maandag 18 augustus 2014

Richard Powers - Orfeo (De Standaard)



Muziek voor na de eeuwigheid

Richard Powers' 'Orfeo' is één van de vier Amerikaanse romans die de longlist van de Man Booker Prize 2014 haalden. Het is een bevlogen werk.

Kathy Mathys

Met zijn gouden stem en het getokkel op zijn lier betoverde de Griekse god Orpheus zijn tijdgenoten. De invloed van zijn muziek was zo groot dat ze een laagje beschaving over de mensen wierp, zelfs wilde dieren vlijden zich neer aan de voeten van de muzikant.
Dit is wat Peter Els wil: muziek componeren die niet zozeer mooi wordt bevonden, wel een revolutie ontketent, de mens buiten de tijd plaatst.
Richard Powers' 'Orfeo' is het verhaal van een avant-gardecomponist die alles op het spel zet voor de kunst. Het is de elfde roman van de Amerikaanse schrijver van 'Het zingen van de tijd' en 'De echomaker'.
Als kind vervelen 'melodieën met de prettige geur van kool met rundvlees' Els, popmuziek zegt hem niets. Hij leert klarinet spelen, geraakt in vervoering door Mozarts 'Jupiter', tot hij het stuk zo grondig kent dat de noten hem niet langer optillen, wel hard laten landen op de ruwe aarde.
Tijdens zijn studie ontmoet hij Clara, een celliste met haar tot aan de knieholtes, die in fluistertonen praat over het einde van de tonale muziek, zoals die wordt aangekondigd in Mahlers 'Kindertotenlieder'. Vanaf dat moment komt Els' in de kiem aanwezige liefde voor patronen in muziek volop tot bloei. De hele roman lang vraagt hij zich af welke richting het uit moet met de hedendaagse klassiek. Even denkt hij dat het verleden achter slot en grendel dient te verdwijnen. Later stelt hij die gedachte bij. Hij vindt nog steeds dat dissonantie een vorm van schoonheid is 'die nog niet door gewenning is vernietigd' maar gelooft nu dat we de toekomst achterwaarts binnen moeten wandelen, met uitzicht op wat was.

Concerten in de koeienstal

Clara verdwijnt uit beeld en dan ontmoet Els Maddy, een sopraan over wie de auteur schrijft: 'Haar spoor is breed en stabiel genoeg voor hen tweeën.' Maddy gruwt niet van enige conventie en toch is ze speels en avontuurlijk genoeg om nachtenlang naar de escapades van een groep experimentele muzikanten te luisteren.
Het zijn de jaren 1960 en uitgerekend in het lege Middenwesten van de V.S. muteert muziek in een veelheid aan stijlen. De experimentele pioniers – Powers voert onder andere John Cage op - verzinnen nieuwe regels die ze, niet lang daarna, zelf aan diggelen slaan. Het is de tijd van uitzinnige performances in stallen waar overdag de koeien loeien.
Els en Maddy trouwen, krijgen een dochter en dan verlaat Els de vrouwen. Maddy is niet bereid hem te volgen op een muzikale queeste die geen geld oplevert.
Het grootste deel van deze roman bestaat uit flashbacks die de oudere Els laten terugblikken. Zijn ideeën over muziek – de toekomst inlopen met blik op het verleden – gaan ook op voor de rest van zijn leven. Els, die een even grote passie heeft voor scheikunde als voor muziek, is op latere leeftijd gaan experimenteren als amateur-celbioloog. Hij wil kijken of hij muziek kan opslaan in DNA. Els krijgt Homeand Security achter zich aan, zij vrezen ervoor dat hij experimenteert met een gevaarlijk bacterieel virus.
Als lezer kan je het liefdesverhaal voorspellen maar dat deert niet, het boek bevat ruim voldoende onverwachte modulaties. De beschrijvingen van de muziek van onder andere Mahler, Messiaen, van hun beproefde kunstenaarslevens, zijn weergaloos en doen je zin krijgen hun werk beter te leren kennen.
Powers verkent veel wegen in dit boek dat een liefdesverhaal is, een essayistisch werkstuk over muziek, vorm en chemie, een verkenning van de kunstenaarsgeest, een thriller over paranoia in het Amerika van na 9/11.
De schrijver slaagt er in zijn werk niet altijd in om de ideeën te laten rijmen met de emoties, in 'Gen voor geluk' bijvoorbeeld. Hier zijn de twee wonderwel op elkaar afgestemd, is er een rijkdom aan ideeën en zijn er belangwekkende personages wier lot je vervoert.
Toch zijn er wat losse eindjes. Zo doet Powers weinig met het trauma uit Els' kindertijd en is de beschrijving van Els' vriendschap met een medekunstenaar schematisch.
'Orfeo' is een roman over vroeger, nu en later, een verhaal over het lawaai in deze wereld, of het zich nu voordoet in de gedaante van muziek of van een sms-geluid. Bovenal is het een liefdesverklaring aan muziek en aan de betekenis die ze heeft, niet enkel in het leven van Els, wel in alle mensenlevens.

