dinsdag 13 januari 2015

Colm Tóibín – Nora Webster ( De Standaard)

Een doodgewoon leven

Op 5 januari wordt de Costa Novel Award uitgereikt. 'Nora Webster' van Colm Tóibín zou een verdiende winnaar zijn.

Kathy Mathys

Dit is het boek waar hij jarenlang omheen cirkelde, het meest nabije, het meest autobiografische. In 'Nora Webster', zijn achtste roman, schrijft Colm Tóibín over wat er gebeurde na de dood van zijn vader. In het landelijke zuidoosten van Ierland bleef zijn moeder achter met vier kinderen. Dit is geen autobiografie en dat laat Toíbín toe om vanuit de moeder te schrijven, al blijft hij op enige afstand van haar en schrijft hij in de derde persoon.
Het is eind 1960 en we volgen Nora tijdens de eerste drie jaren van haar weduwschap. In het begin van het boek krijgt ze bezoek van een personage uit 'Brooklyn', een eerdere roman van de Ierse schrijver. De moeder van Rose en Eily Lacey is een van de velen die haar medeleven betuigt na de dood van Maurice Webster.  Onder het medeleven gaat iets anders schuil, nieuwsgierigheid en een neiging om de weduwe de controle uit handen te nemen. Nora voelt zich behandeld als een kind, iedereen wil dingen voor haar regelen in het dorp waarvan ze alle inwoners kent, tot de hen toegewezen plek op het kerkhof toe. Wie uit de band springt, al is het maar met een ongebruikelijk kapsel, wordt in de gaten gehouden. Toch is de bemoeienis niet altijd een aanslag op Nora's vrijheid, er zijn momenten waarop de tussenkomst van anderen haar redt.
Tóibín beschrijft ze in de meest eenvoudige en onversierde taal, de kloosterzuster en dorpsvrouwen die Nora volgen, in een stijl die vergelijkbaar is met die van 'Brooklyn'. Wel is er veel minder sprake van een klassieke plot. Tóibín registreert kleine en grote crisissen: het tergende bezoek aan een tante, de confrontatie met een schoolhoofd, ruzie op kantoor. Wonderlijk is het hoe Tóibín de lezer zo intens laat meeleven zonder toegiften te doen aan de vraag om conventionele spanning.

Muziek

Tóibín heeft ooit gezegd dat de roman voor de lezer moet aanvoelen als een aanslag op het zenuwstelsel, emotionele vervoering is wezenlijk voor hem. Een van de vele troeven van dit boek is de beschrijving van de relatie tussen de moeder en haar zonen, Donal en Conor. De dochters zijn het huis al uit, dus het zijn vooral de zonen die de moeder scherp in de gaten houden, die panikeren bij de minste verandering. Donal is de fictionele versie van Tóibín, een jongen die moeizaam met zijn moeder communiceert, die stottert sinds de dood van zijn vader en experimenteert met zwart-witfotografie. De moeder zit opgesloten in haar verdriet dat ze probeert te verbergen voor haar zonen. Ze praten niet over de vader en toch zijn er momenten van stilzwijgende communicatie over hun leed, zoals de magische scène waarin de drie naar de oude Hollywood film 'Gaslight' kijken en iets herkennen in de angst van Ingrid Bergman.
Toíbín brengt geen lange gedachtestromen van de moeder, daardoor komen observaties die ons laten peilen naar de intensiteit van haar pijn keihard aan: 'Maar er waren geen andere dingen. Er was enkel datgene wat gebeurd was.'
Dit is geen deprimerend boek en het is ook geen boek over de veerkracht van de mens. Er zit humor in en verdriet, hoop en berusting, woede en uitgelatenheid. Nora keert terug naar het kantoor waar ze werkte voor haar huwelijk met een leraar, een plek die ze verfoeit en die laat zien hoe arrogant Nora bij momenten is Voor het eerst in haar leven neemt ze beslissingen zonder Maurice te raadplegen. Sommige voelen verkeerd aan, andere zijn als heet badwater waaraan je moet wennen voor het zijn weldaad openbaart. Nora ontdekt muziek, ze heeft een karakteristieke stem en neemt zanglessen, ze koopt een platenspeler, luistert naar Brahms en Schubert. Muziek is zowel verrijkend als confronterend: ze bedenkt dat haar leven thuis berust op toevalligheden, het is veel onstandvastiger dan de trefzekere tonen van de cello.
In de tweede helft van roman spelen de politieke omwentelingen in Noord-Ierland een rol op de achtergrond. Een van Nora's dochters is politiek geëngageerd. Nora leest de kranten, leeft mee, maar ze is geen politiek beest, zoals haar man.
Heel geleidelijk, onzichtbaar haast, trekt ToibÍn zijn hoofdpersonage uit het moeras van haar verdriet. Het slothoofdstuk waarin Nora terugdenkt aan het sterfbed van haar moeder behoort tot het beste dat Tóibín heeft geschreven.
In 2009 won Tóibín de Costa Novel Award voor 'Brooklyn', benieuwd of hij dit kan overdoen. Ook Ali Smith zou de prijs verdienen, zij is genomineerd voor 'How to be both'. De twee andere genomineerden zijn Neel Mukherjee met 'The Lives of Others' en Monique Roffey met 'House of Ashes'.

