vrijdag 11 juli 2014

Alice Munro – Levens van meisjes en vrouwen (De Standaard)


Dromen van grootser

Ons bestaan is mysterieus en vormonvast ontdekt Del Jordan in Alice Munro's 'Levens van meisjes en vrouwen'.

Kathy Mathys

Nu Alice Munro de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, verschijnen er vertalingen van oudere werk. 'Levens van meisjes en vrouwen' is een romanachtige bundel uit 1971. Romanachtig want alle verhalen gaan over het leven van Del Jordan. Munro begint met haar kindertijd en eindigt met de jongvolwassen vrouw. Op de achterflap van mijn Engelstalige editie staat het woord scrapbook, wat een lossere opzet suggereert dan bij een roman. Munro herhaalt bepaalde details steeds opnieuw, bijvoorbeeld over de vossenhandel van Dels vader. Ze deed dit vermoedelijk niet met verstrooide lezers in gedachten, wel omdat ze de verhalen als zelfstandige satellieten zag.
Dit boek begint – ook al in de romantraditie – met een grondige omzwerving in het landschap, het Jubilee van de jaren 1940. Dels familie woont niet in de stad maar op Flats Road, een overgangsweg tussen het centrum en de bush. Veranda's met schommelstoelen, verlopen velden vol paardenbloemen, met krantenpapier afgeplakte ramen in verkrotte huizen van illegale stokers: het is een landschap waar Dels moeder een hartstochtelijke hekel aan heeft.
De jonge Del legt haar oor te luister bij de excentrieke vrijgezel in dienst van haar vader, oom Benny, verteller van straffe dorpsverhalen. In Benny's tot aan de nok met rommel volgestouwde huis leest Del in sensatiekranten over verkrachtingen en freaks. Ze hongert naar verhalen, in wat voor vorm ook.
Andere kleurrijke figuren in haar kinderjaren zijn de twee ongehuwde oudtantes, zussen die grappend door het leven lijken te gaan maar een zieldodende filosofie aanhangen: laat je niet opvallen, hou je gedeisd. Wie wel een gooi doet naar succes of zich bezondigt aan enige vorm van vertoon is schaamteloos, vinden de oudtantes. Voor de jonge Del zijn de twee ontzagwekkende figuren, later krimpen ze voor haar geestesoog en wanneer Del een verzoek van hen niet inwilligt voelt ze 'wroeging, de soort lichte wroeging waarin ook wrede, pure voldoening schuilt'.
Wie Munro kent van recenter werk, treft hier bekende thema's: het klein denken in ruraal Canada, de zoektocht naar iets anders dan wat de norm voorschrijft, de wreedheden die we allen begaan.

Seksueel verlangen

Dels moeder walgt van onwetendheid en bekrompenheid. Als verkoper van encyclopedieën meent ze goud te verhandelen, zozeer prijst ze kennis. Toch is ze niet één en al vooruitstrevendheid, over seks is ze preuts. Del weet niet altijd wat ze aanmoet met de hoekige waarheden die haar moeder vertelt. Munro schrijft meesterlijk over de moeder-dochterband, over de verschroeiende schaamte van Del om haar ongewone moeder.
In elk van deze verhalen grijpt Munro een nieuw thema bij het nekvel: de dood in 'Erfgenamen van het levende lichaam', geloof in 'Het religieuze tijdperk'. Dels moeder gelooft niet, ze komt uit een strengreligieuze familie. Het meisje voelt zich tijdelijk aangetrokken tot de verhalen en rituelen van de kerk. In verschillende vertellingen plaatst Munro twee ingrijpende gebeurtenissen naast elkaar, de herdenking van de kruisiging van Christus en het neerschieten van de familiehond, bijvoorbeeld. De twee belichten en becommentariëren elkaar op een impliciete manier.
Lees je deze bundel, dan valt het op dat de vroege Munro uitgebreid schreef over seksueel verlangen, eerst in puberale, smachtende vorm, dan, wanneer Del ouder wordt, zonder terughoudendheid. Wat doet ze dat overtuigend en onverschrokken.
Hoe te leven als vrouw in een wereld waarin de mist al te traag optrekt? Dels moeder gelooft in verandering, in een universum waar vrouwen hun eigen weg te gaan. Naomi, Dels schoolvriendin, voegt zich naar de heersende waarden. Ze lakt haar nagels in parelmoer, stopt vroegtijdig met school en neemt een keurig baantje.
Voor Del heeft Munro iets anders in petto; in het laatste verhaal lezen we hoe deze vrouw de dorpsverhalen kneedt tot materiaal voor haar roman.
Geweldige dialogen, psychologische finesse, intensiteit, filosofische diepgang: het zijn de superieure ingrediënten van deze bijzondere collectie.