****

Richard Powers - Orfeo - vertaald door Rob van Essen – Atlas Contact 329 blz. - oorspronkelijke titel: Orfeo

John Williams - Augustus (De Standaard)



Achter het keizersmasker

Met zijn vierde roman, 'Augustus', won John Williams in 1973 de National book Award. In het kielzog van 'Stoner' en 'Butcher's Crossing' is er nu een Nederlandse vertaling.

Kathy Mathys

 'Stoner', dé verrassende bestseller van 2013, was niet de eerste roman van John Williams, wel de derde en de meest autobiografische. Het verhaal speelde op een universiteitscampus, een setting die de schrijver, zelf docent, kende. Nog voor 'Stoner' verscheen, publiceerde de Amerikaan eerst 'Nothing but the Night' en 'Butcher's Crossing', Williams' versie van een western. Met geen van deze titels had hij tijdens zijn leven succes, alleen zijn vierde, 'Augustus', kreeg veel kritische bijval.
'Augustus'  is een briefroman over de Romeinse keizer die vrede bracht, de slaven bevrijdde, niet van luxe hield en die zijn enige dochter, Julia, verbande om een nieuwe burgeroorlog te vermijden.
Williams wou het verre verleden niet in scènes tot leven wekken uit vrees te klinken als Cecil B. DeMille, regisseur van historisch-epische films als 'The Ten Commandments' en 'Samson en Delilah'.
'Augustus' bestaat daarom uit brieven, dagboekfragmenten, stukken uit autobiografieën, staatsdecreten en andere geschreven documenten. Williams leefde jaren in Italië om zich onder te dompelen in de geschiedenis maar de documenten in de roman zijn fictief, vormen Williams' interpretatie van hoe het moet geweest zijn.
Het duurt even voor de schrijver je helemaal meeneemt. De roman begint na de moord op Julius Caesar en in de eerste hoofdstukken wordt er druk heen en weer geschreven over hoe het nu verder moet. Sommigen – zoals Cicero – willen een herstel van de republiek, anderen willen dat Gaius Octavius, zoals Augustus dan nog heet, de macht krijgt. Caesar, zijn oom, heeft hem aangewezen als zijn erfgenaam.
Het blijft allemaal wat afstandelijk in die eerste hoofdstukken. Het verhaal komt wel tot leven in de delen over Marcus Antonius, de een zet hem neer als driest handelend, de ander als zij aan zij strijdend met zijn soldaten. Antonius noemt Cleopatra in zijn eigen brieven 'zijn poesje'.

Offers voor het rijk

In essentie gaat 'Augustus  over het spanningsveld tussen het intieme en het publieke, een thema dat ook in 'Stoner' zit. Na het moeizame begin lees je fragmenten uit Julia's dagboek. Drieënveertig is ze dan en verbannen naar het eiland Pandateria. Door en door verkild, zo klinkt deze fascinerende vrouw, die Williams met veel overtuigingskracht een stem geeft. Het boek bloeit open, ook in de andere passages, en steeds meer doemt een rijk geschakeerd beeld op van een keizer met veel gezichten en een rijk met net zoveel belangen.
Augustus liet zich omringen door dichters voor wie hij alle respect had, door filosofen. Vergilius en Horatius waren vrienden. Hun stemmen klinken hier, net als die van Cicero, Ovidius.
Williams voert niet enkel beroemdheden op, maar ook een anonieme soldaat die zich afvraagt wat voor zin oorlogsvoering heeft. Alle documenten hebben een heel eigen stijl en klankkleur. Sommige schrijvers klinken direct en gefragmenteerd, hun epistels zijn neergepend wanneer het stof op het slagveld nauwelijks is neergedaald, andere blikken terug naar tijden waarin ze meer onbezonnen handelden. Al lees je dus geen scènes en nauwelijks dialogen, toch is 'Augustus' een vlot lopend verhaal dat niet gefragmenteerd aandoet, het is zelfs spannend.
Is het dit allemaal waard geweest? Het is een vraag die vader en dochter zich stellen en waar ze, naargelang het moment in hun leven, verschillende antwoorden op geven.
Hartverscheurend is de laatste brief van Augustus aan zijn vriend en biograaf Nicolaus van Damascus. Daarin geeft hij toe dat macht hem niet interesseerde, wel de veiligstelling van de grenzen. Daarin overdenkt hij de geheimzinnigheid van elk mensenleven, ook dat van zijn vijanden. De enige wijsheid die de oude Augustus bezit, is het besef van zijn eigen zwakheid. En ja, in de tweede helft van deze roman, wanneer het minder over de branie van jonge lefgozers gaat, wel over mensen met in hun huid de afdrukken van een heel leven, verkent Williams opnieuw de meest belangwekkende thema's: liefde, seksualiteit, ouderschap, verval.
Wanneer je de woorden van de oude vader en van de versteende dochter leest, vergeet je dat ze duizenden jaren geleden leefden, zo intens klinkt hun stem.

