dinsdag 14 oktober 2014

Man Booker Prize 2014 (De Standaard)


Twee Amerikaanse, drie Britse en een Australische auteur maken kans op de Man Booker Prize die aanstaande dinsdag wordt uitgereikt. Dit zijn de kandidaten.

Kathy Mathys

1) Karen Joy Fowler: We Are All Completely Beside Ourselves

Plotwending

 Rosemary Cooke groeit op in de jaren 1970, in Indiana. Haar vader is een psycholoog die zijn kinderen betrekt bij de wetenschappelijke experimenten die hij thuis uitvoert. De Cookes vormen een onorthodox gezin, ze proberen laboratoriumratten te laten aarden als huisdieren.  Rosemary blikt terug, ze creëert ironische afstand door grappen te maken, strooit de lezer zand in de ogen. Om te vermaken, maar ook uit angst om uit te komen bij wie ze werkelijk is.
De dramatische gebeurtenis die alles op losse schroeven zet, vindt plaats wanneer Rosemary vijf is. Haar ouders dumpen haar bij de grootouders en het meisje vreest dat ze haar hebben afgestaan. Na haar thuiskomst blijkt het haar tweelingzus te zijn die verbannen is uit het huishouden.
Dit is de zesde roman van de Amerikaanse Karen Joy Fowler. 'We Are All Completely Beside Ouselves' is een verhaal met een plottwist van formaat, die in haast alle Angelsaksische recensies wordt prijsgegeven. Het is een dijk van een boek: grappig, sprankelend, ingenieus gecomponeerd, aangrijpend.  Fowler laat de lezer nadenken over wat het betekent om mens te zijn en dat doet ze op een verfrissende manier, met enkel aan het slot wat sentiment. Dit zou een verdiende winnaar zijn: meeslepend en spannend, nooit oppervlakkig. Alleen is het de vraag of de jury het verhaal van een disfunctionele familie – ondanks de excentrieke vertakkingen van de plot – groots genoeg vindt.

****

Karen Joy Fowler - We Are All Completely Beside Ouselves - Serpent's Tail- 336 blz.


2) Joshua Ferris: To Rise Again at a Decent Hour

Paranoïde tandarts

Joshua Ferris, een van de twee Amerikanen op de shortlist, houdt van uitdagingen. Zijn eerste roman schreef hij in het wij-perspectief, in zijn tweede kon het hoofdpersonage niet stoppen met wandelen. In 'To Rise Again at a Decent Hour' voert hij een man op met een saai beroep, tenminste vanuit romantechnisch perspectief. Want wat moet je met een tandarts? Behalve in horrorverhalen en in Frank Norris' weergaloze klassieker 'McTeague' vind je ze weinig in fictieland.
Ferris' komisch-neurotische roman bevat geweldige passages over het binnenmondse landschap en over de futiliteit van een rigoureuze mondhygiëne, want elk leven eindigt met verrotting. Tandarts Paul O' Rourke herkauwt op een obsessieve manier zijn stukgelopen relaties met vrouwen die deel uitmaakten van een hechte clan, de ene keer joods, de andere keer katholiek.
Dan verschijnen er online Twitter- en blogberichten in O' Rourkes' naam. De tandarts weet niet wie verantwoordelijk is voor de creatie van deze virtuele versie van hemzelf. Ferris' roman leidt naar esoterische oorden, onder andere naar een oudtestamentisch bijbelvolk dat twijfelt aan het bestaan van God.
Maatschappijkritisch klinken, zonder te preken, daarvoor ben je bij deze schrijver aan het goede adres. Ferris' roman is een vreemd labyrint dat vooral in het tweede deel te lange zijkronkels bevat. Deze schrijver is ontzettend getalenteerd, schrijft prachtzinnen zonder te pronken; zijn humor is fantastisch met als hoogtepunt de paginalange beschrijving van Connie's handlotionritueel. Is dit een kandidaat-winnaar? In de eerste helft denk je van wel, deel twee is minder bevredigend.

***

Joshua Ferris: To Rise Again at a Decent Hour - Viking - 352 blz.


3) Ali Smith: How to be Both

Onderverhaal

Voor de derde keer al staat de Schotse Ali Smith op de shortlist en deze keer doet ze dat met een speels, intiem en filosofisch boek over kunst, verhalen vertellen, rouwen. Aan het begin van de e-bookversie staan twee iconen, een oog en een camera. Je kan kiezen met welk deel je begint. Beide heten deel één en ze bevinden zich niet voor of na, wel boven of onder elkaar. Ik kies voor het oog en kom daarmee terecht in de Londense National Gallery waar de geest van Francesco del Cossa net is ontwaakt uit een eeuwenlange dood. Hij ziet een jongen naar een van zijn doeken kijken, een jongen die op het derde of vierde gezicht een meisje blijkt te zijn, George.
Francesco del Cossa wisselt zijn gedachten over George af met herinneringen aan zijn kunstschildersleven. Ze buitelen over elkaar heen, de herinneringen, alleen zijn sterven is vervaagd. Hij verbaast zich erover dat zoveel mensen in het hedendaagse Londen schilders zijn, ziet tablets verkeerdelijk aan voor schildersmateriaal.
George staat centraal in het andere eerste deel. Ze woont bij haar broer en vader, haar moeder is enkele maanden geleden overleden. George denkt terug aan een Italiëreis waarop ze een schilderij zag van del Cossa.
Wat ooit was is niet verdwenen, in de wereld van Smith. Het verhaal van de schilder laat een afdruk op de huid van het andere deel één en omgekeerd. Dit boek tintelt van de ideeën over kunst, dood en liefde. Net zoals een fresco een onderlaag heeft, is dit een roman met een onderverhaal. Of een bovenverhaal. Woordspeels, dapper, intelligent zonder ondoordringbaar te zijn: Ali Smith verdient die prijs dubbel en dik.