****

Alice Munro – Levens van meisjes en vrouwen – vertaald door Pleuke Boyce - De Geus - 379blz - 21.95 € - ebook: 17.99 €. - Oorspronkelijke titel: Lives of Girls and Women.



woensdag 9 juli 2014

Mijn boek # 2


Volgend jaar verschijnt mijn eerste boek, een zoektocht naar wat smaak is. Het wordt geen droog feitjesboek maar een persoonlijk werkstuk vol verhalen en eetherinneringen, die van mij, die van anderen. Tijdens mijn research ontdek ik boeken die bij ons weinig bekend zijn en daar vertel ik hier wat over.

Vandaag Aroma - The Cultural History of Smell van Classen, Constance en Howes. Academische titels zijn wel eens taaie kost, maar dit boek kon ik niet neerleggen, ik bleef maar verbazingwekkende dingen noteren. Jammer dat het zo goed als onbetaalbaar is. Ik huurde het als e-boek en dat kostte 'slechts' 20 dollar.
De mooiste delen gaan over geïsoleerd levende stammen bij wie geur een veel centralere rol speelt in het leven dan bij ons. De bewoners van de Andaman eilanden delen de tijd niet op in weken en maanden, wel in geurperiodes. De periodes zijn genoemd naar bloemen.
De Desana uit het Colombiaanse regenwoud noemen zichzelf 'wira': mensen die ruiken. De stam heeft een gesofistikeerde geurclassificatie die het leven vormgeeft. In de keuken bepaalt de geur van het eten hoe het bereid wordt en welke ingrediënten je mag combineren.Van wild en bepaalde vissoorten vinden de Desana dat ze een muskusachtige geur hebben. Pas nadat het vlees gerookt en gekookt is, wordt het eetbaar voor de stam.
Wat hebben wij een arme taal om geuren en smaken te beschrijven! In het Quechua, een oude Inca-taal die hier en daar nog gesproken wordt in de Andes, bestaan aparte woorden voor 'lekker ruiken', 'iemand iets laten ruiken', 'een eetgeur opsnuiven'.


We mogen dan een arme geurtaal hebben, gelukkig hebben we wel gedichten over geur, zoals dit van Ian McMillan uit de dichtbundel voor kinderen Sensational! - Poems inspired by the Five Senses, onder redactie van Roger McGough:

Stale

You know how sometimes
you open your sandwich box
and it smells stale

and there are a few crumbs
and a biscuit wrapper
and a bit of a crisp

and you want to close it
although you know you should wash it
you want to close it.

Well, that's how I feel today.



Ian McMillan









dinsdag 8 juli 2014

Mijn boek

Meer dan twee jaar al schrijf ik aan mijn eerste boek dat volgend jaar zal verschijnen. Soms gaat dat heel goed, zoals hier, op de foto, soms is het een gezwoeg. Ja, ja, altijd eerst met pen en papier!

