vrijdag 21 november 2014

Sarah Waters – De huisgenoten (De Standaard)

Gestommel op zolder

'De huisgenoten', de nieuwe roman van Sarah Waters is een van de meest meeslepende Angelsaksische boeken van het najaar. Steeds dieper graaft de schrijfster in het hoofd van haar personages .

Kathy Mathys

Ooit vroeg ik Sarah Waters tijdens een interview waarom haar verhalen zoveel onverwachte wendingen hadden. Ze antwoordde dat ze de plot zag als een levensbevestigende kracht, een motor die het verhaal aanzwengelt, papieren levens voortstuwt. En zo was het ook in die eerste romans van haar, 'Fluwelen begeerte', 'Vingervlug': wat een bruisende energie en roekeloosheid zit er in die verhalen.
Dat werd anders vanaf 'De nachtwacht', een roman die speelt op het puin van de Tweede Wereldoorlog. Het tempo vertraagde en Waters liet zich in mindere mate zien als de schrijfster die bekend is om haar plotwendingen. Ze ging levens beschrijven die sputterden, soms zelfs ronduit aan diggelen lagen.
In 'De huisgenoten' voelt Frances Wray zich een geest in eigen bestaan. Vier jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog woont ze alleen met haar moeder in een voorname Londense buitenwijk met ruime tuinen en elegante bomen. Alleen: het gezin is verarmd sinds de zonen omkwamen in de oorlog en de vader na zijn dood schulden naliet. Het personeel is weggestuurd en Frances schrobt zelf de vloeren maar dat volstaat niet. Daarom nemen de vrouwen betalende huisgenoten. Lilian en Len Barber zijn exoten uit een wereld die Francis begeestert en de moeder meewarige blikken ontlokt. Lilian draagt met franje afgezette rokken, karmozijnrode truien, Turkse slippers en een kimono. Waters schetst haar met iets van ironie; de pauwenveren en sculpturen op de schoorsteenmantel van de Barbers vormen een rommelig allegaartje.
Frances is zesentwintig, de Barbers zijn enkele jaren jonger. Ze voelt zich een oude vrijster in hun nabijheid en toch had Frances ooit uitzicht op een ander leven, een dat haar vrijheid verschafte, een liefde, de kans om iets te betekenen in de wereld. Na de oorlog durfde ze haar moeder niet te verlaten en kwam er een einde aan haar relatie met Christina, die wél haar vleugels uitstrekte en in Soho ging wonen.

Diepgravend en lucide

De eerste helft van dit boek speelt in de villa waar moeder en dochter 's avonds de voetstappen op het plafond proberen te negeren. Naarmate Frances en Lilian naar elkaar toegroeien, zijn er meer gesprekken op de overloop, in donkere hoeken, in de bijkeuken. Waters haalt het maximum uit de locatie en dat doet ze ook met de buitenscènes. Er is een prachtige Londense passage waarin we heel dicht bij Frances' kern komen. Wandelend door de stad 'leek ze als een spons alle bijzonderheden in zich op te zuigen, of als een batterij te worden opgeladen'. Frances schaamt zich om de vervoering die ze ervaart en waarover ze niet praat met anderen. Zelfonthulling is ongebruikelijk in haar klasse. Dat is heel anders voor de arbeidersklasse die de Barbers - de pauwenveren en franjerokken zijn verkleedkostuums – wensen te ontgroeien.
Het tweede deel speelt, behalve in het huis, ook in gerechtsgebouwen zoals de Old Bailey, een plek die doet denken aan 'Bleak House' van Charles Dickens en die de roman ook daadwerkelijk terugvoert naar victoriaanse tijden. Waters laat Frances tijdens een kerkhofbezoek de Dickensiaanse namen op de grafstenen bewonderen maar er is meer: in het Londen van na de oorlog zijn de verworvenheden van de vroege twintigste eeuw teruggeschroefd. Zo voelt het althans voor Frances, het is de oorlog die haar doet kiezen voor een leven aan de zijde van haar fragiele moeder.
Het rechtbankdrama is beklijvend en toch is dit niet de grote forte van dit boek. Het is de psychologie van de personages, met name die van Frances, die dit verhaal laat schitteren. Waters weet de voortdurende innerlijke verschuivingen in haar hoofdpersonage heel lucide weer te geven. Niet alle karakters zijn even sterk, soms bekruipt je een 'Downtown Abbey'-gevoel en toch deert dit niet, is het zelfs onvermijdelijk in een verhaal waarin het voor bepaalde klassen onbeleefd is om over iets substantieels te praten.
De liefdesscènes tussen Frances en Lilian zijn expliciet, onbeschroomd. Wat nog meer blijft hangen is een gruwelijke vruchtafdrijving die in de meest bloederige details wordt gevat.
Is dit een misdaadroman? Niet echt of niet in de eerste plaats. De rekwisieten van een thriller zijn aanwezig, de spanning ook en toch is dit vooral een roman over twee vrouwen die niet weten of ze de vrijheid aandurven. Het is een verhaal over moeilijke morele dilemma's, over waanzin en angst en over hoe dat laatste alles aanvreet: trouw, moed, loyaliteit.
Waters zoekt het donker op in deze prachtroman die het veel minder heeft van plot dan van psychologische verdieping.

****


Sarah Waters – De huisgenoten – vertaald door Nico Groen, Sjaak de Jong en Marijke Versluys - Nijgh en van Ditmar - The Paying Guests - 559 blz.

vrijdag 14 november 2014

Jim Crace interview (De Standaard)

Net onze wereld

Een van de mooiste romans van dit najaar is 'Oogst' van de Engelse Jim Crace. Hij praat over de nood aan verzinsels, over engagement en zijn angst om vast te lopen.