****

Ali Smith - How to be Both - Hamish Hamilton - 384 blz.


4) Neel Mukherjee: The Lives of Others

Epische familieroman

De proloog  van Neel Mukherjee 's tweede roman zet je op scherp met zijn gewelddadige ontknoping. Dan neemt de schrijver je mee naar de Bengaalse hogere middenklasse. De Ghosh-clan zijn een familie van papierhandelaren, ze wonen samen in één groot pand – vader, moeder, kinderen met hun gezin, het personeel. Aan het begin staat een 'Rear Window'-achtige sequentie waarin Mukherjee met zijn camera alle delen van het huis afspeurt. De vrouwen kibbelen, ze zijn jaloers op elkaar ; er zijn huwelijken, godenfeesten. Dit klinkt allemaal erg onschadelijk maar de proloog blijft door je hoofd spoken en dus weet je dat er onheil op komst is.
Een van de kleinzonen radicaliseert en sluit zich aan bij de communistische Naxalite-beweging. Hij trekt naar het platteland om er te werken, zij aan zij met de verarmde boeren. De communistische strijder vraagt zich af in hoeverre hij, de buitenstaander, kan doordringen in het leven van anderen. Kan hij aan zichzelf ontsnappen?
Mukherjee wisselt de familiepassages in derde persoon af met stukken in de eerste persoon vanuit de Naxalite-strijder. 'The Lives of Others' is een roman over geleidelijke maatschappelijke veranderingen en bruuske, over mensen die troost vinden in de voorspelbaarheid van hun levens en anderen die zich aan die voorspelbaarheid proberen te onttrekken. Het boek is goed geschreven en de schrijver klinkt bevlogen op elke bladzijde. Jammer dat verschillende van de talrijke personages vlak blijven. Dit is een epische, klassieke roman die doet denken aan het werk van Vikram Seth. De jury selecteerde vooral avontuurlijke, vormspeelse romans. Benieuwd of ze toch kiezen voor dit klassieke werk.

***
Neel Mukherjee - The Lives of Others - Chatto & Windus - 528 blz.


5) Howard Jacobson: J

In de toekomst

De winnaar van de Man Booker-Prize 2010, bekend om zijn humor, gooit het over een andere boeg met 'J'. In de dynamiek tussen de geliefden herken je de oude Jacobson, zijn tedere absurditeit. Toch doet dit verhaal bovenal denken aan romans zoals '1984'.
In het Engeland van de nabije toekomst worden Ailinn Solomons en Kevern Cohen geliefden. Hij is een eenzaat die bang is voor pottenkijkers en dodelijk bevreesd is iets te weten te komen over zijn afkomst. Zij tast net zozeer in het duister over vroeger, ze is een wees die het gevoel heeft dat het gevaar constant op de loer ligt.
De wereld die de schrijver verbeeldt is er een van eenvoudig sentiment, je hoort er enkel ballades, ziet er enkel musicals. Het verleden is verraderlijk terrein, het is zelfs verboden om oude spullen te verzamelen. Overal liggen er spionnen op de loer. Bijna niemand durft zich te herinneren hoe alles werd zoals het werd. De premisse van 'J' zal niet voor elke lezer even makkelijk zijn om in mee te gaan: de catastrofe die plaatsvond is een soort tweede Holocaust. Jacobson onthult er nauwelijks iets over, suggereert dat het niet op dezelfde grote schaal gebeurde als onder de nazi's.
De schrijver van Booker-winnaar 'De kwestie Finkler' dwingt bewondering af om zijn eigenzinnigheid, intensiteit, engagement. De beschrijvingen van de personages, hun gedachten, het is allemaal even wervelend. Jabobsons werk wordt steeds uitdagender, donkerder. Van alle potentiële winnaars is dit de minst toegankelijke.

****

Howard Jabobson - J - Jonathan Cape - 336 blz.


6) Richard Flanagan: De smalle weg naar het verre noorden

Dodenspoorlijn

De Australische schrijver van 'Het boek van Gould' en 'De onbekende terrorist' putte uit de oorlogservaringen van zijn vader voor 'De smalle weg naar het verre noorden'.
'Een gelukkige man heeft geen verleden, terwijl een ongelukkige man niets anders heeft,' lezen we op de eerste bladzijden van deze historische roman die dezelfde titel heeft als een reisverhaal van haikudichter Basho. Dorrigo Evans, het hoofdpersonage houdt van poëzie, net als het Japanse centrale karakter, een topper bij het leger die verknocht is aan de haikudichter. Evans, de ongelukkige met alleen maar verleden, houdt van Tennyson, Joyce, Kipling.
In 1943, bij de aanleg van de Dodenspoorlijn tussen Birma en Siam, werkt Evans als legerarts. De Australische gevangenen onder zijn hoede vallen bij bosjes, naarmate de Japanners het tempo van de spoorwegaanleg opschroeven. Flanagan contrasteert het oorlogsverhaal met het leven van de arts voordien. De getrouwde Evans had een liefdesaffaire met de vrouw van zijn oom, Amy.
Flanagan schildert in felle kleuren en haalt woest uit bij momenten. De roman begint duizelingwekkend en overtuigend met de kindertijd van Evans. Het verhaal blijft daarna niet gelijkmatig. Sterke passages en krachtige zinnen worden omringd door melodramatische elementen - met name de relatie met Amy overtuigt niet helemaal - en bombastische frasen.
Qua thematiek en opzet is dit een groots verhaal en daarom maakt Flanagan zeker kans op de bekroning .