Het wordt een heel persoonlijk werkstuk waarin ik op zoek ga naar wat smaak is, wat het betekent voor mij, voor ons.
Bij mijn research bots ik op geweldige boeken en de komende maanden wil ik daar af en toe iets over vertellen. Morgen begin ik met Aroma: The Cultural History of Smell van Classen, Howes en Synnott. Wonderlijk boek!

maandag 7 juli 2014

Joanna Rakoff - Mijn jaar met Salinger (De Standaard)



Carbonpapier en nertsstola's

Joanna Rakoff werkte een jaar voor het agentschap dat J.D. Salinger vertegenwoordigde en schreef er een levendige autobiografie over.

Kathy Mathys

Salingeriana: het is de term die we gebruiken voor geruchten en roddels rond de mythische Amerikaanse schrijver. In New York zou hij tussen zwartgeverfde muren hebben geleefd, jarenlange vriendschappen met uitgevers zou hij hebben verbroken omdat een paperbackeditie hem niet beviel. Hij zou een obsessieve interesse voor macrobiotica hebben gehad en uitgevallen zijn tegen een dorpsgenoot die hem de hand wilde schudden.
'Mijn jaar met Salinger' is geen biografie over de schrijver en Joanna Rakoff doet geen poging om het troebele Salingerwater te dreggen op waarheden. Salinger komt terloops het verhaal binnengewandeld. Rakoff toont hem als een best aardige man die te hard schreeuwt aan de telefoon, hij weigerde zijn hoorapparaat te dragen.
In 1942 haalde agente Dorothy Olding Salinger binnen bij Harold Ober Associates, door Rakoff simpelweg het Agentschap genoemd. Later nam Phyllis Westberg het vaandel over en het is deze vrouw die in 1996 Rakoffs bazin wordt.
Met horden trokken pas afgestudeerde jongens en meisjes met literaire ambities toen naar hartje New York, hopend op een ingang tot een wereld die hen glanzend leek. Het liefst wilden ze vergeten dat hun ouders in de buitenwijken geld hadden, ze snakten naar een rauwere werkelijkheid.
Rakoff belandt bij Harold Ober op Madison avenue, een plek die ze in glorieuze details beschrijft. Het lijkt wel de jaren 1940, denk je, wanneer de schrijfster je door de wandelgangen loodst. Donkerbruine boekenkasten, donkergroene tapijten, nauwelijks daglicht. Een dictafoon met voetpedalen, een tijdmachine, carbonpapier: daarmee moet Rakoff aan de slag. Het fotokopieerapparaat is een recente aanwinst en pas aan het einde van het boek komt er een computer in zicht, één exemplaar dat de medewerkers moeten delen. Met zuinigheid of armoede heeft dit niets te maken, het agentschap wil wat lelijk is en nieuwerwets weren. Westberg is een personage uit een andere tijd, ze draagt nertsstola's en gigantische brillen, is gewend aan langgerekte Martinilunches. Rakoff verbaast zich over dit oude New York maar ze cultiveert het ook, vergelijkt de mensen die haar pad kruisen met personages uit het werk van Edith Wharton of Jean Rhys.

