donderdag 18 december 2014

Julian Baggini - Deugden van de tafel – Een filosofie van het eten (Bouillon Magazine)



BBB

Dit is een boek als een Chinese rijsttafel met heel veel verschillende onderwerpen, voor elk wat wils. De kerngedachte in elk hoofdstuk is dat het niet simpel is om deugdzame keuzes te maken aan tafel. Meestal is het volgens de schrijver niet mogelijk om een zaligmakende beslissing te nemen. Labels als biologisch, lokaal en duurzaam zijn complexer dan we denken. Neem boter uit Nieuw-Zeeland. Niet lokaal geproduceerd, wanneer ze op ons bord terecht komt, maar het vee kan er het hele jaar door buiten blijven waardoor productie met relatief weinig CO2-uitstoot gepaard gaat.
Soms conflicteren de labels seizoensgebonden, lokaal en biologisch met elkaar. Wat moet je dan doen? Volgens Baggini moet je toegeven dat conflicterende morele waardes onvermijdelijk zijn. Hij vindt dat we ze tegen elkaar moeten afwegen en dan beslissen op basis van wat zwaarder voor ons weegt. De schrijver trekt ook naar de keuken en heeft het onder meer over traditioneel koken, diëten, de vraag of eten kunst kan zijn. Een uitdagend boek voor lezers die niet bang zijn voor nuancering.

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam Uitgevers
ISBN: 9789046817148

Prijs: 24.95 €

Krachtvoer/Tweede editie/18 en 19 oktober in de studio Antwerpen (Bouillon Magazine)

Eten met een geweten

Voor de tweede keer organiseerden Alle dagen honger (www.alledagenhonger.be) en kunstencentrum Villanella Krachtvoer. Deze keer stond het thema 'Schaarste en overvloed' centraal op het Antwerpse gebeuren. Geen capriolen en onemanshows van getatoeëerde chefs op dit festival dat een ijzersterk inhoudelijk luik heeft met lezingen en debatten.
Zo tackelde hoogleraar Christophe Courtin de mythes rond brood (Is spelt gezonder? Welk gevaar schuilt er in het eenzijdig weren van granen uit ons dieet?).
We hebben toch één ster gezien op het festival: Chad Robertson, de succesvolle artisanale bakker en kookboekenschrijver uit San Francisco. Verder waren er lezingen over wilde planten plukken, over soylent, over fermentatie. Julian Baggini lichtte zijn boek 'Deugden van de tafel' toe. In mijn eigen lezing over Foodboekklassiekers prees ik het werk van onder andere Richard Wrangham en M.F.K. Fisher.
Tien ontwikkelaars van innovatieve foodconcepten uit Nederland en België kregen elk zes minuten om hun idee voor te stellen. The Dutch Weed Burger en Big Bang Broccoli kenden we al. Het was boeiend om  kennis te maken met De Keuken van het Ongewenste Dier, een foodtruck die fastfood maakt van dieren die 'overlast' bezorgen, met Deel een koe, een knap staaltje van crowdbutchering, waarbij niets van het dier verloren gaat. Het beest wordt pas geslacht nadat alle delen online zijn verkocht onder gegadigden.
De masterclasses waren fris en inspirerend, met foodblogging, foodwriting (met Hiske Versprille) en foodfotografie. Bij de drukbezochte tastings stond eenvoud en pure smaak voorop. Vinger in de Pot, de degustatieclub van chefs Inge Lanckacker en Céline Morris, serveerde droge worst met mosterd. Verder waren er proeverijen rond natuurwijn, oude appelrassen en onbeminde vis.
Vorig jaar was Krachtvoer nog een food film festival, nu ligt de nadruk veel minder op film. Er waren twee documentaires te zien: 'The End of the Line' en 'The Sower' en de knotsgekke Taiwanese speelfilm 'The Moveable Feast'.
Op de markt kon je oliën, granola, natuurwijn, chocolade kopen: alles was kleinschalig, smaakvol, een beetje trendy ook. De sfeer was bijna sereen. Wie wilde eetlezen, kon zijn hart ophalen bij de prachtige stand van de Gentse boekhandel Paard van Troje.
Tegenwoordig stikt het van de festivals waar alles draait om dure wijnen en spektakel. Krachtvoer is een parel binnen dit aanbod. Je proeft er heerlijk eten en je komt er een hoop wijzer buiten.

Kathy Mathys


www.krachtvoer.be



dinsdag 9 december 2014

De woorden van anderen (Schrijven Magazine)


Verhalen ontstaan uit andere verhalen. Wat kan je doen met boeken die er al zijn?

