dinsdag 9 september 2014

Het ritme van de zin (Schrijven magazine)



 
Hoe zorg je ervoor dat je tekst een vloeiende cadans krijgt?

Elk verhaal heeft wat de Engelse schrijver D.H. Lawrence 'een levend ritme' noemt. Auteurs wisselen trage hoofdstukken af met delen waarin het ritme versnelt; lange paragrafen alterneren met korte; meanderende zinnen laten korte in hun midden. Zo lees je het in schrijfboeken: wissel af, doorbreek de monotonie.
Een aaneenrijging van korte zinnen kan leiden tot een tekst zonder flow, zonder cadans. Toch zijn er schrijvers die bewust kiezen voor korte zinnen. Door middel van enkele flitsen roepen deze schrijvers een wereld op. Dit komt uit het korte verhaal Zich aan hem tonen van Sanneke van Hassel (foto - © : Marieke van der Velden): 'Lamsbout bij de dikke Marokkaanse slager, Vleeswarenpaleis Ibrahim op de gevel. Ibrahim snijdt de blokjes van de stomp, beent uit. Het bot geeft hij in stukjes mee, voor de soep. Het verlangen soep te maken voor een gezin of wat daar nog van over is.'


Er kruipt een spanning in deze regels door de lengte van de zinnen.
Schrijf je in de ik-persoon, dan kan het zijn dat kort past bij het karakter van je personage. Zo praat Bonnie uit Esther Gerritsens Superduif niet in lange zinnen, zo is ze niet.
Anne Bernays en Pamela Painter geven in What if? - Writing Exercises for Fiction Writers dit geweldige advies om je bewust te worden van het ritme in teksten: typ het werk van een auteur die je bewondert over. Analyseer de zinnen, de structuur die ze hebben, hun ritme. Probeer vervolgens een opening te vinden in het overgetypte fragment, een 'barst' die je kan 'opentrekken'. Voeg in de barst je eigen paragraaf toe en zorg ervoor dat het ritme past bij het origineel.
Volgens Thomas Verbogt moet het ritme van de zin 'iets toevoegen aan de betekenis van de zin of daarmee samenvallen.' Hij raadt aan om een popelend personage te vangen in een zomerse zin, 'een zin die luchtig zingt.'
Ritme ontstaat ook door de manier waarop zinnen paragrafen vormen. Een nieuwe paragraaf kondigt een nieuwe gedachtegang aan of een verandering van tijd en/of plaats. Het is niet zo dat lange paragrafen beter zijn dan korte of omgekeerd. De parafrasering moet passen bij de tekst. De meeste auteurs variëren, anderen kiezen heel bewust voor lang dan wel kort. Lange gedachtegangen zijn niet Hemingways ding, bij hem is de paragrafering springerig. Let op met witregels tussen paragrafen, ze maken de tekst dramatisch en soms krijg je een bombastisch, pseudo-poëtisch effect.
De kleur van de woorden die je gebruikt, beïnvloedt het ritme van je verhaal. Rebecca McClanahan vraagt zich in Now Write! Nonfiction  af of er een meer kinderlijke klank is dan de korte 'i'. Deze klank past bij korte zinnen, bij zon en licht. De klankkleur van de woorden moet aansluiten bij de inhoud, vindt McClanahan .
In Zoete mond van Thomas Rosenboom staan veel lange klanken. De tekst klinkt traag en statig, dat sluit aan bij de inhoud: 'Het was een stenige, zacht glooiende kust, de oostkust van Canada. Niets herinnerde nog aan de winter die een half jaar had geduurd, de oneindige sneeuw, de sporen van ijsberen en poolvossen - het grauwe gras stond vol bloemen, vogels werkten aan het nest. Terwijl rechts het land voorbijgleed en links de zee, doemde recht vooruit de stad op, eigenlijk het dorp, hoe industrieel het walvisbedrijf hier ook beoefend werd. De walmende schoorstenen werden steeds hoger, en nu kwamen ook de opstallen te zien van al die kokerijen, rokerijen en zouterijen rond de haven in het midden.'

Tips:

1) Bestaat je tekst vooral uit korte zinnen, probeer dan eens om van een aantal korte zinnen een lange te maken.
2) Experimenteer met de relatie tussen inhoud en ritme. Evoceer een alledaagse gebeurtenis in lange, poëtische zinnen en kijk naar het effect.
3) Wil je spanning oproepen in je verhaal? Gebruik dan korte, haperende zinnen.