****


Colm Tóibín – Nora Webster – Penguin – 310 blz. - volgend jaar verschijnt de Nederlandse vertaling bij De Geus.

Maggie Shipstead – Verbaas me (De Standaard)

Het grote offer

Compact, ingehouden en virtuoos: de tweede roman van de Amerikaanse Maggie Shipstead is een overtuigende verkenning van de balletwereld.

Kathy Mathys

Verbaas me: Sergej Diaghilev daagde ooit met deze woorden Jean Cocteau, decorontwerper voor Les Ballets Russes, uit. Enkel wie anderen verbaast, bereikt de top; enkel wie zijn klauwen in het vel van de toeschouwer weet te slaan, beklijft. Joan Joyce is geen topper, ze behoort tot het corps de ballet, dat in de schaduw van de ster staat. Haar vriendin Elaine schopt het wel tot soliste. In Parijs ziet de jonge Joan, dan nog niet doordrongen van de beperkte contouren van haar talent, vanuit de coulissen Arslan Roesakov dansen, de Russische ster met wie ze een korte, voor haar levensbelangrijke, affaire krijgt. Later helpt Joan de Rus over te lopen naar het Westen.
Shipstead vertelt haar verhaal niet chronologisch, ze brengt fragmenten uit levens die verbonden zijn met elkaar door een liefde voor ballet. De vroegste stukken spelen in 1977, de meest recente in 2002. Joan is er van overtuigd dat haar lichaam haar belangrijkste bezit is op aarde. Wanneer ze stopt met haar carrière als prof voelt dat als een amputatie. Ze trouwt met jeugdvriend Jacob, die haar altijd al wilde, krijgt een zoon, Harry, en het gezin verhuist naar een flinter anonieme kuststrook in Californië.

Hazewind

Shipstead verbeeldt de balletwereld niet als een sprookjeslandschap zoals in de filmklassieker 'The Red Shoes' van Michael Powell en Emeric Pressburger. De beschrijvingen van de repetities en optredens doen veel meer denken aan die andere bekende balletfilm, 'Black Swan'. Joan houdt de lichamen van haar collega's scherp in de gaten, de dansers beloeren elkaar als roofdieren. Ze hebben kapotte tenen, zien eruit als hazewinden 'een en al botten en spieren'. Het in- en uit schuiven van voeten, balletschoenen die over de vloer vegen, de loopjes en passen: Shipstead roept dit universum met verve op, met zelfbeheersing. Net als in de choreografieën die ze neerzet, houdt ze de teugels strak om ze af en toe te laten vieren.
Dit is een roman over het lichaam, het dansende lichaam, het vrijende lichaam, het moederlichaam. In een handvol woorden laat Shipstead zien hoe Joans pragmatische keuze voor Jacob muteert en uitgroeit tot echte liefde. Jacob lijkt aanvankelijk de goeierd en toch is zijn liefde voor Joan niet helemaal onvoorwaardelijk. Wanneer ze stopt met dansen en balletles gaat geven, moet hij meer moeite doen om haar te adoreren.
De buren van Jacob en Joan heb een dochter die, net als Harry, uitstekend danst. Het lijkt wat veel toeval, zoveel ballettalent op een kluitje en toch weet Shipstead het overtuigend te brengen. Ze vertelt haar verhaal telkens vanuit een ander perspectief, we leren de dochter van de buren kennen en Elaine, die altijd verliefd is geweest op meneer T, de choreograaf die haar ontdekte en roem bezorgde. In latere fragmenten zorgt Elaine voor een aan aids lijdende meneer T, sterke passages zijn dat.