Waarvan zijn verhalen gemaakt? Van sterrenstof. Van het leven zelf. Maar ook: van andere verhalen. Alle boeken ter wereld zijn gezegend met een immer uitdeinende familie. Uit boeken worden boeken geboren en elk boek is weer een commentaar op of een bedenking bij een verhaal dat er al is. De woorden van andere schrijvers liggen voor het grijpen. Gebruik ze!
Dit kan op tal van manieren.
Heb je zin om te experimenteren met stijl of verteltoon, haal dan een boek uit de kast van een schrijver die heel anders klinkt dan jij, liefst een boek dat je lang geleden las of dat nog staat te wachten op jou. Kopieer een drietal zinnen uit de roman of verhalenbundel in je notitieboek en klap het boek dicht. Schrijf nu verder in de stijl van de auteur.
Of haal een je onbekend boek uit de bieb, kopieer de eerste zin, sluit het boek en schrijf nu verder. In deze oefening focus je minder op de stijl, meer op het verhaal, de plot die je verzint.
Of doe hetzelfde met de laatste zin van een boek. Kopieer hem onderaan een blad en schrijf de zin die er volgens jou kan aan voorafgaan, dan de zin die daaraan voorafgaat enzovoorts.
Poëzie leent zich minstens zo goed tot ruw materiaal voor een ander gedicht/verhaal. Licht een regel uit een bundel, speel ermee. Schrijf.
In Natalie Goldbergs The True Secret of Writing - Connecting Life with Language staat het gedicht 'A Strange New Cottage in Berkeley' van Allen Ginsberg. Het is een gedicht in de vorm van een lijst, de schrijver somt op wat hij doet in de tuin, welke zintuiglijke prikkels hij er ontvangt. Maak nu een lijstgedicht over jouw tuin, je huis, de kamer waar je als kind sliep enzovoorts.
Professionele schrijvers gebruiken net zo goed materiaal dat er al ligt. Lydia Davis, de Amerikaanse koningin van het zeer korte verhaal, schreef een verhaal over Kafka en gebruikte daarvoor enkel woorden die effectief voorkomen in Kafka's brieven. Voor een ander verhaal gebruikte ze fragmenten uit brieven die een familielid van haar ooit ontving.
Kom je in een boek mooie, verrassende, bijzondere woorden tegen, schrijf ze dan op een kaart. Stop de kaarten in een doos. Wanneer je er een heleboel hebt, kan je een tekst laten ontstaan door drie kaarten te trekken, of meer, en een tekst te schrijven waarin deze woorden voorkomen.

Commentaar leveren op bestaande verhalen

Je kan op zins- of op woordniveau spelen met bestaand materiaal of je kan een bekend verhaal op een nieuwe manier vertellen. Misschien heeft het klassieke verhaal een oppoetsbeurt nodig, een personage met een frisse blik. Margaret Atwood hertelde de mythe van Odysseus vanuit het perspectief van zijn vrouw in Penelope; Ali Smiths Meisje ontmoet jongen is een bewerking van Ovidius' Metamorfosen. Jo Bakers Longbourn brengt Jane Austens Trots en vooroordeel vanuit de keukenmeid.
Haal een personage dat nauwelijks een stem krijgt in het origineel naar voor. Luister naar de stem. Wat heeft hij of zij te vertellen?

Tips:

Herschrijf een bestaand verhaal en verander het genre. Maak van een romantische vertelling een thriller of omgekeerd.

Fotokopieer een gedicht. Knip het in stukken – één woord per papiersnipper – en maak een nieuw gedicht. Gebruik zoveel of zo weinig snippers als je wil.


Laat je nieuwsgierigheid prikkelen door bijfiguren in verhalen. Ontwikkel ze, maak ze tot hoofdpersonages in jouw verhaal.

Dit artikel verscheen in Schrijven magazine, jaargang 18, nummer 6, zie www.schrijvenonline.org

Ian Mc Ewan interview (De Standaard)

Rationele compassie

In zijn dertiende roman dreigt een Jehovagetuige te sterven omdat hij geen bloedtransfusie wil. Ian Mc Ewan over religie, morele dilemma's en muziek voor bij het ontbijt.

Kathy Mathys

Drie jaar geleden vertelde een bevriende rechter de Engelse auteur over een zaak waarin een Jehovagetuige een bloedtransfusie moet krijgen om een kans te maken op overleving. Mc Ewan wist meteen dat er een boek in zat: 'Het verhaal van mijn vriend was zo tragisch dat ik het niet kon laten liggen. Hij bezocht de jongen in het ziekenhuis, ze praatten over voetbal, en nadat hij besliste dat de jongen een bloedtransfusie moest krijgen, gingen ze zelfs nog samen naar een voetbalwedstrijd. Toch liep het slecht af. Zeven jaar later hoorde mijn vriend dat de jongen was gestorven omdat hij een tweede noodzakelijke bloedtransfusie weigerde. Wat me vooral interesseerde was de kloof tussen de wereld van diepgelovigen en die van de rechtbank, die medeleven en ratio tracht te combineren. Compassie is rationeel, voor mij is er niets kils aan het rationele. Geloven daarentegen vind ik een irrationele reflex.'
In 'De kinderwet' moet rechter Fiona Maye zich uitspreken over een gelijkaardige zaak. Een zeventienjarige Jehovagetuige zal sterven als hij niet behandeld wordt. 'Gerechtshoven, die zich enkel mogen uitspreken over minderjarigen, stellen bijna allemaal het leven van het kind boven het geloof. Terwijl ik dit boek schreef, belden er Jehovagetuigen aan, ik hoefde dus niet naar hen op zoek te gaan. Ik vroeg hen wat zij zouden doen, indien ze een kind hadden dat een bloedtransfusie nodig heeft. Ze vertelden me zonder uitzondering dat ze de behandeling zouden weigeren. Voor hen eindigt het leven niet met de dood.'

