. Russo ziet de roman als een synthese. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Als je naar mijn boeken kijkt, merk je dat ik altijd geïnteresseerd ben geweest in ‘de Amerikaanse droom’ en in de manier waarop ouders de dromen van hun kinderen willen beïnvloeden, opeisen zelfs. In mijn romans is er dikwijls verwarring over wiens droom het nu eigenlijk is, die van het kind of die van de ouder. Wanneer Miles Roby uit ‘Brug der zuchten’ ervan droomt om les te geven of een boekhandel te openen, komt dat door de moeder, die haar verlangens op hem projecteert. Ik ben altijd geboeid geweest door het Amerika van mijn ouders en grootouders en door de verschillen met de hedendaagse versie. Ook de klasse-dynamieken in kleine steden is een van mijn onderwerpen, de vraag waarom sommigen blijven hangen in een gehucht en anderen zich weghaasten. Na ‘Empire Falls’ dacht ik erover om een roman te schrijven waarin al die thema’s samenkwamen en dat is ‘Brug der zuchten’ geworden. In dat boek creëerde ik een stadje dat symbool staat voor alle andere, een personage dat blijft en een personage dat vlucht. Hoe is het om te verhuizen van het slechte stadsdeel naar het rijke? Het is een roman waarin ik de Amerikaanse droom bekijk aan de hand van drie families. Ik vind het mijn meest intellectuele en rijk gestoffeerde roman.’&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;Memoire&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Russo is nog niet uitverteld over Gloversville, de stad die hij in zijn romans namen gaf als Mohawk, Empire Falls en North Bath. Momenteel werkt hij aan een korte memoire over zijn kindertijd. Hij wil vooral schrijven over het leven van zijn ouders en grootouders. Gaat hij eigenlijk nog wel eens terug naar de plek waar hij het keer op keer over heeft?       &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ik was er enkele jaren geleden voor een herdenkingsplechtigheid voor mijn moeder. Ik heb er nog familie en het leek me niet handig om de herdenking te houden in Maine waar ik woon. Ik had het laatst nog over kleine steden met schrijfster Jayne Anne Philips en ik ga akkoord met haar visie dat de meeste schrijvers die uit een klein stadje komen een drang voelen om er weg te gaan. Ik heb mezelf opgelegd om de stad de rug toe te keren. Ik krijg nog vaak uitnodigingen om terug te gaan maar ik ga er niet op in. Ik weet niet precies waarom ik dat doe. Misschien ben ik wel bang dat de echte versie sterker is, indrukwekkender dan de fictionele. Ik begrijp wel, intuïtief, waarom Joyce al die jaren over Dublin schreef zonder ooit terug te gaan. Ik vind de confrontatie met Gloversville moeilijk omdat ik er zoveel geliefden ben verloren. Wanneer ik er rondloop, kom ik de geesten van vroeger tegen, mijn vader die uit een bar komt, mijn bange moeder of mijn arme grootvader. Die werkte zijn hele leven in een handschoenenwinkel. Hij sneed wel duizenden handschoenenparen uit koeienhuiden. Hij overleed aan emfyseem door de producten die hij inademde. Ik zit nog steeds vol woede over de manier waarop hij stierf.’ &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Recensie:&lt;br /&gt;‘Schadeloze jaren’ is een lang uitgesponnen vertelling vol tragikomische personages en scherpe observaties over het leven in een weinig fotogenieke plek. Over het verloederde deel van Mohawk schrijft Russo dat het stratenplan leek ‘ontworpen door een dronkenlap en daarna gelegd was door een man die hem volledig begreep’. Die combinatie van lichte droefheid en humor is kenmerkend voor Russo, al zitten er ook donkere passages in dit boek. Sam Hall is een kleurrijke cowboy maar zijn uitspattingen veroorzaken lijden bij zijn zoon en minstens twee vrouwen. De psychologische verfijning in dit boek is  iets minder sterk dan in ‘Empire Falls’. Toch is dit heerlijk leesvoer dat blijft boeien, zelfs na de zoveelste toog- of biljartscène. In het boek merk je invloeden van Dickens, de sfeer doet soms denken aan die uit de film ‘East of Eden’. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-2398051667403723398?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2398051667403723398'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2398051667403723398'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/richard-russo-interview-de-standaard.html' title='Richard Russo interview (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-XkBNwmkbmMM/ThwJQiLKRjI/AAAAAAAABDo/KfxFJH2uybw/s72-c/rr.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-4492206527063143350</id><published>2011-07-07T00:57:00.000-07:00</published><updated>2011-07-07T00:59:09.556-07:00</updated><title type='text'></title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-fXsTBoM-76U/ThVnRs2RSEI/AAAAAAAABDg/kkwwZY9VsvA/s1600/de-fry-kronieken-140x210.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 133px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-fXsTBoM-76U/ThVnRs2RSEI/AAAAAAAABDg/kkwwZY9VsvA/s200/de-fry-kronieken-140x210.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5626516863263524930" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Een onverzadigbare honger&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het tweede deel van zijn autobiografie beschrijft Stephen Fry zijn Cambridge-jaren en eerste acteersuccessen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe eloquent, zelfzeker en rad van tong Stephen Fry ook mag lijken, binnenin schuilt een man die hongert naar bevestiging en die zich diep schaamt om zijn lichaam. In ‘De Fry kronieken’ drukt hij keer op keer zijn walging uit voor  ‘het nutteloze omhulsel van vlees dat ik bewoon’. Die nietsontziende uitbarstingen van extreme zelfkritiek onderbreken Fry’s relaas om de zoveel bladzijden en ze laten een man zien die lijdt, ook al bestempelt Fry de tien beschreven jaren als gelukkig. Twaalf jaar geleden verscheen ‘Moab is My Washpot’, deel één van Fry’s memoires, over zijn kinderjaren en adolescentie. Het was een woelig tijdperk dat eindigde met een gevangenisopsluiting, na fraude met een gestolen credit card.       &lt;br /&gt;‘De Fry kronieken’ begint in 1977 en eindig in 1987, wanneer Fry kennis maakt met cocaïne, een goedje dat hij reserveert voor een volgend boek. Elk hoofdstuk in deze autobiografie heeft een titel die begint met de letter ‘c’. Zo is er ‘C van Carlton’ over Fry’s rookverslaving en visie op roken als rebelse daad tegen het establishment. De eerste helft van dit lijvige boek speelt in Cambridge, waar Fry weinig colleges volgt, maar des te meer acteert. Hij leert er latere boezemvrienden Emma Thompson en Hugh Laurie kennen, cultiveert er zijn passie voor cashmere truien en Wagner-opera’s. Zijn zoet-nostalgische mijmeringen over lange namiddagen waarop vrienden op bezoek komen voor koffie en wijn, baden in een ‘Brideshead Revisited’- sfeertje. Fry heeft het uitvoerig over elke productie waarin hij speelde, wat niet altijd even boeiend is. Er passeren heel veel namen uit het Engelse theater, sommige klinken bekend, andere niet. Hoe het de druk acterende, nooit stilzittende Fry diep vanbinnen vergaat, is minder duidelijk. Af en toe staat er een zin als ‘Kim en ik waren inmiddels minnaars en dat was een prettige situatie om in te verkeren.’ De relatie was geen lang leven beschoren en Fry heeft het over zijn jaren van celibaat, zijn seksuele gêne en zijn verslaving aan werk, aan zoetgoed. Na de Cambridge-jaren volgden de eerste stappen als professionele acteur, Fry’s rol bij de tweede reeks van Blackadder. Fry vindt zichzelf een stijve hark, die niet de buigzame motoriek heeft van Laurie of Thompson.         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘De Fry kronieken’ staat vol anekdotes, sommige zijn erg grappig, andere minder. In het tweede deel van het boek zit meer vaart en afwisseling. Fry’s stijl is ironisch en af en toe melancholisch, zoals in de passages over  ‘de oude BBC’. Deze memoire brengt een mooi beeld van de acteurgeneratie die klassiekers zou maken als ‘Blackadder’, ‘A Bit of Fry and Laurie’ en ‘The Young Ones’. Wie geen fan is van Fry en niet veel afweet van de Engelse film- en theaterwereld zal dit boek, ondanks heel leuke flitsen, te monotoon vinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Stephen Fry – De Fry kronieken. Een autobiografie, 448 blz. Dit boek verschijnt in augustus bij Thomas Rap. Oorspronkelijke titel: The Fry Chronicles.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-4492206527063143350?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4492206527063143350'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4492206527063143350'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/een-onverzadigbare-honger-in-het-tweede.html' title=''/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-fXsTBoM-76U/ThVnRs2RSEI/AAAAAAAABDg/kkwwZY9VsvA/s72-c/de-fry-kronieken-140x210.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3449167450522797094</id><published>2011-07-07T00:54:00.000-07:00</published><updated>2011-07-07T00:57:03.887-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>David Bezmozgis - De vrije wereld (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-0F4zL3LP8q0/ThVmxylTMGI/AAAAAAAABDY/p2yFZHI7X6Q/s1600/9789023463221-david-bezmozgis-de-vrije-wereld-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 127px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-0F4zL3LP8q0/ThVmxylTMGI/AAAAAAAABDY/p2yFZHI7X6Q/s200/9789023463221-david-bezmozgis-de-vrije-wereld-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5626516315047145570" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Panty’s en Sovjetcamera’s&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘De vrije wereld’ strandt een familie van Russische joden in het Rome van de late jaren 1970. David Bezmozgis brengt een migrantenverhaal waarin ironische distantie en mededogen hand in hand gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In 1980 verhuisde de toen zesjarige David Bezmozgis met zijn familie naar Canada, waar de auteur nog steeds woont. In zijn debuutroman laat Bezmozgis zijn landgenoten, Letse Joden die de hete adem van de KGB in hun nek voelen, een gelijkaardige reis maken. De familie Krasnanski strijkt, samen met duizenden andere Russische joden, neer in Rome. Sommige migranten willen uiteindelijk naar Israël, zoals Rosa, die haar geloof omarmt en haar kinderen meeneemt naar de synagoge. Rosa’s echtgenoot, Karl, is een sjoemelaar en vechtersbaas met een nekomtrek van 50 cm. Het joodse geloof laat hem koud en Rome is voor hem een speeltuin, geknipt voor dubieuze handeltjes. Karls broer Alec is een rokkenjager wiens devies ‘Meer vrijheid om gewoon wat aan te klooien’ verwerpelijk is voor Samuel Krasnanski, de pater familias, een overtuigd communist die mijmert over zijn verleden en worstelt met zelfmoordgedachten.       &lt;br /&gt;Bezmozgis laat ons naar Rome kijken door de ogen van Alec, Samuel en Polina, Alecs vrouw. Omdat die drie personages zo verschillend zijn, levert dat een heel gevarieerd en rijk gestoffeerd beeld op. Alec heeft vooral oog voor de grietjes en zijn geflirt brengt de familie bijna ten gronde. Vooral in Alecs passages laat Bezmozgis zijn komische talent zien ; niet enkel in de sterke dialogen maar ook in de absurde gedachtekronkels van Alec. Polina is een ernstige vrouw, toegewijd aan haar achtergebleven zus, enigszins gelaten over wat haar wacht. In flashbacks leren we dat Alec haar tweede man is. Het relaas van haar eerste huwelijk en van abortussen die dokters stilzwegen in ruil voor een blikje kaviaar, is huiveringwekkend. Voor Samuel is Rome een schim en hij geraakt verstrikt in herinneringen aan oorlogen en verlies. Bezmozgis vermijdt sentiment. Wanneer Samuel over zijn vrouw Emma vertelt dat ‘haar hersenen in haar baarmoeder zaten’, krijg je een complexer beeld van deze lijdende man.           &lt;br /&gt;De vertelstijl in dit boek is ironisch, afstandelijk en toch hekelt Bezmozgis zijn personages nergens. Hij schetst een tussenstop, waar vluchtelingen oude panty’s en Sovjetcamera’s verpatsen, waar gehuwden zich van elkaar bevrijden - wat in de Sovjet-Unie veel moeilijker was - en waar de dagen gevuld zijn met bezoeken aan de ambassade.       &lt;br /&gt;‘Moet een mens zo over de toekomst van zijn familie besluiten? Tien minuten (bedenktijd, km) in een trappenhuis?’, schrijft Bezmozgis. ‘De vrije wereld’ is een roman over het verlies van de oude wereld en over de onzekerheid van wat zal komen. Deze toonvaste debuutroman heeft geen bijzondere plot, wel een veelheid aan treffende details, vooral in de karakterisering van de personages. Bezmozgis schreef eerder de verhalenbundel ‘Natasja’.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;David Bezmozgis – De vrije wereld – vertaald door Nicolette Hoekmeijer - De Bezige Bij – Amsterdam – 383 blz. – Oorspronkelijke titel: The Free World.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3449167450522797094?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3449167450522797094'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3449167450522797094'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/david-bezmozgis-de-vrije-wereld-de.html' title='David Bezmozgis - De vrije wereld (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-0F4zL3LP8q0/ThVmxylTMGI/AAAAAAAABDY/p2yFZHI7X6Q/s72-c/9789023463221-david-bezmozgis-de-vrije-wereld-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-5032839347174437467</id><published>2011-07-07T00:51:00.000-07:00</published><updated>2011-07-07T00:53:44.652-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Graham Swift - Was je maar hier (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-pqVnFTMhPnY/ThVl7s6hZoI/AAAAAAAABDQ/vuFnBYr40ag/s1600/9789023466598-graham-swift-was-je-maar-hier-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-pqVnFTMhPnY/ThVl7s6hZoI/AAAAAAAABDQ/vuFnBYr40ag/s200/9789023466598-graham-swift-was-je-maar-hier-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5626515385812608642" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Dood van een soldaat&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Graham Swift schreef met ‘Was je maar hier’ een krachtige, knap gecomponeerde roman over familiebanden, oorlog en verlies.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een man kijkt door het raam van zijn slaapkamer. Hij wacht tot hij de auto van zijn vrouw de heuvel ziet opkruipen. Het klinkt weinig dramatisch, ware het niet dat de man gewapend is.  Net als in Graham Swift vorige roman  ‘Morgen’  bevindt het hoofdpersonage zich in de slaapkamer en blikt het terug op een bewogen mensenleven. ‘Was je maar hier’ is wel een pak geslaagder dan het nogal sentimentele ‘Morgen’.           &lt;br /&gt;Jack Luxtons grootste opluchting is dat zijn moeder, Vera, nooit te weten kwam hoe alles kapotging na haar dood. De Luxtons zijn veehouders die in Noord-Devon het hoofd boven water trachten te houden ondanks interne en externe – dolle koeien – problemen. Jack heeft een nauwe band met Vera en met zijn broer Tom, een nakomertje voor wie hij zich soms een vader voelt. Het zijn geen grote praters, de Luxtons: de onbehouwen en logge Jack, de harde en ondoorgrondelijke vader. We krijgen vooral de gedachten die door de hoofden van de betrokkenen malen. Wanneer Jack met zijn geweer op de slaapkamer zit, zijn alle Luxtons dood, behalve hij. In flashbacks blikt hij terug op zijn leven.&lt;br /&gt;     &lt;br /&gt;Verankering&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Luxtons voelen zich verbonden met de grond waarop ze wonen. Jack houdt niet van boten of vliegtuigen ; hij verlaat zijn domein zelden. Na de dood van zijn vader verkoopt hij de boerderij onder dwang van Vera, ook een boerendochter, die niet vastzit in haar verleden en die een nieuwe start wil. Vera ziet voor hen een toekomst op het Isle of Wight waar ze een caravanpark zullen uitbaten. Mensen komen er en gaan, ze zijn niet in de aarde verankerd. In Swifts romans zijn de personages vergroeid met het landschap, ze stellen zich vragen over hun herkomst en over de geschiedenis van de plek waar ze wonen. In ‘Laatste ronde’ vormde Kent veel meer dan een toevallig decor en in ‘Waterland’ waren de ‘Fens’ een personage op zich. ‘Was je maar hier’ is ambitieuzer omdat Swift zich buiten Engeland waagt, heel even toch. Tom Luxton gaat het leger in, geen heldendaad, enkel een uitstel van executie want, zo schrijft Swift, ‘ (Het was) een leven dat eigenlijk al gestrand was, Irak was enkel een omweg.’ Wat betekent het om ‘toe te horen’ aan een land waarvoor je strijdt? Wat hebben Devon en Irak met elkaar te maken? Dat zijn enkele van de vele vragen die Jack zich stelt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Broers&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘Laatste ronde’ schreef Swift uitgebreid over een begrafenis en alle rituelen die erbij horen. Dit keer vormt de militaire begrafenis van Tom het hart van de roman. Wanneer Jack verneemt dat Tom gestorven is in Irak, vormt er zich een barst in de relatie met Vera. Zij kan het niet verkroppen dat de doden zoveel ruimte innemen in Jacks hoofd. ‘Mensen kunnen behulpzaam zijn door te sterven,’ schrijft Swift. Zo denkt Vera erover, zij ziet de dood van vader Luxton als een ontsnappingsroute. Haar psychologie is heel anders dan die van de weinig expressieve Jack, een man die niet goed uit zijn woorden komt, die onder de indruk is van wie twee zinnen kan vormen, zonder te struikelen. Het is jammer dat Vera’s hoofdstukken, die minder talrijk zijn dan die van Jack, niet heel anders klinken dan die van haar man, hoewel ze toch een heel andere stem heeft. Swift schreef deze roman in de derde persoon, wat niet gebruikelijk is voor hem. Toch zit je heel dicht op de personages, en dan vooral op Jack. De terzijdes waarin Swift in de hoofden van de begrafenisondernemer duikt of van de rijke Londenaars die de boerderij tot buitenhuis verbouwden, zijn minder sterk en voegen weinig toe. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Qua structuur is dit een roman die heel ingenieus in elkaar zit. Swift cirkelt rond de gebeurtenissen en geleidelijk aan trekt alle mist op. De complexiteit van de banden tussen de Luxtons wordt erg subtiel verbeeld. De laatste dertig pagina’s doen wat denken aan een thriller, zonder dat dit geforceerd overkomt. Swifts portret is donker maar niet somber of neerdrukkend. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Graham Swift – Was je maar hier – vertaald door Paul Van De Lecq – De Bezige Bij – 384 blz. – 19.90 €. Oorspronkelijke titel: Wish You Were Here.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-5032839347174437467?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5032839347174437467'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5032839347174437467'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/07/graham-swift-was-je-maar-hier-de.html' title='Graham Swift - Was je maar hier (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-pqVnFTMhPnY/ThVl7s6hZoI/AAAAAAAABDQ/vuFnBYr40ag/s72-c/9789023466598-graham-swift-was-je-maar-hier-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3273781718134117497</id><published>2011-06-27T00:00:00.000-07:00</published><updated>2011-06-27T00:03:37.433-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Alan Hollinghurst - Kind van een vreemde (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-dPPNOjLdzZA/TggrPKpDbtI/AAAAAAAABDI/KjjvSHwv9YI/s1600/alan-hollinghurst-the-strangers-child.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-dPPNOjLdzZA/TggrPKpDbtI/AAAAAAAABDI/KjjvSHwv9YI/s200/alan-hollinghurst-the-strangers-child.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5622791674326642386" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Dwaaltuinen &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zeven jaar na ‘De schoonheidslijn’ publiceert Alan Hollinghurst zijn meest ambitieuze roman, die bijna een eeuw Engels landleven omspant. ‘Kind van een vreemde’ is ijzersterk, maar het is niet zijn beste boek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sinds zijn debuut ‘De zwembadbibliotheek’, een roman over de Londense homoscène in de vroege jaren 1980, is het canvas waarop Hollinghurst werkt breder geworden. Het grote keerpunt was Booker Prize-winnaar ‘De schoonheidslijn’, een van de sterkste romans over aids, Engelse politiek en zeden en over de Thatcher-jaren. In  ‘Kind van een vreemde’ neemt de Engelse schrijver nog meer hooi op zijn vork. Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken, waarvan het eerste speelt in 1913, het laatste in 2008. Daartussen belanden we nog in 1926, 1967 en de late jaren 1970.    &lt;br /&gt;In de zomer van 1913 maakt de aristocratische Cecil Valance zijn opwachting op Two Acres, een charmant Engels landhuis. Zijn gastheer is George, een Oxford-medestudent uit de middenklasse met wie Cecil in het geheim geregeld in de struiken duikt. Georges’ zus Daphne, die niets afweet van de affaire, is al evenzeer betoverd door Cecil. Daphne en Cecil kussen elkaar en Cecil schrijft een gedicht voor het meisje, ‘Two Acres’. Winston Churchill citeert enkele regels uit ‘Two Acres’ tijdens een speech en het gedicht, een tweederangsgeval, maakt vanaf dan deel uit van de Engelse canon. Holinghurst liet zich voor Cecil inspireren door de dichter Rupert Brooke uit wiens ‘The Soldier’ Churchill ooit citeerde.           &lt;br /&gt;In 1926 is Cecil gesneuveld en blijkt Daphne gehuwd met Dudley Valance, Cecils broer, ook een schrijver. Hollinghurst, die gefascineerd is door architectuur en kunst, beschrijft met veel verve het Victoriaanse landhuis Corley, waar de Valances wonen. Dudley wil ‘al die Victoriaanse absurditeiten opruimen’. Enkel de kapel, waar Cecil ligt opgebaard, en de bibliotheek behouden hun oorspronkelijke karakter. Huizen en gebouwen zijn in Hollinghurst-romans volwaardige personages en dat is hier niet anders. In een volgende hoofdstuk is Corley een elitaire kostschool.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twist and Shout&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De eerste twee hoofdstukken van dit boek herinneren aan ‘Brideshead Revisited’, qua thematiek, setting, toon en stijl. Het is wennen, wanneer we ons plots in de jaren 1960 bevinden, in het muffe vrijgezellenkamertje van Paul Bryant, een verlegen, sociaal onhandige man, die doet denken aan Nick Guest uit ‘De schoonheidslijn’, al is Paul veel minder charmant. Zijn blik is troebel en Hollinghurst spot met deze man die de toekomstige biograaf wordt van Cecil Valance. Op de geluidsband geen Wagner, in dit hoofdstuk, wel ‘Twist and Shout’. Via Paul brengt Hollinghurst een geschiedenis van het genre van de literaire biografie. Paul vermoedt dat Cecil niet enkel van vrouwen hield en hij zoekt de oude spelers – Daphne, Dudley, George – op. In het ontluisterende jaren 1970-luik vinden we een verarmde Daphne die gruwt van de vragen van de biograaf. Paul begrijpt volgens haar niet ‘dat herinneringen alleen maar herinneringen van herinneringen zijn’. Dit deel van de roman herinnert aan Hollinghursts ‘The Folding Star’, waarin hoofdpersonage Edward Manners zich vastbeet in de biografie van fictieve schilder Edgard Orst. Toch is ‘Kind van een vreemde’  heel anders: de toon is ironischer en afstandelijker.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Psychologisch vernuft&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over Hollinghurst lees je dat hij een erfgenaam is van Henry James. Dat heeft hij te danken aan zijn sierlijke stijl, aan de lange, prachtig gecomponeerde zinnen en de geraffineerde psychologie van zijn personages. Ook dit boek bevat een verwijzing naar James en toch is het stilistisch soberder dan vroegere Hollinghurst-romans. Het is een evolutie die al detecteerbaar was in ‘De schoonheidslijn’, een roman die veel minder gepolijst was dan ‘The Folding Star’. In ‘Kind van een vreemde’ is de stijl nog eenvoudiger en er staan opvallend veel dialogen in dit boek. Hollinghurst houdt er dan ook van om feestjes en etentjes te beschrijven, iets waar hij erg goed in is. Vooral het deel in 1926, waarin hij de dronken onzin uitkramende volwassenen uit tal van gezichtspunten beschrijft, is briljant. We kijken door Daphnes ogen – en wat hebben we met haar te doen – maar ook door de ogen van haar jonge zoontje. Hollinghursts psychologische vernuft is verbluffend, iets wat je vooral opvalt wanneer hij kijkt door de ogen van een kind of een jong hulpje. Met Daphne zet Hollinghurst zijn eerste volwaardige vrouwelijke personage neer. Het is wel jammer dat de vrouw in latere hoofdstukken op de achtergrond verdwijnt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uit de mode&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Kind van een vreemde’ gaat onder andere over Victoriaanse architectuur, de Engelse obsessie met huizen en tuinen, de erfenis van de Eerste Wereldoorlog, muziek en over de mythevorming rond een literair werk. ‘Two Acres’ is een gedicht dat in en uit de mode geraakt, net zoals de Victoriaanse architectuur en net zoals de personages in dit boek. In het ene tijdperk staat iemand centraal, die dan jaren later nauwelijks een vermelding krijgt. Het is niet altijd even makkelijk om meegenomen te worden, wanneer Hollinghurst een nieuw hoofdstuk begint. Vooral in de tweede helft van het boek, waarin we vooral Paul in actie zien, missen we de Valances, die we nu vooral van op afstand bekijken. De slothoofdstukken van dit boek hebben enkele krachtige scènes en toch zijn ze minder memorabel dan de openingsbeelden van de dwaaltuin op Two Acres, bij maanlicht, met de muziek van Wagner die weerklinkt vanuit het huis. Dat komt vooral door het personage van Paul Bryant, die zo aanstellerig is dat de lezer op afstand blijft. Bryant is niet het eerste Hollinghurst-personage dat verblind is. Alleen is hij zo veel minder sprankelend dan de door schoonheid geobsedeerde Edward Manners of de licht verontrustende Nick Guest. Daardoor blijft emotionele vervoering bij de lezer uit. Hollinghursts ironische stem heeft ook een weerslag op de seksscènes: in eerdere romans waren die alomtegenwoordig en broeierig. Hier zijn ze schaars en Hollinghurst beschrijft vooral de klungelige zoektochten naar verborgen plekjes om te vrijen. Ondanks dit alles is ‘Kind van een vreemde’ voorlopig de allerbeste Engelse roman van dit jaar. De sprankelende dialogen, de kronkelingen van tientallen geesten en de rijke, nauwelijks in een handvol woorden te vatten thematiek, zorgen ervoor dat Hollinghurst blijft bekoren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Alan Hollinghurst – Kind van een vreemde – vertaald door Ton Heuvelmans en Edzard Krol – Prometheus – 496 blz. – Oorspronkelijke titel: The Stranger’s Child.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3273781718134117497?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3273781718134117497'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3273781718134117497'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/06/alan-hollinghurst-kind-van-een-vreemde.html' title='Alan Hollinghurst - Kind van een vreemde (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-dPPNOjLdzZA/TggrPKpDbtI/AAAAAAAABDI/KjjvSHwv9YI/s72-c/alan-hollinghurst-the-strangers-child.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-4263889446843540926</id><published>2011-06-24T03:26:00.000-07:00</published><updated>2011-06-24T03:30:56.205-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='non-fictie'/><title type='text'>Interview Alain de Botton (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-XRHA5n4Bo1w/TgRnUM4tJhI/AAAAAAAABDA/T7NS4vDjjQU/s1600/9789045019345-a-de-botton-religie-voor-atheisten-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 129px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-XRHA5n4Bo1w/TgRnUM4tJhI/AAAAAAAABDA/T7NS4vDjjQU/s200/9789045019345-a-de-botton-religie-voor-atheisten-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5621731831619331602" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Zielenhulp voor heidenen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook niet-gelovigen hebben nood aan verlossing, troost, de uitgereikte hand van een vreemde. Wat kunnen religies ons leren in deze spiritueel barre tijden? In ‘Religie voor atheïsten – Een heidense gebruikersgids’ gaat Alain de Botton op zoek naar antwoorden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer ik Alain de Botton ontmoet, heb ik er net een week vakantie in een Drents dorp opzitten. De daken zijn er van stro en de taken op de boerderij bepalen er het ritme van de dag. In het midden van het dorp staat de kerk waarvan de klokken om het half uur luiden. Op zondag gaat iedereen naar de mis en wie dat verzuimt – wij bijvoorbeeld – wordt met argusogen bekeken. De gemeenschap met haar ondoordringbare bast geeft je het gevoel een indringer te zijn. Toch voert Alain de Botton gemeenschapszin binnen religieuze groepen aan als één van de grote pluspunten van een religieus leven. ‘Natuurlijk hebben veel religieuze gemeenschappen iets ontoegankelijks. Nochtans schrijft het christendom voor dat de deur moet openstaan voor vreemden. Veel religies zijn al te gesloten systemen. De seculiere beweging die ik voor ogen heb, zou open moeten zijn. We leven in het Wikipedia-tijdperk en openheid, een constante input van ideeën is belangrijk.’ Hij denkt even na en vervolgt: ‘Ik kan zonder al te veel moeite tientallen slechte kenmerken opnoemen van religies. Alleen gaat het daar niet over in mijn boek. Ik ben op zoek gegaan naar kenmerken van religies die zinvol kunnen zijn voor niet-gelovigen.’&lt;br /&gt;         &lt;br /&gt;De vraag of er een God is of niet, interesseert de Botton niet: ‘Dat heeft me nooit beziggehouden. Ik groeide op in een heel atheïstisch milieu. Voor mij is de vraag naar het bestaan van een God even irrelevant als de vraag of er groene marsmannetjes bestaan. Toen ik de cantates van Bach hoorde, dacht ik niet dat er misschien toch een God was, maar ik begon me wel te bezinnen over alle positieve aspecten van religies. Hoe kwam het toch, vroeg ik me af, dat dit ridicule geloof in God,  zoveel mooie dingen voortbracht?&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Wat vinden gelovigen van uw boek?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gelovigen hebben het moeilijk de dag van vandaag. Ze worden aangevallen, moeten zich haast verontschuldigen voor hun geloof. Ik denk dat eender welk boek dat op een respectvolle manier over religie schrijft, verwelkomd wordt. ‘Religie voor atheïsten’  is geen boek  à la Richard Dawkins. Het is geen gemene aanval, er spreekt veel sympathie uit. Nu er zoveel schandalen zijn in de Kerk, vooral in Noord-Europa, is de macht van het instituut sterk afgebrokkeld. Dat liet me toe om dit boek te schrijven. Als ik een jonge vrouw was in Saoudi-Arabië, zou ik dit boek niet geschreven hebben, want dan zou ik in een maatschappij leven waarin religie een grote, onderdrukkende kracht is. Dan zou ik niet de behoefte gevoeld hebben om in de bres te springen voor religie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waarom haalt u enkel voorbeelden aan uit christelijke, joodse en boeddhistische teksten? Islam komt niet in beeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit is geen boek over hoe religies zich onderling verhouden. Het gaat over de relatie tussen de seculiere en de religieuze wereld. Om het niet te verwarrend te maken, heb ik me tot drie religies beperkt. Ook: er is zoveel geschreven over de Islam de laatste tijd, ik wou me niet in dat debat mengen. Toch gelden veel van mijn observaties voor alle religies. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U heeft het over de succesvolle manier waarop religies ideeën verspreiden en ervoor zorgen dat ze eeuwen later nog bekend zijn onder gelovigen. Hoe kan een seculiere ideeënstroom ooit even hardnekkig zijn? Is het niet vooral de angst voor verdoemenis en de hoop op verlossing die van religies grote succesnummers maken?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk spelen angst en hoop op redding een grote rol in het succesverhaal van religies. Toch is dat slechts een deel van het verhaal. Seculiere bewegingen zijn er nooit goed in geweest om ideeën te verspreiden. Dat religies daar wel in slagen, heeft echt niet enkel te maken met de angst die ze zaaien. In de negentiende eeuw verdrongen de mensenwetenschappen religie van haar troon. Op zich zijn theaterstukken, seculiere schilderijen en romans prachtig maar ze hebben niet dezelfde impact als een bijbeltekst of een religieus icoon. Musea doen hun werk niet naar behoren, volgens mij. Wij hebben niet zozeer nieuwe kunst nodig, wel nieuwe manieren om ze te presenteren aan de bezoeker. Indelingen gebaseerd op tijdperk, stijl en regio, zijn zo banaal. Richt een zaal in met schilderijen die troost bieden, een andere rond het thema ‘verlies van een geliefde’. Dat zal veel meer effect hebben bij de kijker. Je hebt nu eenmaal geen emotionele relatie met 18de-eeuwse schilderkunst op zich, wel met bepaalde ideeën die kunst kan uitdrukken. Het christelijke idee dat goede kunst mededogen oproept, onze eenzaamheid wegneemt en ons herinnert aan wat echt belangrijk is, vind ik erg aantrekkelijk. Eigenlijk voorziet veel seculiere kunst in die noden, alleen wordt dat liever niet hardop gezegd. Het 19de-eeuwse ‘Kunst voor de kunst’ is nog steeds erg in zwang.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U suggereert dat veel kunstwerken beter af zouden zijn met een handleiding. Dat zou toch op heel wat verzet botsen van kunstenaars en kijkers?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ongetwijfeld, al vraag ik me af waarom het idee van een gids op zoveel weerstand stuit, niet enkel in de context van kunst en musea. We hebben nochtans echt nood aan richtlijnen in het leven. Het christendom gaat ervan uit dat we onredelijk zijn, verdwaald, net als kinderen, een idee dat ik bijtreed. Waarom zouden volwassenen weten hoe ze om moeten gaan met verdriet, eenzaamheid en slecht nieuws? Zo vanzelfsprekend is dat toch niet? Soms krijg ik het verwijt te horen dat ik klink als Oprah Winfrey. Zij mag dan geen erg subtiele of complexe denker zijn, de onderwerpen die ze behandelt, de noden waar ze aandacht voor heeft, zijn wel de juiste. Ze stelt de vraag: ‘Hoe moeten we leven?’ Mijn droom is dat de denkers van Harvard zich buigen over de vragen die Oprah Winfrey stelt, iets wat ze nu niet doen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De universiteiten, en dan met name de afdelingen literatuur, pakken het verkeerd aan, zegt u. ‘Madame Bovary’ en ‘Anna Karenina’ zouden beter onderwezen worden in een cursus ‘Huwelijken in crisis’. Is dat niet erg beperkend?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is een grote angst voor verenging, een angst die we niet onnadenkend terzijde moeten schuiven. Toch krijgen literatuurstudenten ook nu geen allesomvattende cursussen over literatuur, het gaat bijna altijd om één aspect. Toen Shakespeare ‘Othello’ schreef, deed hij dat omdat hij een catharsis wou bij het publiek, herkenning, sterke emoties. Op moderne universiteiten kijkt men nooit naar literatuur als een medium dat ons kan troosten of redden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat u vertelt doet denken aan de aanpak van boekenclubs. Hun leden beschouwen personages als mensen van vlees en bloed. Tijdens hun discussies praten deelnemers over Madame Bovary zoals ze over een  vriendin zouden praten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vind boekenclubs heel fascinerend en boeiend en het is gruwelijk dat academici erop neerkijken. Net zoals veel spontane culturele uitingen zijn ze erg waardevol en dat vooral mannen hun neus ervoor ophalen, is dom van hen. In boekenclubs leggen deelnemers de link tussen hun levens en de levens van de personages, iets waar universiteiten niet in slagen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U oppert het idee voor een keten van psychotherapiepraktijken met een herkenbaar logo, een lage instapdrempel. Dat klinkt bijna als de Starbucksaanpak. Hebben mensen met zielspijn nood aan een gestandaardiseerde, uniforme aanpak?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het idee dat uniformiteit slecht is, stamt uit de Romantiek, die de groep als corrupt beschouwde en het individu als heilig. Wij hebben dat idee geërfd, jammer genoeg. Ik vind het jammer dat fabrikanten van auto’s en deodorant alle macht hebben, terwijl de redders van onze ziel totaal gemarginaliseerd zijn - de dichter die zit weg te kwijnen op een kamertje, de obscure predikant. De katholieke kerk begreep heel goed dat ze macht nodig had, geld, om iets te bereiken. Ik wil de lezer laten nadenken over de vraag of het wel zo noodzakelijk is dat zielenhulp en marginaliteit hand in hand gaan. Is het echt zo dat verloedering en corruptie dreigen, zodra er geld in beeld komt? Het romantische idee dat intelligente personen zich beter niet organiseren, brengt veel schade toe aan de mens. The School of Life (door de Botton opgerichte Londense school waar deelnemers lessen in praktische filosofie en levenskunst krijgen, km), bijvoorbeeld, is een mooi en succesvol initiatief. Waarom zouden we ons beperken tot de school in Londen? Vanaf volgend jaar starten we een keten op ; de school zal ook in andere landen neerstrijken. Religies zijn goed in logo’s, promotie van hun producten. Wij kunnen daar heel wat van leren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat mensen nood hebben aan troost, mededogen, aan het begrip van de ander, staat buiten kijf, maar hoe kunnen we vreemden ontmoeten? Vooral in de stad is dat erg moeilijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat klopt. We krijgen te horen dat we niet met vreemden moeten praten, we zijn bang voor rondlopende moordenaars. Religies weten dat vreemden die samen in een ruimte zitten, nood hebben aan structuren en rituelen om met elkaar om te gaan. Tijdens een dienst is alles onderworpen aan voorschriften: wanneer je opstaat, wanneer je handen schudt. Dat neemt angsten weg. Regels zijn belangrijk en werken goed. Stel je een gebouw voor in Brussel, waar het de regel is dat iedereen met iedereen praat. Ik weet zeker dat het zou werken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In onze maatschappij, waarin vrijheid geldt als hoogste ideaal, halen velen de neus op voor regels en richtlijnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nochtans zijn die noodzakelijk. Met verkeersregels en een criminele wetgeving alleen bouw je geen sterke gemeenschap op. Mensen doen niet altijd spontaan het goede, we hebben geheugensteuntjes nodig, elk van ons. Bij ons thuis proberen we dat nu op kleine schaal: niet enkel de kinderen krijgen een sterretje op de kalender als ze braaf zijn, mijn vrouw en ik worden ook beoordeeld. Ik merk dat ik minder snel ruzie begin te maken met mijn vrouw om kleinigheden, omdat mijn zoontjes klaar staan met hun bekeuring.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Alain de Botton – Religie voor atheïsten – Een heidense gebruikersgids – vertaald door Jelle Noorman – Atlas – Amsterdam/Antwerpen – 318 blz. – 22.95 €.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over het boek:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In zijn zevende boek buigt de sterk atheïstische Alain de Botton zich over wereldreligies. Welke positieve aspecten zijn ook bruikbaar in een seculier leven? De Botton noemt zijn boek een ‘gebruikersgids’, al geeft hij toe dat enkele ideeën vooral dienen om te provoceren en de lezer te laten nadenken. Wie het werk van de Botton al kent, zal vooral geboeid zijn door de Bottons ideeën over gemeenschapszin en onderwijs. In andere hoofdstukken van dit boek herhaalt de Botton zichzelf. Hij heeft het bijvoorbeeld over de voordelen van een pessimistische ingesteldheid, over de troost van kunst en architectuur en over de statusangst die ons ongelukkig maakt. Zelfs de meest overtuigde atheïst zal in dit boek ideeën vinden die hem laten nadenken of laten steigeren. Het proza is iets minder sierlijk dan we van de Botton gewend zijn, maar past wel bij de praktische opzet van het boek. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-4263889446843540926?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4263889446843540926'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4263889446843540926'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/06/interview-alain-de-botton-de-standaard.html' title='Interview Alain de Botton (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-XRHA5n4Bo1w/TgRnUM4tJhI/AAAAAAAABDA/T7NS4vDjjQU/s72-c/9789045019345-a-de-botton-religie-voor-atheisten-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3508420042301603584</id><published>2011-06-19T02:45:00.000-07:00</published><updated>2011-06-19T02:50:24.734-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Culinair'/><title type='text'>Interview Maki Ueda (Bouillon!)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-jhPmmnM_Yho/Tf3GT-uS5OI/AAAAAAAABC4/IEXP0zmhR2o/s1600/smell_bar-518x400.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 154px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-jhPmmnM_Yho/Tf3GT-uS5OI/AAAAAAAABC4/IEXP0zmhR2o/s200/smell_bar-518x400.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5619865956585235682" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;De geur van rozen en stofzuigerzakken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maki Ueda is een Japanse die in Rotterdam woont, waar ze werkzaam is als geurkunstenaar. Wie bij haar binnenkomt, maakt een denkbeeldige wereldreis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tekst: Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Haar flat ligt in een Marokkaanse buurt die Ueda nauw aan het hart ligt omdat je  er nog iets ruikt op straat. Ze houdt van de geur van rozenwater en loopt soms de bakkerij binnen, enkel en alleen om aroma’s op te snuiven. ‘Ik vind culturen waar geuren nog belangrijk zijn fascinerend. In Nederland of België zijn geuren jammer genoeg vaak weggemoffeld of vergeten.’       &lt;br /&gt;Er liggen stapels boeken in Ueda’s flat, waar keuken, geurlaboratorium en woonkamer  één ruimte vormen: werken over kunst en design maar ook vergeelde exemplaren met titels als ‘Mengen en roeren’.        &lt;br /&gt;‘Die krijg ik van de dame die een antiquariaat heeft, aan het einde van de straat. Ik ben voor een groot deel een autodidact. Over chemie en wetenschap heb ik tal van cursussen gevolgd, maar dit soort oude boeken zijn een even belangrijke bron van inspiratie,’ vertelt Ueda.         &lt;br /&gt;In het begin van de jaren 1990 volgde ze een universitaire opleiding als mediakunstenaar in Japan. Eén van haar eerste projecten was ‘Hole in the Earth’, wat al meteen laat zien hoe geboeid Ueda is door andere culturen. Je zou het kunstwerk het best kunnen omschrijven als een voorloper van Skype, waarbij de kijker beelden en geluiden krijgt, afkomstig van de andere kant van de planeet.    &lt;br /&gt;‘Toen ik op reis was in Indonesië zat ik me af te vragen hoe je als kunstenaar mensen niet enkel visueel en auditief kan prikkelen, zoals in “Hole in the Earth”, maar hoe je hen een plek ook kan laten ruiken. In Indonesië is de combinatie van de aroma’s van street food en uitlaatgassen zo wervelend en prachtig. Ik vond het jammer dat ik dat niet kon overbrengen als kunstenaar.’     &lt;br /&gt;Vanaf dat moment is Ueda veel meer gaan nadenken over het geurzintuig en over de rol die het speelt in ons leven. Toch gaat haar fascinatie voor geuren terug tot in haar kindertijd, toen ze als zevenjarige geurmengsels zat te brouwen. ‘Ik kende nog niet eens de namen van de kruiden, maar was wel driftig op zoek naar spannende combinaties,’ vertelt ze over haar excentrieke potpourri’s.   Ueda’s interesse in digitale technologie verminderde, toen ze zwanger werd. Haar geurzintuig stond op scherp en het viel haar op dat ze het afval in de hoek van de kamer veel beter rook.          &lt;br /&gt;‘Na de geboorte van mijn zoon was ik ervan overtuigd dat hij me vooral identificeerde op basis van mijn geur. Onze sterke band was voor een groot deel gebaseerd op geurherkenning, iets wat afneemt na de borstvoeding. Na de geboorte heb ik veel gelezen over geuren en ik had de kans om een menu te maken voor een café- en koffieplek, hier, om de hoek. Mijn Nederlands was toen nog slecht en ik heb de menukaart op een intuïtieve manier vormgegeven. Op de menukaart stonden cijfertjes en die correspondeerden met parfumflesjes, die overal in het theehuis stonden. Mensen moesten dus gaan ruiken om een keuze te maken. Via een bevriende kunstenares, Martina Florians, heb ik geleerd hoe je kan destilleren. Daarna heb ik een opleiding gevolgd aan het Grasse Institute of Perfumery.’&lt;br /&gt;Ueda’s keuken staat vol potjes, doosjes en flesjes. Het is de plek waar ze kookt en experimenteert. ‘Hier leer ik hoe geuren ontstaan, al uitproberend. Zo bak ik bijvoorbeeld knoflook op een lage en op een hoge temperatuur. Levert dat een andere geur op? Hoe komt dat? Hoe kan ik geuren, die ik destilleer uit materialen, bewaren? Hoe komt het dat de basilicumolie uit de supermarkt niet echt ruikt naar verse basilicum? Dat zijn vragen die me bezighouden en op sommige heb ik nog geen antwoord. Ik heb geleerd dat geurmoleculen oplossen in ether, water en olie. Geurmoleculen, die opgelost zijn in olie of in water, kan je onttrekken door middel van wodka. De geur van verse basilicum kan ik nog steeds niet bewaren, wel die van herfstbladeren.’           &lt;br /&gt;Ueda werkt met rauwe materialen die ze via chemische processen aan de grondstof onttrekt. Ze stopt de geuren in parfumflesjes. Zo ontstond de ‘Edible perfume workshop’, die geregeld herhaald wordt en waarbij deelnemers zelf geuren  combineren en destilleren. Op de website www.foodpairing.be mag elke deelnemer twee ingrediënten kiezen. Bij ‘food pairing’, een concept uit de moleculaire keuken, combineer je ingrediënten op basis van hun aromatische componenten. Zo krijg je verrassingen als pompelmoes met kardemom, vanille met parmezaan en wortel met bittere sinaasappelschil.         ‘Iedereen moest op zoek gaan naar de juiste balans tussen de twee componenten. Ik ben gefascineerd door de chemische principes van de moleculaire keuken, maar ik volg niet alle nieuwtjes en laatste ontwikkelingen. Het is vooral de wetenschappelijke kant die me bezighoudt.’&lt;br /&gt;Doordat we dagelijks aan zoveel prikkels zijn blootgesteld, ligt er een eeltlaag op onze zintuigen. We ruiken, voelen, proeven niet alles even intens. In Ueda’s ‘Dinner for the Muted Senses’ staat elke gang in het teken van één zintuig. Het maal werd door de Japanse twee keer bereid: in Rotterdam kookte ze een Japans diner, in Tokyo een Frans:            &lt;br /&gt;‘Ik geef je een beschrijving van het Rotterdamse maal: bij de amuse stond de textuur centraal. De tafelgasten kregen oordoppen en toen aten ze Japanse versnaperingen – rijstkoekjes en noten. Wat je dan hoort is zo luid, je kan zelfs niet meer praten met de anderen. Het voorgerecht was een misosoep die ik uit een parfumflesje spoot. De smaak van misosoep krijg je vooral via de neus ; er is nauwelijks een grens tussen de geur- en de smaakbeleving in het geval van misosoep. Het derde gerecht met obscure Japanse ingrediënten serveerde ik twee keer. De eerste keer aten ze geblinddoekt en met hun handen, de tweede keer mochten ze kijken en kregen ze chopsticks. Ik wou laten zien welke rol de presentatie, het visuele, speelt in onze smaakbeleving. Het laatste gerecht, Japans ijs met rotsachtige snoepdeeltjes, aten ze geblinddoekt en met oordoppen in. Deelnemers vertelden me hoe intiem de beleving was: “Het was alsof je in een waterbubbel zat, midden in zee.” ‘&lt;br /&gt;Ueda laat me snuffelen in haar boekenkast, waar ik prachtige Japanse boeken vind. De cultuur van haar moederland boeit haar en het zijn vooral de verdwijnende tradities en gebruiken die haar bezighouden. Ueda toont me een boek over Japanse geurceremonieën, rituelen die je kan vergelijken met de theeceremonie. Alleen ruik je in plaats van te proeven.          &lt;br /&gt;‘Het zijn speelse rituelen waarbij raden belangrijk is. De verbeelding en het vertellen van verhalen rond geuren speelt een grote rol. De deelnemers ruiken aan allerlei houtsoorten en materialen. Net als in veel Westerse landen wordt het aromatische landschap in Japan vlakker, nu ambachtelijke familiebedrijven verdwijnen. Enkel in Kyoto, waar nog veel ambacht is, kan je op straat misosoep ruiken of de geur van hout.’         &lt;br /&gt;Ueda is gefascineerd door verdwijnende geuren, al noemt ze zich zich geen nostalgicus. Haar werk is breder en ze werk niet enkel met aangename of lekkere geuren.           &lt;br /&gt;‘Studenten kiezen tijdens workshops dikwijls voor vieze geuren, stofzuigerzakaroma’s, afval. Ik heb ook al gewerkt met de zweetgeur van dansers. Ik organiseer geurwandelingen, waarbij de deelnemers materialen verzamelen, die we nadien destilleren en combineren. Onlangs deed ik een geurwandeling in Eindhoven en kwamen de aroma’s van verschraald bier, afval en detergent in de mix. We gebruikten bierviltjes, de geuren van een bar na een lange nacht.’    &lt;br /&gt;Veel geurartiesten zijn er nog niet maar volgens Ueda is het een groeiende discipline. De kunstenares droomt van een platvorm waar kunstenaars, koks en wetenschappers ideeën kunnen uitwisselen en projecten kunnen ontwikkelen:  &lt;br /&gt;‘Een plek waar mensen kunnen experimenteren, waar educatieve projecten opgezet worden en waar kunstenaars installaties kunnen bouwen, dat wil ik graag op poten zetten. Verder wil ik als kunstenaar zoveel mogelijk reizen en geuren verzamelen die aan onze aandacht dreigen te ontsnappen.’&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;www.ueda.nl&lt;br /&gt;www.foodpairings.be&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3508420042301603584?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3508420042301603584'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3508420042301603584'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/06/interview-maki-ueda-bouillon.html' title='Interview Maki Ueda (Bouillon!)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-jhPmmnM_Yho/Tf3GT-uS5OI/AAAAAAAABC4/IEXP0zmhR2o/s72-c/smell_bar-518x400.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-904199490070931756</id><published>2011-06-19T02:41:00.000-07:00</published><updated>2011-06-19T02:45:45.579-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Culinair'/><title type='text'>Ingeborg Smit – Het bakkersboek – Een ode aan alle warme bakkers (Bouillon!)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-EDmSdS5P9DI/Tf3FP8PX2UI/AAAAAAAABCw/bEEtW8yrbaA/s1600/voorkant.978908164771.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 150px; height: 94px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-EDmSdS5P9DI/Tf3FP8PX2UI/AAAAAAAABCw/bEEtW8yrbaA/s200/voorkant.978908164771.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5619864787687561538" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Ingeborg Smit – Het bakkersboek – Een ode aan alle warme bakkers – Pimpelmees V.O.F. – Utrecht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;BB&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben te laat geboren om me bakkers met bakfietsen voor de geest te kunnen halen. Lang geleden doorkruisten ze Nederlands  dorpen en steden, een lantaarn boven op hun fiets. De Utrechtse Ingeborg Smit brengt een lofzang op haar overleden grootvader, ooit warme bakker in Utrecht. ‘Het bakkersboek ‘ ziet eruit als een prentenboek voor kinderen en de tekst laat vermoeden dat zij het beoogde publiek zijn. Weinig uitleg, veel kleurrijke plaatjes, waarbij vormgever Studio Ping gebruik maakt van collagetechnieken. Opa Smit doet zijn verhaal in korte zinnetjes genre ‘Je kreeg het niet cadeau.’Het boekje ziet er suikerzoet uit maar is geen complete nostalgietrip. Toen de fabrieken de warme bakkers verdrongen,  ging opa Smit in een beschuitenfabriek werken en, ach, hij vond het daar best fijn. Smit verheerlijkt het ambachtelijke werk niet. Zo was het erg saai om krenten te inspecteren en er steentjes uit te vissen. Tekstueel heeft het niet veel om het lijf, dit is vooral een mooi kijkboek. Leuk detail: vanaf tien uur ’s ochtends, wanneer de bakker zijn bestellingen rondbracht, mochten vrouwen geen stofdoeken uitslaan want het stof kon in de bakkersmand terechtkomen. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-904199490070931756?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/904199490070931756'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/904199490070931756'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/06/ingeborg-smit-het-bakkersboek-een-ode.html' title='Ingeborg Smit – Het bakkersboek – Een ode aan alle warme bakkers (Bouillon!)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-EDmSdS5P9DI/Tf3FP8PX2UI/AAAAAAAABCw/bEEtW8yrbaA/s72-c/voorkant.978908164771.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-8202875868039712644</id><published>2011-06-03T14:07:00.000-07:00</published><updated>2011-06-03T14:15:36.052-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Barry/Doyle/O'Connor (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-hTlMcOEDRBs/TelO6Z5h3SI/AAAAAAAABCo/_XSsLh-ic88/s1600/annie%2Bdunne.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 127px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-hTlMcOEDRBs/TelO6Z5h3SI/AAAAAAAABCo/_XSsLh-ic88/s200/annie%2Bdunne.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5614105175785594146" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;De geur van natte overjassen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Drie Ierse auteurs kijken naar het verleden in hun nieuwste romans. Ze brengen verhalen over kleine mensen, die verzet bieden aan de grote krachten van de geschiedenis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De jaren van oorlog en innerlijke verscheurdheid in Ierland sloegen diepe sporen bij de bevolking. Drie hedendaagse schrijvers voeren personages op die worstelen met de erfenis van het verleden. Eén van die personages, Annie Dunne, woont in eenzaamheid, aan de rand van de wereld. De twee andere, actrice Molly Allgood en vrijheidsheld Henry Smart, kennen de grote wereld van nabij. Wat ze gemeen hebben, is hun veerkracht en hun onwil om zich zomaar neer te leggen bij hun lot.  &lt;br /&gt;‘Mijn familie was zeven generaties lang een familie van rentmeesters, en het is alsof dat verhaal nooit is verteld, nooit is gehoord,’ zegt Annie Dunne, het hoofdpersonage in de nieuwe roman van Sebastian Barry. Ze raakt aan de kern van Barry’s centrale thematiek: hij schrijft over levens die vergeten zijn, generaties van Ieren, veelal vrouwen, die geen plek kregen in de geschiedenisboeken. In ‘Annie Dunne’ is het titelpersonage een verteller met een somber wereldbeeld. Annie, geboren in 1900, is ervan overtuigd dat een jongen twee meisjes waard is en ze ziet de wereld als ‘een vloed van room die maar ronddraait en ronddraait in de karnton des levens zonder ooit in boter te veranderen.’ Annie is ongehuwd en na de dood van haar zus, bij wie ze inwoonde, gooit haar schoonbroer haar het huis uit. Ze vindt een onderkomen bij Sarah, een nicht die op een afgelegen boerderij woont. Op haar zestigste doemt bij Annie opnieuw het schrikbeeld van het armenhuis op, want Sarah denkt aan trouwen met een klusjesman uit het dorp. Barry laat de oude vrouwen met hun stramme botten heropleven: de kleine achterneef en –nicht van Annie logeren een zomer op de boerderij. Met hun flitsende lijfjes, ‘krachtig als stoommachines’, laten ze Annie terugblikken op een leven waarin ze nooit een man had of moeder werd.            &lt;br /&gt;‘Annie Dunne’ speelt in een landelijk Ierland waar mensen nog baden met behulp van een badkuip en een soeplepel en waar, hoeveel werk er ook is in de stallen, de lakens fel gesteven zijn. Annie koestert een grote genegenheid voor Sarah, al is haar nicht een mysterie voor haar. Sarah zegt soms dagen achter elkaar nauwelijks iets, om dan los te barsten in een verwarrende woordenstroom, als een orakel. De vrouwen voelen zich kwetsbaar in een land waar de door oorlogen verarmde bevolking ronddwaalt en rooft. In ‘Annie Dunne’ zitten enkele zenuwslopende scènes, wanneer een dreiging van buitenaf zich opdringt. Toch is dit een roman die vooral speelt in Annie’s hoofd en zijn de verwikkelingen minimaal. Annie’s jaloezie, haar trots en blinde vlekken: daar gaat het Barry om. Dat hij diep weet door te dringen in de vrouwenpsyche toonde Barry met ‘De geheime schrift’, dat de shortlist van de Man Booker Prize haalde. Dat boek was ambitieuzer, grootschaliger en had, misschien net daardoor, een paar tekortkomingen. ‘Annie Dunne’ heeft geen geforceerde plotwendingen, zoals ‘De geheime schrift’. Vanaf het moment dat de kinderen voor het eerst verschijnen in de keukendeur ‘stokstijf (…) als vee in de greppel tussen twee velden’ trekt Barry ons mee en hij houdt ons in de ban tot de laatste bladzijde. De taal is lyrisch, sterk metaforisch, maar houdt zich ver weg van het bombast.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vergeten actrice&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook in ‘Volgspot’ van Joseph O’Connor vinden we een oudere, verarmde vrouw. Net als Annie begrijpt ze de raderen van de moderne wereld niet helemaal en is ze vergeten. Molly Allgood is een Ierse die ooit succesvol was als actrice in Ierland, Engeland en de Verenigde Staten. Ze staat geboekstaafd als ‘de bijzit van Johnny Synge’, één van Dublins beroemdste theaterschrijvers. Joseph O’Connor groeide op in de buurt van Synge’s ouderlijke huis en zijn fascinatie voor de vroeg gestorven Synge stamt uit zijn kindertijd. Synge, Allgood en William Yeats, die een bijrol vertolkt, zijn gebaseerd op echte personen, al neemt O’Connor de vrijheid die hem als romancier toekomt. Hij verzint liefdesbrieven, laat het paar een lange vakantie nemen, wat hen in het echte leven niet was gegund, en kleurt hun persoonlijkheden in naar eigen inzicht.          Molly is een vijfenzestigjarige alcoholiste die in een slechte Londense buurt woont en nauwelijks genoeg geld heeft voor thee en brood. We volgen haar één dag lang, in 1952, het jaar waarin ze stierf. O’Connor heeft geen interesse voor haar twee huwelijken. Hij toont haar als oude vrouw in Londense pubs met hun typische geur van natte overjassen. De oude vrouw zoekt beschutting in musea, ze zit - bedwelmd door de Vieux - op bankjes in stadsparken. Ze is menselijk afval en krijgt strenge blikken van de patrouillerende politie. Tegen het einde van de dag, wanneer ze bij de BBC een rol speelt in een radiohoorspel, zijn  tal van brokstukken uit haar verleden komen bovendrijven in haar geest. Molly denkt vooral terug aan haar relatie met Synge, die met zijn zware melancholie en ironische afstandelijkheid, onkenbaar bleef voor haar. Synge, een protestant uit een welgestelde familie, beloofde Molly, arm en katholiek, dat ze zouden trouwen maar hij stierf aan kanker voor dat gebeurde. Hield hij enkel van haar omdat ze zijn woorden leven inblies op het theater?  Synge verbleef het liefst in veenmoerassen, afgelegen ruwe natuur en het is in die passages dat O’Connor broeierig en bevlogen klinkt. Het landschap verbeeldt de geest van de toneelschrijver, zo lijkt het. Toch blijft Synge een schim, even vaag als de ‘gele droomnevel’ die opstijgt uit de Thames. Molly komt meer tot leven. Ze gruwde van conventies, wilde niet, als zoveel gehuwde vrouwen, ruiken ‘naar kool, naar doorgekookt schapenvlees’, was loyaal aan haar grote liefde en kon volks, grappig vulgair, uit de hoek komen.         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;O’Connor schrijft afwisselend in de jij-vorm en de ik-vorm en het is niet altijd duidelijk waarom hij dat doet. ‘Volgspot’ bevat ook brieven, toneelfragmenten en krijgt daardoor een versnipperd karakter. De overgangen tussen hedendaags Londen en de flashbacks zijn minder soepel dan de tijdsprongen in ‘Annie Dunne’. Toch bevat deze roman een prachtig portret van een oude vrouw die onzichtbaar is in een veranderende stad. Het zijn vooral de stukken uit 1952 die overtuigen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nog één keer Henry Smart&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘De dode republiek’ is het derde deel van de ‘Henry Smart-trilogie’, een ambitieuze reeks waarin Roddy Doyle aan de hand van één centraal personage een flinke brok Ierse geschiedenis serveert. In ‘De ster Henry Smart’ was Henry een armoezaaier uit de sloppenwijken van Dublin, die vocht aan de zijde van Michael Collins. In ‘De man achter Louis’ troffen we Henry aan in Chicago en New York, als assistent van jazzmuzikant Louis Armstrong. Henry had genoeg van zijn leven als vrijheidsstrijder. Nu, in deel drie, keert Henry terug naar het Ierland, waar hij dertig jaar geen voet aan de grond zette. Het is 1951, wanneer de zeewind hem op het vliegveld tegemoet komt. In ‘De man achter Louis’ vertelde Doyle onderweg de geschiedenis van de jazz in de jaren 1920. Nu gaat het over het Hollywood van de jaren 1940 en 1950, en meer bepaald over de Amerikaanse regisseur John Ford, een  figuur over wie eindeloos veel mythes en verhalen circuleren.     &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De maker van westerns als ‘My Darling Clementine’ is een Ier, die er al jaren van droomt om een film te maken over ‘de Ierse zaak’. Pappy, zoals ze hem noemen in Hollywood, loopt rond in vieze badjassen, drinkt en is onberekenbaar. Hij wil Henry’s verhaal verfilmen maar steekt de gebeurtenissen in een Hollywood-jasje. Henry’s voorhuwelijkse gerampetamp met miss O’Shea, veel ouder en wilder dan Hollywood het wil, sneuvelt en zo vergaat het nog meer gebeurtenissen uit Henry’s leven. Smarts laatste jaren spelen zich af in een school, waar hij als conciërge werkt.  Zat Henry in deel één midden in het strijdgewoel en in deel twee ver van het front, dan keert hij in deel drie terug om de balans op te maken. Hoe gaan de Ieren om met hun geschiedenis? In welke vorm gieten ze de verhalen? Mag het iets meer zijn de suikertinten uit Fords film, ‘The Quiet Man’?      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Doyle koos in ‘De ster Henry Smart’ voor een breed canvas en een stijl die niet zo uitgebeend was als in zijn eerdere werk. Die lyrische kant was minder aanwezig in deel twee en is compleet verdwenen in ‘De dode republiek’, een roman die niet echt beklijft. Ja, de dialogen zijn slim, vinnig en speels, maar Henry’s innerlijke monologen – die van wezenlijk belang zijn in een boek waarin een held de balans opmaakt – gaan niet diep genoeg. De samenhang tussen de verschillende episodes in de roman is te vrijblijvend. Daardoor gaat Henry’s uiteindelijke lot vervelen. Het grijpt niet aan en roept hooguit verbazing op.           &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Sebastian Barry – Annie Dunne – vertaald door Johannes Jonkers – Querido – 253 blz.&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Joseph O’ Connor – Volgspot – vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema – Anthos -253 blz.&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Roddy Doyle – De dode republiek – vertaald door Miebeth van Horn – Nijgh &amp; Van Ditmar – 382 blz.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-8202875868039712644?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8202875868039712644'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8202875868039712644'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/06/barrydoyleoconnor-de-standaard.html' title='Barry/Doyle/O&apos;Connor (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-hTlMcOEDRBs/TelO6Z5h3SI/AAAAAAAABCo/_XSsLh-ic88/s72-c/annie%2Bdunne.