Kathy Mathys

'Ik schreef dit boek in zes maanden, zelden ging het zo makkelijk. Vreemd, de jaren daarvoor was ik bij een ander project helemaal vast geraakt,' vertelt Crace over 'Oogst'. De eerste romans die hij schreef, gingen over gemeenschappen in transitie. Vervolgens schreef hij romans rond de grote metafysische thema's, dood en liefde: 'Kluizenaars' en 'Een man, een vrouw en de dood'.
Met 'Oogst' keert Crace terug naar zijn beginperiode. Het is een verhaal over een gemeenschap die op het punt staat te veranderen. Op de vooravond van het grote oogstfeest strijken drie vreemdelingen neer in het naamloze dorp. Dan woedt er een brand in een van de schuren en begint de zoektocht naar een zondebok. Deze bezwerende roman stond op de shortlist van de Man Booker Prize 2013.

'Ik ben op geen enkele manier een autobiografische schrijver. Boeken vloeien nooit voort uit de directe omstandigheden in mijn leven, ze gaan over onderwerpen die me interesseren en ontstaan uit vragen die me bezighouden. 'Oogst' vindt zijn oorsprong in de wandelingen die ik maak in het Engelse landschap, een landschap dat me bedwelmt en betovert en dat toch het resultaat is van bloederige historische gebeurtenissen. Ik wandel veel in de Britse Midlands door velden die ooit landbouwgrond waren voor kleine gemeenschappen. Van buitenaf kwamen er machtige spelers die de bewoners wegjaagden, de grond claimden en er schapen kweekten, wat geld opleverde. Dit is kapitalisme op zijn gruwelijkst: mensen hun thuis afnemen voor geldgewin. Dit verhaal is nog steeds actueel, zo las ik net in de Guardian over de onteigening van indianen in Brazilië en er zijn meer voorbeelden te vinden.
Dat was het thema waarmee ik vertrok, onderweg kwam er een ander thema te voorschijn dat ik niet had voorzien. In 'Oogst' komen drie vreemdelingen naar het dorp, ze worden gewantrouwd en slecht behandeld. Meer en meer werd het daardoor een roman over immigratie en over onze angst voor de vreemdeling. Dat had ik niet verwacht en daarin schuilt voor mij het bijzondere van schrijven. Onderweg gebeurt er veel dat je niet kan zien aankomen.'

In uw verhalen schrijft u over het verleden, over de toekomst of over een wereld die nogal op de onze lijkt. Waarom heeft u die vertekeningen nodig?

'Al mijn boeken zijn sterk metaforisch, ze gaan allemaal over hedendaagse politieke en maatschappelijke thema's maar ik wil geen pamflet schrijven of propaganda voeren. Door de verhalen in het verleden of in de toekomst te plaatsen, of door een landschap te verzinnen dat niet echt bestaat, creëer ik wat afstand. Romans mogen, wat mij betreft, enkel vragen stellen, ze mogen geen antwoorden geven.'

Heeft u altijd op deze metaforische manier geschreven of waren de eerste aanzetten anders?

'Schrijvers prijzen zich gelukkig wanneer ze hun stem vinden. Toen ik zeventien was, stelde ik me voor dat ik een nieuwe Steinbeck of Orwell was, een realistische schrijver met een groot engagement. Dat waren de schrijvers die ik bewonderde. Toen ik die eerste roman begon te schrijven, wist ik niet wat de volgende zin moest zijn, laat staan dat ik enig idee had over de volgende paragraaf.
Toen las ik werk van Márquez en ik dacht: 'Zo kan ik ook zingen!' Ik besefte dat het toegestaan was om dingen te verzinnen. Het was alsof iemand me toestemming gaf om iets te doen waar ik veel zin in had, iets wat ik als kind ook al deed: in atlassen kijken, zelf nieuwe continenten tekenen. Het idee dat ik dieren, geschiedenis en landschap kon creëren, was een grote openbaring. Toch ben ik ook een puritein, speelse verhalen schrijven volstaat niet voor mij. Ik wil boeken schrijven die op moreel vlak ernstig zijn, die er toe doen. Ernst is  niet bepaald typisch voor de Engelse literatuur. In Engeland is het in bepaalde kringen nog steeds ongemanierd om langer dan twee minuten ernstig te zijn, steeds weer duikt de ironie op.'

Het narratieve dier

De romans van Jim Crace onderscheiden zich niet enkel door hun net anders uitziende wereld en dwingende thematiek, ook op vlak van taal stijl zijn ze bijzonder. 'Er staan veel verzonnen woorden in 'Oogst'. Mijn vertaalster stuurde me een lijst met woorden, vergezeld van de vraag welke verzonnen waren. In sommige gevallen kon ik het mij niet eens herinneren. In mijn ogen waren ze inmiddels echt. Feit en fictie lopen heel erg door elkaar in mijn verhalen; wat verzonnen is kan de status krijgen van de waarheid. Ik gebruik liever een verzonnen naam voor een kever dan een Latijnse: die laatste houdt de lezer enkel op afstand.'
Craces zinnen hebben een sterke cadans, vergelijkbaar met die in orale literatuur.  'Wij mensen zijn uniek omdat we verhalen vertellen, we zijn de enige diersoort die dit doen. Voor mij is het enorm troostend en vervullend om aan te sluiten bij deze oude, orale traditie van verhalen vertellen,' aldus Crace. 'Ik ben een darwinist, ik ben er van overtuigd dat ons talent voor verhalen vertellen heeft bijgedragen aan onze overleving. Het is essentieel voor de mens. Fictie heeft een hoger doel, het laat ons kennismaken met de liefde nog voor we van de liefde hebben geproefd, met de dood nog voor we zelf onze laatste adem hebben uitgeblazen.'