Soepel

Shipstead weet de subtiele modulaties in de vriendschap tussen Joan en Elaine precies te vangen, ze zet hen neer binnen een landschap dat geschapen is voor hun lichamen: in de blakende Californische zon, bij het blauw van het water.
Arslan Roesakov, losjes gebaseerd op Mikhail Baryshnikov, wordt Harry's leermeester en alles wijst erop dat de moeder haar droom zal kunnen waarmaken via haar zoon.
Dit is een roman over een bekend thema: hoeveel offer je op voor je droom? Is schitteren op het wereldtoneel belangrijker dan een gelukkig gezinsleven? Shipstead gaat op een bruisende manier met deze onderwerpen aan de slag in een stijl die niet protserig is, wel voldoende beelden bevat die nazinderen. De ballerina's 'hebben zichzelf gereduceerd tot de hoogst noodzakelijke stangen en zuigers', schrijft ze, of 'Hun bloed stroomt vrij door hun aderen, alsof die door het optreden zijn schoongeveegd'.
Eerder verkende Shipstead een ander milieu waarin strenge sociale codes gelden, dat van de rijken in New England. 'De vooravond' was een zedenkomedie, bekroond met de Dylan Thomas Prize'. 'Verbaas me' bevestigt Shipsteads soepele talent.

****

Maggie Shipstead – Verbaas me - vertaald door Saskia van der Lingen - De bezige bij - 315 blz. - oorspronkelijke titel: Astonish Me.


woensdag 31 december 2014

Lijstje 2014

Ik heb minder gelezen dan anders, zelf veel geschreven. Ik heb enkel Angelsaksische boeken gelezen, geen Nederlandstalige (spijtig), en ik heb heel wat culinaire lectuur verslonden. Hieronder mijn twintig favoriete boeken van het voorbije jaar (niet allemaal uit 2014), in willekeurige volgorde:

George Sanders – The Tenth of December
Chang-Rae Lee – On Such a Full Sea
Sonali Deraniyagala - Flood
Lydia Davis – Can't and Won't
Jess Walter - Beautiful Ruins
Lorrie Moore - Bark
Curtis Sittenfeld – Sisterland
Edward St Aubyn - At Last
Natalie Goldberg - The True Secret of Writing
Joanna Rakoff - My Salinger Year
Richard Powers – Orfeo
Christos Tsiolkas - Barracuda
Karen Joy Fowler - We Are All Completely Beside Ourselves
Ali Smith – How to Be Both
Gary Shteyngart - Little Failure
Sarah Waters - The Houseguests
John Thorne - Outlaw Cook (culinair)
Maggie Shipstead - Astonish Me
Kate Christensen - Blue Plate Special (culinair)
Colm Tóibín – Nora Webster

David Mitchell – Tijdmeters (De Standaard)

Tegen de klok

Als steeds heeft David Mitchell grote ambities. In Tijdmeters slaagt hij er half in om die waar te maken.

Kathy Mathys

Verhalen ontstaan uit het leven, uit de verbeelding, ja, maar het zijn geen weeskinderen. Elk verhaal heeft voorouders, de victoriaanse roman in het geval van Sarah Waters' vertellingen, bijvoorbeeld. David Mitchells verhalen hebben niet enkel een rits ooms en tantes, ze zijn ook innig met elkaar verstrengeld. In Tijdmeters komen personages voor die we tegenkwamen in Wolkenatlas of in De niet verhoorde gebeden van Jacob de zoet. Mitchells verhalen houden nooit op, uit het een vloeit het andere voort. Laat dit gegeven, dat niets ooit stopt en dat de dingen blijven voortduren, nu het centrale gegeven zijn van Tijdmeters, een roman die qua vorm en ambitie doet denken aan Mitchells voorlopige meesterstuk Wolkenatlas.
Tijdmeters bestaat uit zes delen, het eerste speelt in 1984 het laatste in 2043. In het eerste weerklinkt de onbezonnen, dolverliefde stem van Holly Sykes, cafédochter, fan van The Talking Heads en liefje van een veel oudere klootzak die, dat voel je, haar dra zal dumpen. Mitchell vangt haar manier van praten, de tijdsgeest. Oer-Engels is de textuur van dit deel, met verwijzingen naar fish and chips. Maar Mitchell houdt altijd het hele universum in het vizier. De van huis weggelopen Holly staat op het punt de grote wereld te ontdekken. In Holly's deel gebeuren er bizarre dingen, het kind is paranormaal begaafd, haar broer verdwijnt. Toch lezen de eerste vier delen grotendeels als realistische fictie. Pas in deel vijf gooit Mitchell de fantasy-sluizen open. Behalve in 2043 en in 1984 dus, horen we andere vertellers dan Holly, zij komt wel in elk verhaal voor.
Hugo Lamb, verteller in deel twee, schittert in een parodie op de campusroman. Dit Cambridge-heerschap schrijft essays over  Ronald Reagan, filosofeert met zijn vrienden over macht en over het gegeven dat hoeveel geld een mens ook bezit de kans groot is dat je in eenzaamheid sterft. Deel drie voert ons recht in het hart van Holly's gezin. Haar man, een oorlogsjournalist die verslaafd is aan de gevarenzone, krijgt daarin het woord. In het grappige vierde deel ontmoeten we een schrijver die er niet langer in slaagt om volle zalen te trekken en die vriendschap sluit met Holly, schrijfster van esoterische bestsellers.