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-8891091800178032357</id><published>2011-06-03T02:52:00.000-07:00</published><updated>2011-06-03T02:56:31.327-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='non-fictie'/><title type='text'>Joyce Carol Oates - A Widow's Story (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-xpkjCykNAI0/TeivwYmtebI/AAAAAAAABCg/VdiC4RvXKNc/s1600/A-Widows-Story_214.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 134px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-xpkjCykNAI0/TeivwYmtebI/AAAAAAAABCg/VdiC4RvXKNc/s200/A-Widows-Story_214.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5613930181290719666" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Het moeilijkste halfjaar&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Joyce Carol Oates stortte compleet in na de dood van haar man. In ‘A Widow’s Story: A Memoir’ brengt ze een gedetailleerd verslag uit van de zes donkerste maanden uit haar leven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Smith vertelde me ooit vol bewondering over hoe Joyce Carol Oates (°1938) altijd aan het schrijven is. Tijdens taxiritten van vijf minuten, tijdens panelgesprekken, wanneer ze even niet aan het woord is. Het beeld van de compulsieve schrijfster is me bijgebleven en wordt bevestigd door haar gigantische oeuvre. Meer dan honderd boeken schreef Oates: romans, kortverhalen, poëzie, essays, theater en literatuurkritieken. Daarnaast geeft ze al jarenlang creatief schrijven aan de universiteit van Princeton. Dat een werkbeest als Oates de tijd vond voor een intens gelukkig huwelijksleven lijkt haast ondenkbaar, al bewijst deze memoire het tegendeel. Oates en Raymond Smith waren 47 jaar lang getrouwd. Oates noemt Smith haar eerste en laatste man (al is ze inmiddels hertrouwd, km), haar liefdesleven vergelijkt ze met de braafheid van Laura Ashley-behang. Raymond Smith was uitgever van de Ontario Review, een literair magazine dat hij samen met Oates oprichtte, en hij runde ook  Ontario Review Books, een kleine uitgeverij. Oates, die in haar barokke, soms zelfs bombastische fictie, erg weinig van zichzelf laat zien, was zelden openhartiger dan in dit boek.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Geheimen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘So much to say in a marriage, so much unsaid,’ schrijft Oates over haar huwelijk, waarin ruimte was voor stiltes, die altijd onschadelijk leken. Smith las Oates’ fictie nooit en dus sprak het echtpaar niet over haar verhalen. Haar non-fictie redigeerde hij enkel op grammaticafouten en onduidelijkheden. Beiden vermeden ze het om te praten over dingen die onaangenaam waren, die de ander van streek zou hebben gebracht. Dit deden ze uit liefde voor elkaar, niet om moeilijke dingen uit de weg te gaan. Dat de twee een heel nauwe relatie hadden, zal niemand na de lectuur van dit boek betwijfelen. Toch waren er geheimen. Zo vertelde Smith nauwelijks iets over zijn kindertijd in een streng religieus milieu, zijn afgebroken opleiding tot priester. Wanneer Oates in de finale van dit boek Smiths onafgewerkte, als jonge man geschreven, roman ‘Black Mass’ leest, krijgt ‘A Widow’s Story’  iets van een thriller. Ook het eerste deel van dit boek waarin Smith nog leeft en in het ziekenhuis ligt met een longontsteking is spannend, als een suspenseverhaal. Hij overleed in februari 2008 aan een infectie, heel onverwachts, na een week in het ziekenhuis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Weduweverhalen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Oates is niet de eerste weduwe die haar memoires schreef. Van traanovergoten sentiment tot het klinisch-poëtische werk van Joan Didion, die een bestseller schreef met ‘Het jaar van magisch denken’, de concurrentie is groot. Oates herhaalt dingen die we al eerder lazen: het complete ongeloof vlak na de dood van de geliefde, het allesverterende schuldgevoel, de slapeloosheid, de nachtelijke hallucinaties en de zelfmoordgedachten. Wat dit werk zo bijzonder maakt is de rauwheid van de tekst, de ongepolijstheid. Oates valt in herhaling, af en toe lijkt ze bijna te raaskallen. Dat geeft niet want als lezer leef je van minuut tot minuut met haar mee. Wanneer ze, de waanzin nabij, door haar nachtelijke huis strompelt, tegen meubels aanlopend, kamers met herinneringen aan Smith ontwijkend, voel je met haar mee. Oates is nooit de schrijfster geweest van afstandelijk-filosofische inzichten. Haar proza heeft altijd een ruw, emotioneel karakter gehad – tegenstanders noemen het ‘pathos’-  en dat is hier niet anders. Toch liggen er filosofische werken in haar ‘nest’, zoals ze haar bed na Smiths dood is gaan noemen. Er spoken aforismen, haast vergeten versregels en flarden uit ballades door Oates’ hoofd. Ze citeert Nietzsche die tijdens donkere nachten veel troost putte uit de gedachte aan zelfmoord. Tijdens die eerste maanden is ze niet in staat om verhalen te lezen – laat staan te schrijven - en zapt ze ’s nachts eindeloos langs herhalingen van oude tv-series.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Oneetbaar mos&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘A writing life is not a life,’ schrijft Oates die de gedachte aan schrijvers die alles opgaven voor hun werk extreem deprimerend vindt. Ze is in dat opzicht geen Roth of Emerson en voelt niets dan weerzin voor haar oeuvre na Smiths dood. Toch is haar publieke alter ego een strohalm en geeft ze veel lezingen als kersverse weduwe. Het is fascinerend om te lezen hoe Joyce Smith, zoals ze bekend staat bij vrienden en intimi, JCO ziet als een fictie, een creatie, die niets heeft te maken met ‘het echte leven’. Haar vrienden hielpen haar door de ergste weken heen door eindeloos veel te bellen, te mailen. Vooral bij schrijver Edmund White, die Oates ‘the Mozart of friendship’ noemt, kan de weduwe haar somberste gedachten kwijt. Niet alle bekenden reageren even subtiel of gepast.  In een zeer vermakelijke, bijna surreële passage beschrijft Oates de eindeloze stroom aan delicatessenmanden en bloemen die FedEx brengt na Smiths dood. Een van de boeketten bevat de waarschuwing dat het decoratieve mos oneetbaar is, wat Oates de opmerking ontlokt dat ze misschien wel gek is maar nog niet zo gek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onthullend&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘A Widow’s Story’ bestaat uit korte hoofdstukken in de ik-persoon die erg direct zijn en die telkens afgesloten worden met een afstandelijker stuk in de derde persoon. Meestal gaat het hier om een advies aan andere weduwen, soms troostend, dan weer ironisch. De sterkte van dit boek, namelijk het onbedachtzame, dagboekachtige karakter, is meteen ook zijn enige zwakte. Het middendeel waarin Oates haar verschrompelde, stukgeslagen ‘leven’ in heel veel details uiteenzet, zal sommige lezers te lang duren. De stukken met verbatim geciteerde mails van vrienden en de flarden uit condoleance-kaarten hadden korter gekund. Toch is dit een prachtige, onthullende en aangrijpende memoire over huwelijksrituelen, schrijverschap en rouw. De New York Times-kritiek dat dit boek onoprecht is omdat Oates in 2009 hertrouwde, is belachelijk en bijzonder zuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Joyce Carol Oates – A Widow’s Story: A Memoir – 432 blz – Ecco.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-8891091800178032357?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8891091800178032357'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8891091800178032357'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/06/joyce-carol-oates-widows-story-de.html' title='Joyce Carol Oates - A Widow&apos;s Story (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-xpkjCykNAI0/TeivwYmtebI/AAAAAAAABCg/VdiC4RvXKNc/s72-c/A-Widows-Story_214.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3555703364984144325</id><published>2011-05-29T23:50:00.000-07:00</published><updated>2011-05-29T23:54:21.640-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Orange Prize 2011 (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-lF_gu1ulPT4/TeM_CuzAZoI/AAAAAAAABCU/XS1NYNIQjPQ/s1600/Memory-of-love1.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-lF_gu1ulPT4/TeM_CuzAZoI/AAAAAAAABCU/XS1NYNIQjPQ/s200/Memory-of-love1.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5612398876788024962" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Veerkracht in de voeten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 8 juni weten we wie de Orange Prize 2011 wint, de prijs voor het beste Engelstalige boek van een vrouwelijke auteur. De shortlist bevat een paar parels.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Laten we beginnen met de vertrouwd klinkende namen op de lijst van zes. De Amerikaanse Nicole Krauss is de bekendste genomineerde. In ‘Het grote huis’ (zie Standaard der Letteren 12 december 2010) vinden we de verhalen van vier personages die moeten omgaan met verlies. Het bindmiddel in het boek dat, net als een groot huis, verrassende hoekjes en vergeten kamers heeft, is een schrijftafel die ooit aan de dichter Lorca zou hebben toebehoord. Krauss’ derde roman is donkerder dan ‘De geschiedenis van de liefde’ en de personages lijken  iets te veel op elkaar. Toch is ze een grote kanshebber voor de prijs.          &lt;br /&gt;Het sterkste boek op de lijst is ‘The Memory of Love’, de derde roman van Aminatta Forna, die opgroeide in Sierra Leone en nu in Londen woont. Van haar verschenen eerder ‘Maanschaduw’ en  ‘De duivel die danste op het water’,  behoorlijke romans over het leven in Sierra Leone. Met  ‘The Memory of Love’ laat Forna zien hoe ze gegroeid is als schrijfster. Ze neemt de tijd voor een verhaal dat zich langzaam ontwikkelt en waarin het zindert van de boeiende details. In een ziekenhuis in Freetown ontmoeten drie personages elkaar. Adrian is een psycholoog, die onderzoek doet naar trauma en die zich wil verdiepen in de slachtoffers van de burgeroorlog die het land heeft verscheurd. Hij ondervindt veel weerstand: de meeste inwoners van Freetown praten niet graag over het verleden. Elias, patiënt in het ziekenhuis, vertelt Adrian over zijn leven en over zijn obsessieve, onbeantwoorde liefde voor Saffia. Elias was een universiteitsprofessor die zich ver hield van het politieke gewoel, zo laat hij uitschijnen. Kai, ten slotte, is een chirurg die geplaagd wordt door demonen uit het verleden. Net als Krauss schreef Forna een veelgelaagde, rijke roman over verlies, de troost van liefde, de ontoereikendheid van communicatie en de manier waarop we omgaan met het verleden. Forna’s boek is veel geslaagder als geheel, minder geforceerd. De verhalen blijven dagenlang door je hoofd spoken.         &lt;br /&gt;De derde bekende naam is die van de Ierse Emma Donoghue die met ‘Kamer’ ook al op de shortlist van de Booker Prize stond. Donoghue’s tiende roman gaat over een jongen die niets afweet van het bestaan van de buitenwereld. Zijn moeder werd als studente ontvoerd door een man die haar opsluit in een kamer. De man verwekt een kind bij haar, Jack, de innemende verteller. Deze roman  is vooral in het eerste deel, dat zich binnen vier muren afspeelt, sterk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nieuwkomers&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het valt op dat de genomineerde auteurs moeilijke, zelfs pijnlijke, thema’s oprakelen zonder dat dit deprimerende boeken oplevert. De vertellers en personages in deze romans zijn veerkrachtig. Ze ontdekken de kracht van liefde, de troost die uitgaat van verhalen. Dit geldt ook voor de drie debuten.            &lt;br /&gt;Van de drie brengt Téa Obreht het meest indrukwekkende boek. ‘The Tiger’s Wife’ speelt in het voormalige Joegoslavië, het land waar de 26-jarige schrijfster geboren werd. In 1997 emigreerde Obreht met haar ouders naar de V.S., waar men haar kortverhalen snel opmerkte. Je zou ‘The Tiger’s Wife’ kunnen omschrijven als een verhalendoos. Het is een boek met zoveel vertellingen dat je het niet makkelijk kan samenvatten. De meeste verhalen hebben te maken met het leven van Natalia’s grootvader, een arts die als kind opgroeide in het afgelegen Galina, een dorpje waar men vreemdelingen met argusogen bekeek. De titel van dit boek verwijst naar één van de nieuwkomers, een Moslimvrouw die ervan verdacht wordt een kind te dragen van de tijger die het dorp belaagt. Obrehts verhalen hebben het ritme van legenden en sprookjes. Ze zijn sterk metaforisch en vertellen iets over het verscheurde, door oorlog geteisterde land waar Obreht vandaan komt. ‘The Tiger’s Wife’ laat zien dat Obreht nu al steengoed is. Ze schrijft toonvast, met veel zelfvertrouwen, wat des te indrukwekkender is omdat Engels niet haar moedertaal is. In de sterkste passages heeft ‘The Tiger’s Wife’ dezelfde overrompelende kracht als de verhalen van Jonathan Safran Foer.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De twee andere debuten zijn goed maar zijn niet zo sterk als bijvoorbeeld ‘A Visit from the Goon Squad’ van Jennifer Egan, de grote ontbrekende op de shortlist. Voor ‘Grace Williams spreekt zich uit’ liet de Engelse schrijfster Emma Henderson zich inspireren door het leven van haar zus. Grace is een spastisch meisje dat niet kan praten. Haar ouders brengen haar als prille puber naar een instelling, waar ze dertig jaar zal blijven. De andere geïnterneerden zijn epileptici, kinderen die ledematen missen. Hun noden zijn erg verschillend, al  noemt de behandelende arts hen met één woord ‘monsterlijk’. ‘Grace Williams’ is een roman waarvan vooral de ritmische, klankrijke en speelse taal bekoort. Al praat Grace niet, in haar hoofd is het nooit stil. Grace, de verteller, is een zeer oplettende observator. Het contrast tussen haar innerlijke leven  en de manier waarop de buitenwereld naar Grace kijkt, is gigantisch. Grace wordt verliefd en Henderson schrijft beeldend over haar ontmoetingen met minnaar Daniel, een epilepticus.       &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De zesde op de lijst is de Canadese Kathleen Winter, schrijfster van ‘Annabel’, een debuut dat heel knap en begeesterend opent met de geboorte van een baby die zowel een penis als een vagina heeft. ‘Annabel’ speelt in een afgelegen dorpje aan de Canadese Oostkust, waar mannen nog leven van de jacht en vrouwen de eindeloze winters vervloeken. Het kind wordt geopereerd en groeit op als Wayne, wat problemen oplevert, wanneer de puberteit begint. Winter is ijzersterk in haar beschrijvingen van een kano die als een mes door het water glijdt, van het landschap, wit en kil. Haar psychologische vernuft is niet altijd even verfijnd en de dialogen zijn soms drammerig. ‘Annabel’ kan in geen geval tippen aan een roman als ‘Middlesex’ van Jeffrey Eugenides, over dezelfde thematiek. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 8 juni weten we wie de prijs krijgt. Eerdere winnaars van de Orange Prize waren onder andere Rose Tremain, Zadie Smith, Andrea Levy en Lionel Shriver.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Aminatta Forna – The Memory of Love – Bloomsbury – 445 blz. Voorjaar 2012 verschijnt de vertaling bij Ailantus.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Téa Obreht – The Tiger’s Wife – Weidenfeld &amp; Nicolson – 335 blz.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Nicole Krauss – Het grote huis – Anthos – 342 blz&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Emma Donoghue – Kamer – Mouria – 333 blz.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Kathleen Winter – Annabel – Jonathan Cape – 480 blz.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Emma Henderson – Grace Williams spreekt zich uit – Artemis &amp; co -  352 blz.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3555703364984144325?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3555703364984144325'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3555703364984144325'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/05/orange-prize-2011-de-standaard.html' title='Orange Prize 2011 (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-lF_gu1ulPT4/TeM_CuzAZoI/AAAAAAAABCU/XS1NYNIQjPQ/s72-c/Memory-of-love1.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-505864124607201423</id><published>2011-05-24T00:17:00.000-07:00</published><updated>2011-05-24T00:20:33.836-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Aminatta Forna - Maanschaduw (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-SRcpKP1T3RE/TdtcMG3krNI/AAAAAAAABCM/gNctzxE3vJQ/s1600/000000_1166_maanschaduw.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-SRcpKP1T3RE/TdtcMG3krNI/AAAAAAAABCM/gNctzxE3vJQ/s200/000000_1166_maanschaduw.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5610179123891973330" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Aminatta Forna is met het prachtige 'The Memory of Love'genomineerd voor de Orange Prize. Dit is een stukje over haar vorige roman:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maanschaduw&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aminatta Forna&lt;br /&gt;Vertaald door Anneke Bok, Anthos, J.M. Meulenhoff, 413 blz.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Britse militairen die naar Sierra Leone gingen om er de vrede te bewaren, kregen allen een exemplaar mee van ‘De duivel die danste op het water’, Aminatta Forna’s biografische roman. Haar tweede, ‘Maanschaduw’, speelt zich af in een niet nader genoemd West-Afrikaans land dat doet denken aan Sierra Leone. Forna wil in haar werk een beeld ophangen van Afrika dat je niet meteen te zien krijgt op het nieuws. In haar boeken laten kolonisatie en oorlogen hun sporen na maar er is meer dan alleen maar kommer en kwel. &lt;br /&gt;‘Maanschaduw’ is het verhaal van vier nichten, die dezelfde vader hebben, de rijke Gibril. Asana is het kind van Gibrils eerste vrouw, die een bevoorrechte positie bekleedt ten op zichte van de bruiden die volgen. Mary, kind van Gibrils derde vrouw, krijgt een katholieke opvoeding. Haar moeder wordt verbannen omdat ze oude religieuze tradities aanhangt. Hawa’s moeder, de zesde in de rij, is Gibrils favoriete tot ieders afgunst. Wanneer ze ziek wordt, geloven de dorpsgenoten dat ze ongeluk brengt. Serah, ten slotte, is de dochter van de tiende, een veredelde dienstmeid die ten onrechte van overspel wordt beschuldigd. Forna’s roman bestrijkt een hele brok Afrikaanse geschiedenis, van 1926 tot het heden. Op een heel subtiele manier heeft de schrijfster het over de veranderende politieke en economische situatie. Over de polygamische samenleving klinkt Forna genuanceerd. De eerste vrouw krijgt net meer macht, terwijl de latere bruiden de dupe zijn van het systeem. Forna’s vrouwen zijn uitstekende vertelsters, al is het jammer dat hun stemmen te sterk op elkaar gelijken. Forna is vooral goed in sfeerschepping maar haar personages zijn soms te vlak.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-505864124607201423?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/505864124607201423'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/505864124607201423'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/05/aminatta-forna-maanschaduw-de-standaard.html' title='Aminatta Forna - Maanschaduw (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-SRcpKP1T3RE/TdtcMG3krNI/AAAAAAAABCM/gNctzxE3vJQ/s72-c/000000_1166_maanschaduw.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-5673536047322885074</id><published>2011-05-14T01:04:00.000-07:00</published><updated>2011-05-17T11:25:50.495-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Elizabeth Day – Steen, papier, schaar (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-YdU-5ai3qWE/Tc44IbDPvmI/AAAAAAAABCE/39KfEmaX5s0/s1600/day.png"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-YdU-5ai3qWE/Tc44IbDPvmI/AAAAAAAABCE/39KfEmaX5s0/s200/day.png" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5606480303474327138" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Observer-journaliste Elizabeth Day debuteert met een roman over machtsmisbruik binnen een welstellend Engels gezin. Op de openingsbladzijden van ‘Steen, papier, schaar’ belandt Charles Redfern in een coma na een aanrijding. Vrouw Anne en dochter Charlotte scharen zich aarzelend en angstig om het ziekenhuisbed. Verward en schuldig voelen ze zich omdat ze opgelucht zijn om Charles’ lot. De man die hen jarenlang op een subtiele manier – hij was geen grote geweldenaar – terroriseerde, is een plant geworden. Day keert terug naar Annes jeugdjaren, toen de vrouw viel voor de licht dominante charme van Charles. Ze beschrijft de ontnuchterende huwelijksreis, Charles’ psychologische terreur, zijn gescharrel met buurvrouwen. Daarnaast krijgen we Charlottes verhaal en daarin doet Day uit de doeken waarom Charlotte terughoudend is in haar relaties met mannen. De personages staan er en de complexe relatie tussen moeder en dochter intrigeert. Alleen jammer van de sentimentele en gehaaste afwikkeling. Day schrijft vlot, al bezondigt ze zich af en toe aan mooischrijverij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Artemis &amp; co – vertaald door Noor Koch – 302 blz. - 19.95 €.