***


Richard Flanagan – De smalle weg naar het verre noorden – vertaald door Ankie Blommesteijn – De bezige bij Antwerpen – 388 blz. 

vrijdag 10 oktober 2014

Lydia Davis interview (De Standaard)



Niets is haar te min

Lydia Davis, de geroemde koningin van het zeer korte verhaal, schreef jaren geleden haar enige roman. Het boek verschijnt nu in het Nederlands en draagt Davis' onmiskenbare stempel.

Kathy Mathys/Foto Theo Cote

Ze komt uit een familie van schrijvers. Heel lang geleden componeerde ze muziek en was er sprake van dat ze muzikante zou worden. 'Mijn ouders lieten de keuze volledig aan mij en ik heb wel degelijk de juiste keuze gemaakt,' vertelt Davis. 'Ik heb altijd enorm veel gehouden van lezen. Ik fantaseerde er als kind altijd over om als volwassene de hele dag in de bibliotheek te zitten lezen.'
'Het eind van het verhaal' is Davis' eerste en voorlopig enige roman. De schrijfster is vooral bekend van haar zeer korte verhalen die richting poëzie en filosofie gaan. In haar roman vinden we twee vertellingen: het problematische liefdesverhaal van een universiteitsprofessor die verliefd wordt op een veel jongere man en het verhaal van haar schrijfproces: achteraf wil ze een roman schrijven over de mislukte relatie.
'Ik ben heel blij dat het boek vertaald wordt. Mijn enige roman krijgt niet altijd de aandacht die hij verdient omdat mensen mij nu eenmaal zien als de schrijfster van heel korte dingen. Ze weten niet wat ze met het boek aan moeten,' vertelt Davis.

'Niet elk detail uit haar leven is me echt overkomen, maar het schrijfproces dat ik in de roman opneem, is heel accuraat. Alle dingen waar het personage tegen aanliep, zijn autobiografisch. Ik werkte net zo inefficiënt, schreef instructies aan mezelf op kaarten. Ik wou het boek schrijven zonder er al te veel over na te denken, wat niet lukte.
Op een bepaald moment, bladerend in een synoniemenwoordenboek, merkt het personage op dat ze misschien wel bepaalde woorden vergeet te gebruiken. Ook dat is autobiografisch.
Aanvankelijk wou ik twee aparte romans schrijven, één over de liefdesepisode en één over het schrijfproces. Uiteindelijk werd het één boek, ik genoot veel meer van het metafictionele deel waarin ik dub over het schrijfproces.
Ik vond het erg moeilijk om een roman te schrijven want korte verhalen vergen veel minder organisatie, ze dienen zich aan als een geheel. Het is lastig om het overzicht te behouden, om te overzien welke krachten er in een roman zitten. De traditionele plot die je in veel romans vindt, interesseerde me sowieso niet. Wat me vooral boeide was obsessie, en de nuances binnen een obsessie.'

Is dit een liefdesverhaal?

Ja, al ben ik me tijdens het schrijven de hele tijd erg bewust geweest van het gevaar voor clichés. Een van mijn meelezers zei me: 'Je schrijft over een romance en er zit niet één seksscène in - hoe kan dat?' Tijdens het schrijfproces dacht ik: de lezer verwacht dat ik hem op een bepaald moment laat meekijken in de slaapkamer. Het zou niet verrassend geweest zijn. Ik schreef wel het negatief van deze obligate seksscène, wanneer ik mijn personage in bed laat duiken met een andere man. Het fragment waarop de lezer zit te wachten, onthoud ik hem. Dat vond ik interessanter.

Misschien moeten we het een roman over de menselijke geest noemen?

Zo zou je het wel kunnen omschrijven. Het is een thema dat me enorm interesseert, veel van mijn verhalen zijn studies van de menselijke geest. Niet allemaal: wanneer ik inzoom op een bord ontbijtpap, kan je dat moeilijk een studie van de menselijke geest noemen.
De manier waarop ik schrijf is vergelijkbaar met die van Sebald en van Knausgård, wij zijn schrijvers die heel lang kunnen doorgaan over de allerkleinste dingen. Wat me drijft en waar ik naar op zoek ben, is eerlijkheid. Eerlijkheid gaat boven alles. Ik weet dat er lezers zijn die deze roman maar niks vinden, die zich ergeren aan het hoofdpersonage. Op een bepaald moment zegt het hoofdpersonage dat zij wel met iemand anders naar bed mag gaan, haar geliefde mag echter niet met een andere vrouw slapen. Ik kan me voorstellen dat sommige lezers zich op dat moment storen aan haar, maar ik was eerlijk toen ik dat schreef.
De manier waarop we herinneren, boeide me tijdens het schrijven van deze roman. Wanneer een geliefde sterft of verdwijnt, willen we herinneren en hoe doen we dat? Kunnen we dat wel? Het gegeven dat alles wat we ooit meemaakten, voelden of dachten is opgeslagen in ons hoofd, vind ik ongelooflijk. Meestal hebben we geen toegang tot deze herinneringen en, net als Proust, boeit het mij, de manier waarop herinneringen naar boven komen. Stappen we op een oneffen stuk trottoir, dan komt er plots iets uit de kindertijd naar boven. Hoe bijzonder is dat!
Ik ben bang om bepaalde gedachten te verliezen. Daarom schrijf ik heel veel op. Het is geen manische activiteit, er gaan dagen voorbij dat ik niets opschrijf. Een voorbeeld van zo een gedachte: het plezier dat ik beleef aan de specifieke manier waarop iemand iets verwoordt.