Gemengd

Mitchell is een rasverteller, dat laat hij andermaal zien. Het gemak waarmee hij een nieuwe verhaallijn aanzwengelt is indrukwekkend, niemand die hem op dat vlak iets kan leren. Stilistisch is hij de man van de originele metafoor. De Cambridgestudent en de schrijver, die zowel doet denken aan Mitchell zelf als aan Martin Amis, zijn geschikte kanalen voor deze woordtovenarij. Meestal gaat het goed – 'francofone buiginkjes in haar zachte stem', 'De vochtige lucht strijkt langs mijn voorhoofd als een verfrissend doekje in de business class.' -, een andere keer slaat hij de plank mis: 'Zijn handdruk is een knokige greep, als die van een UFO-jager.'
Waarover gaat Tijdmeters? Sterfelijkheid, ouderliefde, het mechanisme van macht, de trucs die de Tijd met ons uithaalt, onze bezorgdheid om het onmiddellijke nageslacht, niet om het mensenras an sich. Mitchells engagement spreekt het meest uit de laatste episode die in een post-apocalyptische toekomst speelt. De thema's zijn belangwekkend, alleen werkt Mitchell niet alles even grondig uit. Je merkt dat hij zijn uiterste best doet om de personages vlees op de botten te geven. Toch zijn ze op psychologisch vlak niet erg memorabel. Dat deert niet voor een bijrol, wel voor Holly. Je zou kunnen zeggen dat Mitchell zoveel doet in zijn romans dat karakterontwikkeling ondergeschikt wordt. Toch mikt hij wel degelijk op emotionele vervoering van de lezer en laat hij zijn hoofdpersonage op dramatische en intieme momenten zien, met wisselend succes.
En dan is er deel vijf, een fantasy-achtige episode van ruim honderd bladzijden over de strijd tussen de Chronometristen en de Anachoreten. De eersten verplaatsen hun ziel van overleden lichaam naar overleden lichaam en leven zo eeuwenlang, de tweede groep doodt om het eeuwige leven te verkrijgen. Het duurt te lang, dit deel, er worden teveel achtergrondverhalen opgedist en voor mij was het moeilijk om te lezen over chakraogen zonder aan het magazine Happinez te denken. Op zich staat het vijfde luik niet los van de rest. Mitchell vraagt zich af wat er van ons overblijft na de dood. Wat geven we door? Wie herinnert zich ons? Thematisch is er dus een verband, alleen jammer dat je als lezer zoveel onmogelijke zinnen moet slikken. Een voorbeeld: 'Het magnesiumlicht van het psychoduel wordt te fel om in te kijken, zodat ik alleen met mijn chakra-oog zie dat de lange tafel drie meter de lucht in stijgt (...)'. Het probleem is niet dat Mitchell realisme en fantasy met elkaar vermengt, dat deed hij tenslotte ook in Wolkenatlas. Het probleem is dat het fantasy-deel te saai is.
Gemengde gevoelens dus bij deze nieuwe roman die zowel de onmiskenbare talenten van David Mitchell laat zien als zijn zwakke punten blootlegt.