&lt;br /&gt;**&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-5673536047322885074?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5673536047322885074'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5673536047322885074'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/05/elizabeth-day-steen-papier-schaar-de.html' title='Elizabeth Day – Steen, papier, schaar (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-YdU-5ai3qWE/Tc44IbDPvmI/AAAAAAAABCE/39KfEmaX5s0/s72-c/day.png' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3044678051131947413</id><published>2011-05-14T00:58:00.000-07:00</published><updated>2011-05-17T11:26:15.617-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Rebecca Hunt – Meneer Chartwell (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-fjzutJneYDc/Tc425pf7dHI/AAAAAAAABB8/B45rVQeqQUE/s1600/Meneer-Chartwell.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 130px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-fjzutJneYDc/Tc425pf7dHI/AAAAAAAABB8/B45rVQeqQUE/s200/Meneer-Chartwell.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5606478950143063154" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Winston Churchill kampte zijn leven lang met depressies, die hij omschreef als  ‘zijn Zwarte Hond’. Dat bracht debutante Rebecca Hunt op het idee om de hond op te voeren als een personage van vlees en bloed. Het dier, gehuld in een gruwelijke grotlucht, is een praatziek beest dat zich niet laat afschepen. Soms gaat hij op Churchills borst liggen tot de politicus bijna stikt. ‘Meneer Chartwell’ speelt aan de vooravond van Churchills pensioen. De gedachte aan eindeloos veel lege uren bedrukt Churchill. De hond brengt ook bezoekjes aan Esther, bibliotheekmedewerkster in Westminster Palace. Zij lijdt onder de dood van haar man en geraakt al te zeer verknocht aan de fles gin die in het keukenkastje ‘zong als een sirene’. Het beeld van de kwijlende hond - monster, kwelgeest - is heel geschikt voor deze roman over depressie. Hunts metaforen zijn goed gekozen, haar beschrijvingen van Churchills radeloosheid overtuigen. De plot is aan de magere kant en de komedie is minder hilarisch dan je zou hopen. Toch is Hunt een schrijfster die we in de gaten houden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(Kathy Mathys)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Orlando uitgevers – vertaald door Mary Bresser – 244 blz. - 18.95 €.&lt;br /&gt;**&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3044678051131947413?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3044678051131947413'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3044678051131947413'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/05/rebecca-hunt-meneer-chartwell-de.html' title='Rebecca Hunt – Meneer Chartwell (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-fjzutJneYDc/Tc425pf7dHI/AAAAAAAABB8/B45rVQeqQUE/s72-c/Meneer-Chartwell.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-8478013699694180000</id><published>2011-05-12T05:35:00.000-07:00</published><updated>2011-05-13T13:52:11.522-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Esther Freud - Een kwestie van geluk (Het medisch weekblad)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-Qq5u3o8nz28/TcvUbb-yLtI/AAAAAAAABB0/9brIhcwdRB8/s1600/0.esther.freud.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 178px; height: 152px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-Qq5u3o8nz28/TcvUbb-yLtI/AAAAAAAABB0/9brIhcwdRB8/s200/0.esther.freud.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5605807729025363666" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de planken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘Een kwestie van geluk’ voert Esther Freud drie acteurs op die met wisselend succes aan hun opleiding beginnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Esther Freud volgde ooit de theateropleiding bij The Drama Centre, waar Colin Firth afstudeerde, en in haar nieuwste roman laat ze zich inspireren door eigen herinneringen daaraan en door die van andere theatermensen. Voor ze beroemd werd met haar debuutroman ‘Hideous Kinky’ stond de dochter van schilder Lucian Freud en de achterkleindochter van Sigmund Freud, zelf op de planken. Al op haar twaalfde speelde ze in het jeugdtheater en ook nadat The Drama Centre haar niet toeliet tot het derde jaar, bleef ze nog een tijdje acteren. Freuds banden met het theater zijn nauw. Ze is getrouwd met acteur David Morrissey en heeft veel acterende vrienden. In ‘Een kwestie van geluk’ ontmoeten we Nell, Charlie en Dan, die op een school zitten die lijkt op The Drama Centre. De docenten zijn excentriek, grillig, buitengewoon streng en veeleisend. Charlie is een schoonheid die na de toneelschool de filmwereld induikt. Dan beproeft zijn geluk in Hollywood en speelt toneel in Engeland. Nell haalt de eindstreep niet, toch blijft ze acteren, nadat de school haar aan de deur zette. &lt;br /&gt;Freud staat niet bekend om meesterlijke plots, haar verhalen zijn veelal anekdotisch. De psychologie van de personages en hun zoektocht in het leven staat voor Freud voorop. In dat opzicht is ‘Een kwestie van geluk’ een buitenbeentje. Freud laat haar beginnende acteurs ploeteren en zoeken naar succes maar de spraakmakende verhalen en theatermythes lijken belangrijker dan de personages zelf. Dan, bijvoorbeeld, blijft wel erg schimmig en onderontwikkeld. Het beste personage is Nell, geen klassieke schoonheid, een onwennig buitenbeentje. Haar tegenslagen raken de lezer het meest, al is niet elke Nell-episode even sterk. Haar angst voor audities is wel erg snel van de baan na één enkel bezoek aan een therapeut. De sterkste fragmenten zijn die waarin Freud laat zien waarom acteurs de hel van vernederingen en afwijzingen, het wachten op een verlossend telefoontje doorstaan: hun liefde voor het vak is eindeloos groot.        &lt;br /&gt;Freud ziet dit boek ziet als een lichtere roman. Hij is minder indringend dan meesterwerken als ‘Huis in zee’ en ‘The Wild’. Zeker, ‘Een kwestie van geluk’ bezorgt je veel leesplezier, maar het blijft niet nazinderen. Freud is geen grote comédienne en sommige van de verhalen zijn licht voorspelbaar, zoals dat waarin Nell verleid wordt door een enge regisseur. Toch zijn er leuke theater- en filmwereldverhalen en schept Freud een knap beeld van de Britse theaterscene.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Freud staat bekend om haar autobiografische invalshoek. Voor haar eerste roman ‘Hideous Kinky’ liet ze zich inspireren door haar kinderjaren, toen ze met haar hippiemoeder door Marokko zwierf. Ook opvolger ‘Peerless Flats’ bevat veel elementen uit Freuds leven. Haar derde roman ‘Gaglow’ brengt zowel autobiografie als een historische, puur fictieve verhaallijn over Duitse Joden ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Freud liet zich inspireren door wat haar vader vertelde over zijn grootmoeder. Freuds meesterstuk is ‘ Huis in zee’, waarvoor ze de brieven gebruikte van haar grootvader, een architect die prachtige liefdesepistels schreef aan zijn vrouw.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Freuds grote kracht schuilt in haar psychologische vernuft. Ze schrijft ook erg overtuigend vanuit het standpunt van kinderen. Naar eigen zeggen vindt ze dat oogpunt aantrekkelijk omdat kinderen kijken met een open, onbestofte blik, vol verwondering.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Esther Freud – Een kwestie van geluk – De Bezige Bij – 19,90 € - oorspronkelijke titel: Lucky Break.&lt;br /&gt;De Franse vertaling verschijnt binnenkort bij Albin Michel.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-8478013699694180000?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8478013699694180000'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8478013699694180000'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/05/esther-freud-een-kwestie-van-geluk-het.html' title='Esther Freud - Een kwestie van geluk (Het medisch weekblad)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-Qq5u3o8nz28/TcvUbb-yLtI/AAAAAAAABB0/9brIhcwdRB8/s72-c/0.esther.freud.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-5098054160634719863</id><published>2011-04-29T00:01:00.000-07:00</published><updated>2011-04-29T00:04:20.260-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>David Vann - Caribou Island (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-LVaVCCyuV5g/TbpiqfM7cyI/AAAAAAAABBs/_S4VFJrx01M/s1600/david.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 132px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-LVaVCCyuV5g/TbpiqfM7cyI/AAAAAAAABBs/_S4VFJrx01M/s200/david.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5600897568658387746" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Dwaze dromen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;David Vann, schrijver van ‘Legende van een zelfmoord’, maakt ook in zijn tweede boek gebruik van zijn dramatische familiegeschiedenis. Het resultaat is sterk maar kan net niet tippen aan zijn debuut.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het Alaska dat David Vann tot leven blaast in zijn verhalen, zijn de volwassen mannen bijna allemaal onberekenbaar en egoïstisch. Ze jagen dromen na die onrealistisch zijn en wanneer die niet in vervulling gaan, geven ze hun vrouwen de schuld. Vanns debuut, de verhalenbundel ‘Legende van een zelfmoord’, ging uit van de meest traumatiserende gebeurtenis in Vanns leven, de zelfmoord van zijn vader, die zich op een verlaten eiland van het leven benam. Vanns vader, die in de bundel Jim heette, was verbitterd, gescheiden van zijn tweede vrouw en hij meende troost te vinden in een pioniersbestaan, te midden van de barre elementen. Jim speelt een rol in ‘Caribou Island’: hij staat op het punt te trouwen met Rhoda, vrouw nummer 2 in ‘Legende van een zelfmoord’. Vann en Vanns moeder komen niet voor in ‘Caribou Island’, geheel typisch voor deze schrijver die uitgaat van de feiten en die daarna plooit in de vorm die het verhaal nodig heeft. Vann kent alle spelers uit ‘Caribou Island’ persoonlijk maar dit verhaal gaat niet over hem.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Huttenbouwers&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rhoda’s ouders, Gary en Irene, zijn al dertig jaar getrouwd en ze leven in een geïsoleerd deel van Alaska, zonder telefoon en internet. In de openingsscène vertrouwt Irene aan Rhoda haar angst toe om te worden verlaten door Gary. Haar verlatingsangst is enorm sinds ze als klein meisje haar moeder aantrof die zich in de keuken had opgehangen. Ooit studeerden Gary en Irene en zongen ze samen ‘Brown-eyed Girl’, een herinnering die voor beide partners onwerkelijk lijkt. Alle vreugde is weggezogen uit hun levens en elke dag plegen ze kleine wraakoefeningen op elkaar. Irene verwijt Gary dat hij haar meesleurt in zijn uitzinnige projecten ; Gary slingert Irene naar het hoofd dat hij zijn studie opgaf om haar. Gary’s nieuwste project is pure waanzin. Hij wil, net voor de winter, een hut bouwen op het afgelegen eiland Caribou. Hij heeft geen plan, geen ervaring en hij wil dat Irene hem helpt. Rhoda ontdekt inmiddels dat haar verloofde Jim toch niet de droomman is waar ze op hoopte. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Pioniersbloed&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het Alaska-landschap – de sneeuw, de ijswind, de beukende golven – is een geduchte tegenstander voor de huttenbouwers en vissers in dit boek. Je voelt Vanns liefde voor dit landschap dat hij kent uit zijn kindertijd, zijn ontzag ook. Van puur realisme is geen sprake: de dreigende bergtoppen en diepe zeeën zijn metaforen voor de donkere geesten van de bewoners. Toch is het landschap niet enkel bestraffend. De witte sneeuw is als een onbeschreven blad waar mannen met pioniersbloed, zoals Gary, zichzelf trachten te vinden. Gary hoopt dat de hut het diepste van zijn geest zal uitdrukken. Wanneer Irene last krijgt van hoofdpijn en slapeloosheid die wekenlang aanhouden, negeert Gary haar. Het enige wat hem nog drijft is zijn droom.       Barre landschappen zoals deze zien we bij schrijvers als Cormac McCarthy vooral door de ogen van mannelijke personages. Vann, die McCarthy bewondert en zelfs ten dele navolgt, laat ons kijken door vrouwenogen. Irene en Rhoda neem je het meest serieus. De mannen zijn dwazen, ook Jim, die een minder complex personage is dan in Vanns debuut. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Noodlot&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het gruwelijke noodlot dat zich uiteindelijk voltrekt op het eiland liep bij sommige buitenlandse lezers weerstand op. Omdat Vann zich deze keer focust op één versie van de feiten heeft deze roman inderdaad iets stroefs wat niet in zijn debuut zat. In ‘Legende van een zelfmoord ‘schreef Vann in vele toonaarden. In sommige verhalen pleegde de vader zelfmoord, in andere kwam hij tot leven. Er zat een veelkleurigheid en een lichtheid in, die hier niet aanwezig is. In ‘Caribou Island’ krijgt geen van de spelers een moment van gratie of genade. Sommigen bekopen het met de dood, anderen, zoals Jim, maken zich belachelijk door hun macho-gedrag.       Vanns taal is soberder dan in zijn debuut, eenvormiger ook. Hij schrijft in korte, lyrische zinnen en is vooral op dreef wanneer hij het landschap betoverend vormgeeft. ‘Caribou Island ‘heeft niet die enorme impact van Vanns debuut maar zindert toch na en samen vormen de twee en prachtig tweeluik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;David Vann – Caribou Island – Penguin Books – 293 blz.&lt;br /&gt;Dit boek verschijnt in september in het Nederlands.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-5098054160634719863?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5098054160634719863'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/5098054160634719863'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/david-vann-caribou-island-de-standaard.html' title='David Vann - Caribou Island (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-LVaVCCyuV5g/TbpiqfM7cyI/AAAAAAAABBs/_S4VFJrx01M/s72-c/david.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-3506667416118644247</id><published>2011-04-23T10:27:00.000-07:00</published><updated>2011-04-23T10:31:20.683-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Esther Freud interview (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-Ie3bneXQQPc/TbMM2S-BZ8I/AAAAAAAABBk/CvPXGo4YrWM/s1600/estehr.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-Ie3bneXQQPc/TbMM2S-BZ8I/AAAAAAAABBk/CvPXGo4YrWM/s200/estehr.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5598832888696104898" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Eigen leven als goudmijn&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor ze als schrijfster doorbrak met ‘Hideous Kinky’ wou Esther Freud actrice worden. In haar nieuwste roman spelen ambitieuze acteurs en grillige regisseurs de hoofdrol. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ik kon mijn geluk niet op, toen we dit huis vonden, vlakbij Queens Wood. Het is een droomplek. Stil, en de metro is net om de hoek,’ vertelt Esther Freud die me meeneemt naar de keuken annex eetkamer die wit is en zonovergoten. De deuren naar haar Londense tuin staan open en de afwasmachine ronkt. ‘Wanneer een boek af is, heb ik weer tijd voor kleine, huishoudelijke dingen die vergeten geraken tijdens de schrijffinale,’ vertelt Freud en ze voegt eraan toe dat er na elk boek een moment volgt waarop ze denkt dat ze iets anders aanmoet met haar leven. Tuinieren, bijvoorbeeld. ‘Dat idee houdt niet langer stand dan één middag. Daarna ben ik het gewroet in de aarde al beu,’ bekent ze, haar ogen omringd door lachrimpels. Huizen zijn erg belangrijk voor Freud die haar personages altijd op zoek laat gaan naar een plek waar ze zich echt thuis voelen. Toen ze klein was, hadden Freud en haar moeder een nomadenbestaan, wat de schrijfster zou opzadelen met een eeuwig gevoel van rusteloosheid: ‘ Hoeveel ik ook hou van deze plek en van ons buitenhuis in Sussex, ik maak altijd plannen voor trips. Ik vind het erg moeilijk om lang op dezelfde plaats te blijven.’ Freud schreef over haar omzwervingen als kind in ‘Hideous Kinky’, haar verfilmde debuut. &lt;br /&gt;Ook in   ‘ Een kwestie van geluk’, haar zevende roman, valt Freud gedeeltelijk terug op eigen leven. Haar eerste liefde was het theater en in haar nieuwste boek volgt de schrijfster vier fictieve acteurs tussen 1992 en 2006. We zien hen tijdens de opleiding, tijdens audities, op de planken of op de filmset.&lt;br /&gt;‘Ik ben vertrouwd met die wereld omdat ik zelf ooit een theateropleiding volgde, tot ik te horen kreeg dat ik niet goed genoeg was. Mijn man (David Morrissey, km) is een acteur en ik heb veel theatervrienden. Veel van mijn beste vrienden ken ik al sinds mijn zestiende, toen ik jeugdtheater deed. Rond mijn twaalfde besloot ik dat ik actrice wilde worden. Mijn ouders waren verrast en ondersteunend. Ze begonnen meteen rollen voor me te bedenken. Nu ik zelf drie tieners heb, denk ik dat het voor mijn ouders fijn was dat ik zo gefocust was. Mijn kinderen zijn helemaal anders. Op mijn twaalfde ging ik elke vrije avond naar het theater. Ik las stukken, stond zelf op het podium. Verhalen vertellen heeft me altijd al aangesproken. Als prille tiener wist ik al dat ik niet naar de universiteit wou, dat trok me helemaal niet aan. Ik wou zo snel mogelijk van school af. Essays schrijven, lag me helemaal niet. Ik ben altijd aangetrokken geweest tot het ambachtelijke, het concrete. Verhalen maken, sluit daarbij aan. Ik zie het als een ambachtelijke kunst. Je bouwt iets op, steen voor steen.’             Net als Nell, één van de personages uit ‘Een kwestie van geluk’, bleef Freud acteren bij kleine gezelschappen, zelfs nadat ze van de opleiding werd gegooid. Toen ze als jonge twintiger rondtrok met regionale gezelschappen gingen haar ogen open. Ze ontdekte dat er veel eenzame en saaie momenten waren:&lt;br /&gt;‘Ik schrijf in de roman over een theatertour in Schotland en gebruikte daarvoor mijn herinneringen. Ik weet nog hoe moeilijk het was, wanneer je niet kon opschieten met de rest van de cast. Ooit zat ik in een stuk, samen met één andere actrice, een vrouw van 65, ik was toen 24. We logeerden in kamertjes die nauwelijks groter waren dan een hondenhok, erg deprimerend. ’s Avonds kookten we soep op één pit, gruwelijk. Ik dacht: dit wil ik niet meer doen op mijn 65ste. Toen was ik nog erg naïef en verwachtte ik ooit bij een groot gezelschap te kunnen spelen. Ik heb er geen spijt van dat ik geen actrice meer ben omdat ik iets heb ontdekt dat me beter ligt. Mocht ik geen schrijfster geworden zijn, dan zou het anders liggen.‘&lt;br /&gt;Freud schreef al eerder over het theatermilieu. In haar tweede roman ‘ Peerless Flats’ speelt het theater een rol en in ‘Gaglow’ voerde ze een zwangere, werkloze actrice op. Toch vormde het theatermilieu in die boeken niet meer dan de achtergrond, ze gingen niet echt over acteeropleidingen of over het vak zelf. &lt;br /&gt;‘Eigenlijk ben ik toevallig in ‘Een kwestie van geluk’ gerold. Ik was bezig met een heel ernstige, moeilijke roman, toen ik de vraag kreeg om een kortverhaal te schrijven. Dat verhaal, gesitueerd in het theatermilieu, rolde eruit en ik had zin om meer verhalen te schrijven over theater, film. De eerste versie van dit boek was een verzameling van kortverhalen met heel veel personages. Uiteindelijk heb ik toch besloten om er een meer coherente roman van te maken met drie hoofdrolspelers. Dat was een zware klus. Normaal gesproken werk ik helemaal niet op die manier: ik begin meestal met de eerste zin van de uiteindelijke roman. Beginnen bij het begin is veel handiger.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Pukkel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nell vormt het hart van de roman. Ze is, net als vele van Freuds personages, een buitenstaander die het gevoel heeft dat niemand haar echt ziet. Na het tweede jaar op Drama Arts - de fictieve toneelschool in het boek – krijgt ze te horen dat ze haar koffers kan pakken. Toch blijft Nell acteren, met wisselend succes. Charlie is een topper bij Drama Arts en ze vindt haar weg in de filmwereld, tot er plots geen rollen meer komen. Dan begint bij het theater en trekt naar Hollywood, waar het niet wil lukken. &lt;br /&gt;‘Er zijn zoveel mythes, clichés en verhalen over acteurs en actrices - ik schreef in een handomdraai tien verhalen. Zo is er het verhaal van Charlie, een schoonheid die flipt omdat ze op een dag wakker wordt met een pukkel. Het lijkt misschien aanstellerig dat ze zich zo druk maakt om een nauwelijks zichtbare pukkel. Toch kan dat ernstige gevolgen hebben. Ik kreeg pas nog een mail van een bevriende actrice die ontslagen werd van de serie waarin ze speelde omdat ze acne had. Vooral voor vrouwen is het belangrijk dat ze er goed uitzien. In een ander verhaal heb ik het over de vernederingen die acteurs in opleiding ondergaan. Toen ik een theateropleiding volgde, in de vroege jaren 1980, had ik lesgevers die overeenstemmen met de personages in de roman. Ik hoop dat er inmiddels meer scholen zijn, waarin acteurs niet gekleineerd worden. Onlangs zag ik een documentaire over het Nationale Ballet in Engeland en ik stond versteld van de manier waarop regisseurs hun dansers afblaffen en bevelen geven. Ik vind het erg moeilijk om daar iets heilzaams in te ontdekken.             