U vermeldt in de roman fantoomprojecten, verhalen die om een of andere reden nooit zijn geschreven. Wordt u zelf behekst door dit soort ongeschreven vertellingen?

Zeker. George Steiner heeft een boek geschreven, 'My Unwritten Books'. Ik heb het nog niet gelezen maar het idee spreekt me aan, ik denk dat ik ooit zo een boek moet schrijven. Er zijn zoveel projecten in mijn leven die ik op de lange baan heb geschoven omdat er iets anders voorbijkwam. Ik zou graag nog een lang boek schrijven, al weet ik niet of het een roman zou worden. Ik wil iets doen met de verschillende generaties in mijn familie, ik zoek nog naar een vorm.
Mijn Noorse vertaler raadde me aan om het werk van Dag Solstad te bekijken, hij heeft een boek geschreven vol genealogie. Blijkbaar vinden sommige lezers het erg saai. Net als het boek van Knausgard roept het vragen op naar wat een roman is, wat de grenzen zijn. Zijn er grenzen?
Ik heb heel veel half afgewerkte verhalen. Geen idee of ik ze ooit zal voltooien, ik bewaar ze wel, ik gooi niets weg. Ze zitten in mijn 'In Progress'- bestand. Af en toe bekijk ik ze eens. Een goed idee is slechts het halve werk, het verhaal moet voldoende substantie hebben om echt te kunnen werken. Daarbij is klank heel belangrijk. Ik ben getraind als amateurmuzikant, heb jarenlang viool gespeeld en toen leerde ik goed te luisteren. Het heeft een tijd geduurd voor ik besefte dat er een link is tussen luisteren naar muziek en luister naar de klank van woorden in een verhaal. Ik ben erg toegespitst op klank. En één woord te veel kan een verhaal om zeep helpen.

Klopt het dat in wezen zowat alles in één van uw verhalen terecht kan komen?

Ja, niets is me te min, ik heb verhalen geschreven over hondenhaar, pap, muizen. Het komt door de manier waarop ik kijk. De details vallen me op, ik mis dikwijls het grotere plaatje. Het geeft een vrijheid om aan kleine projecten te werken. Je hoofd zit niet vol met dat ene grote ding en daardoor sta je open voor kleine dingen. Neem nu een verhaal als 'Händel', dat komt uit het echte leven. Uiteraard overdrijf ik de situatie die ik heb meegemaakt of waarover iemand mij verteld heeft. Het grappige aan dit verhaal is dat het gaat om een heel obscuur probleem. Obscuriteit vind ik vaak amusant.
Verder zijn de dingen die ik lees een heel belangrijke inspiratiebron voor mij. Ik gebruik vaak materiaal dat er al is, of het nu gaat om brieven van onbekenden of gepubliceerde auteurs, verhaalfragmenten enzovoorts. Zo hebben de brieven van Kafka het uitgangspunt gevormd voor een verhaal van mij en de brieven van Flaubert vormden het uitgangspunt voor een hele reeks aan korte verhalen.

Hoe bent u terechtgekomen bij A.L. Snijders, van wie u korte verhalen vertaalt?

Mijn uitgever tipte hem. Vijftig van Snijders' verhalen heb ik inmiddels vertaald, ze verschijnen in magazines en uiteindelijk zullen we er een boek van maken. Ik heb niet echt Nederlands geleerd, ik begin gewoon de vreemde taal te lezen zonder woordenboek, zo moet ik me meer inspannen. Ik leerde dus Nederlands door te lezen. Wanneer ik vertaal moet ik natuurlijk wel woorden opzoeken. Wat me interesseert is de geschreven taal, de uitspraak interesseert me minder en nu ik hier in Amsterdam ben, merk ik dat het moeilijk is om er iets van te begrijpen.
Ik wil iets teruggeven aan de landen die mijn werk uitgeven, dit is mijn wederdienst aan de uitgeverij. Ik heb ook een en ander vertaald uit andere talen, maar niet zoveel als uit het Nederlands.
Vertalers worden nog steeds zwaar miskend, terwijl ze iets doen wat zo belangrijk is. In de roman heb ik een aantal ideeën over vertalen opgenomen. Zo merkt de schrijfster op dat het zoeken van de juiste naam voor een personage vergelijkbaar is met het vinden van een correct woord in vertaling.

****

Lydia Davis – Het eind van het verhaal - Vertaald door Peter Bergsma - Atlas Contact – 256 blz. - 24.99 €.

Eerste zin: 'De laatste keer dat ik hem zag, al wist ik niet dat het de laatste zou zijn, zat ik met een vriendin op het terras en kwam hij zwetend de poort door, zijn gezicht en borst roze, zijn haar vochtig, en bleef beleefd staan om met ons te praten.'