De rechter in uw roman bezoekt de jongeman in het ziekenhuis. Hoe kwam u op het idee om muziek als verbindend element te gebruiken?

Die scène in het ziekenhuis was de lastigste. Ik wou laten zien dat er een emotionele connectie is tussen de jongen en de vrouw. Daarbij was subtiliteit noodzakelijk. Fiona Maye is kinderloos, ze ziet de jongen als de zoon die ze nooit had. Tijdens het bezoek zingt zij een lied en hij speelt daarbij viool. Op die manier wordt er in zijn geest iets ontketend, de jongen beseft dat er een andere manier is om te leven, een manier die hij niet kent. Ik wou van de jongen een tragische factuur maken, iemand die levendig is, warm.
Muziek is een bron van schoonheid voor me. Een locatie die steeds terugkomt in mijn boeken is een Londense concerthal, een plek waar ik een grote verbondenheid mee voel omdat ik er zo vaak geluk heb ervaren. Ik gebruik muziek wel eens om in de sfeer van mijn verhaal te komen, bij 'Aan Chesil Beach' kreeg ik toegang tot de personages door te luisteren naar muziek die ik met hen associeerde. Om te schrijven wil ik stilte. In de praktijk erger ik me vaker aan muziek dan dat ze mij gelukkig maakt. Denk maar aan de vreselijke muziek in hotels en restaurants, 'My Way' van Frank Sinatra bij het ontbijt, dat soort dingen.

Wat betekent religie voor u?

Ik ben opgegroeid met de Church of England maar mijn ouders waren niet praktiserend. Op school  moest ik wel elke ochtend religieuze liederen zingen en naar preken luisteren. Mijn gedachten dwaalden af, dat waren de momenten waarop ik verhalen schreef in mijn hoofd.
Ik heb van mijn hoofdpersonage geen woordvoerder van het atheïsme gemaakt. Fiona heeft geen uitgesproken oordelen. Enkele strengreligieuze critici zijn beledigd door mijn boek, ze vinden dat ik niet diep genoeg inga op de religieuze thematiek. Ik snap dat wel, maar ik wou geen boek over religie schrijven.
Wat me vooral boeit aan religie - want die interesse heb ik wel degelijk – is de kracht van haar hoopvolle vertelling. Dat is religie: een verhaal dat verwachtingen laat ontstaan bij gelovigen. Op die manier kijk ik er naar, bijna zoals een antropoloog, op een afstand. Over de vraag of er zoiets is als de hemel of de hel heb ik nooit moeten nadenken. Ik was altijd een overtuigd atheïst, heb religie nooit gezien als de enige basis voor een maatschappij gestoeld op ethische principes. Veel Noord-Europese landen zijn niet bepaald religieus en toch is er weinig misdaad, hebben de burgers er een goede morele code. In veel strengreligieuze landen is er dan weer veel misdaad en oorlog, kijk maar naar het nieuws. Dan heb ik het niet alleen over de ontwikkelingen met IS maar ook over India waar het hindoeïstische kastensysteem een vorm van sociale apartheid onderhoudt, die volgens mij erger is dan wat we ooit in Zuid-Afrika zagen. Dat we dit gedogen omdat het een religieus systeem betreft, vind ik onvergeeflijk.

Vindt u de houding van het Westen te laks?

Ik heb in elk geval de indruk dat Europese waarden als redelijkheid bedreigd worden. Je vraag is moeilijk te beantwoorden. Kijk naar Irak, onze intenties waren redelijk, toch werd het een afschuwelijke oorlog. In Syrië zijn we niet tussenbeide gekomen en dat resulteerde net zo goed in een grote ramp. Soms probeer ik me voor te stellen wat er was gebeurd indien we niet hadden ingegrepen in Irak. Stel je voor dat de Arabische lente zich in Saddam Husseins achtertuin had voltrokken. Hij had misschien wel een alliantie gesloten met Assad. Ingrijpen is geen optie, niet ingrijpen is het evenmin.
Ik gruwel van wat er momenteel gebeurt, volg maniakaal de nieuwsberichten. Soms heb ik het gevoel dat we ons in een afschuwelijke nachtmerrie bevinden. Dat er tien miljoen Syriërs op de vlucht zijn, kan ik niet bevatten. Vroeger had ik meer uitgesproken meningen en ideeën over politiek, nu ben ik sprakeloos.

Vijfenveertig

Hij is minzamer geworden, minder onverdraagzaam. 'Ik ben vergevingsgezinder, bereid om te zeggen dat ik het antwoord niet ken. Dat merk je aan mijn boeken en aan de manier waarop ik mijn personages vormgeef. Ik ben opener dan ooit. Onlangs dineerde ik met een bisschop die vond dat een Siamese tweeling niet gescheiden mocht worden door middel van chirurgie. De rechter die de kinderen liet behandelen, waardoor een het overleefde, zat ook aan tafel. Twintig jaar geleden had ik nooit met die bisschop willen eten, nu heb ik naar hem geluisterd.'