Aan onderwerpen had ik geen gebrek, de structuur van het boek was wel een grote uitdaging. Ik wou namelijk een realistisch beeld geven van de scene. Elke acteur heeft momenten waarop het niet goed gaat, weken waarin er niets anders opzit dan te werken bij Pizza Express. De typische dramatische spanningsboog van een klassieke roman paste niet bij dit verhaal dat zich in grillige golfbewegingen voltrekt. Sommige acteurs geven het op wanneer ze dertig zijn, zo ken ik er veel. Ik maakte me zorgen om het documentaire gehalte van de roman. Bracht ik een te somber beeld van het wereldje? Was het succesmoment aan het slot wel realistisch? Sommige insiders vinden dat het einde te vrolijk is, wat ik belachelijk vind. Natuurlijk zijn er voorbeelden van acteurs die na jarenlang ploeteren een grote rol krijgen. Dat betekent niet dat ze definitief gelanceerd zijn. Zelfs na een grote filmrol kan je opnieuw in de pizzeria belanden.          Toen mijn man de eerste versie las, vond hij het boek te somber. Volgens hem ontbrak er één cruciaal ingrediënt: ik vergat te vermelden dat het de leukste job ter wereld is, als het goed gaat. Ik had te veel geschreven over de vernederingen, de wanhoop en over de concurrentie tussen acteurs.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Autobio&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Freud volgde als twintiger schrijfcursussen die haar op weg hielpen als schrijfster. Ze heeft er mooie herinneringen aan: ‘ De sfeer was helemaal niet intimiderend. We waren een groep van vrouwen die onze herinneringen beschreven, erg autobiografisch allemaal. Een stukje over het eerste paar schoenen waar we dol op waren, dat soort dingen. Ik geef nu zelf gelijkaardige workshops en zie hoe gelukkig mensen zijn, tijdens het schrijven. Toen ontstonden de eerste aanzetten tot ‘Hideous Kinky’. Daarna besloot ik om mijn eerste roman te schrijven. Mijn eerste twee romans zijn heel sterk autobiografisch, de andere ook maar minder uitgesproken. Zo gebruikte ik voor ‘Huis in zee’ brieven van mijn grootvader, de rest van het verhaal is verzonnen.  In het begin had ik er moeite mee dat schrijven een eenzame bezigheid is. Nadat ‘Hideous Kinky’ uitkwam, heb ik dan ook nog even geacteerd. Ik had niet meteen het gevoel dat ik een ‘echte schrijfster’ was. Die diepe overtuiging kwam er pas na mijn derde roman ‘Gaglow’.’       &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Gaglow’ speelt tijdens de Eerste Wereldoorlog in Duitsland en in hedendaags Engeland, waar een zwangere actrice op zoek gaat naar het verhaal van haar overgrootmoeder. De hedendaagse verhaallijn is voor het grootste deel autobiografisch: net als Sarah in het boek, poseerde Freud voor haar vader, de schilder Lucian Freud.  ‘Het Duitse deel van het boek was een enorme uitdaging voor mij omdat ik voor het eerst research deed. Ik diende te vertragen, tijdens het schrijven, omdat ik keek naar andere levens dan het mijne. Wat aten de personages? Hoe praatten ze? Mijn vader had het wel eens over zijn moeders moeder, een moeilijk benaderbare dame, verwend en enig kind van een burgerlijke joodse familie. Hij vertelde me ook dat zijn moeder en haar zussen haar niet mochten. Dat bracht het boek op gang, die flarden. Toen ik ‘Gaglow’ af had, durfde ik me een schrijfster te noemen. Het boek dat ik daarna schreef, ‘The Wild’ was veel beter verteld dan ‘Hideous Kinky’.’           Freud schrijft het liefst over wat ze ‘human nature’ noemt, conflicten tussen mensen, hun psychologie. Ze laat zich graag inspireren door verhalen van anderen. Wanneer ze door tijdschriften bladert, borrelen er verhaalideeën op. ‘ Gisteren las ik nog een prachtverhaal over de onwaarschijnlijke plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Ik begon meteen verhalen te verzinnen. Bij mij gaat het altijd over families, over mensen die ergens bij willen horen. In die zin is ‘Een kwestie van geluk’ een uitzondering, de families zijn zo goed als afwezig. Wanneer ik verhalen lees met personages die door het leven lijken te gaan zonder vader, moeder, broer en zussen, vind ik dat erg onnatuurlijk.     &lt;br /&gt;Mensen zeggen vaak: jij schrijft zo prachtig over kinderen. Ik verbaas me daarover. Schrijven vanuit kindperspectief is niet zo anders voor mij. Wat ik leuk vind aan de kinderblik, is dat het je toelaat om met verwondering te schrijven. Kinderen vinden alles verrassend, nieuw. Het boek waaraan ik nu werk heeft een 35-jarig hoofdpersonage en op haar ooglens zit al heel wat stof, vrees ik.’&lt;br /&gt;       &lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Esther Freud – Een kwestie van geluk – vertaald door Ineke Lenting – De Bezige Bij – 349 blz. – 19,90 € - oorspronkelijke titel: Lucky Break.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Recensie:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Esther Freud volgde ooit de theateropleiding bij The Drama Centre, waar Colin Firth afstudeerde, en in haar nieuwste roman laat ze zich inspireren door eigen herinneringen daaraan en door die van andere theatermensen. Freud staat niet bekend om meesterlijke plots, haar verhalen zijn veelal anekdotisch. De psychologie van de personages en hun zoektocht in het leven staat voor Freud voorop. In dat opzicht is ‘Een kwestie van geluk’ een buitenbeentje. Freud laat haar beginnende acteurs ploeteren en zoeken naar succes maar de spraakmakende verhalen en theatermythes lijken belangrijker dan de personages zelf. Dan, bijvoorbeeld, blijft wel erg schimmig en onderontwikkeld. Het beste personage is Nell, geen klassieke schoonheid, een onwennig buitenbeentje. Haar tegenslagen raken de lezer het meest, al is niet elke Nell-episode even sterk. Haar angst voor audities is wel erg snel van de baan na één enkel bezoek aan een therapeut. De sterkste fragmenten zijn die waarin Freud laat zien waarom acteurs de hel van vernederingen en afwijzingen, het wachten op een verlossend telefoontje doorstaan: hun liefde voor het vak is eindeloos groot.  Freud onderkende tijdens het interview dat ze dit boek ziet als een lichtere roman. Hij is minder indringend dan meesterwerken als ‘Huis in zee’ en ‘The Wild’. Zeker, ‘Een kwestie van geluk’ bezorgt je veel leesplezier, maar het blijft niet nazinderen. Freud is geen grote comédienne en sommige van de verhalen zijn licht voorspelbaar, zoals dat waarin Nell verleid wordt door een enge regisseur. (KM)&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-3506667416118644247?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3506667416118644247'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/3506667416118644247'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/esther-freud-interview-de-standaard.html' title='Esther Freud interview (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-Ie3bneXQQPc/TbMM2S-BZ8I/AAAAAAAABBk/CvPXGo4YrWM/s72-c/estehr.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1120594112024690562</id><published>2011-04-18T04:25:00.001-07:00</published><updated>2011-04-18T04:27:32.007-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Esther Freud - Huis in zee (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-QKZ-lS_i7hQ/TawgD-eQxCI/AAAAAAAABBc/4WhdCpssqTE/s1600/Freud-HuisinZee.gif"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 95px; height: 148px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-QKZ-lS_i7hQ/TawgD-eQxCI/AAAAAAAABBc/4WhdCpssqTE/s200/Freud-HuisinZee.gif" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5596883689596306466" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;In afwachting van haar nieuwe roman, een oude recensie:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een landschap vol lucht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘Huis in zee’ verwerkte Esther Freud een deel van haar eigen familiegeschiedenis tot een aangrijpend liefdesverhaal vol schitterende details en observaties. Freud dook al eerder in het verleden van haar voorouders voor ‘Gaglow’. Toch is haar laatste roman haar meest complete tot op heden, een veelgelaagd verhaal dat blijft hangen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie vertrouwd is met het werk van Esther Freud zal in ‘Huis in zee’ een aantal vaste ingrediënten uit haar romans terugvinden: een diepgaande interesse voor familierelaties,  scherpe evocaties van de wereld door de ogen van een kind en zinderende beschrijvingen van de natuur. Nergens wist Freud al deze elementen tot een beter geheel te kneden dan in ‘Huis in zee’, een roman die ook qua opzet een stuk ingewikkelder is dan haar vorige werken.&lt;br /&gt;Lily is een architectuurstudente die het drukke Londen verlaat voor een verblijf in Steerborough, een zo goed als uitgestorven plekje in het oostelijk puntje van de Engelse kust. Voor haar eindverhandeling maakt ze een studie over het licht en de ruimte in het werk van de architect Klaus Lehmann. Die bouwde ooit een huis in Steerborough en woonde er in de jaren 1950 met zijn vrouw Elsa. Lily stort zich op de talrijke brieven van Lehmann aan zijn vrouw uit de periodes dat hij in het buitenland zat voor opdrachten. Over de joodse Lehmann is nog maar weinig bekend en Lily hoopt tijdens haar lectuur wat meer vat op hem te krijgen. Ze voelt echter steken van jaloezie wanneer ze merkt hoe sterk de levens van Klaus en Elsa verstrengeld waren. Lily’s vriend Nick is heel wat minder passioneel en intens. Wanneer hij voor een weekend naar Steerborough komt, haalt hij zijn neus op voor het dode gat. Lily daarentegen geraakt steeds meer in de ban van het dorpje met zijn scherpe aalbessenlucht en zijn eindeloze hemel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een tweede verhaallijn speelt zich vijftig jaar eerder af, in 1953. De dove schilder Max Meyer trekt naar Steerborough om er het huis van een vriendin te schilderen. Max lijdt echter nog zeer onder de dood van zijn zus en hij slaagt er niet in zich op zijn opdracht te concentreren. Wel maakt hij  eindeloze wandelingen door Steerborough. Zo ontspint zich zijn levenswerk, een immense schildering met alle huizen van het dorp. Wanneer Max de Lehmanns ontmoet, ontdekt hij dat Elsa Lehmann als kind dezelfde vakantiebestemming had als hij, het dorpje Vitte op het Baltische eiland Hiddensee. De veertigjarige Max die nauwelijks ervaring heeft met vrouwen, wordt hartstochtelijk verliefd op de innemende Elsa. Net als Lily’s verhaal bevat ook dat van Max tal van brieffragmenten, namelijk die van Henry Cuthbert -  Max’ leermeester - aan zijn pupil.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het dankwoord van ‘Huis in zee’ lezen we dat de brieven van Klaus Lehmann voor een groot deel gebaseerd zijn op de correspondentie van Esther Freuds grootvader, Ernst Freud, ook een architect. Voor de fragmenten van Cuthbert baseerde Freud zich op de brieven tussen de kunstenaars Spencer Gore en John Doman Turner. De brieven geven aan deze roman een historisch reliëf zodat ‘Huis in zee’ meer is dan een liefdesgeschiedenis. Hoewel Freud nooit echt op de proppen komt met geschiedkundige feiten of details krijg je het gevoel dat dit verhaal heel wat levens omspant. De gruwelen van de holocaust die zowel de Lehmanns als de Meyers tekenden, zijn duidelijk voelbaar, zij het nauwelijks uitgesproken. Freuds hoofdpersonages proberen ook hardnekkig greep te krijgen op het verleden, hoe grillig dat ook is. Max’ obsessie om Steerborough vast te leggen in een kunstwerk is eigenlijk een manier om zich Vitte weer voor de geest te halen. Lily geraakt dan weer steeds meer geïntrigeerd door de lang vervlogen levens van een aantal bewoners uit Steerborough. Beide verhaallijnen hebben nog wel meer met elkaar gemeen. Zowel Lily en Max worden overvallen door een onverwachte en hardnekkige verliefdheid die Freud prachtig weet neer te zetten. Het zijn ook beide stille mensen met veel aandacht voor het zintuiglijke. Deze roman bevat prachtige passages over de kwelders van Steerborough, drassige heidegronden nabij de zee, of over de zware kokosgeur van brem in de duinpannen. De echo’s tussen de twee verhalen zijn nooit geforceerd, zelfs niet wanneer zich tijdens de finale een dubbele storm ontketent. Freuds proza is zo verfijnd, genuanceerd en ongrijpbaar dat de twee verhaallijnen moeiteloos in elkaar overvloeien. De portrettering van Lily’s twee buurmeisjes, ten slotte, toont opnieuw hoe precies Freud zich kan inleven in de psyche van kleine kinderen. &lt;br /&gt;Met ‘Huis in zee’ bewijst Freud hoe je kan ontroeren zonder tranerig te doen en hoe een rimpelloze, rustige vertelling toch diepe sporen kan nalaten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Esther Freud, Huis in zee. Vertaald door Maaike Post, De Bezige Bij, Amsterdam, 317 blz., 19,50 euro. Oorspronkelijke titel : The Sea House.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-1120594112024690562?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1120594112024690562'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/1120594112024690562'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/esther-freud-huis-in-zee-de-standaard.html' title='Esther Freud - Huis in zee (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-QKZ-lS_i7hQ/TawgD-eQxCI/AAAAAAAABBc/4WhdCpssqTE/s72-c/Freud-HuisinZee.gif' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-983128237685515986</id><published>2011-04-18T00:25:00.000-07:00</published><updated>2011-04-18T00:27:42.767-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Monica Ali - Untold Story (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-d0cPnF-RjJE/Tavn5v1Gn0I/AAAAAAAABBU/OiSPdm_Uk0M/s1600/monica_ali_main_1867008f.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 150px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-d0cPnF-RjJE/Tavn5v1Gn0I/AAAAAAAABBU/OiSPdm_Uk0M/s200/monica_ali_main_1867008f.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5596821941215731522" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Diana springlevend&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu het huwelijk van prins William nadert, komen de herinneringen aan zijn moeder, Diana, weer naar boven. Monica Ali wekt de prinses echt tot leven in ‘Untold Story’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat zou er van Diana geworden zijn, als ze niet was omgekomen in een auto-ongeval? Monica Ali, de Engelse schrijfster van ‘Brick Lane ‘en ‘In de keuken’ gunt Diana een tweede adem in ‘Untold Story’. De prinses ensceneert haar dood, in samenwerking met haar privé-secretaris Lawrence. Ze trekt naar Brazilië, laat plastische chirurgen los op haar gezicht en begint een nieuw leven als Lydia in de V.S. Behalve Lawrence weet niemand dat ze nog leeft, zelfs haar zonen niet. Lydia bladert met bloedend hart door de roddelbladen waarin ze de prinsjes bij haar kist ziet. Na de eerste donkere en eenzame jaren vestigt ze zich in het kleine Kensington, een naam waarvan de ironie haar niet ontgaat. Ze werkt in een hondenasiel en gaat voorzichtige vriendschappen aan. Ze is afstandelijk, vriendelijk en geeft mensen die haar niet echt kennen het gevoel dat ze een bijzonder moment beleven in haar bijzijn. Ali merkt op dat dit Lydia goed afgaat: ze heeft het als prinses altijd gedaan.    Ali vertelt een spannend verhaal dat vooral in het tweede deel thrillerallures krijgt. Eén van de fotografen die de prinses jarenlang volgde, komt Lydia op het spoor. Hij meent haar unieke blauwe ogen te herkennen en bijt zich vast in de zaak. De verwikkelingen en de ontknoping zijn spannend, dit is een boek dat je in één keer wil uitlezen. Toch is Ali niet op haar best in de hoofdstukken rond de fotograaf met zijn katholieke achtergrond, zijn op de klippen gelopen huwelijk en zijn obsessie met beroemd vlees. Hij blijft een typetje dat de boel dient op te stoken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geen heilige&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lydia is een personage in wie je wel gelooft. Ali brengt haar naar voor als een vrouw van contradicties, soms op het naïeve af vertrouwend, dan weer compleet paranoïde. Zo was ook Diana in haar omgang met journalisten. Volgens Ali was haar grillige gedrag enkel toe te schrijven aan de extreme druk die op haar lag. Lydia heeft haar twee kinderen verlaten, iets waar ze erg mee worstelt. De schrijfster slaagt erin Lydia’s keuze aannemelijk te maken. In flashbacks lezen we hoe de prinses verslaafd was aan persaandacht en aan mannen. Haar nood aan liefde en bevestiging was gigantisch. De Engelse paparazzi krijgen ervan langs. Ze storten zich op elke onvolmaaktheid, elke vertoning van zwakte: een traan, een spoor van cellulitis. Toch is Lydia geen heilige. Ali noemt haar arrogant omdat ze zich zag als het meest eenzame, onbegrepen wezen ter wereld.         &lt;br /&gt;Lydia’s vriendinnen zijn drie vrouwen met uiteenlopende temperamenten. Af en toe doemden de dames uit ‘Desperate Housewives’ op voor mijn geestesoog. Hun gekwebbel over taarten en mannen is niet altijd even boeiend en relevant. Bovendien krijg je de indruk dat hun verhaallijnen vooral Lydia’s persoonlijkheid moeten verdiepen. Het gaat niet om hun relaties of anorectische dochters maar om de manier waarop Lydia reageert op de problemen.             Ali wil meer brengen dan een spannend verhaal. Ze heeft het over het vrouwelijk lichaam en over plastische chirurgie, thema’s die snel worden afgehandeld. Erg diep gaat dit boek niet. De plot is voortreffelijk en meeslepend en Ali dringt door in de psyche van haar hoofdpersonage. Ze noemt ‘Untold Story ‘een sprookje. Ali beweert dat de verschijning van haar boek toevallig samenvalt met het koninklijke huwelijk. Ze diende de eerste versie van haar manuscript vorige zomer in, voor de trouwdatum was aangekondigd. Ali is niet de eerste die een roman schrijft met Diana als personage. Andrew O’Hagan voerde haar op in ‘Personality’. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;**&lt;br /&gt;Monica Ali – Untold Story – Doubleday – 345 blz. &lt;br /&gt;De Nederlandse vertaling van dit boek verschijnt eind april bij Prometheus.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-983128237685515986?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/983128237685515986'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/983128237685515986'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/monica-ali-untold-story-de-standaard.html' title='Monica Ali - Untold Story (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/-d0cPnF-RjJE/Tavn5v1Gn0I/AAAAAAAABBU/OiSPdm_Uk0M/s72-c/monica_ali_main_1867008f.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-8016574375418702559</id><published>2011-04-17T11:36:00.000-07:00</published><updated>2011-04-17T11:39:02.760-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>David Foster Wallace - The Pale King (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-9lWq1C1IC_4/TaszuHibboI/AAAAAAAABBM/51aHfOn5iwE/s1600/uk%2Bpale%2Bking%2Bsm.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-9lWq1C1IC_4/TaszuHibboI/AAAAAAAABBM/51aHfOn5iwE/s200/uk%2Bpale%2Bking%2Bsm.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5596623829328424578" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Verveling op kantoor&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De laatste roman van David Foster Wallace bevat even veel briljante als onleesbare passages. Wie de meesterlijke schrijver nog niet kent, begint beter met een ander boek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen David Foster Wallace zelfmoord pleegde in september 2008 liet hij honderden pagina’s na van een roman die ‘The Pale King’ zou heten. Sommige delen waren uitgetikt, andere geschreven in Fosters minuscule handschrift. In zijn voorwoord tot de roman beschrijft redacteur Michael Pietsch hoe hij uit de stapels papieren ‘de best mogelijke versie’ van ‘The Pale King’ trachtte te halen. Hij doorspitte Wallaces notities, waarin de schrijver het had over het ‘tornado-achtige gevoel’ dat hij had bij zijn eigen werk. Wie Wallace kent, weet dat hij geen rechte lijn trekt van A naar B. Zijn verhalen razen inderdaad als wervelwinden in de hoofden van lezers. Pietsch’ redactie was minimaal. Hij koos de volgorde van de fragmenten en hield daarbij vooral rekening met de leesbaarheid van de tekst. Op stilistisch vlak veranderde hij weinig, waardoor er herhalingen en soms slordigheden in de tekst opduiken die we van Wallace niet gewend zijn. Het gaat hier nu eenmaal om een roman in wording.            Zou Wallace, volgens Pietsch een perfectionist, tevreden geweest zijn met de roman die nu overal te koop is? Allicht niet. Het is zeer waarschijnlijk dat de schrijver sommige fragmenten zou hebben geschrapt of ingedikt. Wallace hield ervan om te freewriten: los te barsten op papier in een associatieve woordenstroom, die dan de basis kon vormen voor een romanfragment. Pietsch nam een paar van die woordenstromen op en verder bevat dit boek karakterprofielen en ander voorbereidend schrijfwerk, dat meestal niet in een afgewerkt manuscript terechtkomt.   &lt;br /&gt;Toch is Wallace nooit de man geweest van gepolijste en eenduidige teksten. Volgens Wallace was een tekst nooit volledig af. ‘Infinite Jest’,  het lijvige Wallace-meesterwerk, laat dit heel goed zien. Het blijft dus een open vraag of Wallace de vele saaie passages over boekhoudkunde en belastingen zou geschrapt hebben. ‘The Pale King ‘is immers een roman over verveling en monotonie en misschien wou de schrijver de lezer dat gevoel ten gronde laten beleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tupperware&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De roman speelt in 1985, in een belastingkantoor in Illinois. We leren de personages vooral kennen in de flashbacks waarin Wallace hun levensverhaal vertelt. Soms doet hij dat in een uitzinnige, komische stijl die herinnert aan Wallaces essay over cruisevakanties ‘Superleuk maar voortaan zonder mij’. Zo is er Leonard Stecyk, een onuitstaanbare goedzak die voor zijn verjaardagsfeestje de hele school uitnodigt en voor de eventuele blinden audio-uitnodigingen maakt. In Lane Deans verhaal krijgen we een dromerige, vertraagde stijl ; Claude Sylvanshines passages zitten vol met wanhoop, radeloosheid en hebben een intense, extreem gedetailleerde stijl. Er komt geen conventioneel conflict want dat is nu net de hele opzet van dit boek: een belastingkantoor is een plek waar geen leven is, geen bezieling, wel is het een plek van tupperwaredozen met verstorven lunchpakketten. Kan de dood zich voelbaar maken op een plaats waar het leven geen toegang vindt? Is het een toeval dat een werknemer vier dagen dood in zijn stoel zit, voor iemand hem opmerkt?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Doodsangst&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wallace vraagt zich in deze filosofische roman af hoe het komt dat we zo een afkeer hebben van verveling. Hij vermoedt dat verveling pijnlijk is voor ons omdat we op ‘lege momenten’ geen afleiding hebben van die ene vreselijke waarheid die we ooit allemaal onder ogen moeten zien, namelijk dat het leven eindig is. Om ons af te schermen van gedachten aan de dood, zoeken we amusement op, proppen we onze levens vol. Het is deze gedachte die misschien wel de meest essentiële is in Wallaces werk. Ze zat ook in ‘Infinite Jest’, waarin consumenten tot in het extreme verslaafd zijn aan entertainment.             ‘The Pale King’ bevat – laat daar geen twijfel over bestaan – schitterende passages die nog maar eens laten zien wat een aandachtig en fijnzinnig observator Wallace was. Toch is dit geen  meesterwerk. Daarvoor zijn teveel stukken onleesbaar en – al ligt dat misschien aan mijn onbestaande kennis van boekhouden – onbegrijpelijk. Wie de auteur nog niet kent, kan beter  ‘Superleuk maar voortaan zonder mij ‘ lezen, ‘Infinite Jest ‘of Wallaces briljante essaybundel ‘Consider the Lobster’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;David Foster Wallace – The Pale King – Little, Brown and Company – 548 blz.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-8016574375418702559?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8016574375418702559'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/8016574375418702559'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/david-foster-wallace-pale-king-de.html' title='David Foster Wallace - The Pale King (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-9lWq1C1IC_4/TaszuHibboI/AAAAAAAABBM/51aHfOn5iwE/s72-c/uk%2Bpale%2Bking%2Bsm.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-7960316632719045286</id><published>2011-04-15T12:10:00.000-07:00</published><updated>2011-04-15T12:14:18.651-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Autobiography of Mark Twain (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://4.bp.blogspot.com/-k2DHSv42yvo/TaiY659u3oI/AAAAAAAABBE/ucuOet4n8NY/s1600/mark-twain.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 139px; height: 200px;" src="http://4.bp.blogspot.com/-k2DHSv42yvo/TaiY659u3oI/AAAAAAAABBE/ucuOet4n8NY/s200/mark-twain.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5595890674767421058" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Een bruisende woordenvloed&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Honderd jaar na zijn dood verschijnt de autobiografie van de Amerikaanse Mark Twain. Het versnipperde werk laat de lezer kennismaken met de donkere kantjes van zijn geest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien komt het door de kinderboekenversies van ‘Adventures of Huckleberry Finn’ en ‘The Adventures of Tom Sawyer’, olijke vertellingen waarin blank en zwart hand in hand over het bedauwde gras stappen. Feit is dat voor veel volwassenen de naam Mark Twain sentimentele en idyllische associaties oproept. Nochtans is Twain één van de allergrootste Amerikaanse auteurs en ‘Huckleberry Finn’ is voor het gros van de hedendaagse schrijvers een mijlpaal in hun literaire wasdom.    Tussen 1870 en 1905 begon Twain, een pseudoniem voor Samuel L. Clemens, veertig keer aan zijn autobiografie. Telkens strandde hij, omdat hij worstelde met de vorm. De autobiografie die nu, honderd jaar na zijn dood, verschijnt is een vergaarbak van fragmenten en langere stukken. Alle aanzetten en probeersels staan erin, net als de uiteindelijke autobiografie, die Twain in 1906 dicteerde aan een stenograaf. Een team van academici, onder leiding van Harriet Elinor Smith, zorgde voor de uitgave.           Verwacht geen chronologische opzet of traditionele spanningsboog. ‘Ik maak graag uitstapjes in een autobiografie – er is meer dan genoeg ruimte (mijn vertaling),’ schreef Twain, die zijn schrijfproces uitgebreid bespreekt. Dat Twain de voorkeur heeft voor een losse structuur, een associatieve aanpak vol zijsprongen, is niet verwonderlijk. Ooit vergeleek hij het verhaal met een beek, waarvan de koers verandert bij elke steen die ze raakt. Twain kiest uiteindelijk voor een combinatie van memoire en dagboek. Hij houdt van het rauwe, directe verslag van emoties en gebeurtenissen. De tijd brengt volgens Twain een stoflaag aan en het is ook daarom dat hij journalistiek verkiest boven geschiedschrijving. Twain is ervan overtuigd dat zelfs de toekomstige lezer liever een flitsend en zintuiglijk verslag leest dan een verstorven herinnering.           In vele gevallen klopt dat, omdat Twain een fenomenale auteur is met een superieur oor voor dialogen. Zijn transcripties van het gekibbel tussen zijn vrouw en de meid die hij Wuthering Heights noemt, zijn grappig en klinken nog heel eigentijds. Het is niet altijd even spannend voor de hedendaagse lezer. Wanneer Twain een Weense parade in eindeloze details neerzet, verslapt de aandacht. In tegenstelling tot wat Twain beweert, zijn de stukken waarin hij verre herinneringen ophaalt, niet minder sprekend. De passages waarin hij de boerderij van zijn oom beschrijft, bruisen. Twain verbleef er maanden als kind en de plek vormt  het decor  voor ‘Sawyer’ en ‘Huckleberry Finn’. Twain heeft het in zinnelijke beschrijvingen over de geuren van wilde bloemen en aardbeien, de krakende bladeren onder zijn voeten en de smaak van zoete aardappel en prairie-kip.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geen onversneden patriot&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twain schrijft, ongehinderd door conventies over culturele correctheid, over de ‘negervrienden’, met wie hij opgroeit. Hij ontdekt op de boerderij dat hij ‘dat ras erg graag mag (mijn vertaling)’, al had hij tijdens zijn schooltijd nog geen bezwaar tegen slavernij, iets wat later verandert. De recente uitgeversbeslissing om een nieuwe, Amerikaanse editie van ‘Huckleberry Finn’ uit te brengen, gezuiverd van het woord ‘neger’, is dan ook absurd: Twain was geen racist. Hij was evenmin een patriot: ‘Wat het algemene publiek als patriottisch bestempelt, komt niet overeen met mijn standpunten (mijn vertaling),’ schrijft Twain. Hij is kritisch voor de Amerikaanse presidenten, waarvan hij er een aantal ontmoet. Zijn steun aan Amerikaanse oorlogen is niet onvoorwaardelijk en hij werd nooit lid van een politieke partij, al staat hij bekend als een republikein.         Wanneer Twain uitweidt over politiek komt zijn duistere mensbeeld aan het oppervlak. Volgens Twain is tolerantie een illusie en is het politieke gepalaver over vrijheid van meningsuiting een hoop nonsens. Wanneer het erop aankomt, meent de schrijver, denkt ieder mens enkel aan zichzelf en zijn dierbaren.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Familieman&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twain is een scherp observator en zijn ideeën over het politieke en maatschappelijke klimaat zijn nog even fris als honderd jaar geleden. Laat de schrijver ons in zijn ziel kijken? Af en toe, al is Twain openhartiger over anderen dan over zichzelf. Dat is ook de reden waarom het boek pas een eeuw na zijn dood mocht verschijnen: niemand van de betrokkenen mocht nog leven.        Twains gezin hoefde alvast niets te vrezen: de schrijver bewierookt hen. Toen Twain in 1867 zijn vrouw voor het eerst zag, was hij meteen onder de indruk van haar karakter. Mevrouw Clemens was zijn redacteur, de moeder van zijn kinderen, zijn grote liefde. Ze verklapte aan haar dochter Suzy dat Twains liefdesbrieven superieur waren aan de epistels die Nathaniel Hawthorne naar mevrouw Hawthorne stuurde. De autobiografie bevat ook fragmenten van een biografie die Twains vroeg gestorven dochter Suzy schreef over haar vader. Zij beschrijft hem als een begiftigd verhalenverteller en een gebruiker van scheldwoorden.     Dit is het eerste deel van een drieledige autobiografie. De redacteuren gingen met veel liefde en respect aan het werk: hun inleiding en de voetnoten zijn indrukwekkend en maken van deze autobiografie een lijvig werkstuk, enkel bestemd voor echte Twain-fans. Wie een compacter, rechtlijniger overzicht wil van leven en werk van Twain kan beter één van de Twain-biografieën lezen.&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Mark Twain – Autobiography of Mark Twain Vol. 1 - University of California Press – 760 blz.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-7960316632719045286?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7960316632719045286'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/7960316632719045286'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/autobiography-of-mark-twain-de.html' title='Autobiography of Mark Twain (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/-k2DHSv42yvo/TaiY659u3oI/AAAAAAAABBE/ucuOet4n8NY/s72-c/mark-twain.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-4687146114974296754</id><published>2011-04-15T07:29:00.000-07:00</published><updated>2011-04-15T07:31:50.154-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Kim Edwards - Een vrouw van glas (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-yoQ5Fqkkm64/TahWyRKvCZI/AAAAAAAABA8/gbvCnZWW4ZE/s1600/edwards.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 126px; height: 200px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-yoQ5Fqkkm64/TahWyRKvCZI/AAAAAAAABA8/gbvCnZWW4ZE/s200/edwards.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5595817958609717650" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Klankschalen en mystieke stenen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kim Edwards schreef een gigantische bestseller met ‘Gebroken licht’. De opvolger kan allerminst bekoren. ‘Een vrouw van glas’ is slecht geschreven en stomvervelend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Gebroken licht’ was een roman met een traag succesverhaal. Toen het uitkwam, in 2005, waren de verkoopcijfers niet spectaculair, maar geleidelijk aan zag je steeds meer vrouwen verdiept in het boek, op metro’s en bij bushaltes. Het werd de lieveling van duizenden leesclubs en stond meer dan twee jaar in de bestsellerlijst van de New York Times.        &lt;br /&gt;‘Een vrouw van glas’ brengt een tam en voorspelbaar verhaal. Lucy Jarrett, een personage dat nooit tot leven komt in de roman, keert terug naar haar geboortedorp in de staat New York. Haar Japanse vriend met wie ze in Tokio woont, zal haar achterna reizen. Lucy worstelt met haar verleden. Toen ze zeventien was, stierf haar vader bij een ongeval en ze heeft zich daar altijd schuldig om gevoeld. In Lake of Dreams ruziet ze met haar moeder en broer en valt ze opnieuw voor haar tienervriendje Keegan, een glaskunstenaar. Verwacht geen getormenteerde zielenroerselen. Edwards laat Keegan en Lucy een kuise kus uitwisselen, waarna Lucy terugkeert naar haar Japanner. Omdat dit alles wel erg mager klinkt, graaft het hoofdpersonage in het verleden van haar familie. Wedden dat ze op een geheim botst? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;New age&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Edwards is een van de tientallen schrijfsters van zogenaamde ‘vrouwenboeken’ die een verhaal brengt waarin een oude koffer opduikt met brieven uit het verleden. Het personage dat de ‘vergeten schat’ in handen krijgt, leert iets over haar familie en – niet onbelangrijk – over zichzelf. Van Lucy krijgen we de indruk dat ze jachtig is – ze reist de hele wereld af. Doch, opgelet! Ze is niet oppervlakkig. In haar slaapkamer speuren we klankschalen en mystieke stenen. Lucy is het type dat versteld staat van wijsheden als ‘Je moet de dingen een plaats geven’. Ze heeft Betekenisvolle Dromen waarin witte herten rondrennen en loodzware symbolen schreeuwen om de aandacht van de verveelde lezer. Edwards proza wordt in de Angelsaksische pers hier en daar lyrisch genoemd. Beschrijvingen als ‘Mijn moeders gezicht werd zachter in het gouden licht, haar zilvergrijze haar glinsterde amberkleurig’ zijn nochtans schering en inslag en lijken geplukt uit een new age-pamflet. Er staan tientallen overbodige dialogen in dit boek en de taal knettert op geen enkel moment.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Suffragettes&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de minst vreselijke passages haalt Edwards er de geschiedenis van de Amerikaanse vrouwenbeweging van de jaren 1930 bij. Haar research is degelijk, maar drukt te zeer op dit verhaal. Wanneer je Lucy door een museum ziet wandelen, zie je Edwards zo dezelfde wandeling maken, op zoek naar leuke weetjes. Hoe denken de miljoenen fans van ‘Gebroken licht ‘over de tweede roman van Edwards? De kritieken zijn gemengd, zo blijkt uit een zoektocht op het internet. Sommigen herkennen zich in Lucy en vinden ‘de personages mooi uitgewerkt’. Er is lof voor Edwards talent voor details en voor haar beschrijvingen van oude glasramen. Toch klinkt er veel kritiek. ‘Ik geraakte nauwelijks door dit vervelende verhaal,’lezen we. Een lezeres had het zelfs over ‘pure torture to read’. Wie alle bladeren aan de bomen liefst goudgerand heeft, zal zich onder Edwards dekentje behaaglijk voelen. Al is de kans op in slaap vallen erg groot.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kim Edwards – Een vrouw van glas – vertaald door Wim Scherpenisse en Mieke Trouw – De Arbeiderspers – 372 blz. – Oorspronkelijke titel: The Lake of Dreams.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-4687146114974296754?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4687146114974296754'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4687146114974296754'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/kim-edwards-een-vrouw-van-glas-de.html' title='Kim Edwards - Een vrouw van glas (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-yoQ5Fqkkm64/TahWyRKvCZI/AAAAAAAABA8/gbvCnZWW4ZE/s72-c/edwards.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-4304644741577650769</id><published>2011-04-07T23:38:00.000-07:00</published><updated>2011-04-08T01:03:44.839-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Jennifer Egan - A Visit from the Goon Squad (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://3.bp.blogspot.com/-7EsOXdLtB-Q/TZ7BUfxdj6I/AAAAAAAABA0/detjvRfC_Xk/s1600/A-Visit-from-the-Goon-Squad-Egan-Jennifer-9780307477477-sm.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 80px; height: 122px;" src="http://3.bp.blogspot.com/-7EsOXdLtB-Q/TZ7BUfxdj6I/AAAAAAAABA0/detjvRfC_Xk/s200/A-Visit-from-the-Goon-Squad-Egan-Jennifer-9780307477477-sm.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5593120345111236514" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;De tijd is een soundtrack&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Amerikaanse critici riepen ‘A Visit From the Goon Squad’ van Jennifer Egan uit tot hun favoriet van het afgelopen jaar. Een meer dan terechte bekroning voor een verbluffend boek.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen de Amerikaanse Jennifer Egan voor haar vierde roman de National Book Critics Circle Award kreeg, publiceerden verschillende Amerikaanse media een foto van Jonathan Franzen bij hun persbericht. Dat Egan het haalde van Franzen was blijkbaar belangrijker dan het boek zelf. Nochtans hoeft niemand zich te verbazen over deze bekroning: Egans boek is minstens zo pakkend, minstens zo complex en breed uitwaaierend. En vooral: het is veel beter in evenwicht dan Franzens ‘Vrijheid’.  Egan is een schrijfster die zich heruitvindt met elk nieuw boek. &lt;br /&gt;Voor ‘A Visit From the Goon Squad’ liet ze zich zowel inspireren door Proust als door de Sopranos. Bij Proust keek ze naar de manier waarop de Franse auteur schrijft over het voorbijgaan van de tijd, The Sopranos leerden haar iets over structuur. Net als in de televisieserie brengt ze een grote cast en kent ze bijfiguren uit het ene hoofdstuk een hoofdrol toe in het volgende. Zo opent ‘Goon Squad ‘met het verhaal van Sasha, assistente van muziekproducent Bennie. Dan volgt een hoofdstuk over Bennie, pas gescheiden, een ex-muzikant uit San Francisco die ooit bij een punkgroep speelde en het rauwe geluid mist van bands als The Stooges en The Who. We komen Bennie tegen als bijfiguur in latere hoofdstukken. Sommige vertellen ons iets over zijn verleden, sommige iets over een verre toekomst. Het is een aanpak die verrast en die je op scherp houdt. ‘Goon Squad’ is zeker geen kortverhalencollectie – daarvoor zijn de verhalen te sterk met elkaar vervlochten – maar het is ook geen traditionele roman. Dat Egan erin slaagt om na elke twintigtal bladzijden met een nieuw verhaal te beginnen dat even begeesterend, spannend en meeslepend is als een vorig, is knap. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijd als monster&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De plot van deze roman laat zich niet samenvatten, al hebben bijna alle personages een link met de muziekindustrie. Van de PR-dame die in moeilijke tijden een opdracht doet voor een Afrikaanse dictator tot de versleten rocker, opgeblazen door de antidepressiva, die opnieuw het podium op wil: Egan toont hen op een sleutelmoment in hun leven. De flashforwards die ze op ons afvuurt, vertellen hoe het deze personages zal vergaan. Voor de ene wacht roem, voor de ander een schaduwbestaan in een Mexicaanse cultbeweging. Dat muziek als bindmiddel gebruikt wordt, is geen toeval. Dit is een roman over wat de tijd aanricht met onze levens. We ontmoeten een smoorverliefd tienermeisje dat staat te trappelen aan de startlijn van het leven en een zakenman die niet gelooft in de dood, tot we hem aantreffen in zijn ziektebed. Wanneer mensen praten over vroegere tijden, hebben ze het al snel over de muziek waar ze op dat moment naar luisterden. Vele mensenlevens kunnen aan de hand van een platenkast worden verteld. Ook technologie is belangrijk in deze roman. Eén van de personages voorspelt een tijd waarin iedereen verslaafd is aan sociale media. In de verrassende slothoofdstukken heeft elke baby een Starfish, een soort GPS waarmee ze liedjes kunnen downloaden en mailen. Egans fascinatie met nieuwe vertel- en communicatievormen blijkt ook uit de tekst zelf. Sasha’s dochter schrijft haar dagboek in de vorm van een powerpointpresentatie, die tientallen bladzijden duurt en hartverscheurend mooi is.      &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit is een roman die teruggaat tot de late jaren 1970, toen hippies in San Francisco wegzonken in een nooit eindigende acidtrip. Via de Clinton-jaren en de aanslagen op de Twin Towers belanden we in het New York van de jaren 2020. Elke verhaallijn – of flard is even fascinerend en opwindend. Dit is een boek vol conflict en drama, vol humor ook. Egan is stilistisch erg sterk zonder te overdrijven. Aan één krachtig beeld – ‘a bad day, a day when the sun feels like teeth ‘- heeft ze genoeg. De Amerikaanse critici hebben gelijk: dit is een formidabele roman.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*****&lt;br /&gt;Jennifer Egan – A Visit From the Goon Squad – Corsair – 352 blz.&lt;br /&gt;Deze roman verschijnt dit najaar bij De Arbeiderspers.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-4304644741577650769?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4304644741577650769'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/4304644741577650769'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/jennifer-egan-visit-from-goon-squad-de.html' title='Jennifer Egan - A Visit from the Goon Squad (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/-7EsOXdLtB-Q/TZ7BUfxdj6I/AAAAAAAABA0/detjvRfC_Xk/s72-c/A-Visit-from-the-Goon-Squad-Egan-Jennifer-9780307477477-sm.