****

John Williams - Augustus - vertaald door Edzard Krol - – Lebowski Publishers – Amsterdam

Sebastian Barry - De tijdelijke gentleman (De Standaard)



Een woest en zwalpend schip

Het leven is wreed, soms teder, in de boeken van de Ierse Sebastian Barry. In 'De tijdelijke gentleman' slaagt Jack McNulty er niet in naar huis terug te keren.

Kathy Mathys

Een lappendeken, dat vormen de romans van de Ierse Sebastian Barry, die met 'De tijdelijke gentleman' als steeds gebruikmaakt van de verhalen uit zijn familie. Het is een ruw en schurend deken, hoe liefelijk het paar op de cover van het boek ook oogt.
Jack McNulty, de ik-verteller, is de broer van Eneas McNulty – bekend uit Barry's roman 'The Whereabouts of Eneas McNulty'- en de schoonbroer van Roseanne uit 'De geheime schrift'. Zo werkt Barry: personages die in de ene roman in de coulissen verbleven, treden in een andere voor het voetlicht.
Net als Roseanne, die door toedoen van haar echtgenoot ten onrechte in een psychiatrische instelling belandt, stelt Jack zijn leven te boek, niet in opdracht van een arts maar voor zichzelf. Deze voormalige soldaat en VN-waarnemer is na zijn ontslag blijven hangen in Accra, Ghana. Het is 1956, hij heeft er niets meer te zoeken. Na een leven van omzwervingen durft hij niet naar huis toe. Jack is beslist geen homerische held. Hij werkte als 'tijdelijke' gentleman, een Ier zonder vaste aanstelling, bij het Britse leger en later legde hij wegen aan in de Britse kolonies. Toch was hij bovenal op de vlucht voor de stormen die raasden op het thuisfront.
In 1922, hij is dan nog een jongen, ontmoet Jack Mai Kirwan. Haar blouse is zo wit dat ze hem doet denken aan 'een blinkend schild'. Zij komt uit een beter milieu, is stijlvol, ironisch en slim. Net als Jack studeert ze aan de universiteit, uitzonderlijk voor vrouwen in die periode. De Kirwans hebben uitstekende connecties, Michael Collins is een familievriend.
Mai's vader verzet zich tegen de romance en pas na de dood van de Kirwans kan de bruiloft plaatsvinden.

Van alcohol doortrokken

'Maar het is allemaal natuurlijk lang geleden, en talloze verschillende lotsbestemmingen en verhalen hebben mijn kameraden opgeslokt, zoals mijn eigen lot mij heeft opgeslokt,' schrijft Barry en het zijn die lang geleden vergeten verhalen die de schrijver wil laten weerklinken. Dat van Jack en Mai is rauw en smerig, en toch is er altijd een onderstroom van liefde.
Jack drinkt zijn eerste whisky om zijn zenuwen te temperen bij de kennismaking met zijn toekomstige schoonouders, het is het begin van een van alcohol doortrokken leven. Mai geraakt na de geboorte van hun eerste kind verslaafd aan gin. Ze heeft een zwartgallige natuur die ze lange tijd voor Jack verborgen weet te houden. Mysterieus is ze in de ogen van Jack, onpeilbaar. Hij is geoloog maar weet niets 'over de geologie van zijn nieuwe vrouw'.
Op de momenten dat ze hem hard nodig heeft, krijgt Jack koudwatervrees, zoekt hij werk in verre kolonies. Nu, in Ghana, doet hij schriftelijk boete. Zijn enige troost is de vriendschap van zijn huisknecht, Tom, die ook huwelijksperikelen kent.
'Het was alsof de bakstenen van het huis zelf doordrenkt waren met alcohol,' schrijft Barry in deze donkere roman. Over dronkenschap, de scheldpartijen en tijdelijke verzoeningen schrijft hij grandioos.
Hij verbindt het intieme met het globale. De burgeroorlog en de twee wereldoorlogen laten al dan niet rechtstreeks sporen in de levens van de personages. Barry lees je om zijn psychologische diepgang en om zijn stijl. 'Alles kolkt door dit moment heen als vuil vloed water,' lezen we. Barry schrijft beeldend, soms tegen het barokke aan. Enkele zinnen zijn twee pagina's lang.
Hij weet een mooie balans te treffen tussen duister  en lichtvoetigheid in dit meeslepende noodlotsdrama.