In hoeverre is 'De kinderwet' een boek dat enkel door u kon worden geschreven. Op welke manier bent u aanwezig in de tekst?

Het is niet autobiografisch. Met het hoofdpersonage Fiona heb ik niet veel gemeen, al ben ik net als zij ontzet over de manier waarop veel moderne ouders hun eigen plezier en ambities boven hun kinderen plaatsen. Misschien is dit een randverschijnsel van onze consumptiemaatschappij waarin velen gewend zijn te krijgen wat ze willen, inclusief een echtscheiding. In sommige gevallen is een scheiding niet de juiste oplossing. Tenminste, dat denk ik afgaande op wat ik zie gebeuren in mijn vriendenkring.
Mijn boeken reflecteren mijn interesses en ik sta steeds meer open voor de wereld rond mij. Na 'De troost van vreemden', mijn tweede roman uit de jaren 1980, had ik al het gevoel dat ik een andere weg diende in te slaan. Dat verhaal voelde veel te claustrofobisch, te existentieel, los van elke historische context. Het lijkt alsof mijn eerste verhalen autobiografischer zijn maar ik voelde me vervreemd van de verhaalstof, mijn interesses kwamen in die tijd nauwelijks aan bod in mijn werk. Nu zijn mijn interesses de motor van mijn schrijven, verder probeer ik onderwerpen aan te kaarten waarover nog niet teveel is geschreven. In 'De kinderwet' komt het familierecht aan bod. Hoe vaak gebeurt dat nu in hedendaagse fictie? Romans spelen dikwijls in rechtszalen, het gaat echter meestal om moordzaken.

Hoe kijkt u aan tegen ouder worden?

Ik ben nu zesenzestig. Bang om ouder te worden, ben ik niet. Wel vind ik het ontgoochelend. Het leven is zo interessant, het is zonde om het allemaal te moeten achterlaten. Ik ben heel nieuwsgierig van nature en het idee dat er aan het einde niets is dan vergetelheid vind ik onverdraaglijk. Onlangs ging ik wandelen met twee vrienden van dezelfde leeftijd en ik vroeg hen hoeveel ze zouden betalen om twintig jaar jonger te zijn. Alle drie hadden we er veel voor over.
Ik moet altijd denken aan mijn moeder, die ooit zei 'Was ik maar opnieuw vijfenveertig!'. Zelf was ik toen in de twintig. Toen begreep ik haar niet. Nu wel, o wat ik begrijp ik haar nu goed. Op je vijfenveertigste ben je fysiek nog in staat om veel te doen en je weet een en ander over het leven, het is de allerbeste leeftijd. Nu heb ik enkel de ochtendillusie:  elke dag voor ik mijn ogen open, denk ik twee seconden dat ik twintig jaar jonger ben. Sinds enkele jaren vraag ik me af hoeveel romans ik nog zal schrijven en toch lig ik daar niet wakker van. We shall find out, zoals Philip Larkin schreef in zijn gedicht over de dood.

Ian Mc Ewan - De kinderwet - vertaald door Rien Verhoef – De Harmonie - oorspronkelijke titel: The Children Act.





vrijdag 21 november 2014

Sarah Waters – De huisgenoten (De Standaard)

Gestommel op zolder

'De huisgenoten', de nieuwe roman van Sarah Waters is een van de meest meeslepende Angelsaksische boeken van het najaar. Steeds dieper graaft de schrijfster in het hoofd van haar personages .

Kathy Mathys

Ooit vroeg ik Sarah Waters tijdens een interview waarom haar verhalen zoveel onverwachte wendingen hadden. Ze antwoordde dat ze de plot zag als een levensbevestigende kracht, een motor die het verhaal aanzwengelt, papieren levens voortstuwt. En zo was het ook in die eerste romans van haar, 'Fluwelen begeerte', 'Vingervlug': wat een bruisende energie en roekeloosheid zit er in die verhalen.
Dat werd anders vanaf 'De nachtwacht', een roman die speelt op het puin van de Tweede Wereldoorlog. Het tempo vertraagde en Waters liet zich in mindere mate zien als de schrijfster die bekend is om haar plotwendingen. Ze ging levens beschrijven die sputterden, soms zelfs ronduit aan diggelen lagen.
In 'De huisgenoten' voelt Frances Wray zich een geest in eigen bestaan. Vier jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog woont ze alleen met haar moeder in een voorname Londense buitenwijk met ruime tuinen en elegante bomen. Alleen: het gezin is verarmd sinds de zonen omkwamen in de oorlog en de vader na zijn dood schulden naliet. Het personeel is weggestuurd en Frances schrobt zelf de vloeren maar dat volstaat niet. Daarom nemen de vrouwen betalende huisgenoten. Lilian en Len Barber zijn exoten uit een wereld die Francis begeestert en de moeder meewarige blikken ontlokt. Lilian draagt met franje afgezette rokken, karmozijnrode truien, Turkse slippers en een kimono. Waters schetst haar met iets van ironie; de pauwenveren en sculpturen op de schoorsteenmantel van de Barbers vormen een rommelig allegaartje.
Frances is zesentwintig, de Barbers zijn enkele jaren jonger. Ze voelt zich een oude vrijster in hun nabijheid en toch had Frances ooit uitzicht op een ander leven, een dat haar vrijheid verschafte, een liefde, de kans om iets te betekenen in de wereld. Na de oorlog durfde ze haar moeder niet te verlaten en kwam er een einde aan haar relatie met Christina, die wél haar vleugels uitstrekte en in Soho ging wonen.