 Kathy Mathys

Dit artikel verscheen in Schrijven magazine, jaargang 18, nummer 4, augustus -september 2014. Zie www.schrijvenonline.org



maandag 8 september 2014

Mijn boek # 3

Volgend jaar verschijnt mijn eerste boek, een zoektocht naar wat smaak is. Het wordt geen droog feitjesboek maar een persoonlijk werkstuk vol verhalen en eetherinneringen, die van mij, die van anderen. Tijdens mijn research ontdek ik boeken die bij ons weinig bekend zijn en daar vertel ik hier wat over. 

Inmiddels heb ik de kaap van 80 000 woorden overschreden. Nog enkele heel intensieve schrijfmaanden te gaan! Deze zomer las ik weer veel bijzondere boeken. Sommige kende ik al en herlas ik, zoals Tamar Adlers 'An Everlasting Meal'. Het zijn niet zozeer de recepten zelf die dit tot een bijzonder boek maken maar meer de filosofie die er achter zit en die er een is van aan de ene kant spaarzaamheid, aan de andere kant genieten.Adler schrijft elegant proza, haar heldin is ook mijn culinaire heldin, namelijk M. F.K. Fisher.

Verder herlas ik Laurie Colwin, ook zo een goede schrijfster. In haar boek 'Home Cooking' vond ik een geweldig recept voor citroenchutney, die erg goed combineert met kip en kazen. Nu ligt haar roman 'Happy All the Time' naast mijn bed. Op de cover staat een vrouw die een appel schilt, naar verluidt zitten er ook veel sprankelende eetscènes in dit boek.

Verder wil ik nog vermelden:'Poor Man's Feast', een culinaire memoire van Elisa Altman: er zit een herfstachtige sfeer in dat boek, tenminste zo heb ik het ervaren. Heel meeslepend geschreven.

donderdag 4 september 2014

Martin Amis - Het interessegebied (De Standaard)



In de spiegel kijken

Martin Amis schrijft opnieuw een roman over de Holocaust. 'Het interessegebied' is niet helemaal geslaagd.

Kathy Mathys

In 1991 publiceerde Martin Amis 'De pijl van de tijd', het achterstevoren vertelde verhaal van een nazibeul. Hij begon met de dood van de man, eindigde met de geboorte en omdat Amis letterlijk de chronologie omdraaide, bevrijdde de beul joden uit de gaskamer. Het boek was virtuoos, beklijvend, indringend. Je voelde als lezer dat Amis op zoek was naar een antwoord op de waarom-vraag, naar het kantelmoment in het leven van een gewone Duitser. Het antwoord bleef uit.
In het nawoord van 'Het interessegebied' schrijft Amis dat de Holocaust hem in zijn greep hield. Hij las elk boek, bleef enigszins op zijn honger zitten en dan ontdekte hij bij Primo Levi een citaat dat indruk op hem maakte. Levi schreef dat we misschien niet moeten begrijpen wat er gebeurd is want begrijpen is bevatten, is jezelf verplaatsen in de beul, je met hem identificeren.
In tegenstelling tot 'De pijl van de tijd' is Amis' nieuwste roman geen poging om er iets van te begrijpen. De schrijver toont het leven in concentratiekamp Ka Zet vanuit drie ik-vertellers. Officier Thomsen, neef van Martin Borrmann, Hitlers privésecretaris, is een kantoornazi die zijn handen niet letterlijk vuil maakt. Met zijn uiterlijk - Amis heeft het onder andere over zijn strijdvaardige kin en erectiele penis, 'klassiek compact in ruststand' - kan hij rekenen op succes bij de vrouwen in het leger, de echtgenotes van collega's. Thomsen is een vrij realistisch personage, vooral in vergelijking met Kommandant Doll, de tweede verteller. Doll is een karikatuur die een imposante indruk meent te maken op het perron waar de transporten toekomen – 'mijn laarzen minstens een meter uit elkaar' - maar hij is lachwekkend, veeleer dan huiveringwekkend. Zijn vrouw veracht hem. Die vrouw, Hannah, is geschapen naar Arisch ideaal en Thomsen valt voor haar. Niet zomaar, hij wordt echt verliefd.
Dan is er de derde verteller, Szmul, lid van het Sonderkommando, joodse mannen die de lijken uit de gaskamers moeten slepen. Hij wil getuigenis afleggen, de wereld vertellen wat er gebeurd is. Net als veel andere Sonders schrijft hij zijn verhaal neer.