Tijdens de jaren 1990 verschenen uw meest bekende romans, 'Kluizenaars' en 'Een man, een vrouw en de dood', verhalen over het persoonlijke en intieme leven. Hoe kijkt u op dit werk terug? Het is in veel opzichten anders dan de rest.

'Het gaat inderdaad over persoonlijke thema's, dood, liefde, religie. Ik vind deze boeken nog steeds bijzonder maar het zijn verhalen over persoonlijke politiek. Ik denk dat het de puritein in mij is die me opnieuw in de richting van het engagement en de gemeenschap stuurde. Politiek is uiteindelijk essentieel voor mij, zelfanalyse maakt me nerveus. Ik vind heel veel fictie narcistisch, navelstaarderig. Ik kijk liever naar politieke bewegingen en hun impact op de wereld. Daardoor zijn mijn personages wel minder ontwikkeld dan in veel realistische fictie, het zijn archetypes. Ik heb soms moeite om hun namen te onthouden.
Ik had het net over de Engelsen en hun neiging om overal een ironische saus overheen te gooien. Hetzelfde geldt voor politiek: we houden ons liever stil dan dat we luid protesteren. Ik ben op dat vlak net zo schuldig als anderen. Wanneer ik aan een feesttafel zit en iemand maakt een homofobe opmerking, dan zwijg ik omdat ik de avond niet wil verpesten. Nochtans voel ik de nood om iets te zeggen. Het hoofdpersonage in 'Oogst' is schuldig aan de 'Engelse zonde', hij zwijgt wanneer hij zijn stem zou moeten laten horen, hij houdt zich liever schuil.'

In de verantwoording van uw boek neemt u afscheid van het schrijven. Dat was in 2013. Blijft u bij uw besluit?

'Er waren verschillende redenen waarom ik het einde van mijn loopbaan als schrijver aankondigde op mijn vijfenzestigste. Ik kreeg last van de stress om steeds weer een nieuw boek te produceren. Ik ben nog een van die gelukkige schrijvers die op voorhand betaald worden, zelfs voor mijn eerste boek was dat het geval. Toch legt dat een heleboel druk op je en daar kreeg ik last van. Verder waren er persoonlijke problemen in mijn gezin, een van mijn kinderen was doodziek en dan lijkt fictie schrijven plots onbelangrijk. Mijn dochter overleefde het en nu gaat het goed met haar.
Vlak voor die persoonlijke crisis was ik vastgelopen met een roman, op 40 000 woorden strandde ik. Toen besefte ik dat ik het voorschot zou moeten terugbetalen en ik vreesde bankroet te zijn. De laatste reden waarom ik er de brui aan wou geven, had te maken met mijn ideeën over het schrijverschap in het algemeen. Ik vrees dat veel schrijvers op latere leeftijd bitter worden: ze krijgen niet meer de aandacht die ze verdienen, ze verkopen niet meer enzovoorts. Ik wou die bitterheid niet toelaten in mijn leven.
Met één ding had ik geen rekening gehouden, mijn brein laat me niet toe om met pensioen te gaan. Net zoals een componist het niet kan laten om een melodietje te neuriën, kan ik het niet laten om verhalen te verzinnen. Dus ja, ik ben van gedacht veranderd. Ik wil echter geen voorschotten meer en dat neemt de druk weg. Ik heb een gevoel van bevrijding wanneer ik nu aan het schrijven ben. Momenteel werk ik aan een nieuwe roman en ik wil een verzameling essays schrijven over natuurkunde die ik presenteer als feit maar die fictionele ingrediënten bevatten.

Waarover ging de roman waarin u vastliep?

'Het was een autobiografische roman. Ik heb altijd gedacht dat ik niet over mezelf kon schrijven omdat ik te gelukkig ben en mijn leven te gewoon is. Ik ben al veertig jaar getrouwd, daar kan ik niet veel mee als fictieschrijver. Toch was er één ding dat me heel ongelukkig maakte en dat was de dood van mijn ouders. Ik wou een boek schrijven à la 'Gullivers reizen'. Ik heb namelijk vaak gefantaseerd dat ik mijn ouders ooit opnieuw zal ontmoeten op een strand. Dat was geen religieuze fantasie want ik ben een overtuigd atheïst. Ik zou dus een boek schrijven over het strand waar ik alle mensen ontmoette van wie ik ooit hield. Ik liep vast omdat ik niet de moed had om tot op het bot te gaan, om volledig open te zijn.
Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik in al mijn boeken enigszins op veilig speel, ik laat me niet zien, ik onthul mezelf niet. Volgens mij hebben autobiografische schrijvers veel meer moed nodig, ze stellen zich kwetsbaar op, lopen het risico belachelijk gemaakt te worden. Dus aan de ene kant ben ik wel blij dat ik mijn typische metaforische stem heb gevonden, aan de andere kant is er een deel in mij dat ernaar verlangt om iets strikt autobiografisch te schrijven.
Ik vind het idee van het strand nog steeds sterk, misschien herschrijf ik het als een borgesiaans essay, wie weet.'

****

Jim Crace - Oogst – vertaald door Regina Willemse – De Geus - 248 blz. - oorspronkelijke titel: Harvest.









zondag 9 november 2014

William Trevor - Heilige beelden (De Standaard)



Kleine hoop

De Ierse schrijver William Trevor verdient de naamsbekendheid en aandacht van een Jonathan Franzen. Dat bewijzen de korte verhalen in 'Heilige beelden' eens te meer.