Recensie:

Er is de setting: de bries van de oceaan, de geur van eucalyptus. Er is het licht. Namen hebben de hoofdpersonages niet. Davis omschrijft de vrouw als 'zij', de man als 'hij'. Ooit hadden ze een relatie, beschreven in details die verrassen. Nu schrijft 'zij' een roman over toen.
Zij verbeeldt zich hoe haar naam nog steeds in zijn adresboek staat. Zij vraagt zich af of ze de chronologie van de liefdesepisode moet omgooien. Hoe vertel je een verhaal?
Zij bedenkt dat gedachten sterker worden wanneer je ze met brute kracht wegduwt in de hoek van de geest. Zo lijkt het: ze nemen je te grazen, dubbel en dik, wanneer ze met verse spierkracht je hoofd inpalmen.
Het hoofdpersonage kan lang doorgaan over kleine dingen. Ze heeft neuroses en obsessies. Sommige lezers zullen zich gevangen voelen in dit claustrofobische boek. Toch is het Davis ten voeten uit: de precisie van de taal, de humor, de vreemde gedachtekronkels.
Dit is een lastiger boek dan de bundels met korte verhalen. Het hoofdpersonage kan op de heupen werken. Wel is het, net als al Davis' andere werk, oorspronkelijk, origineel en speels. (KM)



woensdag 8 oktober 2014

Ian McEwan - De kinderwet (De Standaard)

Verstand en onverstand

In 'De kinderwet', de nieuwe roman van Ian McEwan, dient een 59-jarige rechter te beslissen over het lot van een terminaal zieke Jehovagetuige.

Kathy Mathys

Een kamer vol bedaarde beschaving: chaise longue, foto's in zilveren lijsten op de piano, een litho van Renoir. In zijn dertiende roman glipt Ian McEwan binnen in het huis van familierechter Fiona Maye. Ze woont in Gray's Inn, het majestueuze rechterlijke hart van Londen – Dickens schreef erover.
Ondanks alle beschaving is er net een bom ontploft: Fiona's echtgenoot Jack, professor in de oude geschiedenis, kondigde aan dat hij op het punt staat om een verhouding te beginnen met een jonge collega. Fiona heeft hem in geen tijden aangeraakt en hij wil nog een laatste keer het vuur voelen branden voor de tijd greep op hem krijgt.
Redelijkheid: Fiona heeft altijd geloofd dat ze met dit ingrediënt ogenschijnlijk uitzichtloze situaties kon rechttrekken. Rede en orde zijn de wijze raadgevers in haar werk. Haar vonnissen zijn doorspekt met citaten van Adam Smith en John Stuart Mill. 'Het soort beschaafde vergezicht dat elk goed vonnis nodig heeft ' schrijft McEwan. Maar is diezelfde redelijkheid ook een wijze gids in het woelige vaarwater van haar huwelijk?
De familierechter schuift de confrontatie met Jack voor zich uit, ze heeft andere dingen aan het hoofd. Net als in verscheidene van zijn eerdere romans combineert McEwan een huislijke crisis met een werelds probleem. Adam Henry, een zeventienjarige Jehovagetuige, lijdt aan een zeldzame vorm van leukemie. Zonder bloedtransfusies sterft hij. Het is niet Fiona's taak om hem te redden, wel om te 'beslissen wat redelijk en wettig was'. Zij dient te oordelen of hij in staat is een doordachte beslissing te nemen. In de kinderwet uit de titel staat bepaald dat het belang van het kind voorop staat, maar Fiona wikt en weegt. Ze heeft veel ervaring met strengreligieuze gezinnen waar ouders en kind lijnrecht tegenover elkaar staan. Ze tracht altijd met respect voor beide partijen te vonnissen.

Te bleek

'De kinderwet' is een roman van tegenstellingen: de rede tegenover het irrationele, het vrije tegenover het afgebakende. Londen staat voor het gerechtelijke apparaat, voor Fiona is het een stad die haar comfortabele beperkingen oplegt. Haar pad is vertrouwd: lunches met andere welstellenden, klassieke concerten, bezoeken aan de stomerij. In vergelijking met Newcastle, de stad die een rol speelt in het tweede deel, is het een oord van onvrijheid. In Newcastle logeerde de jonge Fiona bij familie, ze had er haar eerste minnaar.
De zieke jongen en Fiona herkennen iets in elkaar; hun reactie op die herkenning is heel anders en zal leiden tot het dramatische orgelpunt.
Fiona heeft iets afstandelijks, het is haar pantser. Enkel op gecontroleerde momenten staat ze zich toe een andere kant van zichzelf te tonen, met name tijdens het musiceren. Fiona is een succesvolle amateurpianiste en muziek geeft haar een gevoel van tijdelijke bevrijding. De psychologie van het zorgvuldig uitgewerkte en geloofwaardige hoofdpersonage wordt weerspiegeld in de verteltoon, die licht afstandelijk is, heel lucide, met af en toe een warmbloedige interlude.
McEwan is altijd goed in de verbeelding van echtelijke kilte, ook nu weer. Hij schrijft helder met af en toe een beeld als een dolksteek. Over Jacks minnares schrijft hij dat ze naaldhakken heeft die een eikenvloer konden vernielen.
De manier waarop de verschillende thema's zich met elkaar verkleven overtuigt behoorlijk. En toch dit geen roman van het kaliber van 'Boetekleed' of 'Aan Chesil Beach'.
Het probleem ligt niet bij Adam Henry, die niet meer is dan een vampierbleke schim, een gegeven dat past binnen Fiona's psychologische profiel. Ze is bang om hem daadwerkelijk te doorgronden. Evenmin valt er iets af te dingen op de plot die wel degelijk iets onvermijdelijks, voorspelbaars zelfs, heeft, zoals alle noodlotdrama's dit hebben.
Het probleem ligt bij de intensiteit van het verhaal, die is niet hoog genoeg. McEwan handelt het keurig af, stap voor stap, maar het pakt wat bleek uit allemaal. Sommige scènes zijn te snel voorbij, blijven te schematisch. Daardoor blijft deze degelijke roman toch te weinig hangen, al is het aangenaam vertoeven tussen de eerste en de laatste bladzijde.