****
Sebastian Barry - De tijdelijke gentleman - vertaald door Johannes Jonkers - Querido - 255 blz. - oorspronkelijke titel: The Temporary Gentleman.

vrijdag 11 juli 2014

Alice Munro – Levens van meisjes en vrouwen (De Standaard)


Dromen van grootser

Ons bestaan is mysterieus en vormonvast ontdekt Del Jordan in Alice Munro's 'Levens van meisjes en vrouwen'.

Kathy Mathys

Nu Alice Munro de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, verschijnen er vertalingen van oudere werk. 'Levens van meisjes en vrouwen' is een romanachtige bundel uit 1971. Romanachtig want alle verhalen gaan over het leven van Del Jordan. Munro begint met haar kindertijd en eindigt met de jongvolwassen vrouw. Op de achterflap van mijn Engelstalige editie staat het woord scrapbook, wat een lossere opzet suggereert dan bij een roman. Munro herhaalt bepaalde details steeds opnieuw, bijvoorbeeld over de vossenhandel van Dels vader. Ze deed dit vermoedelijk niet met verstrooide lezers in gedachten, wel omdat ze de verhalen als zelfstandige satellieten zag.
Dit boek begint – ook al in de romantraditie – met een grondige omzwerving in het landschap, het Jubilee van de jaren 1940. Dels familie woont niet in de stad maar op Flats Road, een overgangsweg tussen het centrum en de bush. Veranda's met schommelstoelen, verlopen velden vol paardenbloemen, met krantenpapier afgeplakte ramen in verkrotte huizen van illegale stokers: het is een landschap waar Dels moeder een hartstochtelijke hekel aan heeft.
De jonge Del legt haar oor te luister bij de excentrieke vrijgezel in dienst van haar vader, oom Benny, verteller van straffe dorpsverhalen. In Benny's tot aan de nok met rommel volgestouwde huis leest Del in sensatiekranten over verkrachtingen en freaks. Ze hongert naar verhalen, in wat voor vorm ook.
Andere kleurrijke figuren in haar kinderjaren zijn de twee ongehuwde oudtantes, zussen die grappend door het leven lijken te gaan maar een zieldodende filosofie aanhangen: laat je niet opvallen, hou je gedeisd. Wie wel een gooi doet naar succes of zich bezondigt aan enige vorm van vertoon is schaamteloos, vinden de oudtantes. Voor de jonge Del zijn de twee ontzagwekkende figuren, later krimpen ze voor haar geestesoog en wanneer Del een verzoek van hen niet inwilligt voelt ze 'wroeging, de soort lichte wroeging waarin ook wrede, pure voldoening schuilt'.
Wie Munro kent van recenter werk, treft hier bekende thema's: het klein denken in ruraal Canada, de zoektocht naar iets anders dan wat de norm voorschrijft, de wreedheden die we allen begaan.