Kathy Mathys

Een vrouw zit in een verlaten theatercafé. In haar aangezicht de restanten van een elegante schoonheid. Een iets jongere man neemt plaats tegenover haar. Een relatiebureau heeft het rendez-vous geregeld. Trevor volgt hun bewegingen en gedachten, de machtsverhouding tussen de twee in 'Een avond uit', een verhaal dat verwondert en intrigeert. Een meester is Trevor in de uitgekiende analyse van mensenlevens. Over het verleden van de vrouw: 'Als je het allemaal bij elkaar nam, vormde het een leven; je leefde in de nasleep ervan.'
Leven in de nasleep van wat toch al niet zo opzienbarend was, leven in de hoop op een minimale verschuiving, dat doen de doodgewone mensen in deze verhalen. Vissers zijn het, caféhouders, priesters, weduwnaars. In 'Stervensbegeleiding' krijgt een kersverse weduwe – haar dode man ligt boven op bed – bezoek van twee religieuze vrouwen. Ze komen te laat aankloppen met hun stervensbegeleiding en zijn er van overtuigd dat de vrouw gezelschap kan gebruiken. Zo hopen dat hun klassieke platitudes zullen verzachten. Dat pakte anders uit wanneer de weduwe in alle openheid over het huwelijk spreekt. Haar woorden zijn hard en achteraf beseft de weduwe dat de twee ongehuwde vrouwen haar nooit kunnen begrijpen want hoewel de weduwe niet rouwt, was er toch 'nog enige liefde'.
De raadselachtige kronkels van het hart staan in meer verhalen centraal. Trevor is niet de schrijver van de bruuske wending of de verrassende twist aan het eind. De verworven inzichten zijn subtiel, bijna ongrijpbaar. In 'Kat in het donker' ontmoeten twee geliefden – een gescheiden vrouw en een getrouwde man – elkaar in parken en cafés. Trevor blijft enigszins op afstand naar hen kijken, alsof hij vreest het weinig breekbare dat er is te zullen verstoren. De man en de vrouw in dit verhaal verbazen zich over hun emoties, ze kunnen hun liefde niet helemaal bevatten.

Grote en kleine geheimen

Op enkele uitzonderingen na spelen deze verhalen in landelijk Ierland, waar de parochiepriester zijn invloed verliest en jonge vrouwen dromen van een ander leven. In 'Justina's priester' raakt de depressieve dorpspastoor een zwakbegaafd meisje met geen vinger aan en toch maakt hij op een hopeloze, mededogen oproepende manier gebruik van haar.
In 'Grof geld' verwart een aanstaande bruid gevoelens voor haar aanstaande met gevoelens voor Amerika, het land waar het paar wil gaan wonen. De verbeelding is een sterke kracht in het leven van de bruid, die eindeloos fantaseert over Amerika.
Ook in 'Rose huilde' is het de verbeeldingskracht van het personage die de motor vormt van het verhaal. Rose krijgt aandacht van haar klasgenootjes dankzij de verhalen die ze vertelt, verhalen die ze als feiten presenteert maar naar hoge waarschijnlijkheid verzint.
Trevor schrijft over de kleine en grote geheimen waar we allemaal mee leven. 'Graillis' nalatenschap' gaat over een weduwnaar die een erfenis ontvangt van een oude geliefde. Hij keert terug naar haar huis, een vergissing want 'door naar het huis te gaan, had hij iets verstoord wat voorbehouden was aan de herinnering'.
'Afzondering' is het enige verhaal in de ik-persoon, Trevor vertelt graag in de derde persoon en van op enige afstand. De enige ik-verteller draagt een geheim met zich mee dat te zwaar is om op Ierse bodem te kunnen torsen. Ze is helemaal naar Italië verhuisd waar ze in een hotel woont en tijdens toevallige ontmoetingen de luisteraar angst aanjaagt met haar onthullingen over vroeger.
In het titelverhaal overweegt een vrouw in een financieel nijpende situatie om een radeloze daad te begaan. Uiteindelijk houdt ze zich in en beseft ze dat ze nooit aan haar man zal kunnen vertellen wat ze van plan was.
Een enkel verhaal valt tegen, 'Op straat', dat het moet hebben van een wat flauw effect.
Trevors verhalen hebben een psychologische diepgang die vergelijkbaar is met die van Alice Munro. Hun taal is niet opzichtig, soms wat gedragen, doorspekt met woorden uit een verdwijnende wereld. Samen met deze prachtbundel verschijnt de vertaling van een van Trevors vele romans: 'Het verhaal van Lucy Gault'.

****

William Trevor - Heilige beelden - vertaald door Sjaak Commandeur - J.M. Meulenhoff - 223 blz.

dinsdag 4 november 2014

Mijn boek # 4

Volgend jaar verschijnt mijn eerste boek, een zoektocht naar wat smaak is. Het wordt geen droog feitjesboek maar een persoonlijk werkstuk vol verhalen en eetherinneringen, die van mij, die van anderen. Tijdens mijn research ontdek ik boeken die bij ons weinig bekend zijn en daar vertel ik hier wat over. 

Nog twee hoofdstukken te schrijven en dan kan ik beginnen met de inleiding, de kop die de lezers moet binnenhalen, en de staart. Ik schrijf nu niet enkel op de dagen die ik geblokt heb voor mijn boek. Zelfs op drukke werkdagen schrijf ik een stukje om de continuïteit te behouden. 

Een van de kleine parels die ik de voorbije jaren ontdekte, is Hector Abads 'Tratado de culinaria para mujeres tristes', (Recipes for Sad Women) , een boek dat half serieus is en half grappig. 
Het bevat elegante, zeer korte essays over hoe je melancholie bekampt, hartzeer. Het is een zelfhulpboek met onwereldse adviezen. Zo raadt de schrijver aan kamillethee te drinken bij nervositeit. Zonder citroen of suiker welteverstaan: 'De thee zal niet werken als datgene waarover je piekert sterker is dan jezelf. En in dat geval is het goed je zorgen te maken.'
Een ander advies: gebruik niet eerder dan drie jaar na haar overlijden de recepten van je schoonmoeder. Of: het witte vlees van zeetong is een delicatesse voor zieken. Witte rijst helpt tegen huilerigheid. Dit boek is niet serieus maar het is ook geen parodie. Het is bevreemdend, origineel, poëtisch.