***


Ian McEwan - De kinderwet – vertaald door Rien Verhoef – De Harmonie

vrijdag 19 september 2014

Caitlin Moran interview (De standaard)



Schaamte overboord

Ze veroverde de wereld met 'How to Be a Woman. Vrouw zijn, hoe doe je dat?' en 'Bouwpakket van een meisje'. Welkom in de keuken van Caitlin Moran, vrolijke wereldverbeteraar en feministe.

Kathy Mathys

'Kom toch binnen! Ik heb een kater, teveel gin gedronken.' Met deze woorden loodst Caitlin Moran me mee naar de keuken van haar Noord-Londense huis. De schrijfster bleef de vorige nacht hangen na Kate Bush' eerste concert in 35 jaar. Brilliant, was het.
We nemen plaats aan haar keukentafel – meteen ook haar werktafel –, zwarte thee en chocolade binnen handbereik. Kater of geen kater, ze heeft geschreven want er zit druk op de ketel.
'Na de verschijning van mijn eerste boek kreeg ik van velen de vraag: wat wil je nu doen? Ik had een idee voor een sitcom, voor twee films, voor enkele boeken. Iedereen hapte toe en dat betekent dat ik nu in twee jaar tijd keihard moeten werken om al mijn verplichtingen na te komen. Heel pittig, want ik doe ook een standup comedy tour die bij mijn eerste roman hoort, ik schrijf twee columns per week en ik probeer tijd te maken voor mijn kinderen.'
Het schrijven van een roman stond hoog op haar verlanglijstje. Hoe druk ze het nu ook heeft, Moran houdt het meest van de ouderwetse leeservaring, waarbij schrijver en lezer met elkaar communiceren.
'Lezen is een creatieve daad. De schrijver benoemt de draak, de lezer verbeeldt ze zich. Toen ik klein was, ging ik soms twee keer per dag naar de bibliotheek. Wanneer je een boek opent, treed je een andere wereld binnen. Ik heb het gevoel dat ik precies kan lokaliseren waar in mijn brein zich 'Jane Eyre'  bevindt of  'Alice in wonderland' .'

'Bouwpakket van een meisje' is het verhaal van de dertienjarige Johanna die in het begin van de jaren 1990 opgroeit in een gezin dat van de bijstand leeft. Ze kan schrijven en krijgt als zestienjarige een baantje bij een muziektijdschrift. Moran schrijft in het voorwoord dat het boek fictie is, maar wie haar non-fictie heeft gelezen, bemerkt veel overlap tussen het leven van de schrijfster en dat van haar personage.
'Natuurlijk is het grotendeels gebaseerd op mijn eigen leven. Ik wilde schrijven over hoe het is om op te groeien in armoede. Ik heb mijn zus veranderd in een broer omdat mijn zus het beu was dat ik altijd over haar schreef. Het is geen strikte autobiografie, ik heb veel verhalen gebruikt die anderen me vertelden. Zo heb ik nooit seks gehad met iemand met een gigantische penis, dat overkwam iemand die ik ken. Mijn hoofdpersonage is gebaseerd op een andere popjournaliste. Die werkte als zestienjarige voor de NME, had een grote mond en sabelde iedereen neer. Als tienermeisje vond ik haar geweldig, het is door haar dat ik zelf ben gaan schrijven. Maar ik was allerminst een populaire journaliste, ik was te lief, vond alles geweldig. Hoera voor Crowded House!'

Is het moeilijker om een tienermeisje te zijn dan een volwassen vrouw?

Voor mij in elk geval wel. Ik ontmoette mijn man toen ik zeventien was en daarna ging alles een stuk makkelijker. Ik was een wilde, boze tiener en hij was erg rustig, hij leerde me dat je maar beter vriendelijk kan zijn in plaats van je gemene bek open te trekken.
Ik heb heel levendige herinneringen aan mijn tienerjaren omdat ik toen voor het eerst het huis uitging, ik bleef hele nachten weg, drinkend en rokend. Jarenlang had ik me eenzaam gevoeld en daarom was die korte wilde tienerepisode zo intens voor mij, voordien zat ik alleen op mijn slaapkamer of ik zorgde voor mijn broertjes en zusjes.
In de roman is Johanna bang dat het gezin het bijstandsgeld zal verliezen wanneer ze haar mond voorbijpraat. Dat gebeurde ook in mijn leven. Angst was mijn drijfveer. Net als Johanna begon ik op mijn veertiende een boek te schrijven omdat ik vreesde dat de familie geen geld meer zou krijgen.

Er zijn weinig romans over jonge tieners die zo expliciet zijn over seks. Is dat een gemis dat u wou rechtzetten?

In 'Bouwpakket' heeft Johanna een heleboel slechte seks; het is het eerste boek van een trilogie en in de volgende delen heeft ze geweldige seks. Ik wil heel graag goede seksscènes schrijven want je vindt zoveel afgrijselijke 'erotische' passages in boeken. Daar wil ik iets aan doen, het liefst wil ik het beschrijven als een synesthetische ervaring, met geluiden en kleuren.
Het is niet toevallig dat er een SM-scène in mijn roman zit, een heel pijnlijke en vervelende. Toen 'Vijftig tinten grijs' zo een gigantische bestseller werd, was ik razend omdat dit voor veel tienermeisjes de eerste kennismaking vormt met wat seks kan betekenen. Vreselijk toch? Het hoofdpersonage is een maagd die helemaal niet het psychologische profiel heeft van een SM 'er. Het slaat gewoon nergens op. Het enige goede dat dit boek heeft opgeleverd, is dat meer vrouwen nu over seks durven te schrijven. Alleen is het jammer dat 'Vijftig tinten grijs' de conversatie over seks zo lang heeft beheerst.'