Boekenverliefdheid

Amis brengt ons dichtbij de gruwel, de stank, de luchten met de kleur van een kneuzing, de lijken 'rechtop gestapeld, Sardinenpackung, maar dan verticaal'.
Deze roman laat vooral zien hoe de nazi's efficiëntie nastreefden bij de uitroeiing, hoe ze trachtten te beknibbelen, op brandstof bijvoorbeeld.
Het is duidelijk dat Doll geen personage is dat we moeten trachten te begrijpen. Toch geeft Amis dit mee: voor Doll is het 'wij of de joden'. In zijn hoofd is er wel degelijk sprake van een logica, hoe totaal krankzinnig die ook op de lezer overkomt. Met Doll laat Amis zich zien als satiricus. Het zuipende nazibeest dat klaagt omdat zijn secretaresse een te platte boezem heeft: het is  voorspelbaar allemaal.
Thomsen laat de lezer dichterbij komen. Helaas is de ommekeer in dit personage ongeloofwaardig. Het blijft een boekenverliefdheid waaraan hij ten prooi valt en die is niet stevig genoeg om het verhaal te stutten.
En dan Szmul, de man die zijn ogen niet wil laten zien aan anderen omdat de ogen de spiegel van de ziel zijn. Dit personage beneemt de lezer de adem, hij bezorgt je een ongemakkelijk gevoel, in tegenstelling tot de Kommandant  die alles doet wat we – op basis van zoveel films en boeken – van hem verwachten. Jammer genoeg krijgt Szmul minder ruimte.
Amis is een groot stilist, hier houdt hij zich in toom en dat past bij het verhaal. Af en toe is het raak zoals in de beschrijving van Doll: 'Met zijn hemd uit en gasmasker op ziet Doll eruit als een dikke harige bromvlieg'.
De beschrijving van het Ka Zet is huiveringwekkend en je merkt dat de schrijver weet waarover hij praat. De dialogen zitten bij momenten wel te vol met feiten die bestemd zijn voor het oor van de lezer. Het is onnatuurlijk om ingewijden die lijnen te laten uitspreken.
In het nawoord citeert Amis uit een boek waarin staat dat de Holocaust ons laat zien wie wij mensen zijn. De Holocaust als spiegel dus. Als Amis wil laten zien, niet wil laten begrijpen, dan is hij daarin geslaagd. Jammer dat de personages hetzij onderbelicht blijven, hetzij risicoloos uitpakken. Dit had een veel betere roman kunnen zijn.

**

Martin Amis - Het interessegebied - vertaald door Janneke van der Meulen – Atlas Contact – Amsterdam – Antwerpen

Caitlin Moran - Bouwpakket van een meisje (De Standaard)



Zonder gebruiksaanwijzing

In haar eerste roman 'Bouwpakket van een meisje' beschrijft Caitlin Moran met veel humor de groeipijnen van een tiener uit een arm gezin.

Kathy Mathys

Het leven als vrouw is geen lachertje vindt Moran die het in haar autobiografische, hilarische debuut 'How to Be a Woman' onder andere had over bh's, schaamhaar en bevallingen. In 'Bouwpakket van een meisje' neemt ze net zo min een blad voor de mond. Haar veertienjarige, dikke hoofdpersonage, Johanna Morrigan,  masturbeert met een deo, heeft het over de hechtingen van haar moeder na een bevalling en over de gruwelen van een blaasontsteking.
De Morrigans - vader, moeder en vijf kinderen - wonen in Wolverhampton. Het is 1990 en de stad oogt als het slachtoffer van een recente ramp: gesloten fabrieken, een kanaal vol ronddobberende wasmachines. Volgens Johanna's vader was Thatcher de ramp die de stad teisterde. Alle mannelijke Morrigans zijn werkloos en Johanna's vader leeft van de bijstand. Ooit had hij een band en hij popelt om zijn muziekcarrière nieuw leven in te blazen.
Voor Johanna zijn er urgentere zaken in het leven dan het Engelse industriële verval. Ze wil ontmaagd worden en mooi zijn. De trage, lome kussen die ze maar wat graag wil uitdelen, voelen 'als buskruit op mijn lippen'.