***

David Mitchell – Tijdmeters – vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema – Nieuw Amsterdam uitgevers - 591 blz. - oorspronkelijke titel: The Bone Clocks.





donderdag 18 december 2014

Julian Baggini - Deugden van de tafel – Een filosofie van het eten (Bouillon Magazine)



BBB

Dit is een boek als een Chinese rijsttafel met heel veel verschillende onderwerpen, voor elk wat wils. De kerngedachte in elk hoofdstuk is dat het niet simpel is om deugdzame keuzes te maken aan tafel. Meestal is het volgens de schrijver niet mogelijk om een zaligmakende beslissing te nemen. Labels als biologisch, lokaal en duurzaam zijn complexer dan we denken. Neem boter uit Nieuw-Zeeland. Niet lokaal geproduceerd, wanneer ze op ons bord terecht komt, maar het vee kan er het hele jaar door buiten blijven waardoor productie met relatief weinig CO2-uitstoot gepaard gaat.
Soms conflicteren de labels seizoensgebonden, lokaal en biologisch met elkaar. Wat moet je dan doen? Volgens Baggini moet je toegeven dat conflicterende morele waardes onvermijdelijk zijn. Hij vindt dat we ze tegen elkaar moeten afwegen en dan beslissen op basis van wat zwaarder voor ons weegt. De schrijver trekt ook naar de keuken en heeft het onder meer over traditioneel koken, diëten, de vraag of eten kunst kan zijn. Een uitdagend boek voor lezers die niet bang zijn voor nuancering.

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam Uitgevers
ISBN: 9789046817148

Prijs: 24.95 €

Krachtvoer/Tweede editie/18 en 19 oktober in de studio Antwerpen (Bouillon Magazine)

Eten met een geweten

Voor de tweede keer organiseerden Alle dagen honger (www.alledagenhonger.be) en kunstencentrum Villanella Krachtvoer. Deze keer stond het thema 'Schaarste en overvloed' centraal op het Antwerpse gebeuren. Geen capriolen en onemanshows van getatoeëerde chefs op dit festival dat een ijzersterk inhoudelijk luik heeft met lezingen en debatten.
Zo tackelde hoogleraar Christophe Courtin de mythes rond brood (Is spelt gezonder? Welk gevaar schuilt er in het eenzijdig weren van granen uit ons dieet?).
We hebben toch één ster gezien op het festival: Chad Robertson, de succesvolle artisanale bakker en kookboekenschrijver uit San Francisco. Verder waren er lezingen over wilde planten plukken, over soylent, over fermentatie. Julian Baggini lichtte zijn boek 'Deugden van de tafel' toe. In mijn eigen lezing over Foodboekklassiekers prees ik het werk van onder andere Richard Wrangham en M.F.K. Fisher.
Tien ontwikkelaars van innovatieve foodconcepten uit Nederland en België kregen elk zes minuten om hun idee voor te stellen. The Dutch Weed Burger en Big Bang Broccoli kenden we al. Het was boeiend om  kennis te maken met De Keuken van het Ongewenste Dier, een foodtruck die fastfood maakt van dieren die 'overlast' bezorgen, met Deel een koe, een knap staaltje van crowdbutchering, waarbij niets van het dier verloren gaat. Het beest wordt pas geslacht nadat alle delen online zijn verkocht onder gegadigden.
De masterclasses waren fris en inspirerend, met foodblogging, foodwriting (met Hiske Versprille) en foodfotografie. Bij de drukbezochte tastings stond eenvoud en pure smaak voorop. Vinger in de Pot, de degustatieclub van chefs Inge Lanckacker en Céline Morris, serveerde droge worst met mosterd. Verder waren er proeverijen rond natuurwijn, oude appelrassen en onbeminde vis.
Vorig jaar was Krachtvoer nog een food film festival, nu ligt de nadruk veel minder op film. Er waren twee documentaires te zien: 'The End of the Line' en 'The Sower' en de knotsgekke Taiwanese speelfilm 'The Moveable Feast'.
Op de markt kon je oliën, granola, natuurwijn, chocolade kopen: alles was kleinschalig, smaakvol, een beetje trendy ook. De sfeer was bijna sereen. Wie wilde eetlezen, kon zijn hart ophalen bij de prachtige stand van de Gentse boekhandel Paard van Troje.
Tegenwoordig stikt het van de festivals waar alles draait om dure wijnen en spektakel. Krachtvoer is een parel binnen dit aanbod. Je proeft er heerlijk eten en je komt er een hoop wijzer buiten.

Kathy Mathys


www.krachtvoer.be



dinsdag 9 december 2014

De woorden van anderen (Schrijven Magazine)


Verhalen ontstaan uit andere verhalen. Wat kan je doen met boeken die er al zijn?