Diepgravend en lucide

De eerste helft van dit boek speelt in de villa waar moeder en dochter 's avonds de voetstappen op het plafond proberen te negeren. Naarmate Frances en Lilian naar elkaar toegroeien, zijn er meer gesprekken op de overloop, in donkere hoeken, in de bijkeuken. Waters haalt het maximum uit de locatie en dat doet ze ook met de buitenscènes. Er is een prachtige Londense passage waarin we heel dicht bij Frances' kern komen. Wandelend door de stad 'leek ze als een spons alle bijzonderheden in zich op te zuigen, of als een batterij te worden opgeladen'. Frances schaamt zich om de vervoering die ze ervaart en waarover ze niet praat met anderen. Zelfonthulling is ongebruikelijk in haar klasse. Dat is heel anders voor de arbeidersklasse die de Barbers - de pauwenveren en franjerokken zijn verkleedkostuums – wensen te ontgroeien.
Het tweede deel speelt, behalve in het huis, ook in gerechtsgebouwen zoals de Old Bailey, een plek die doet denken aan 'Bleak House' van Charles Dickens en die de roman ook daadwerkelijk terugvoert naar victoriaanse tijden. Waters laat Frances tijdens een kerkhofbezoek de Dickensiaanse namen op de grafstenen bewonderen maar er is meer: in het Londen van na de oorlog zijn de verworvenheden van de vroege twintigste eeuw teruggeschroefd. Zo voelt het althans voor Frances, het is de oorlog die haar doet kiezen voor een leven aan de zijde van haar fragiele moeder.
Het rechtbankdrama is beklijvend en toch is dit niet de grote forte van dit boek. Het is de psychologie van de personages, met name die van Frances, die dit verhaal laat schitteren. Waters weet de voortdurende innerlijke verschuivingen in haar hoofdpersonage heel lucide weer te geven. Niet alle karakters zijn even sterk, soms bekruipt je een 'Downtown Abbey'-gevoel en toch deert dit niet, is het zelfs onvermijdelijk in een verhaal waarin het voor bepaalde klassen onbeleefd is om over iets substantieels te praten.
De liefdesscènes tussen Frances en Lilian zijn expliciet, onbeschroomd. Wat nog meer blijft hangen is een gruwelijke vruchtafdrijving die in de meest bloederige details wordt gevat.
Is dit een misdaadroman? Niet echt of niet in de eerste plaats. De rekwisieten van een thriller zijn aanwezig, de spanning ook en toch is dit vooral een roman over twee vrouwen die niet weten of ze de vrijheid aandurven. Het is een verhaal over moeilijke morele dilemma's, over waanzin en angst en over hoe dat laatste alles aanvreet: trouw, moed, loyaliteit.
Waters zoekt het donker op in deze prachtroman die het veel minder heeft van plot dan van psychologische verdieping.

****


Sarah Waters – De huisgenoten – vertaald door Nico Groen, Sjaak de Jong en Marijke Versluys - Nijgh en van Ditmar - The Paying Guests - 559 blz.

vrijdag 14 november 2014

Jim Crace interview (De Standaard)

Net onze wereld

Een van de mooiste romans van dit najaar is 'Oogst' van de Engelse Jim Crace. Hij praat over de nood aan verzinsels, over engagement en zijn angst om vast te lopen.

Kathy Mathys

'Ik schreef dit boek in zes maanden, zelden ging het zo makkelijk. Vreemd, de jaren daarvoor was ik bij een ander project helemaal vast geraakt,' vertelt Crace over 'Oogst'. De eerste romans die hij schreef, gingen over gemeenschappen in transitie. Vervolgens schreef hij romans rond de grote metafysische thema's, dood en liefde: 'Kluizenaars' en 'Een man, een vrouw en de dood'.
Met 'Oogst' keert Crace terug naar zijn beginperiode. Het is een verhaal over een gemeenschap die op het punt staat te veranderen. Op de vooravond van het grote oogstfeest strijken drie vreemdelingen neer in het naamloze dorp. Dan woedt er een brand in een van de schuren en begint de zoektocht naar een zondebok. Deze bezwerende roman stond op de shortlist van de Man Booker Prize 2013.