Spanning in verhalen (Schrijven Magazine)

Under pressure

Hoeveel spanning heeft een verhaal nodig? Enkele tips en bedenkingen.

Je moet wel uit erg stevig hout gesneden zijn, wil je een geslaagd verhaal schrijven zonder plot. Dat is het antwoord dat ik meestal geef op de vraag of een verhaal spanning/een plot nodig heeft. Natuurlijk zijn er geweldige romans en verhalen waarvan je de plot in een ademzucht kan samenvatten, verhalen waarin alles draait om de weinig spraakmakende levens van de personages, om stijl, zintuiglijke indrukken of filosofische gedachten. Denk maar aan John Williams' Stoner, een vertelling over een man met wie niet veel bijzonders gebeurt.
De meeste schrijvers proberen deze dagen psychologisch-filosofische diepgang te combineren met een spannend verhaal. Spanning creëren is niets anders dan er voor zorgen dat de lezer het boek niet terzijde gelegd. Hoe doe je dat?
Draal niet in het begin. Een roman kan een langere aanloop verdragen dan een kortverhaal. Veel beginnende auteurs starten te vroeg. De Engelse schrijfster Rose Tremain zei hierover: 'Start je boek nooit met de scène waarmee je wil beginnen. Laat het verhaal later starten.'
Met andere woorden: zorg ervoor dat die eerste paar zinnen zo nieuwsgierig maken dat het jeukt, dat de lezer wel moet krabben – verder lezen dus. Zo opent Zijde man van Kathleen Vereecken: 'Ooit. Ooit doe ik het echt. Dan ga ik weg en laat ik alles achter. Alles en iedereen.' Een aanloop die je pakt.
Of neem het begin van Bart Moeyaerts Blote handen:' We holden door drie weitjes waar we nooit eerder geweest waren.' Je ploft neer te midden van een verhaal.

Dosering

De meeste schrijvers hebben meer moeite met het midden dan met het begin. Ze nemen een vliegende start en dan zakt het verhaal ineen. Spanning is geen los ingrediënt dat je even van het kruidenrekje haalt om het geheel meer pit te geven. Het staat niet los van personages, perspectief, stijl.
In Schrijven is schrappen merkt Hans Hogenkamp op dat de lezer spanning voelt wanneer het personage onder spanning staat. 'Het ligt dus voor de hand tijdens adrenalinepieken dicht op de huid te blijven,' aldus Hogenkamp. Met andere woorden: draai de camera niet weg wanneer de hartslag van het personage omhoog gaat. We hebben allemaal weleens een boek gelezen waarbij het ons niet kon schelen dat een personage dreigde overmand te worden door de perfide schurk. Er kan pas spanning ontstaan wanneer de lezer geeft om het personage en dus meeleeft. Besteed daarom aandacht aan goed uitgewerkte personages.
Experimenteer met perspectief. Het zou zomaar kunnen dat een mak verhaal spannender leest wanneer het vanuit de ogen van iemand anders verteld wordt.
Zorg ervoor dat je het dramatische moment waar je naartoe werkt goed voorbereidt. De gebeurtenissen in je verhaal zijn geen losse schakels. Zorg voor een sneeuwbaleffect. Het ultieme dramatische moment kan een hoofdstuk beslaan maar dat is niet per definitie het geval. Het doden van de aartsvijand, de confrontatie met een oude geliefde: in sommige gevallen kan je het in enkele lijnen schetsen.
In Your Writing Coach geeft Jurgen Wolff een zinvolle tip om de spanning op te voeren. Zorg ervoor dat elke vraag die bij de lezer ontstaat niet meteen op de volgende regel beantwoord wordt. Dat verslapt het verhaal. Toch dien je je als schrijver te hoeden voor een opeenstapeling van vragen die geen antwoord krijgen. De lezer raakt gefrustreerd en gelooft niet langer dat de schrijver erin zal slagen om het verhaal mooi af te ronden. Dat was bijvoorbeeld het geval in de tv-serie Lost. De in seizoen 1 opgeroepen vragen werden onvoldoende beantwoord in het vervolg.
Alles draait om dosering. Ook in een thriller zijn er, tussen de doodspannende scènes, rustigere momenten. Je hebt die momenten nodig om het personage leven in te blazen, achtergrond mee te geven. Versnipper de informatie over personages en dergelijke. Wanneer je alles aan het begin meegeeft, verzuipt de lezer. Bovendien is het spannender om een en ander achter te houden.

Tips:

1) Varieer het tempo. Wissel korte zinnen met lange af, korte hoofdstukken met lange.
2) Flashbacks en uitweidingen laten de spanning afnemen. Wel is het zo dat wanneer je een flashback na een cliffhanger plaatst, de spanning toeneemt.
3) Bedenk dat een verhaal als een stoompan is. Zet je personages onder druk.

Kathy Mathys is literair journalist voor De Standaard en docent aan de Schrijversacademie.



 Dit artikel is verschenen in Schrijven Magazine 5/2014

Gary Shteyngart - Kleine mislukkeling (De Standaard)


Meerstemmig en meeslepend, dat zijn de memoires van de Amerikaanse schrijver Gary Shteyngart die op zevenjarige leeftijd met vader en moeder de Sovjet-Unie inruilde voor de Verenigde Staten.