Druk belverkeer

Westberg veroordeelt Rakoff tot secretaressewerk. Ze moet brieven tikken, contracten nalezen, telefoontjes beantwoorden. Over Salinger, die Westberg 'Jerry' noemt, zegt de bazin: 'Het is ons werk hem niet lastig te vallen.'
Rakoff beantwoordt de fanmail die onophoudelijk toestroomt: ontwapenende epistels van tieners die zich herkennen in Holden Caufield uit 'A Catcher in the Rye', aangrijpende brieven van veteranen die troost vinden in Salingers frontverhalen. Eerst tikt Rakoff nog standaardantwoorden, daarna laat deze schrijfster in de dop zich bloemrijker uit, meer betrokken.
Tijdens haar agentschapjaar krijgt Rakoff Salinger vaak aan de lijn, hij is hoffelijk, informeert hoe het vordert met haar gedichten. Er is een reden voor dit drukke belverkeer: Salinger overweegt om 'Hapworth', een verhaal dat in de New Yorker verscheen, als een afzonderlijk boek te laten publiceren door een kleine onafhankelijke uitgever. De voorbereiding dient in het grootste geheim te gebeuren, de media mogen pas weet krijgen van het boek bij verschijning. De deal springt af want de uitgever praat zijn mond voorbij, Salinger hult zich opnieuw in stilzwijgen.
Toen Rakoff voor het agentschap ging werken, las ze Didion, Faulkner, Pynchon. Salinger had ze altijd vermeden uit vrees dat hij 'onuitstaanbaar snoezig' zou zijn. Uiteindelijk leest ze hem toch, ontdekt ze hoeveel ze deelt met zijn personages. Rakoff zoekt naar echo's tussen haar leven en dat van Salinger-personages als Holden Caufield en Franny. Dit komt geforceerd over, vooral aan het eind, wanneer er bruuske sprongen voorkomen in dit boek.
Verder is dit een levendige autobiografie met boeiende personages die belangwekkende keuzes moeten maken. Het is ook het verhaal van een verdwenen tijdperk. Westberg verzet zich tegen de huidige boekencultuur waarin enkelingen gigantische voorschotten ontvangen die ze nooit kunnen terugverdienen. Je vraagt je onvermijdelijk af of ze bij het Agentschap nu allemaal een computer hebben. De homepage van het bedrijf ziet er sowieso ouderwets uit: een foto van dikke, donkerkleurige gebonden boeken.

***

Joanna Rakoff - Mijn jaar met Salinger – vertaald door Dennis Keesmaat – Nijgh en van Ditmar – 263 blz. - oorspronkelijke titel: My Salinger Year.

vrijdag 4 juli 2014

Personages ontwikkelen (Schrijven Magazine)



Personages ontwikkelen

Hoe geef je je personages vorm en hoe verhouden zij zich tot de plot?

Alles begint met een personage. Eerst is het nog een schim, dan krijgt het geleidelijk aan vlees op de botten. Of misschien heb je al meteen een haarscherp beeld, alleen hoor je hem of haar nog niet praten. Het kan weken, maanden duren voor deze kiem ten volle is ontsproten.
Eén ding is zeker: je kan pas beginnen met schrijven, wanneer je de stem van je personage hoort, wanneer je weet hoe het personage beweegt, wanneer je zijn biografie kent. Je leest vaak in schrijfboeken dat je personage je net zo vertrouwd dient te zijn als je beste vriend. Of beter nog: je moet het net zo grondig kennen als jezelf.
Onderwerp je personage aan een diepte-interview, genre Zomergasten. Je wil alles over dit personage te weten komen, niet enkel de keurige biografische details: hobby's, beroep. Nee, je gaat op zoek naar datgene wat haar of hem uniek maakt. Je vraagt naar angsten en geheimen, kleine kantjes en obsessies. Teken de plattegrond van het huis van je personage. Sluit je ogen, kruip in de huid van je personage en loop door alle kamers. Bekijk het decor door zijn/haar ogen. Wat ziet je personage en waarom ziet hij/zij dit?
Lijstjes maken is in, meestal maak je ze over jezelf. Waarom geen lijstjes maken vanuit je personages? Denk aan favoriete muziek, topvakanties, lekkere maaltijden, fijne vrienden. Leuke lijstjes vind je bijvoorbeeld in Listography - Your Life in Lists van Lisa Nola.
Een van de meest zinvolle voorbereidende oefeningen staat in Creating the Story van Rebecca Rule en Susan Wheeler. Zij citeren de openingsparagraaf van het verhaal Emperor of the Air van Ethan Canin: 'Let me tell you who I am. I am sixty-nine years old, live in the same house I was raised in, and have been a high school biology and astronomy teacher in this town so long that I have taught the grandson of one of my former students.'
Schrijf nu ook een stukje vanuit je personage en begin met 'Laat me je vertellen wie ik ben.' Dit is een geweldige oefening om te horen hoe je personage praat.