Waarvan zijn verhalen gemaakt? Van sterrenstof. Van het leven zelf. Maar ook: van andere verhalen. Alle boeken ter wereld zijn gezegend met een immer uitdeinende familie. Uit boeken worden boeken geboren en elk boek is weer een commentaar op of een bedenking bij een verhaal dat er al is. De woorden van andere schrijvers liggen voor het grijpen. Gebruik ze!
Dit kan op tal van manieren.
Heb je zin om te experimenteren met stijl of verteltoon, haal dan een boek uit de kast van een schrijver die heel anders klinkt dan jij, liefst een boek dat je lang geleden las of dat nog staat te wachten op jou. Kopieer een drietal zinnen uit de roman of verhalenbundel in je notitieboek en klap het boek dicht. Schrijf nu verder in de stijl van de auteur.
Of haal een je onbekend boek uit de bieb, kopieer de eerste zin, sluit het boek en schrijf nu verder. In deze oefening focus je minder op de stijl, meer op het verhaal, de plot die je verzint.
Of doe hetzelfde met de laatste zin van een boek. Kopieer hem onderaan een blad en schrijf de zin die er volgens jou kan aan voorafgaan, dan de zin die daaraan voorafgaat enzovoorts.
Poëzie leent zich minstens zo goed tot ruw materiaal voor een ander gedicht/verhaal. Licht een regel uit een bundel, speel ermee. Schrijf.
In Natalie Goldbergs The True Secret of Writing - Connecting Life with Language staat het gedicht 'A Strange New Cottage in Berkeley' van Allen Ginsberg. Het is een gedicht in de vorm van een lijst, de schrijver somt op wat hij doet in de tuin, welke zintuiglijke prikkels hij er ontvangt. Maak nu een lijstgedicht over jouw tuin, je huis, de kamer waar je als kind sliep enzovoorts.
Professionele schrijvers gebruiken net zo goed materiaal dat er al ligt. Lydia Davis, de Amerikaanse koningin van het zeer korte verhaal, schreef een verhaal over Kafka en gebruikte daarvoor enkel woorden die effectief voorkomen in Kafka's brieven. Voor een ander verhaal gebruikte ze fragmenten uit brieven die een familielid van haar ooit ontving.
Kom je in een boek mooie, verrassende, bijzondere woorden tegen, schrijf ze dan op een kaart. Stop de kaarten in een doos. Wanneer je er een heleboel hebt, kan je een tekst laten ontstaan door drie kaarten te trekken, of meer, en een tekst te schrijven waarin deze woorden voorkomen.

Commentaar leveren op bestaande verhalen

Je kan op zins- of op woordniveau spelen met bestaand materiaal of je kan een bekend verhaal op een nieuwe manier vertellen. Misschien heeft het klassieke verhaal een oppoetsbeurt nodig, een personage met een frisse blik. Margaret Atwood hertelde de mythe van Odysseus vanuit het perspectief van zijn vrouw in Penelope; Ali Smiths Meisje ontmoet jongen is een bewerking van Ovidius' Metamorfosen. Jo Bakers Longbourn brengt Jane Austens Trots en vooroordeel vanuit de keukenmeid.
Haal een personage dat nauwelijks een stem krijgt in het origineel naar voor. Luister naar de stem. Wat heeft hij of zij te vertellen?

Tips:

Herschrijf een bestaand verhaal en verander het genre. Maak van een romantische vertelling een thriller of omgekeerd.

Fotokopieer een gedicht. Knip het in stukken – één woord per papiersnipper – en maak een nieuw gedicht. Gebruik zoveel of zo weinig snippers als je wil.


Laat je nieuwsgierigheid prikkelen door bijfiguren in verhalen. Ontwikkel ze, maak ze tot hoofdpersonages in jouw verhaal.

Dit artikel verscheen in Schrijven magazine, jaargang 18, nummer 6, zie www.schrijvenonline.org

Over mij

Mijn foto
Als freelance schrijver gaat mijn aandacht vooral uit naar Engelstalige literatuur. Ik recenseer fictie en interview auteurs voor De Standaard der Letteren, Schrijven Magazine. In 2010 zat ik in de jury van De Gouden Uil en in 2011 en 2012 zat ik in de jury van de Ako Literatuurprijs. Daarnaast schrijf ik over eten. Vooral de achtergrondverhalen boeien mij. Ik geef lezingen over eten en boeken en interview auteurs voor publiek. Verder geef ik cursussen en workshops in creatief schrijven (zie www.writerskitchen.nl). Ik ben als docent verbonden aan De Schrijversacademie (www.schrijversacademie.nl). In 2015 verschijnt mijn eerste boek bij De Bezige Bij Antwerpen.