'Ik ben op geen enkele manier een autobiografische schrijver. Boeken vloeien nooit voort uit de directe omstandigheden in mijn leven, ze gaan over onderwerpen die me interesseren en ontstaan uit vragen die me bezighouden. 'Oogst' vindt zijn oorsprong in de wandelingen die ik maak in het Engelse landschap, een landschap dat me bedwelmt en betovert en dat toch het resultaat is van bloederige historische gebeurtenissen. Ik wandel veel in de Britse Midlands door velden die ooit landbouwgrond waren voor kleine gemeenschappen. Van buitenaf kwamen er machtige spelers die de bewoners wegjaagden, de grond claimden en er schapen kweekten, wat geld opleverde. Dit is kapitalisme op zijn gruwelijkst: mensen hun thuis afnemen voor geldgewin. Dit verhaal is nog steeds actueel, zo las ik net in de Guardian over de onteigening van indianen in Brazilië en er zijn meer voorbeelden te vinden.
Dat was het thema waarmee ik vertrok, onderweg kwam er een ander thema te voorschijn dat ik niet had voorzien. In 'Oogst' komen drie vreemdelingen naar het dorp, ze worden gewantrouwd en slecht behandeld. Meer en meer werd het daardoor een roman over immigratie en over onze angst voor de vreemdeling. Dat had ik niet verwacht en daarin schuilt voor mij het bijzondere van schrijven. Onderweg gebeurt er veel dat je niet kan zien aankomen.'

In uw verhalen schrijft u over het verleden, over de toekomst of over een wereld die nogal op de onze lijkt. Waarom heeft u die vertekeningen nodig?

'Al mijn boeken zijn sterk metaforisch, ze gaan allemaal over hedendaagse politieke en maatschappelijke thema's maar ik wil geen pamflet schrijven of propaganda voeren. Door de verhalen in het verleden of in de toekomst te plaatsen, of door een landschap te verzinnen dat niet echt bestaat, creëer ik wat afstand. Romans mogen, wat mij betreft, enkel vragen stellen, ze mogen geen antwoorden geven.'

Heeft u altijd op deze metaforische manier geschreven of waren de eerste aanzetten anders?

'Schrijvers prijzen zich gelukkig wanneer ze hun stem vinden. Toen ik zeventien was, stelde ik me voor dat ik een nieuwe Steinbeck of Orwell was, een realistische schrijver met een groot engagement. Dat waren de schrijvers die ik bewonderde. Toen ik die eerste roman begon te schrijven, wist ik niet wat de volgende zin moest zijn, laat staan dat ik enig idee had over de volgende paragraaf.
Toen las ik werk van Márquez en ik dacht: 'Zo kan ik ook zingen!' Ik besefte dat het toegestaan was om dingen te verzinnen. Het was alsof iemand me toestemming gaf om iets te doen waar ik veel zin in had, iets wat ik als kind ook al deed: in atlassen kijken, zelf nieuwe continenten tekenen. Het idee dat ik dieren, geschiedenis en landschap kon creëren, was een grote openbaring. Toch ben ik ook een puritein, speelse verhalen schrijven volstaat niet voor mij. Ik wil boeken schrijven die op moreel vlak ernstig zijn, die er toe doen. Ernst is  niet bepaald typisch voor de Engelse literatuur. In Engeland is het in bepaalde kringen nog steeds ongemanierd om langer dan twee minuten ernstig te zijn, steeds weer duikt de ironie op.'

Het narratieve dier

De romans van Jim Crace onderscheiden zich niet enkel door hun net anders uitziende wereld en dwingende thematiek, ook op vlak van taal stijl zijn ze bijzonder. 'Er staan veel verzonnen woorden in 'Oogst'. Mijn vertaalster stuurde me een lijst met woorden, vergezeld van de vraag welke verzonnen waren. In sommige gevallen kon ik het mij niet eens herinneren. In mijn ogen waren ze inmiddels echt. Feit en fictie lopen heel erg door elkaar in mijn verhalen; wat verzonnen is kan de status krijgen van de waarheid. Ik gebruik liever een verzonnen naam voor een kever dan een Latijnse: die laatste houdt de lezer enkel op afstand.'
Craces zinnen hebben een sterke cadans, vergelijkbaar met die in orale literatuur.  'Wij mensen zijn uniek omdat we verhalen vertellen, we zijn de enige diersoort die dit doen. Voor mij is het enorm troostend en vervullend om aan te sluiten bij deze oude, orale traditie van verhalen vertellen,' aldus Crace. 'Ik ben een darwinist, ik ben er van overtuigd dat ons talent voor verhalen vertellen heeft bijgedragen aan onze overleving. Het is essentieel voor de mens. Fictie heeft een hoger doel, het laat ons kennismaken met de liefde nog voor we van de liefde hebben geproefd, met de dood nog voor we zelf onze laatste adem hebben uitgeblazen.'

Tijdens de jaren 1990 verschenen uw meest bekende romans, 'Kluizenaars' en 'Een man, een vrouw en de dood', verhalen over het persoonlijke en intieme leven. Hoe kijkt u op dit werk terug? Het is in veel opzichten anders dan de rest.