Personage en plot

Je vindt in schrijfboeken veel voorbereidende oefeningen rond personage, stappen die je zet voor je aan het eigenlijke verhaal begint. In de praktijk is het zelden zo dat je eerst je personage helemaal invult en het vervolgens, als een te lang gekooide hond, loslaat op je verhaal. In Why I Read - The Serious Pleasure of Books schrijft Wendy Lesser terecht dat personages geen voorverpakte entiteiten zijn. Personages ontwikkelen zich door de manier waarop ze omgaan met de dingen die op hun pad komen. Met andere woorden: plot beïnvloedt personage (en omgekeerd).
Daarom kan het zomaar gebeuren dat de excentrieke hobby die jij vooraf voor het personage verzon niet meer past bij het verhaal. Daarom ook is het belangrijk om altijd flexibel te blijven tijdens het schrijven. Je personage verkennen is niet enkel iets wat je doet in het begin van het schrijfproces. Blijf met hem of haar in dialoog. De negentiende-eeuwse auteur Henry James schreef notitieboeken vol met de gedachten van zijn personages. Hij deed dit niet enkel ter voorbereiding, maar ook tijdens het schrijven zelf.
Je kan de band tussen jou en je personage vergelijken met een innige relatie in het echte leven. Schrijf je geen brieven, bel je niet of spreek je niet af, dan verwatert de relatie.

Kathy Mathys

Tips:

Praat in gedachten met je personage. Ga met hem of haar om zoals je omgaat met andere intimi.

Bereid je voor maar wees flexibel. Jess Walter schreef vijftien jaar aan zijn roman Schitterende ruïnes. In de eerste versie was een van de hoofdpersonages een boekversie van zijn moeder, in het uiteindelijke boek is hetzelfde personage een onbekende Hollywoodactrice. Het verhaal vroeg om die ingreep.

Gebruik je een personage dat niet gebaseerd is op iemand die echt bestaat, ga dan op zoek naar een afbeelding van je personage. Zolang hij of zij vaag blijft, is het niet mogelijk om dit personage tot leven te wekken.

Dit artikel verscheen in Schrijven magazine, jaargang 18, nummer 3. Zie www.schrijvenonline.org




maandag 30 juni 2014

Fiona McFarlane - Tijgers in de nacht (De Standaard)



Nog één keer bruisen

De Australische Fiona McFarlane laat zich opmerken met haar debuut 'Tijgers in de nacht', een roman over een ouder wordende vrouw.

Kathy Mathys

In het late toveruur, wanneer de geest slaperig wordt en kwetsbaar, hoort de vijfenzeventigjarige Ruth een tijger rondsluipen in huis. De weduwe woont alleen aan de kust van New South Wales, Australië, een godenplek waar je walvissen kan spotten in het seizoen.
Daags nadien klopt Frida Young aan bij Ruth. Ze is gestuurd door de regering, vertelt ze, en komt voor Ruth zorgen. Ze laat de vloeren blinken, stoft de hoeken uit en wast Ruths haren. 'Ik ben geen vreemde, en ik ben ook geen vriendin – ik ben uw rechterarm,' klinkt het.
Fiona McFarlane maakt van Frida een gigant: ze torent letterlijk boven Ruth uit en ze is dominant, drukt haar stempel. Ruth verbaast zich over Frida's wisselende kapsels, nooit eerder ontmoette ze een vrouw die haar haartooi als een hobby beschouwde. Frida verdrijft met haar geklets de stilte uit huis en toch is ze over bepaalde onderwerpen kort van stof. Zo komt Frida uit Fiji, het eiland waar Ruth opgroeide en dat ze koestert in haar dagdromen en nachtelijke fantasieën. Frida praat er niet graag over.
McFarlane schetst Ruths kindertijd trefzeker en beeldend: de zon, het junglegroen, de vele uren van psalmen zingen onder het antiseptische licht dat haar ouders, missionarissen, over de tafel lieten schijnen. Het is de 'tikkelende, zingende jungle' die Ruth 's nachts laat opbloeien in haar hoofd. Haar vader, een arts, neemt een jonge assistent aan, Richard, voor wie Ruth, een ernstige tiener, viel. Haar eerste verliefdheid is pijnlijk, tergend.