De ontsnapping

Binnen het genre van de coming of age vind je zowel afgezaagde verhalen, bonkend van de clichés, als ruwe parels, zoals Eimear Mc Brides 'A Girl Is a Half-formed Thing', winnaar van de woman's Prize for fiction 2014. Gedachten aan dat boek flitsten door mijn hoofd tijdens de lectuur van Moran. De titels zijn gelijkend, het basisidee ook: als jonge tiener ben je grotendeels ongevormd, door vallen en opstaan bouw je, in het gunstigste geval, een aanvaardbare versie van jezelf tegen twintigste.
Qua stijl en toon zijn de boeken verschillend, al bezitten ze beide een bruisende energie die opborrelt vanuit het hoofdpersonage. 'Want als tiener ben je een kleine, zilveren, lege raket,' schrijft Moran. Je ontploft haast van de gretigheid. Je wil zo graag. Johanna, opgesloten in een huis waar de gordijnen naar frituurlucht ruiken en waar de kinderen gaten in de schoenen hebben, wil niets liever dan haar kamer ontvluchten. Ze wint een dichtwedstrijd, gaat tijdens de voordracht af op de regionale tv en begint muziekbladen als The Melody Maker en NME te lezen.
Als zestienjarige krijgt ze een baan als recensent. Niet dat ze zoveel afweet van muziek maar ze zuigt alles op als een spons: de BBC-sessies met John Peel, de muziek die ze in de bib kan ontlenen. Ze ontdekt dat er een leven is na Johnny Hates Jazz en Zucchero. De Engelse indie-scene, met bands als Ride, The Happy Mondays en Suede, wordt door Moran, zelf ooit begonnen als muziekjournalist, heel gedetailleerd neergezet en met net zoveel humor als in Michael Winterbottoms 'Twenty-Four Hour Party People', een film over datzelfde tijdperk.
Johanna, die zichzelf heruitvindt als Dolly Wilde, heeft met name voeling met vrouwengroepen uit de VS, Hole, Bikini Kill, met 'meiden die het geen reet kan schelen'.

Open over seks

Het begin van 'Bouwpakket' leest als de dagboeken van een hitsige Adrian Mole, springerig en associatief. Qua milieu en politiek engagement doet deze roman denken aan de eerste boeken van Roddy Doyle. Moran beschrijft de muziekwereld met veel humor: 'Rockmuziek vereist een zeer stevige beha, merk ik.' Ze heeft het over de wild dansende massa voor het podium bij een concert.
Je leest het boek met name voor Morans kijk op de dingen, haar humor. De schrijfster wil gelukkig niet voortdurend scoren met grappige oneliners. Zo beschrijft ze Johanna's bezoek aan Londen in intense en doorleefde woorden: "Ik ga elk moment veranderen in een gestoorde, hitsige droom die ik wanneer ik wil kan opboeren om steeds opnieuw te proeven als ik weer thuis ben, chapati's  eet en naar de vuile muren kijk.' Het einde is wat zoetsappig en er zijn momenten waarop Johanna ouder klinkt dan in de rest van de omringende tekst. Morans openheid over seks is nog steeds opluchtend. Johanna belandt onder andere bij een SM-liefhebber en wat dan volgt is beslist geen 'Vijftig tinten grijs'.

***

Caitlin Moran - Bouwpakket van een meisje - vertaald door Petra van der Eerden - Nijgh en van Ditmar - 286 blz. - oorspronkelijke titel: How to Build a Girl.

Tim Parks – Kunst van het moorden (De Standaard)



Een kunstminnende killer

Tim Parks portretteert Verona als een oerconservatief en voor de katholieke kerk bevend provincienest in het grappige 'Kunst van het moorden'.