Kathy Mathys

In de late jaren 1970 sluit de disintegrerende Sovjet-Unie een deal met de Amerikaanse president Jimmy Carter: het land krijgt Amerikaans graan en in ruil mogen Sovjet-Joden die dat willen de Sovjet-Unie verlaten. De Shteyngarts zijn een van de gezinnen die hiervan gebruik maken. Ze trekken weg uit Leningrad en reizen via Wenen en Rome naar Queens, New York. Zeven jaar is Shteyngart dan. De schrijver van de romans 'Absurdistan ', 'Handboek voor de Russische debutante' en 'Supertriest waargebeurd liefdesverhaal' is een astmatisch kind dat, in Proustiaanse traditie, het bed houdt en geen snotterige speelkameraadjes mag ontvangen thuis. Je waant je in de late negentiende eeuw wanneer je leest hoe artsen omgaan met zijn ziekte, in de Sovjet-Unie waren er geen inhalers. Doodsangsten moet de kleine Shteyngart hebben uitgestaan, zijn adem piept en kraakt in zijn borst en zijn ouders halen er geregeld een ambulance bij. Angst is de rode draad van zijn kinderjaren, Shteyngart is zelfs bang van uitstekende boomwortels.
Shteyngarts vader is ingenieur, zijn moeder pianolerares. In Amerika draaien ze elke dollarcent om en werken ze keihard om hun droom waar te maken: een eigen huis. Misloeksjka, zo noemde zijn moeder hem in een mengvorm van Russisch en Engels. Kleine mislukkeling. Het is een veelzeggende naam want als kind van migranten die er binnenshuis op staan om enkel Russisch te spreken, is Shteyngart een mengvorm. Is hij Russisch? Amerikaans? In dit boek probeert hij onder andere die vragen te beantwoorden.

Lastpak

Shteyngart heeft een liefdevolle band met zijn moeder, de bijnaam is een koosnaam die past bij een klein jongetje dat aan moeders rokken hangt. De band met de vader is complexer. Shteyngart senior vertelt verhalen aan zijn zoon, neemt hem mee op stap in Leningrad, leert hem de geschiedenis kennen. Hij wou operazanger worden, dat mislukte, en er is zeker sprake van rivaliteit tussen vader en zoon. Voor de vader is God belangrijk en Israël, voor Shteyngart ligt dat heel anders.
De voorgeschiedenis van de Shteyngarts is bloederig en hartverscheurend. Bij een van de foto's in het boek, genomen in 1940, staat het bijschrift dat vrijwel iedereen kort nadien zou sterven, als slachtoffer van Stalins Grote Zuivering of aan het front tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Eenmaal in Amerika is de kleine Shteyngart geschokt wanneer zijn vader hem vertelt dat het communistische systeem een grote leugen is. Amerika verwart hem. 'Van een saaie grijze rots af stappen en terechtkomen in een zee van zuivere technicolor', zo omschrijft hij de overgang naar de Verenigde Staten.
Shteyngarts verhaal is specifiek én het heeft een universele waarde: de manier waarop hij als jonge migrant tussen twee werelden pendelt zal voor velen herkenbaar zijn. Wat Shteyngarts boek bijzonder maakt is de toon die schippert tussen komisch, woedend en – met name aan het eind – ingetogen. De stijl is wervelend, beeldend, zoals altijd bij Shteyngart. Zijn verhaal is zowel verbijsterend als aangrijpend.
 Shteyngart laat zich soms zien als een klootzak, een lastpak. Als onsuccesvolle, beginnende schrijver leefde hij op kosten van een bevriend scenarist die hij uitzuigt. Hij laat zich zien als een neuroot, als een slachtoffer van paniekaanvallen.

Schrijver worden

Zowel op de streng-joodse basisschool als op het middelbaar weet hij niet hoe hij met andere kinderen moet praten en wordt hij gepest. Humor is een reddingsboei, hij durft zijn brede grijns niet van zijn gezicht te halen. Naar eigen zeggen kan hij niet communiceren met anderen 'zonder een lampenkap op te zetten', een prachtig beeld dat we zowel letterlijk als figuurlijk moeten nemen.
Wanneer het Shteyngart lukt om te publiceren, zijn zijn ouders er niet gelukkig mee dat hij materiaal uit eigen leven gebruikt. Aan de telefoon citeren ze blogs waar ze lezen dat Shteyngarts werk snel vergeten zal worden. 'Kleine mislukkeling' brengt Shteyngarts ontluikende en opbloeiende schrijverschap knap in beeld. Als kind maakte hij een versie van 'Nils Holgerssons wonderbare reis' met Lenin in de hoofdrol. De kleine Shteyngart heeft een gargantueske taalhonger. In de VS is het Engels aanvankelijk glibberig en onberekenbaar. Er gaan vele jaren voorbij eer hij een ontspannen 'Oh, hi there' over zijn lippen krijgt.
Voor wie het werk van deze geweldige schrijver nog niet kent is 'Kleine mislukkeling' de ideale kennismaking, voor de anderen een fijn, pijnlijk en hilarisch weerzien.

****

Gary Shteyngart - Kleine mislukkeling – vertaald door Ton Heuvelmans – De Arbeiderspers – 336 blz.


dinsdag 14 oktober 2014

Man Booker Prize 2014 (De Standaard)


Twee Amerikaanse, drie Britse en een Australische auteur maken kans op de Man Booker Prize die aanstaande dinsdag wordt uitgereikt. Dit zijn de kandidaten.