'Het gaat inderdaad over persoonlijke thema's, dood, liefde, religie. Ik vind deze boeken nog steeds bijzonder maar het zijn verhalen over persoonlijke politiek. Ik denk dat het de puritein in mij is die me opnieuw in de richting van het engagement en de gemeenschap stuurde. Politiek is uiteindelijk essentieel voor mij, zelfanalyse maakt me nerveus. Ik vind heel veel fictie narcistisch, navelstaarderig. Ik kijk liever naar politieke bewegingen en hun impact op de wereld. Daardoor zijn mijn personages wel minder ontwikkeld dan in veel realistische fictie, het zijn archetypes. Ik heb soms moeite om hun namen te onthouden.
Ik had het net over de Engelsen en hun neiging om overal een ironische saus overheen te gooien. Hetzelfde geldt voor politiek: we houden ons liever stil dan dat we luid protesteren. Ik ben op dat vlak net zo schuldig als anderen. Wanneer ik aan een feesttafel zit en iemand maakt een homofobe opmerking, dan zwijg ik omdat ik de avond niet wil verpesten. Nochtans voel ik de nood om iets te zeggen. Het hoofdpersonage in 'Oogst' is schuldig aan de 'Engelse zonde', hij zwijgt wanneer hij zijn stem zou moeten laten horen, hij houdt zich liever schuil.'

In de verantwoording van uw boek neemt u afscheid van het schrijven. Dat was in 2013. Blijft u bij uw besluit?

'Er waren verschillende redenen waarom ik het einde van mijn loopbaan als schrijver aankondigde op mijn vijfenzestigste. Ik kreeg last van de stress om steeds weer een nieuw boek te produceren. Ik ben nog een van die gelukkige schrijvers die op voorhand betaald worden, zelfs voor mijn eerste boek was dat het geval. Toch legt dat een heleboel druk op je en daar kreeg ik last van. Verder waren er persoonlijke problemen in mijn gezin, een van mijn kinderen was doodziek en dan lijkt fictie schrijven plots onbelangrijk. Mijn dochter overleefde het en nu gaat het goed met haar.
Vlak voor die persoonlijke crisis was ik vastgelopen met een roman, op 40 000 woorden strandde ik. Toen besefte ik dat ik het voorschot zou moeten terugbetalen en ik vreesde bankroet te zijn. De laatste reden waarom ik er de brui aan wou geven, had te maken met mijn ideeën over het schrijverschap in het algemeen. Ik vrees dat veel schrijvers op latere leeftijd bitter worden: ze krijgen niet meer de aandacht die ze verdienen, ze verkopen niet meer enzovoorts. Ik wou die bitterheid niet toelaten in mijn leven.
Met één ding had ik geen rekening gehouden, mijn brein laat me niet toe om met pensioen te gaan. Net zoals een componist het niet kan laten om een melodietje te neuriën, kan ik het niet laten om verhalen te verzinnen. Dus ja, ik ben van gedacht veranderd. Ik wil echter geen voorschotten meer en dat neemt de druk weg. Ik heb een gevoel van bevrijding wanneer ik nu aan het schrijven ben. Momenteel werk ik aan een nieuwe roman en ik wil een verzameling essays schrijven over natuurkunde die ik presenteer als feit maar die fictionele ingrediënten bevatten.

Waarover ging de roman waarin u vastliep?

'Het was een autobiografische roman. Ik heb altijd gedacht dat ik niet over mezelf kon schrijven omdat ik te gelukkig ben en mijn leven te gewoon is. Ik ben al veertig jaar getrouwd, daar kan ik niet veel mee als fictieschrijver. Toch was er één ding dat me heel ongelukkig maakte en dat was de dood van mijn ouders. Ik wou een boek schrijven à la 'Gullivers reizen'. Ik heb namelijk vaak gefantaseerd dat ik mijn ouders ooit opnieuw zal ontmoeten op een strand. Dat was geen religieuze fantasie want ik ben een overtuigd atheïst. Ik zou dus een boek schrijven over het strand waar ik alle mensen ontmoette van wie ik ooit hield. Ik liep vast omdat ik niet de moed had om tot op het bot te gaan, om volledig open te zijn.
Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik in al mijn boeken enigszins op veilig speel, ik laat me niet zien, ik onthul mezelf niet. Volgens mij hebben autobiografische schrijvers veel meer moed nodig, ze stellen zich kwetsbaar op, lopen het risico belachelijk gemaakt te worden. Dus aan de ene kant ben ik wel blij dat ik mijn typische metaforische stem heb gevonden, aan de andere kant is er een deel in mij dat ernaar verlangt om iets strikt autobiografisch te schrijven.
Ik vind het idee van het strand nog steeds sterk, misschien herschrijf ik het als een borgesiaans essay, wie weet.'

****

Jim Crace - Oogst – vertaald door Regina Willemse – De Geus - 248 blz. - oorspronkelijke titel: Harvest.









zondag 9 november 2014

William Trevor - Heilige beelden (De Standaard)



Kleine hoop

De Ierse schrijver William Trevor verdient de naamsbekendheid en aandacht van een Jonathan Franzen. Dat bewijzen de korte verhalen in 'Heilige beelden' eens te meer.