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-2578341996238867918</id><published>2011-04-05T12:48:00.000-07:00</published><updated>2011-04-05T12:51:48.860-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Interview Howard Jacobson (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-oPLUlR4WRVk/TZtyvucBw5I/AAAAAAAABAs/0_b1q_4DEV0/s1600/Howard-Jacobson-winner-of-007.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 200px; height: 120px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-oPLUlR4WRVk/TZtyvucBw5I/AAAAAAAABAs/0_b1q_4DEV0/s200/Howard-Jacobson-winner-of-007.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5592189526555607954" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;‘Humor is een ernstige zaak’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij schrijft al bijna dertig jaar buitengewoon geestige romans die enkel in Engeland gelezen worden. Met ‘De Finklerkwestie’ krijgt Jacobson erkenning over de grenzen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De 69-jarige Howard Jacobson voelde zich diep gelukkig toen hij enkele maanden geleden de Man Booker Prize kreeg voor ‘The Finkler Question’, een prachtige roman die nu in vertaling verschijnt. De niet-Joodse Julian Treslove is bevriend met de Joodse Sam Finkler en Libor Sevcik. Jacobson brengt een komisch en droevig verhaal over de manier waarop de drie omgaan met liefde en verlies.   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jacobson is even grappig en spraakzaam als zijn personages, de bezieling en geestdrift spat van zijn woorden af: ‘Opluchting, dat voel ik. Ik moet eindelijk niet meer van wakker liggen van die Booker Prize,’ vertelt Jacobson die al twee keer op de longlist stond en vooral met ‘Kalooki Nights’ een grote kanshebber was voor de prijs. ‘Het is vreemd om succesvol te zijn. Het meest ironische van de zaak is de manier waarop Israël reageerde. Geen van mijn romans werd tot nu toe vertaald in het Hebreeuws. Twee weken voor ik de Booker won, spraken mijn agenten met Israëlische uitgevers. Hun reactie was: ‘Hij is te Joods.’ Ik ga een badge laten ontwerpen met daarop de woorden ‘te Joods voor Israël’! Toen ik twee weken later de prijs kreeg, belde elke Israëlische uitgever mijn agent op. Natuurlijk is dat ironisch, maar, ach, ik ben zo blij dat ik gewonnen heb, dat ik me niet ga bezondigen aan kleingeestig gezeur.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Finkler’ lijkt een boek dat ingegeven werd door de filosofische vraag  ‘Wat vinden niet-Joden fascinerend aan Joden?’. Klopt dat?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soms begint een roman met een atmosfeer, soms met een vraag. Bij ‘Finkler’ speelden er heel uiteenlopende dingen mee en ja, onder andere die vraag. Mijn agent zei: ‘Ik wil dat je een heel grappig boek schrijft.’ Ik creëerde een held die een absurde versie is van mezelf. Ik ben sowieso absurd maar Treslove is het dubbel en dik. Het incident dat ik beschrijf in ‘Finkler’, waarbij Treslove meent dat hij aangevallen wordt ’s nachts, is mij ook overkomen. Ik kwam thuis na een etentje en in de buurt van mijn huis voelde ik een zwarte schaduw achter me. Durf ik daar iets mee in mijn roman, vroeg ik me af? Ben ik moedig genoeg? Dat voorval – ik werd uiteindelijk niet overvallen – smolt in mijn hoofd samen met een vreselijke herinnering aan een jonge vrouw die ik lang geleden op straat tegenkwam. Ze kwam op me af en zei: ‘Jij Jood!’ Ik voelde me belachelijk en liep haar achterna en zei: ‘Hoorde ik je goed?’ ‘Rot toch op,’ zei ze. ‘Neem een douche en je weet over welk soort douche ik het heb.’ Ik was verbijsterd, een meisje uit de middenklasse, ze kon een van mijn ex-studenten geweest zijn. Wat doe je op zo een moment? Bel je de politie? Nee. Je voelt je idioot. Heel veel van mijn werk komt vanuit dat vreselijke gevoel dat je een dwaas bent. Al die elementen speelden mee bij het ontstaan van ‘De Finklerkwestie’, dat uiteindelijk geen puur hilarisch werk werd, zoals mijn agent had gevraagd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U schreef het boek tijdens de aanvallen van Israël in Gaza. Hoe beïnvloedden die gebeurtenissen de roman?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Finkler, Libor en Treslove hebben conversaties over Joods-zijn tegen de achtergrond van de Israëlische invasie in Gaza. In Engeland waren de Joden heel bezorgd om de toon van het debat daarover. Er waren heel uiteenlopende visies ; sommigen vonden de acties van Israël fout, anderen niet. De vragen die Engelse Joden zich stelden waren: is deze actie rechtvaardig? En als ze rechtvaardig is, hoe moeten we erover praten? Zouden onze uitspraken erover tot antisemitisme leiden? Er heerste een gespannen sfeer en dat heeft mijn boek beïnvloed. Ik kon mijn personages niet in een vacuüm laten praten over wat Joods-zijn betekent. Het was een vreemde, erg levendige ervaring. Ik had het gevoel dat het de letters bewogen onder mijn schrijvende handen. Dat klinkt melodramatisch, maar zo was het.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U verklaarde dat u in veel opzichten niet-Joods bent. Wat bedoelt u daarmee?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mensen zijn verbaasd wanneer ze horen dat ik het personage van Julian Treslove het meest koester, de niet-Jood. Wel, zeg ik dan, in veel opzichten ben ik een niet-Jood. Het is voor mij makkelijker om Tresloves psyche te doorgronden dan die van een Jood die volledig in de ban is van zijn geloof. Toen ik begon te schrijven dertig jaar geleden, had ik interesse in alle varianten van het Joodse spectrum. Ik heb me dezelfde vragen gesteld als Treslove, dus het was niet moeilijk om vanuit zijn perspectief te schrijven.            Ik groeide op in een Joodse familie, in een buurt die ooit een Joods ghetto was. Toen mijn overgrootouders er woonden, was het nog een Jiddische enclave. Religieuze Joden begreep ik niet als kind. Ik had vrienden met vaders die naar de synagoge gingen en ik vond hun wereld bizar en beangstigend. Zelfs mijn vader was er bang van. Hij zei altijd dat ik Engelse boeken moest lezen, een Engels leven moest leiden, al mocht ik mijn afkomst niet vergeten. Ik heb de Joodse cultuur heel grondig bestudeerd en heb een breed spectrum aan gewoontes, ideeën en praktijken gezien. Je zal me er geen radicale uitspraken over horen doen, al moet ik wel zeggen dat de Orthodoxe traditie, die mannen met zwarte jassen die me als kind zoveel angst aanjoegen, enger is dan ik vroeger dacht. Ze hebben één boek met maar één woord erin: ‘God’. Dat vind ik bekrompen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Heeft u ooit kritiek gekregen om de manier waarop u Joden portretteert, hoe divers en veelkleurig dat portret ook mag zijn?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja, vooral van Joden. Toen ik begon te schrijven, vroegen Engelse Joden me beleefd om over iets anders te schrijven. Engelse Joden, die heel anders zijn dan Amerikaans-Joodse, houden zich liever gedeisd. Ze waren eeuwen geleden het slachtoffer van pogroms in Engeland en dat blijft hun parten spelen. Ze trekken niet graag de aandacht. Het meest kritiek kreeg ik om ‘Kalooki Nights’, waar grappen over de Holocaust in staan. Er was veel onbegrip. Wie denkt dat ik de Holocaust trivialiseer in dat boek, moet wel gek zijn. Het ging over hoe we met die Holocaust omgaan, het was een complex boek met heel verschillende vragen als uitgangspunt. Er waren veel critici die het niet konden verdragen dat ik die Holocaustthematiek combineerde met komedie. ‘Finkler’ krijgt weinig kritiek, ik had nochtans verwacht dat er protest zou komen van Joden die zich herkennen in de ASHamed Jews (fictieve groep van anti-Zionisten, km).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In hoeverre hebben schrijvers volgens u verantwoordelijkheid voor de uitspraken die hun personages doen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vind niet dat auteurs beoordeeld mogen worden op basis van de uitspraken van hun personages. D.H. Lawrence – de enige humorloze schrijver van wie ik hou – zei ooit dat personages die filosofische of politieke uitspraken doen, de roman verpesten. Hij zei ook dat de beste romans de politieke ideologie van de schrijver uitdagen en in vraag stellen. Als je je personages vrij spel geeft – en dat moet je doen als schrijver – dan doen ze uitspraken waarvoor de schrijver geen verantwoordelijkheid draagt. Natuurlijk heb je schrijvers die van hun roman een pamflet maken en in dat geval vind ik dat de schrijver wel verantwoordelijk is voor wat zijn personages beweren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In ‘Kalooki Nights’ schrijft u dat er enkel sprake is van cultuur, als er mogelijkheid is tot debat. Beschrijft u in dat boek de Joodse traditie waarin u opgroeide?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja, die traditie van elkaar plagen, elkaar bestoken met argumenten die geen onwrikbare status hebben, die ken ik van thuis uit en die zit inderdaad in ‘Kalooki Nights’. Het is een intellectueel spel, verwant aan de Talmoedische traditie. Het gezin dat ik in ‘Kalooki Nights’ beschrijf, lijkt op dat waarin ik opgroeide, al was mijn vader geen uitgesproken atheïst en zou hij ook nooit extreme anti-Israël-uitspraken hebben gedaan. Het gevoel dat de orthodoxe tak primitief was, heerste heel erg bij ons thuis. Ik ben beïnvloed door de cultuur waarin ik opgroeide, die van het debat. Mijn romans staan vol ideeën die elkaar aanvullen of tegenspreken. Ik wil niet dat de dingen mooi afgerond zijn, want dan krijg je een polemisch boek. Ik wil geen roman schrijven over ‘mijn positie in de kwestie Israël’. In mijn columns voor The Independent doe ik wel soms persoonlijke uitspraken.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Uw eerste boek lijkt pure autobiografie. Klopt dat?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn eerste romans waren op een meer doorzichtige manier autobiografische dan de latere. Zo gaat mijn debuut ‘Coming from Behind’ over de leraar die ik toen, als late debutant, was. Mijn tweede boek ging over mijn leven in Cornwall, met mijn toenmalige Australische vrouw. ‘Finkler’ is op een andere manier autobiografisch. Het verhaal strookt niet zozeer met de feiten in mijn leven, wel met de emoties. Finklers omgang met zijn zonen, bijvoorbeeld: ik heb een zoon uit mijn eerste huwelijk voor wie ik een slechte vader was. Het vaderschap kwam te vroeg, er volgde snel een echtscheiding. Nu is mijn relatie met hem beter, maar ik voel me nog schuldig om de vader die ik toen was.  &lt;br /&gt;Vroeger geloofde ik niet dat ik het in mij had om boeken te schrijven met een emotionele laag. Toen ik mijn debuut schreef, was mijn eerste huwelijk voorbij, gaf ik les aan een instituut waar ik niet wou zijn en woonde ik in het lelijkste stuk van Engeland. Ik was radeloos en de enige manier om over dat leven te schrijven, was door middel van pure komedie. Vanaf mijn vierde roman verkende ik andere wegen, durfde ik ook over emoties te schrijven. In de eerste drie sterft er niemand, ik durfde dat niet aan. Het was mijn tweede vrouw, de Australische, die zei dat ik als schrijver een tragedie nodig had. Ze had gelijk, zo bleek na de dood van mijn vader, een gebeurtenis die me enorm aangreep. Hij was diegene die me afschermde van het leven, al was hij niet bepaald teder. Nadat hij gestorven was, gingen mijn ogen open. Toen pas kreeg ik toegang tot emoties die ik nu gebruik in mijn werk. Wie mensen kan laten lachen en laten huilen, is een grote, denk ik. Libor uit ‘De Finklerkwestie’ combineert komedie en tragedie, hij is mijn beste personage ooit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Humor als missie&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat er veel te lachen valt in ‘De Finklerkwestie’ maakt van het boek nog geen komedie. Meer nog, volgens Jacobson is het een tragedie. ‘Het heeft te maken met mijn visie op humor. Enkel de dingen die eigenlijk niet grappig zijn, pijnlijk zelfs, zijn waarlijk grappig. We lachen het hardst wanneer we dat eigenlijk niet zouden moeten doen. We zijn opgelucht wanneer we kunnen lachen om een ‘zwaar onderwerp’. Vallende mensen, versprekingen – je weet wel, de humor van ‘Mr Bean’ – daar vind ik niets aan. Het is altijd mijn ambitie geweest om door middel van komedie bij ernst te komen, diepgang. Door ouder te worden heeft die ernst een andere kleur gekregen. Er is meer verdriet en dood in mijn boeken, en het is niet omdat de dood dichterbij komt, dat komedie onmogelijk wordt. Meer nog, we lachen harder in het aanschijn van de dood. Een zin die grappig begint en zich dan, aan het eind, ontpopt  tot ‘niet zo grappig’ of ‘gevaarlijk donker’, dat is mijn idee van perfectie. Het is een Joodse traditie, in de praktijk vooral een Amerikaans-Joodse want er zijn weinig Engels-Joodse romanschrijvers. De Joodse grap gaat in wezen over gruwelen. Joden zeggen vreselijke dingen over zichzelf, hun grappen zijn zelfbestraffend. Met dat soort grappen bereiden ze zich voor op de gruwelen in het echte leven. Het is een manier om hun superioriteit te tonen. Als je je martelaar uitlacht, ben je sterker dan hem. Er zit een graad van intellectuele arrogantie in de Joodse grap. Je vindt dit soort humor in de vroege Philip Roth, in ‘Herzog’ van Saul Bellow en ook bij Isaac Bashevis Singer en Joseph Roth. Ik heb het gevoel dat ik mijn hele leven al in dialoog ben met het genre van de komedie. Ik heb mijn eigen gebruik van humor verdedigd, ik heb de betekenis en de noodzaak ervan beargumenteerd en ik heb vooral aangetoond dat humor een ernstige zaak is. (km)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;****&lt;br /&gt;Howard Jacobson – De Finklerkwestie – vertaald door Barbara de Lange – Prometheus – Amsterdam – 382 blz. – Oorspronkelijke titel: The Finkler Question.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-2578341996238867918?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2578341996238867918'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2578341996238867918'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/interview-howard-jacobson-de-standaard.html' title='Interview Howard Jacobson (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-oPLUlR4WRVk/TZtyvucBw5I/AAAAAAAABAs/0_b1q_4DEV0/s72-c/Howard-Jacobson-winner-of-007.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-2760124926219282679</id><published>2011-04-04T01:16:00.000-07:00</published><updated>2011-04-04T01:19:12.820-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Chris Adrian - Het kinderziekenhuis (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://1.bp.blogspot.com/-EBj-lO0FTQo/TZl-oquj0CI/AAAAAAAABAk/GHsKL4ebRck/s1600/9789089530486-chris-adrian-het-kinderziekenhuis-178.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 143px; height: 200px;" src="http://1.bp.blogspot.com/-EBj-lO0FTQo/TZl-oquj0CI/AAAAAAAABAk/GHsKL4ebRck/s200/9789089530486-chris-adrian-het-kinderziekenhuis-178.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5591639649486622754" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Na de Apocalyps&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Chris Adrian laat de wereld overstromen in ‘Het kinderziekenhuis’. Enkel het hospitaal uit de titel blijft gespaard.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de gangen van het ziekenhuis waar Chris Adrians tweede roman speelt, ligt geen gifgroen linoleum maar staan er prints van kindervoetjes op de vloeren. Adrian, een pediatrisch oncoloog, kent de plek waarover hij schrijft. Het is een besloten wereld van druppelende infusen, ademhalingsapparaten en piepers die steeds weer afgaan. Tenminste, zo ziet het eruit aan het begin van dit lijvige boek dat lonkt naar het fantasy-genre. Op een dag dreigen alle patiënten op hetzelfde moment te sterven. Het personeel kan de catastrofe op het nippertje afwenden en dan begint er een engel te spreken door de intercom. Wanneer iedereen bekomen is van de schok en naar buiten kijkt, staat de hele wereld blank. Enkel het personeel, de zieken en hun bezoekers hebben de zondvloed overleefd. ‘Het kinderziekenhuis’ is een roman met een grote cast, waarvan sommige spelers even opduiken en daarna weer verdwijnen. Centraal staat derdejaarsstudente Jemma Caflin die als enige stoïcijns kalm blijft na de catastrofe. Ze verloor haar ouders, broer Calvin en haar vriendje door ziekte, zelfmoord en dood. Jemma is ervan overtuigd dat het haar schuld is dat mensen in haar omgeving sterven. In sommige opzichten doet deze roman denken aan ‘Hospitaal’ van Toby Litt, ook al een apocalyptisch verhaal waarin het gebouw een levend organisme wordt dat zich kan herinrichten en vertakken. Beide auteurs schrijven over ziekte, rouw en verlies  vanuit persoonlijke ervaringen. Bij Litt was dat een doodgeboren baby, bij Adrian een overleden broer en het leed dat hij als arts aanschouwt. Toch zijn er grote verschillen in toon: Litt schreef een hospitaalsoap met knipogen naar de horrorfilm, bij Adrian voelt de lezer zich sterker betrokken en is de stijl minder uitzinnig. Dat heeft vooral te maken met Jemma – de flashbacks naar haar kindertijd en naar de begrafenissen die ze meemaakte, zijn sterk. Verder weet dit boek als geen ander de specifieke wetmatigheden, de geuren en kleuren van een ziekenhuis op te roepen. Adrian blijkt gevoel voor humor te hebben: ‘De chirurgen waren heel kenmerkend voor hun soort: een botterik en een junior botterik.’ Andere scènes laten het kinderleed zien en zelfs daar is er ruimte voor humor, hoe vreselijk sommige kinderen er ook aan toe zijn. Adrian spaart ons geen medische details, maar gaat daar gelukkig minder ver in dan schrijvend arts Abraham Verghese van ‘De heelmeesters’.&lt;br /&gt;    &lt;br /&gt;In het tweede deel van de roman laten de engelen van de Apocalyps meer van zich spreken en had dit verhaal best wat korter gekund. Niet elke patiëntenronde blijft even boeiend. Toch snappen we dat The New Yorker Chris Adrian een plek gunde op de lijst van beste 20 schrijvers onder de 40. Adrian stelt pertinente vragen over lijden, dood en religie en het is dan ook uitkijken naar zijn nieuwe roman die half mei verschijnt.&lt;br /&gt;***&lt;br /&gt;Chris Adrian – Het kinderziekenhuis – vertaald door Leen Van Den Broucke, An de Greef en Marijke Versluys – Ailantus – Amsterdam – 590 blz. – Oorspronkelijke titel: The Children’s Hospital.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/2957752387730032087-2760124926219282679?l=kathymathys.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2760124926219282679'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/2957752387730032087/posts/default/2760124926219282679'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kathymathys.blogspot.com/2011/04/chris-adrian-het-kinderziekenhuis-de.html' title='Chris Adrian - Het kinderziekenhuis (De Standaard)'/><author><name>Kathy Mathys</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06209512850866118876</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='25' height='32' src='http://2.bp.blogspot.com/_peDj7VJR7yo/SO17GFp6H0I/AAAAAAAAAEg/zk7v1WgLflI/S220/EchtIetsVoorU_cr.jpg'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/-EBj-lO0FTQo/TZl-oquj0CI/AAAAAAAABAk/GHsKL4ebRck/s72-c/9789089530486-chris-adrian-het-kinderziekenhuis-178.jpg' height='72' width='72'/></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-2957752387730032087.post-1279130713837977188</id><published>2011-04-01T01:11:00.000-07:00</published><updated>2011-04-01T01:13:47.637-07:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Literatuur: Engelstalige fictie'/><title type='text'>Joshua Ferris - De naamlozen (De Standaard)</title><content type='html'>&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://2.bp.blogspot.com/-wcu32w_-WbU/TZWJLfkpQ1I/AAAAAAAABAc/43HZurwdpsE/s1600/ferrisnaamlozen275.jpg"&gt;&lt;img style="float:left; margin:0 10px 10px 0;cursor:pointer; cursor:hand;width: 127px; height: 200px;" src="http://2.bp.blogspot.com/-wcu32w_-WbU/TZWJLfkpQ1I/AAAAAAAABAc/43HZurwdpsE/s200/ferrisnaamlozen275.jpg" border="0" alt=""id="BLOGGER_PHOTO_ID_5590525342997103442" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;De lokroep van het wilde&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een succesvolle advocaat krijgt een mysterieuze ziekte: hij kan niet meer stoppen met lopen. Joshua Ferris schreef een intrigerende parabel over het moderne leven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kathy Mathys&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de hoop niet respectloos te klinken, zou je ‘De naamlozen’ van Joshua Ferris kunnen omschrijven als ‘mindfulness voor gevorderden’. Mindfulness, de kunst om in het moment te leven: in deze tijden van sociale media en volgepropte agenda’s streven velen ernaar. Over Tim Farnsworth, het hoofdpersonage uit ‘De naamlozen’, lezen we dat hij ‘zijn voornemen om in het volle leven te blijven’ vergat wanneer hij de ringtone van zijn Blackberry hoorde. Tim, vennoot bij een topadvocatenkantoor, heeft een gelukkig en stabiel huwelijk met makelaar Jane. Ze wonen in een buitenwijk van New Jersey in een villa met een gigantisch keukeneiland en karaktervolle Marokkaanse muurtegels. Hun achttienjarige dochter Becka houdt van Buffy, Roxy Music en speelt gitaa