Kathy Mathys

1) Karen Joy Fowler: We Are All Completely Beside Ourselves

Plotwending

 Rosemary Cooke groeit op in de jaren 1970, in Indiana. Haar vader is een psycholoog die zijn kinderen betrekt bij de wetenschappelijke experimenten die hij thuis uitvoert. De Cookes vormen een onorthodox gezin, ze proberen laboratoriumratten te laten aarden als huisdieren.  Rosemary blikt terug, ze creëert ironische afstand door grappen te maken, strooit de lezer zand in de ogen. Om te vermaken, maar ook uit angst om uit te komen bij wie ze werkelijk is.
De dramatische gebeurtenis die alles op losse schroeven zet, vindt plaats wanneer Rosemary vijf is. Haar ouders dumpen haar bij de grootouders en het meisje vreest dat ze haar hebben afgestaan. Na haar thuiskomst blijkt het haar tweelingzus te zijn die verbannen is uit het huishouden.
Dit is de zesde roman van de Amerikaanse Karen Joy Fowler. 'We Are All Completely Beside Ouselves' is een verhaal met een plottwist van formaat, die in haast alle Angelsaksische recensies wordt prijsgegeven. Het is een dijk van een boek: grappig, sprankelend, ingenieus gecomponeerd, aangrijpend.  Fowler laat de lezer nadenken over wat het betekent om mens te zijn en dat doet ze op een verfrissende manier, met enkel aan het slot wat sentiment. Dit zou een verdiende winnaar zijn: meeslepend en spannend, nooit oppervlakkig. Alleen is het de vraag of de jury het verhaal van een disfunctionele familie – ondanks de excentrieke vertakkingen van de plot – groots genoeg vindt.

****

Karen Joy Fowler - We Are All Completely Beside Ouselves - Serpent's Tail- 336 blz.


2) Joshua Ferris: To Rise Again at a Decent Hour

Paranoïde tandarts

Joshua Ferris, een van de twee Amerikanen op de shortlist, houdt van uitdagingen. Zijn eerste roman schreef hij in het wij-perspectief, in zijn tweede kon het hoofdpersonage niet stoppen met wandelen. In 'To Rise Again at a Decent Hour' voert hij een man op met een saai beroep, tenminste vanuit romantechnisch perspectief. Want wat moet je met een tandarts? Behalve in horrorverhalen en in Frank Norris' weergaloze klassieker 'McTeague' vind je ze weinig in fictieland.
Ferris' komisch-neurotische roman bevat geweldige passages over het binnenmondse landschap en over de futiliteit van een rigoureuze mondhygiëne, want elk leven eindigt met verrotting. Tandarts Paul O' Rourke herkauwt op een obsessieve manier zijn stukgelopen relaties met vrouwen die deel uitmaakten van een hechte clan, de ene keer joods, de andere keer katholiek.
Dan verschijnen er online Twitter- en blogberichten in O' Rourkes' naam. De tandarts weet niet wie verantwoordelijk is voor de creatie van deze virtuele versie van hemzelf. Ferris' roman leidt naar esoterische oorden, onder andere naar een oudtestamentisch bijbelvolk dat twijfelt aan het bestaan van God.
Maatschappijkritisch klinken, zonder te preken, daarvoor ben je bij deze schrijver aan het goede adres. Ferris' roman is een vreemd labyrint dat vooral in het tweede deel te lange zijkronkels bevat. Deze schrijver is ontzettend getalenteerd, schrijft prachtzinnen zonder te pronken; zijn humor is fantastisch met als hoogtepunt de paginalange beschrijving van Connie's handlotionritueel. Is dit een kandidaat-winnaar? In de eerste helft denk je van wel, deel twee is minder bevredigend.

***

Joshua Ferris: To Rise Again at a Decent Hour - Viking - 352 blz.


3) Ali Smith: How to be Both

Onderverhaal

Voor de derde keer al staat de Schotse Ali Smith op de shortlist en deze keer doet ze dat met een speels, intiem en filosofisch boek over kunst, verhalen vertellen, rouwen. Aan het begin van de e-bookversie staan twee iconen, een oog en een camera. Je kan kiezen met welk deel je begint. Beide heten deel één en ze bevinden zich niet voor of na, wel boven of onder elkaar. Ik kies voor het oog en kom daarmee terecht in de Londense National Gallery waar de geest van Francesco del Cossa net is ontwaakt uit een eeuwenlange dood. Hij ziet een jongen naar een van zijn doeken kijken, een jongen die op het derde of vierde gezicht een meisje blijkt te zijn, George.
Francesco del Cossa wisselt zijn gedachten over George af met herinneringen aan zijn kunstschildersleven. Ze buitelen over elkaar heen, de herinneringen, alleen zijn sterven is vervaagd. Hij verbaast zich erover dat zoveel mensen in het hedendaagse Londen schilders zijn, ziet tablets verkeerdelijk aan voor schildersmateriaal.
George staat centraal in het andere eerste deel. Ze woont bij haar broer en vader, haar moeder is enkele maanden geleden overleden. George denkt terug aan een Italiëreis waarop ze een schilderij zag van del Cossa.
Wat ooit was is niet verdwenen, in de wereld van Smith. Het verhaal van de schilder laat een afdruk op de huid van het andere deel één en omgekeerd. Dit boek tintelt van de ideeën over kunst, dood en liefde. Net zoals een fresco een onderlaag heeft, is dit een roman met een onderverhaal. Of een bovenverhaal. Woordspeels, dapper, intelligent zonder ondoordringbaar te zijn: Ali Smith verdient die prijs dubbel en dik.

****

Ali Smith - How to be Both - Hamish Hamilton - 384 blz.