Het klinkt alsof u boeken schrijft met een boodschap. Is dat zo?

Absoluut, ik vind het helemaal niet erg dat je het zo omschrijft, integendeel. Het heeft te maken met hoe ik opgroeide. Alles wat ik weet, komt uit boeken. Wanneer een schrijver goed is, stopt hij alles wat hij weet over het leven in zijn boek. Wanneer je honderden boeken hebt gelezen, weet je een heleboel over het leven. Ik hoop heel erg dat mijn lezers ook iets bijleren. Vreemd genoeg slaat mijn roman enorm aan bij jonge tienermeisjes, ik had dit niet verwacht. Ze komen naar de signeersessies en ik herken iets in hun blik. Fantastisch toch dat ze een rolmodel hebben met schaamhaar, een marxist die wat last heeft van overgewicht.
Weet je, in de roman is er een moment waarop Johanna uitgenodigd wordt om deel te nemen aan een triootje. Ze aarzelt, eigenlijk ziet ze het niet helemaal zitten, en uiteindelijk wandelt ze weg. Hoe vaak zie je dat nu gebeuren in boeken of films? Meestal zou een personage meedoen of doen alsof. Ik wil aan jonge meisjes vertellen dat het helemaal niet erg is om neen te zeggen, wanneer ze het niet zien zitten.

Toast als brandstof

Dan dwarrelen een dochter in pyjamabroek en manlief de keuken binnen, ze maken toast en verdwijnen de tuin in om samen te spelen. Het licht in de keuken is groen door alle planten op het doorzichtige dak en langs de ramen. Messen, pannen en kruiden langs de muur. Het is een organische plek waar geleefd wordt.
'Toast is mijn brandstof,' vertelt Moran. 'Daarom zit ik hier, dicht bij de toaster. Wanneer ik mijn volgende boek af heb, hoop ik wel een kamer voor mezelf te kunnen inrichten, een echte werkkamer.' Ze neemt zichzelf niet erg serieus, toont me haar vetrolletjes en lacht om de dwaze fouten die ze, naar eigen zeggen, maakt: 'Vrouwen zijn geobsedeerd met zichzelf, dat wordt hen geleerd. Ik ben niet anders, alleen kan ik wel goed lachen om mijn dwaze obsessies. Wanneer je om jezelf kan lachen, word je sterker, je bent niet zo snel overstuur. Ik hoop dat vrouwen dit inzien, nadat ze mijn boeken lezen.'
Wanneer haar man de kamer uit is, vertelt Moran dat hij haar nooit behandeld heeft als een prinses en dat dit de reden is waarom ze na ruim twintig jaar nog zo gelukkig zijn samen. 'Hij heeft het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik een zwetend, soms naar uiensoep ruikend, mens ben. In het begin van onze relatie stoorde mij dat soms. Nu besef ik dat het goed was, want wanneer een geliefde je na verloop van tijd niet meer als een prinses behandelt, sla je in paniek, denk je dat er iets fout zit.'
Moran vertelt dat ze niet het soort schrijver is dat zichzelf heruitvindt met elk nieuw boek. Ze vergelijkt zichzelf met Woody Allen, wiens hoofdpersonages in wezen weinig van elkaar verschillen. 'Ik zal altijd schrijven over dikke meisjes uit de arbeidersklasse.'

Heeft u ook mannelijke lezers?

Ja, we hebben dat via een sluipweg ontdekt. Ik heb namelijk enorm veel digitale exemplaren verkocht van 'How to Be a Woman', dat blijken de mannen te zijn. Die willen niet verraden wat ze aan het lezen zijn. De meeste mannelijke lezers van wie ik hoorde, vertelden me dat ze aanvankelijk dachten dat ik even gek was als hun vrouw. Aan het eind van de rit was er bij mannen vooral het besef dat vrouwen een hoop shit moeten doorstaan. Een hoop shit waar ze niet of nauwelijks kunnen over praten in het openbaar: abortus, schaamhaar, menstruatie. Tot op de dag van vandaag ken ik slechts één film waarin menstruatiebloed te zien is, 'Carrie'. Dat is toch niet normaal? Ik wil schrijven over dat soort dingen. In de standup comedy vertel ik over alle menstruatiebloedvlekken die ik heb achtergelaten, onder andere op de sofa van Benedict Cumberbatch (Sherlock in de gelijknamige BBC-serie). Daarom schrijf ik in de roman ook over blaasontstekingen, het hoort bij het leven, dus waarom moeten we het zo angstvallig verstoppen? Als tiener zat ik vol schaamte om mezelf, mijn lichaam. Nu heb ik alle schaamte opgebruikt, achter me gelaten. Weet je, toen ik 'Bouwpakket' begon te schrijven, dacht ik dat ik het voor mijn dochter deed. Nu besef ik dat ik het voor mezelf was, ik heb een brief geschreven aan mijn oude zelf.

Zijn er landen waar uw werk verboden is?