Zorgproject

McFarlanes debuut is een rijk boek met fijnzinnige en broeierige details, die voortkomen uit de landschappen en uit Ruths boeiende geest. Erg knap hoe deze debutante ronddwaalt in het hoofd van een vrouw die terugblikt en voor één keer opnieuw het gevoel wil hebben dat ze van belang is. Aan haar zonen, die ver weg wonen, heeft Ruth weinig. De oudste betuttelt haar, ziet haar als een 'zorgproject', wat zijn moeder woest maakt.
De schrijfster toont haar personage als een vrouw die intelligent is, grappig, bezorgd om hoe ze overkomt. Ze zwicht voor Frida, die een fascinerend schouwspel vormt voor de weduwe.
'Tijgers in de nacht' is een roman over herinneren en naarmate het verhaal vordert, worden Ruths gedachten minder betrouwbaar. Ze is – dat voel je – op weg naar de dood. De tijger, die Frida met blote handen dreigt aan te pakken, is op die manier niet enkel een jeugdsouvenir uit Ruths jungletijd maar ook een dreigende entiteit die haar geest komt ontmantelen.
McFarlane laat de lezer aanvoelen hoe het is om een ouder wordend lichaam te bevolken. Telkens wanneer Ruth achter het stuur kruipt van de auto van haar overleden man, breekt het zweet haar uit en krijgt ze het gevoel naar haar eigen begrafenis te rijden. Zittend in het bad kijkt Ruth naar haar benen die er dankzij het badwater glad uitzien, in tegenstelling tot haar gerimpelde bovenlijf, wat de lezer eraan herinnert hoe we gelijktijdig jong en oud kunnen zijn. McFarlane laat nu en toen in elkaar overvloeien in sprekende beelden: 'Het licht rondom haar bed bewoog als het muskietennet waar ze als meisje onder had geslapen.'
Oud zijn is niet enkel kommer en kwel, de komst van Richard brengt voor het laatst liefde en seks in Ruths leven.
McFarlane zet ook in op plot en dan belanden we meteen bij het minst interessante aspect van dit debuut. Aan het eind wordt de ontknoping erg belangrijk, wat even ten koste gaat van de rest.
De schrijfster deed er goed aan om Frida op te voeren als een haast mythisch wezen. Je vraagt je af of ze wel echt is, of ze ook een van de spoken is in Ruths hoofd. Verhalen over een geest die zowel vonkt als aftakelt: op technisch vlak kunnen ze de schrijver hoofdbrekens bezorgen. Je wil de verwarring tonen en toch begrijpelijk blijven. McFarlane overtuigt en ze haalt het maximum uit haar personages, het landschap en hun levens.

****

Fiona McFarlane - Tijgers in de nacht – vertaald door Dirk-Jan Arensman – Meulenhoff – 293 blz. - oorspronkelijke titel: The Night Guest.

Over mij

Mijn foto
Als freelance schrijver gaat mijn aandacht vooral uit naar Engelstalige literatuur. Ik recenseer fictie en interview auteurs voor De Standaard der Letteren, Schrijven Magazine. In 2010 zat ik in de jury van De Gouden Uil en in 2011 en 2012 zat ik in de jury van de Ako Literatuurprijs. Daarnaast schrijf ik over eten. Vooral de achtergrondverhalen boeien mij. Ik geef lezingen over eten en boeken en interview auteurs voor publiek. Verder geef ik cursussen en workshops in creatief schrijven (zie www.writerskitchen.nl). Ik ben als docent verbonden aan De Schrijversacademie (www.schrijversacademie.nl). In 2015 verschijnt mijn eerste boek bij De Bezige Bij Antwerpen.