Kathy Mathys

Een vrouw zit in een verlaten theatercafé. In haar aangezicht de restanten van een elegante schoonheid. Een iets jongere man neemt plaats tegenover haar. Een relatiebureau heeft het rendez-vous geregeld. Trevor volgt hun bewegingen en gedachten, de machtsverhouding tussen de twee in 'Een avond uit', een verhaal dat verwondert en intrigeert. Een meester is Trevor in de uitgekiende analyse van mensenlevens. Over het verleden van de vrouw: 'Als je het allemaal bij elkaar nam, vormde het een leven; je leefde in de nasleep ervan.'
Leven in de nasleep van wat toch al niet zo opzienbarend was, leven in de hoop op een minimale verschuiving, dat doen de doodgewone mensen in deze verhalen. Vissers zijn het, caféhouders, priesters, weduwnaars. In 'Stervensbegeleiding' krijgt een kersverse weduwe – haar dode man ligt boven op bed – bezoek van twee religieuze vrouwen. Ze komen te laat aankloppen met hun stervensbegeleiding en zijn er van overtuigd dat de vrouw gezelschap kan gebruiken. Zo hopen dat hun klassieke platitudes zullen verzachten. Dat pakte anders uit wanneer de weduwe in alle openheid over het huwelijk spreekt. Haar woorden zijn hard en achteraf beseft de weduwe dat de twee ongehuwde vrouwen haar nooit kunnen begrijpen want hoewel de weduwe niet rouwt, was er toch 'nog enige liefde'.
De raadselachtige kronkels van het hart staan in meer verhalen centraal. Trevor is niet de schrijver van de bruuske wending of de verrassende twist aan het eind. De verworven inzichten zijn subtiel, bijna ongrijpbaar. In 'Kat in het donker' ontmoeten twee geliefden – een gescheiden vrouw en een getrouwde man – elkaar in parken en cafés. Trevor blijft enigszins op afstand naar hen kijken, alsof hij vreest het weinig breekbare dat er is te zullen verstoren. De man en de vrouw in dit verhaal verbazen zich over hun emoties, ze kunnen hun liefde niet helemaal bevatten.

Grote en kleine geheimen

Op enkele uitzonderingen na spelen deze verhalen in landelijk Ierland, waar de parochiepriester zijn invloed verliest en jonge vrouwen dromen van een ander leven. In 'Justina's priester' raakt de depressieve dorpspastoor een zwakbegaafd meisje met geen vinger aan en toch maakt hij op een hopeloze, mededogen oproepende manier gebruik van haar.
In 'Grof geld' verwart een aanstaande bruid gevoelens voor haar aanstaande met gevoelens voor Amerika, het land waar het paar wil gaan wonen. De verbeelding is een sterke kracht in het leven van de bruid, die eindeloos fantaseert over Amerika.
Ook in 'Rose huilde' is het de verbeeldingskracht van het personage die de motor vormt van het verhaal. Rose krijgt aandacht van haar klasgenootjes dankzij de verhalen die ze vertelt, verhalen die ze als feiten presenteert maar naar hoge waarschijnlijkheid verzint.
Trevor schrijft over de kleine en grote geheimen waar we allemaal mee leven. 'Graillis' nalatenschap' gaat over een weduwnaar die een erfenis ontvangt van een oude geliefde. Hij keert terug naar haar huis, een vergissing want 'door naar het huis te gaan, had hij iets verstoord wat voorbehouden was aan de herinnering'.
'Afzondering' is het enige verhaal in de ik-persoon, Trevor vertelt graag in de derde persoon en van op enige afstand. De enige ik-verteller draagt een geheim met zich mee dat te zwaar is om op Ierse bodem te kunnen torsen. Ze is helemaal naar Italië verhuisd waar ze in een hotel woont en tijdens toevallige ontmoetingen de luisteraar angst aanjaagt met haar onthullingen over vroeger.
In het titelverhaal overweegt een vrouw in een financieel nijpende situatie om een radeloze daad te begaan. Uiteindelijk houdt ze zich in en beseft ze dat ze nooit aan haar man zal kunnen vertellen wat ze van plan was.
Een enkel verhaal valt tegen, 'Op straat', dat het moet hebben van een wat flauw effect.
Trevors verhalen hebben een psychologische diepgang die vergelijkbaar is met die van Alice Munro. Hun taal is niet opzichtig, soms wat gedragen, doorspekt met woorden uit een verdwijnende wereld. Samen met deze prachtbundel verschijnt de vertaling van een van Trevors vele romans: 'Het verhaal van Lucy Gault'.

****

William Trevor - Heilige beelden - vertaald door Sjaak Commandeur - J.M. Meulenhoff - 223 blz.

Over mij

Mijn foto
Als freelance schrijver gaat mijn aandacht vooral uit naar Engelstalige literatuur. Ik recenseer fictie en interview auteurs voor De Standaard der Letteren, Schrijven Magazine. In 2010 zat ik in de jury van De Gouden Uil en in 2011 en 2012 zat ik in de jury van de Ako Literatuurprijs. Daarnaast schrijf ik over eten. Vooral de achtergrondverhalen boeien mij. Ik geef lezingen over eten en boeken en interview auteurs voor publiek. Verder geef ik cursussen en workshops in creatief schrijven (zie www.writerskitchen.nl). Ik ben als docent verbonden aan De Schrijversacademie (www.schrijversacademie.nl). In 2015 verschijnt mijn eerste boek bij De Bezige Bij Antwerpen.