4) Neel Mukherjee: The Lives of Others

Epische familieroman

De proloog  van Neel Mukherjee 's tweede roman zet je op scherp met zijn gewelddadige ontknoping. Dan neemt de schrijver je mee naar de Bengaalse hogere middenklasse. De Ghosh-clan zijn een familie van papierhandelaren, ze wonen samen in één groot pand – vader, moeder, kinderen met hun gezin, het personeel. Aan het begin staat een 'Rear Window'-achtige sequentie waarin Mukherjee met zijn camera alle delen van het huis afspeurt. De vrouwen kibbelen, ze zijn jaloers op elkaar ; er zijn huwelijken, godenfeesten. Dit klinkt allemaal erg onschadelijk maar de proloog blijft door je hoofd spoken en dus weet je dat er onheil op komst is.
Een van de kleinzonen radicaliseert en sluit zich aan bij de communistische Naxalite-beweging. Hij trekt naar het platteland om er te werken, zij aan zij met de verarmde boeren. De communistische strijder vraagt zich af in hoeverre hij, de buitenstaander, kan doordringen in het leven van anderen. Kan hij aan zichzelf ontsnappen?
Mukherjee wisselt de familiepassages in derde persoon af met stukken in de eerste persoon vanuit de Naxalite-strijder. 'The Lives of Others' is een roman over geleidelijke maatschappelijke veranderingen en bruuske, over mensen die troost vinden in de voorspelbaarheid van hun levens en anderen die zich aan die voorspelbaarheid proberen te onttrekken. Het boek is goed geschreven en de schrijver klinkt bevlogen op elke bladzijde. Jammer dat verschillende van de talrijke personages vlak blijven. Dit is een epische, klassieke roman die doet denken aan het werk van Vikram Seth. De jury selecteerde vooral avontuurlijke, vormspeelse romans. Benieuwd of ze toch kiezen voor dit klassieke werk.

***
Neel Mukherjee - The Lives of Others - Chatto & Windus - 528 blz.


5) Howard Jacobson: J

In de toekomst

De winnaar van de Man Booker-Prize 2010, bekend om zijn humor, gooit het over een andere boeg met 'J'. In de dynamiek tussen de geliefden herken je de oude Jacobson, zijn tedere absurditeit. Toch doet dit verhaal bovenal denken aan romans zoals '1984'.
In het Engeland van de nabije toekomst worden Ailinn Solomons en Kevern Cohen geliefden. Hij is een eenzaat die bang is voor pottenkijkers en dodelijk bevreesd is iets te weten te komen over zijn afkomst. Zij tast net zozeer in het duister over vroeger, ze is een wees die het gevoel heeft dat het gevaar constant op de loer ligt.
De wereld die de schrijver verbeeldt is er een van eenvoudig sentiment, je hoort er enkel ballades, ziet er enkel musicals. Het verleden is verraderlijk terrein, het is zelfs verboden om oude spullen te verzamelen. Overal liggen er spionnen op de loer. Bijna niemand durft zich te herinneren hoe alles werd zoals het werd. De premisse van 'J' zal niet voor elke lezer even makkelijk zijn om in mee te gaan: de catastrofe die plaatsvond is een soort tweede Holocaust. Jacobson onthult er nauwelijks iets over, suggereert dat het niet op dezelfde grote schaal gebeurde als onder de nazi's.
De schrijver van Booker-winnaar 'De kwestie Finkler' dwingt bewondering af om zijn eigenzinnigheid, intensiteit, engagement. De beschrijvingen van de personages, hun gedachten, het is allemaal even wervelend. Jabobsons werk wordt steeds uitdagender, donkerder. Van alle potentiële winnaars is dit de minst toegankelijke.

****

Howard Jabobson - J - Jonathan Cape - 336 blz.


6) Richard Flanagan: De smalle weg naar het verre noorden

Dodenspoorlijn

De Australische schrijver van 'Het boek van Gould' en 'De onbekende terrorist' putte uit de oorlogservaringen van zijn vader voor 'De smalle weg naar het verre noorden'.
'Een gelukkige man heeft geen verleden, terwijl een ongelukkige man niets anders heeft,' lezen we op de eerste bladzijden van deze historische roman die dezelfde titel heeft als een reisverhaal van haikudichter Basho. Dorrigo Evans, het hoofdpersonage houdt van poëzie, net als het Japanse centrale karakter, een topper bij het leger die verknocht is aan de haikudichter. Evans, de ongelukkige met alleen maar verleden, houdt van Tennyson, Joyce, Kipling.
In 1943, bij de aanleg van de Dodenspoorlijn tussen Birma en Siam, werkt Evans als legerarts. De Australische gevangenen onder zijn hoede vallen bij bosjes, naarmate de Japanners het tempo van de spoorwegaanleg opschroeven. Flanagan contrasteert het oorlogsverhaal met het leven van de arts voordien. De getrouwde Evans had een liefdesaffaire met de vrouw van zijn oom, Amy.
Flanagan schildert in felle kleuren en haalt woest uit bij momenten. De roman begint duizelingwekkend en overtuigend met de kindertijd van Evans. Het verhaal blijft daarna niet gelijkmatig. Sterke passages en krachtige zinnen worden omringd door melodramatische elementen - met name de relatie met Amy overtuigt niet helemaal - en bombastische frasen.
Qua thematiek en opzet is dit een groots verhaal en daarom maakt Flanagan zeker kans op de bekroning .

***


Richard Flanagan – De smalle weg naar het verre noorden – vertaald door Ankie Blommesteijn – De bezige bij Antwerpen – 388 blz. 

Over mij

Mijn foto
Als freelance schrijver gaat mijn aandacht vooral uit naar Engelstalige literatuur. Ik recenseer fictie en interview auteurs voor De Standaard der Letteren, Schrijven Magazine. In 2010 zat ik in de jury van De Gouden Uil en in 2011 en 2012 zat ik in de jury van de Ako Literatuurprijs. Daarnaast schrijf ik over eten. Vooral de achtergrondverhalen boeien mij. Ik geef lezingen over eten en boeken en interview auteurs voor publiek. Verder geef ik cursussen en workshops in creatief schrijven (zie www.writerskitchen.nl). Ik ben als docent verbonden aan De Schrijversacademie (www.schrijversacademie.nl). In 2015 verschijnt mijn eerste boek bij De Bezige Bij Antwerpen.