Kathy Mathys

Tim Parks is een schrijver met twee gezichten: hij is de auteur van intense, serieuze romans als 'Europa', 'Buiten bereik' en hij is de man die graag een luchtig uitstapje neemt. In de jaren 1990 schreef hij twee romans rond het personage Morris Duckworth, een Engelsman in Italië met enkele moorden op het geweten: 'Nieuwe kleren voor Massimina' en 'De geest van Massimina'. Dit najaar voert Parks hem opnieuw op als welgestelde ereburger van Verona.
Duckworth is inmiddels van middelbare leeftijd, heeft de bescheiden wijnhandel van zijn vrouws familie uitgebouwd tot een machtig conglomeraat. Hij houdt zich op in dure Veronese bars waar de vrouwenkleding voornaam ritselt. Antonella, Duckworths wederhelft, hult zich in mink maar houdt zich ver van werelds verderf allerhande. Liever regelt ze dure bloemen voor de kerk of bidt ze samen met de geestelijke leidsman van de familie, Don Lorenzo. Voor Duckworths lichamelijke verzetje zorgt zijn Arabische stagiaire.
Duckworths gevoel van vorstelijk geluk houdt niet lang aan. De politie arresteert zijn zoon tijdens een voetbalsupporterrel, zijn dochter lijkt verwikkeld in een onmogelijke liefde en de moordenaar zelf voelt het danig jeuken dat hij, ter sublimatie van zijn gewelddadige driften, een tentoonstelling opzet met als onderwerp 'moord in de kunst '. Volgens Duckworth is het moment vlak voor de fatale messteek of het dodelijke schot, het enige in een mensenleven waarop twee individuen zich ten volle aan elkaar openbaren, zonder maskers.
Dat klinkt allemaal heel zwaarwichtig en dat is 'Kunst van het moorden' nochtans niet. Parks heeft zich duidelijk rot geamuseerd met de creatie van een provinciaal stadje – want dat is de Verona in dit boek – waar magistraten en politici net zo corrupt zijn als de katholieke kopstukken.

Ironie

Duckworth is een zelfingenomen dwaas, 'zich genotzuchtig wentelend in al zijn weelde' maar hij is geen debiel. Hij heeft een scherp oog voor wat er fout is met Italië en dat levert spitsvondige observaties op waarin je duidelijk Parks' signatuur herkent. De Engelse schrijver woont al sinds 1981 in Italië. Duckworths relatie met het land is er één van wrevel én adoratie. Na een dubbele calvados durft hij te mijmeren over de wijnranken en besneeuwde ceders, meestal echter ergert hij zich aan de vriendjespolitiek en het gekonkelfoes achter gesloten deuren, ook al is het dankzij deze praktijken dat Duckworth het eigen vel redt.
Je kan dit boek makkelijk lezen zonder de eerste delen te kennen. Parks licht stap voor stap een tip van de sluier en aan het eind snap je wat er in de voorgaande jaren is voorgevallen.
Duckworth praat in de kunstkamer van zijn vijftiende-eeuws pand met de geesten van de doden, meer bepaald met de mannen en vrouwen die hij in eerdere jaren heeft omgelegd. Hij heeft een zwak voor Antonella's zusje, zijn eerste vriendin, die ondanks alles nog praat met haar moordenaar.
Het leukst zijn de levendige en van ironie glanzende dialogen in dit boek, bijvoorbeeld tijdens een bezoek van Don Lorenzo.
In het tweede deel belandt Duckworth in de cel voor een moord waarvan hij zich niets herinnert. Hij beweert onschuldig te zijn en schakelt de hulp van anderen in om de echte moordenaar te vinden. Die zoektocht en Duckworths gespeculeer over splintergroeperingen met nare geselpraktijken binnen de kerk is niet altijd even spannend en origineel.
Parks is op zijn sterkst wanneer hij de Engelsman in zichzelf loslaat op het land waar hij met zoveel humor over kan schrijven.
Leuk, zij het niet echt beklijvend, uitstapje van Parks die sinds 'Leer ons stil te zitten' een 'gezondere' manier wil vinden om te schrijven, een manier waarmee meer ongedwongen plezier gemoeid is. Amusant is 'Kunst van het moorden' zeker, het is evenwel geen Parks-klasieker.

***

Tim Parks – Kunst van het moorden - vertaald door C. M. L.Kisling – Arbeiderspers

Over mij

Mijn foto
Als freelance schrijver gaat mijn aandacht vooral uit naar Engelstalige literatuur. Ik recenseer fictie en interview auteurs voor De Standaard der Letteren, Schrijven Magazine. In 2010 zat ik in de jury van De Gouden Uil en in 2011 en 2012 zat ik in de jury van de Ako Literatuurprijs. Daarnaast schrijf ik over eten. Vooral de achtergrondverhalen boeien mij. Ik geef lezingen over eten en boeken en interview auteurs voor publiek. Verder geef ik cursussen en workshops in creatief schrijven (zie www.writerskitchen.nl). Ik ben als docent verbonden aan De Schrijversacademie (www.schrijversacademie.nl). In 2015 verschijnt mijn eerste boek bij De Bezige Bij Antwerpen.