Helaas wel, in veel Midden-Oosterse landen. Ik krijg wel geregeld tweets van vrouwen daar die mijn boeken toch hebben weten naar binnen te smokkelen.
Ik moedig mijn lezeressen aan om eigen versies van 'How to Be a Woman' te schrijven, hun eigen verhaal met groeipijnen. Het is een heel makkelijk format, je kan het kopiëren en zelf invullen. In India, bijvoorbeeld, gebeuren er gruwelijke dingen momenteel, het is heel moeilijk om er een vrouw te zijn. Ik zou heel graag een Indiase versie van mijn boek lezen. Het laatste wat ik wil, is mijn wijsheden opleggen aan andere vrouwen die vervolgens braaf knikken. Er is nood aan een veelheid aan verhalen, iedereen mag meedoen.
Mijn volgende roman gaat over politiek, over hoe je de wereld kan veranderen, niet noodzakelijk door de politiek in te gaan. Ik hoop het gevoel over te brengen dat, waar je ook bent opgegroeid, je niet minder bent dan de rest.

Caitlin Moran - Bouwpakket van een meisje – Nijgh en van Ditmar – 343 blz.












Laline Paull - De bijen (De standaard)



Mager beestje

Laline Paull verkocht haar debuut voor een gonzend bedrag aan Amerikaanse uitgevers. Het verhaal speelt in een bijenkorf.

Kathy Mathys

'Watership Down'  voor de Hunger Games-generatie: zo presenteren uitgevers dit debuut van de Engelse Paull, een scenariste die de rechten voor 'De bijen' voor een miljoen dollar aan de Verenigde Staten verkocht. Of dit boek evenveel brokken zal maken als de romans waarmee het hierboven wordt vergeleken, valt af te wachten. Het scenario is in elk geval op Hollywoodmaat gecomponeerd. Als lezer zie je de 3D-animatiefilm al voor je – inclusief bewonderenswaardig levensechte bijenvacht.
Het verhaal begint met de geboorte van Flora 717, een bij die tot de allerlaagste sibbe der werkbijen behoort. Ze is een schoonmaakster die dode werkbijen moet opruimen. Flora is een speciaal geval: ze kan praten, is groter dan haar soortgenoten, kan beter ruiken en proeven. Haar brein registreert een heleboel en ze kan nadenken. Snel na haar geboorte hoort ze van een bijenpriesteres dat kennis bij haar soort slechts pijn produceert.
Het daagt de lezer snel dat in de huif een Brave New World-achtige aanpak heerst. 'Aanvaard, gehoorzaam en dien': dat is de slagzin van het bijenvolk. De koningin is de allerhoogste en haar geur vervoert de bijen, brengt hen in extase.

Game of Thrones

Het is duidelijk dat de schrijfster veel heeft gelezen over het gedrag van bijen, over de gevaren waar bijenvolkeren mee kampen, over de ziektes die bijen bedreigen. Paull gebruikt geen wetenschappelijke termen want voor de bijen is er een andere verklaring voor wat hen overkomt. Hevige regenvallen zijn geen natuurlijk fenomeen, wel een teken van te weinig inzet onder de werkbijen, volgens de bijenpriesteressen.
Paull laat haar bijen praten en vloeken –'Alleheiligekutte,' ontvalt het Flora -, de insecten hebben monden en handen en armen. Er wordt geflirt, gekoketteerd, berispt en geprotesteerd. Het is net onze wereld. En toch ook niet. Echt denkende wezens of volwaardige personages zijn de bijen niet. Paull geeft de dieren namen maar die vergeet je meteen. Ankerpunt is Flora, de bij die wil ontsnappen aan haar lotsbestemming. Nadat zij een sleutelrol heeft gespeeld in de afwering van een wespenaanval krijgt Flora promotie. Ze mag letterlijk in de hogere echelons rondkijken en ontmoet zelfs de uiterst minzame koningin.
Paull heeft een personage als Flora nodig, een nieuwkomer die met grote ogen naar alles kijkt. Erg verrassend is het verhaal niet. Natuurlijk is er sprake van dreiging en verraad, natuurlijk zal Flora een heldenrol spelen. Het eind is een soort 'Game of Thrones' op bijenniveau.
De schrijfster heeft geen ravissante stijl, af en toe zijn er zintuiglijke, aansprekende passages. Bijen laten zich drijven door geuren en met name de stukken over de bloemenvelden, over het oude zweet tussen de veren van aartsvijand de kraai zijn geslaagd. Jammer genoeg heeft Paull er een handje van weg om een ingehouden beschrijving onderuit te halen met daarop volgende tranerigheid à la '(het) deed Flora's hart overlopen'.
Die sentimentele dierenpsychologie stoort en maakt van 'De bijen' uiteindelijk een brave avonturenroman waarin de goeien en de slechten lege hulzen blijven, omgeven door een bijenvel.
De beste passages zijn die waarin de dieren door de kolkende lucht vliegen en waarin de schrijfster de krachtpatserijen van de stoere darren neerzet.

*

Laline Paull - De bijen – vertaald door Hien Montijn - Cargo – 19.90 euro/e-boek: 14.99 euro

Over mij

Mijn foto
Als freelance schrijver gaat mijn aandacht vooral uit naar Engelstalige literatuur. Ik recenseer fictie en interview auteurs voor De Standaard der Letteren, Schrijven Magazine. In 2010 zat ik in de jury van De Gouden Uil en in 2011 en 2012 zat ik in de jury van de Ako Literatuurprijs. Daarnaast schrijf ik over eten. Vooral de achtergrondverhalen boeien mij. Ik geef lezingen over eten en boeken en interview auteurs voor publiek. Verder geef ik cursussen en workshops in creatief schrijven (zie www.writerskitchen.nl). Ik ben als docent verbonden aan De Schrijversacademie (www.schrijversacademie.nl). In 2015 verschijnt mijn eerste boek bij De Bezige Bij Antwerpen.