Seksueel verlangen

Dels moeder walgt van onwetendheid en bekrompenheid. Als verkoper van encyclopedieën meent ze goud te verhandelen, zozeer prijst ze kennis. Toch is ze niet één en al vooruitstrevendheid, over seks is ze preuts. Del weet niet altijd wat ze aanmoet met de hoekige waarheden die haar moeder vertelt. Munro schrijft meesterlijk over de moeder-dochterband, over de verschroeiende schaamte van Del om haar ongewone moeder.
In elk van deze verhalen grijpt Munro een nieuw thema bij het nekvel: de dood in 'Erfgenamen van het levende lichaam', geloof in 'Het religieuze tijdperk'. Dels moeder gelooft niet, ze komt uit een strengreligieuze familie. Het meisje voelt zich tijdelijk aangetrokken tot de verhalen en rituelen van de kerk. In verschillende vertellingen plaatst Munro twee ingrijpende gebeurtenissen naast elkaar, de herdenking van de kruisiging van Christus en het neerschieten van de familiehond, bijvoorbeeld. De twee belichten en becommentariëren elkaar op een impliciete manier.
Lees je deze bundel, dan valt het op dat de vroege Munro uitgebreid schreef over seksueel verlangen, eerst in puberale, smachtende vorm, dan, wanneer Del ouder wordt, zonder terughoudendheid. Wat doet ze dat overtuigend en onverschrokken.
Hoe te leven als vrouw in een wereld waarin de mist al te traag optrekt? Dels moeder gelooft in verandering, in een universum waar vrouwen hun eigen weg te gaan. Naomi, Dels schoolvriendin, voegt zich naar de heersende waarden. Ze lakt haar nagels in parelmoer, stopt vroegtijdig met school en neemt een keurig baantje.
Voor Del heeft Munro iets anders in petto; in het laatste verhaal lezen we hoe deze vrouw de dorpsverhalen kneedt tot materiaal voor haar roman.
Geweldige dialogen, psychologische finesse, intensiteit, filosofische diepgang: het zijn de superieure ingrediënten van deze bijzondere collectie.

****

Alice Munro – Levens van meisjes en vrouwen – vertaald door Pleuke Boyce - De Geus - 379blz - 21.95 € - ebook: 17.99 €. - Oorspronkelijke titel: Lives of Girls and Women.



woensdag 9 juli 2014

Mijn boek # 2


Volgend jaar verschijnt mijn eerste boek, een zoektocht naar wat smaak is. Het wordt geen droog feitjesboek maar een persoonlijk werkstuk vol verhalen en eetherinneringen, die van mij, die van anderen. Tijdens mijn research ontdek ik boeken die bij ons weinig bekend zijn en daar vertel ik hier wat over.

Vandaag Aroma - The Cultural History of Smell van Classen, Constance en Howes. Academische titels zijn wel eens taaie kost, maar dit boek kon ik niet neerleggen, ik bleef maar verbazingwekkende dingen noteren. Jammer dat het zo goed als onbetaalbaar is. Ik huurde het als e-boek en dat kostte 'slechts' 20 dollar.
De mooiste delen gaan over geïsoleerd levende stammen bij wie geur een veel centralere rol speelt in het leven dan bij ons. De bewoners van de Andaman eilanden delen de tijd niet op in weken en maanden, wel in geurperiodes. De periodes zijn genoemd naar bloemen.
De Desana uit het Colombiaanse regenwoud noemen zichzelf 'wira': mensen die ruiken. De stam heeft een gesofistikeerde geurclassificatie die het leven vormgeeft. In de keuken bepaalt de geur van het eten hoe het bereid wordt en welke ingrediënten je mag combineren.Van wild en bepaalde vissoorten vinden de Desana dat ze een muskusachtige geur hebben. Pas nadat het vlees gerookt en gekookt is, wordt het eetbaar voor de stam.
Wat hebben wij een arme taal om geuren en smaken te beschrijven! In het Quechua, een oude Inca-taal die hier en daar nog gesproken wordt in de Andes, bestaan aparte woorden voor 'lekker ruiken', 'iemand iets laten ruiken', 'een eetgeur opsnuiven'.


We mogen dan een arme geurtaal hebben, gelukkig hebben we wel gedichten over geur, zoals dit van Ian McMillan uit de dichtbundel voor kinderen Sensational! - Poems inspired by the Five Senses, onder redactie van Roger McGough:

Stale

You know how sometimes
you open your sandwich box
and it smells stale

and there are a few crumbs
and a biscuit wrapper
and a bit of a crisp

and you want to close it
although you know you should wash it
you want to close it.

Well, that's how I feel today.



Ian McMillan









Over mij

Mijn foto
Als freelance schrijver gaat mijn aandacht vooral uit naar Engelstalige literatuur. Ik recenseer fictie en interview auteurs voor De Standaard der Letteren, Schrijven Magazine. In 2010 zat ik in de jury van De Gouden Uil en in 2011 en 2012 zat ik in de jury van de Ako Literatuurprijs. Daarnaast schrijf ik over eten. Vooral de achtergrondverhalen boeien mij. Ik geef lezingen over eten en boeken en interview auteurs voor publiek. Verder geef ik cursussen en workshops in creatief schrijven (zie www.writerskitchen.nl). Ik ben als docent verbonden aan De Schrijversacademie (www.schrijversacademie.nl). In 2015 verschijnt mijn eerste boek bij De Bezige Bij Antwerpen.